Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 03-04-2004 t/m 30-12-2004

Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 2.2.3, derde lid, artikel 12.3.8, tweede lid, en artikel 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, artikel 1.4.1, of artikel 1.4.1a van de wet, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

  • d. landelijk orgaan: een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

  • e. onderwijsondersteunende instelling: het Centrum voor Innovatie van Opleidingen, genoemd in artikel 12, vierde lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;

  • f. ondernemer: een natuurlijke persoon voor wiens rekening of mede voor wiens rekening een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt gedreven, dan wel een rechtspersoon in de zin van artikel 3, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • g. een project: een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • h. consortium: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van een instelling, een landelijk orgaan, een onderwijsondersteunende instelling of een ondernemer, waarvan tenminste een instelling én een landelijk orgaan deel uit maken als het gaat om een project ten behoeve van het beroepsonderwijs en waarvan tenminste een instelling deel uitmaakt als het gaat om een educatieproject;

  • i. aanvrager: het bevoegde orgaan van een instelling of landelijk orgaan dat namens het consortium de bijdrageaanvraag indient en na goedkeuring van het project als bijdrageontvanger optreedt;

  • j. samenwerkingsovereenkomst: een door de bevoegde organen van de organisaties en de natuurlijke personen van het consortium ondertekend document afkomstig van de daarin genoemde aanvrager, waaruit het voornemen van het consortium blijkt van gezamenlijke uitvoering voor gezamenlijke rekening, van een op de doelstelling van deze regeling gericht project;

  • k. Senter: het agentschap van het Ministerie van Economische Zaken waar de uitvoering van de regeling is ondergebracht;

  • l. cofinanciering: dat gedeelte van de kosten van het project dat gefinancierd wordt door het consortium of door derden die niet bij de uitvoering van het project betrokken zijn;

  • m. apparaatskosten: kosten ten behoeve van de uitvoering van de regeling;

  • n. bijdrage: het bedrag, bedoeld in artikel 2.2.3, derde lid, van de wet, dat als aanvullende vergoeding aan de rijksbijdrage wordt toegevoegd ingeval het een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1., in artikel 12.3.8 of in artikel 12.3.9 van de wet betreft, of, het bedrag, dat op grond van artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies als subsidie wordt toegekend ingeval het een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1. of in artikel 1.4.1.a van de wet, of een landelijk orgaan betreft.

Artikel 2. Doelstelling van de regeling en de projecten [Vervallen per 31-12-2004]

Het doel van de regeling is het verstrekken van een bijdrage ter stimulering van projecten die een opleiding of delen van een opleiding van het reguliere BVE-onderwijs innoveren door een aantrekkelijke en rijk gedifferentieerde leeromgeving te ontwikkelen, waarin bestaande of nieuwe informatie- en communicatietechnologietoepassingen geïntegreerd worden, en deze leeromgeving te implementeren. De informatie- en communicatietechnologietoepassingen dienen via Kennisnet gebruikt te kunnen worden.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Voor bijdrageverlening op grond van deze regeling is in 2001 een maximaal verplichtingenbedrag van ƒ 15.000.000,- beschikbaar inclusief apparaatskosten.

  • 2 De minister maakt jaarlijks voor 1 december in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bekend welk bedrag in het eerstvolgende kalenderjaar beschikbaar is voor bijdrageverlening op grond van deze regeling.

§ 2. Aanvraag en beslissing op aanvraag [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4. Aanvraag van bijdrage [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister verleent op aanvraag aan een aanvrager een bijdrage voor een door het consortium uit te voeren project als bedoeld in artikel 2.

  • 2 Een aanvraag om bijdrage voor 2001 wordt in de periode van 2 januari tot en met 30 maart, of in de periode van 2 april tot en met 14 september van 2001 schriftelijk ingediend bij Senter.

  • 3 De minister maakt in de publicatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, tevens de periodes van indiening van de aanvraag op grond van deze regeling voor het eerstvolgende kalenderjaar bekend.

  • 4 De bijdrage voor het project bedraagt voor aanvragen gedaan in 2001 ten hoogste ƒ 600.000. Voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2002 bedraagt de bijdrage ten hoogste 300.000 Euro.

