Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling uitvoering Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines

Geldend van 18-02-2014 t/m heden

Regeling uitvoering Besluit typekeuring luchtverontreiniging trekkers en motoren voor mobiele machines

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEG 1998, L 59), en op richtlijn nr. 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2000 (PbEG L 173) inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- of bosbouwtrekkers en houdende wijziging van Richtlijn 74/150/EEG van de Raad en op de artikelen 1, onder e, 5, derde en vierde lid, 6, derde lid, en 7, derde lid, van het Besluit typekeuring luchtverontreiniging trekkers en motoren voor mobiele machines;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Een wijziging van richtlijn 97/68 gaat voor de toepassing van deze regeling, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 2

De Dienst Wegverkeer te Zoetermeer wordt aangewezen als keuringsinstantie als bedoeld in artikel 1 van het besluit. De aanwijzing heeft geen betrekking op binnenschepen en spoorvoertuigen.

Artikel 3

De keuring, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van het besluit wordt verricht met inachtneming van richtlijn 97/68.

Artikel 4

Het verbod, bedoeld in artikel 3 van het besluit, is niet van toepassing:

  • a. tot en met 30 september 2014 op motoren categorie R. Indien de motor is geproduceerd voor 30 september 2014 is het verbod, bedoeld in artikel 3 van het besluit, niet van toepassing tot en met 30 september 2016;

  • b. tot en met 31 december 2014 op motoren categorie P, indien de motor is geproduceerd voor 31 december 2011;

  • c. tot en met 31 december 2015 op motoren categorie Q, indien de motor is geproduceerd voor 31 december 2013.

Artikel 5

  • 1 Een typegoedkeuring voor een motor met compressieontsteking als bedoeld in artikel 9 van richtlijn 97/68 wordt geweigerd indien de motor niet voldoet aan de eisen, bedoeld in richtlijn 97/68, waaronder in ieder geval worden verstaan de grenswaarden, bedoeld in artikel 9 van die richtlijn in samenhang met bijlage I bij die richtlijn.

  • 2 Een typegoedkeuring voor een motor met elektrische ontsteking als bedoeld in artikel 9bis van richtlijn 97/68 wordt geweigerd indien de motor niet voldoet aan de eisen, bedoeld in richtlijn 97/68, waaronder in ieder geval worden verstaan de grenswaarden, bedoeld in artikel 9bis van die richtlijn in samenhang met bijlage I bij die richtlijn.

  • 3 