  • 5 Indien voor het project vanwege een gemeente, een provincie, of de rijksoverheid, een subsidie is of wordt verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag als bijdrage ter beschikking gesteld, dat per project het totale bedrag aan bijdrage en subsidie niet meer bedraagt dan vijftig procent van de kosten van het project.

  • 6 De aanvraag bevat in ieder geval een projectvoorstel dat bestaat uit een volledig ingevuld en door de aanvrager ondertekend aanvraagformulier dat vergezeld gaat van:

    • a. een projectplan;

    • b. een samenwerkingsovereenkomst;

    • c. een machtiging van de organisaties of natuurlijke personen van het consortium ten behoeve van de aanvrager,

    • d. een begroting.

  • 7 Voor de berekening van de hoogte van de bijdrage komen voor de kosten van het project uitsluitend in aanmerking:

    • a. loonkosten van personeel van een of meer organisaties of natuurlijke personen van het consortium;

    • b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verrichtte arbeid in het kader van het project;

    • c. een opslag voor algemene kosten, niet hoger dan veertig procent van de onder a bedoelde loonkosten van het project;

    • d. materiaalkosten van het project.

  • 8 Het aandeel in de kosten van het project dat aan derden wordt besteed, bedraagt maximaal vijfentwintig procent van de kosten van het project.

Artikel 4a. Aanvraag van bijdrage [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 In afwijking van de eis in artikel 4, tweede lid, dat de aanvraag om subsidie schriftelijk wordt ingediend, kan deze aanvraag binnen de in dat lid bedoelde periode elektronisch worden ingediend. Dit geschiedt met gebruikmaking van de elektronische snelweg, die daartoe is geopend. De indiening geschiedt met toepassing van de pincode en het certificaat die aan de aanvrager zijn toegekend.

  • 2 Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

  • 3 Stukken die niet elektronisch worden verzonden dienen schriftelijk voor het verstrijken van de indientermijn bij Senter te worden ingediend.

  • 4 De minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag.

  • 5 De minister kan weigeren de aanvraag te aanvaarden indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid daarvan onvoldoende zijn gewaarborgd, gelet op de aard en inhoud van de aanvraag. De minister deelt de weigering zo spoedig mogelijk aan de afzender mee.

  • 6 De ontvangstbevestiging, bedoeld in het vierde lid, en de weigering, bedoeld in het vijfde lid, worden elektronisch verzonden. Als tijdstip waarop het bericht is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarover de minister geen controle heeft.

Artikel 5. Voorwaarden gesteld aan het project [Vervallen per 31-12-2004]

Een aanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende voorwaarden:

  • a. het project is gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • b. het project wordt uitgevoerd door een consortium dat over de vereiste deskundigheid beschikt om het project succesvol te kunnen uitvoeren, waarbij in voldoende mate de betrokkenheid van docenten, het management en de dagelijkse leiding van de instellingen verzekerd is;

  • c. het projectvoorstel bevat de afspraken die de organisaties of natuurlijke personen van het consortium hebben vastgelegd omtrent coproductie, exploitatie en distributie;

  • d. door de aanvrager is cofinanciering gegarandeerd tot een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bedrag van de aangevraagde bijdrages;

  • e. de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet beschreven en controleerbaar;

  • f. het projectvoorstel bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komt;

  • g. de aanvrager draagt zorg voor de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project, waaronder in ieder geval de verspreiding van de projectopbrengsten via BVE-net en Kennisnet;

  • h. de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven en voldoet aan eisen van kwaliteit en soliditeit;

  • i. de hierboven genoemde voorwaarden zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectplan uitgewerkt en onderling afgestemd;

  • j. de projectuitvoering start binnen zes maanden na verlening van de bijdrage;

  • k. de projectuitvoering is uiterlijk per 31 december 2006 voltooid;

  • l. de aanvrager stemt in met de voorwaarden die de minister stelt met betrekking tot informatieverschaffing, verantwoording, verslaglegging en intrekking of wijziging van de bijdrage.

Artikel 6. Jury [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Er is een jury Stimulans innovatieve leeromgevingen die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de aanvragen om bijdrage op grond van deze regeling.

  • 2 De jury bestaat uit een voorzitter en drie andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de jury een taak heeft.

  • 3 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd. Ze zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De jury stelt zijn eigen werkwijze vast.

  • 5 Een lid van de jury neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 6 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de jury bij te wonen.

  • 7 Het secretariaat van de jury wordt gevoerd door Senter.

  • 8 De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de jury worden na beëindiging van de werkzaamheden van de jury opgeborgen in het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

  • 9 De jury verstrekt desgewenst aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 10 De jury stelt na elke aanvraagperiode een verslag op van haar werkzaamheden en het gevoerde beleid in de voorliggende periode. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur algemeen verkrijgbaar gesteld.

  • 11 De voorzitter en leden van de jury gaan uit van de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie, zowel gedurende de looptijd van deze beschikking alsmede na beëindiging daarvan, jegens derden waarvan redelijkerwijs te verwachten is dat bekendmaking de aanvragers van projectvoorstellen en overige betrokkenen kan schaden.

Artikel 7. Advisering [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de jury Stimulans innovatieve leeromgevingen.

  • 2 De jury geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:

    • a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;

    • b. indien de jury van mening is dat in onvoldoende mate sprake is van het vermogen om een verbetering aan te brengen in het primaire onderwijsproces bij de instellingen met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie;

    • c. indien de samenstelling van het consortium, de samenwerkingsbereidheid en de aanwezige deskundigheid binnen het consortium naar het oordeel van de jury geen vertrouwen biedt in het tot een goed einde brengen van het project.

  • 3 De jury rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag in een periode hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het project meer geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van de regeling, en voor zover de helft van het totale bedrag genoemd in artikel 3, eerste lid, in de eerste periode en het totale bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, in de tweede periode, door verlening van de gevraagde bijdrage niet wordt overschreden. De jury vergelijkt de aanvragen en let daarbij in het bijzonder op:

    • a. samenwerking;

    • b. inhoud;

    • c. verstrekkendheid van het project, en

    • d. de kwaliteit van de projectorganisatie.

Artikel 8. Besluit minister [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister beslist uiterlijk dertien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 4, tweede lid, waarin de aanvraag is ingediend, op de aanvraag. Indien de minister niet binnen dertien weken kan beslissen, deelt hij de aanvrager mede binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  • 2 De minister wijkt niet dan gemotiveerd af van het advies van de jury.

  • 3 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

    • a. de jury een negatief advies heeft uitgebracht;

    • b. niet of niet volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, met dien verstande dat indien de aanvraag onvolledig is de minister de aanvrager hiervan in kennis stelt en de aanvrager de gelegenheid geeft de aanvraag binnen twee weken na kennisgeving aan te vullen.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in deze regeling kan de minister aanvragen waarin niet geheel voldaan is aan de samenstellingsvoorschriften van het consortium, maar die wel een positief advies van de jury hebben gekregen, honoreren mits aan de overige voorwaarden is voldaan.

  • 5 De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de volgorde van de door de jury bepaalde rangschikking, bedoeld in artikel 7, derde lid.

  • 6 De minister kan afwijken van het door de jury uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

  • 7 Bijdrageverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 8 Bij het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het zesde lid, worden de op grond van artikel 4 verleende bijdragen verlaagd tot het bedrag van de bijdrage dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal aanvragers aan wie een bijdrage is verleend en van de hoogte van de verleende bijdragen.

§ 3. De bijdrage verleend als subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 9. Voorschotten [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De bijdrage wordt als volgt verstrekt:

    • a. het eerste voorschot wordt verstrekt binnen vier weken op grond van een positieve beslissing op de aanvraag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en bedraagt zestig procent, en

    • b. het tweede voorschot wordt verstrekt halverwege de looptijd van het project, mits de tussenrapportages, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of bedoeld in artikel 12, eerste lid, positief zijn beoordeeld, en bedraagt twintig procent.

    • c. het derde voorschot wordt verstrekt na goedkeuring van het verslag van de projectactiviteiten en ontvangst van het financieel verslag, bedoeld in artikel 10, vierde lid, met goedkeurende verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 10, vijfde lid ingeval de bijdrage als subsidie wordt verleend, dan wel na goedkeuring van de eindafrekening en het verslag van de projectactiviteiten, bedoeld in artikel 12, zevende lid, ingeval de bijdrage als aanvullende vergoeding wordt toegekend, en bedraagt twintig procent

  • 2 Vanaf 1 januari 2002 wordt de uitbetaling van de bijdrage gedaan in Euro's.

Artikel 10. Verantwoording subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De aanvrager dient elke zes maanden gedurende de looptijd van het project een rapportage in, waarin de voortgang van het project inhoudelijk en financieel beschreven is.

  • 2 De aanvrager dient binnen zes weken na afloop van het project zijn aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de Algemene Wet Bestuursrecht in.

  • 3 De aanvraag tot subsidievaststelling bestaat uit een financieel verslag en een verslag van de projectactiviteiten, waarin de aanvrager rekening en verantwoording aflegt omtrent de verrichte projectactiviteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

  • 4 In het financieel verslag en het verslag van de projectactiviteiten wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten alsmede van een doelmatige aanwending van de subsidie.

  • 5 Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring heeft tevens betrekking op het onderzoek van de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden.

  • 6 Het verslag van de projectactiviteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 7 Het verslag van de projectactiviteiten bevat, voorzover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.

Artikel 11. Vaststelling subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

De minister geeft een beschikking tot vaststelling van de subsidie binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Indien de beschikking niet binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§ 4. De bijdrage toegekend als aanvullende vergoeding [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 12. Verantwoording aanvullende vergoeding [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De aanvrager dient elke zes maanden gedurende de looptijd van het project een rapportage in, waarin de voortgang van het project inhoudelijk en financieel beschreven is.

  • 2 De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding door een inhoudelijke verantwoording van de in artikel 4 bedoelde verplichtingen en een financiële verantwoording in de jaarrekening.

  • 3 De aanvrager zendt de inhoudelijke verantwoording, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk zes weken na voltooiing van het project aan de minister.

  • 4 De aanvrager verantwoordt de aanvullende vergoeding afzonderlijk bij de jaarrekening over het kalenderjaar waarin het project is voltooid volgens de voorschriften zoals opgenomen in de OcenW-Richtlijnen Financieel Jaarverslag. Deze verantwoording wordt gezien als de eindafrekening.

  • 5 De eindafrekening bevat een overzicht van de verstrekte aanvullende vergoeding, de uitgaven die ten laste van deze vergoeding zijn gebracht en het eindsaldo.

  • 6 In de jaarrekening van het jaar of de jaren, waarin het project nog niet is voltooid, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de aanvullende vergoeding.

  • 7 In de eindafrekening en het verslag van de projectactiviteiten wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de projectactiviteiten waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten alsmede van een doelmatige aanwending van de aanvullende vergoeding.

  • 8 Het verslag van de projectactiviteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor aanvullende vergoeding is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

  • 9 Het verslag van de projectactiviteiten bevat, voorzover van toepassing, een analyse van de verschillen tussen de voorgenomen projectactiviteiten en beoogde resultaten, vermeld in het projectplan, en de feitelijke realisatie.

Artikel 13. Terugvordering aanvullende vergoeding [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd of geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • b. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;

  • c. de ontvanger van de aanvullende vergoeding of subsidie heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding of subsidies verbonden verplichtingen;

  • d. de ontvanger van de aanvullende vergoeding of subsidie kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding of subsidie heeft gehandeld, of

  • e. de verlening van de aanvullende vergoeding of subsidie onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

§ 5. Slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 14. Bewaarplicht [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste zeven jaar na datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden.

Artikel 15. Publicatie [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt, werkt terug tot en met 1 januari 2001 en vervalt per 31 december 2004.

  • 2 Verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na beëindiging van de regeling voort te duren, blijven na beëindiging van de regeling bestaan.

Artikel 17. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

drs. L.M.L.H.A. Hermans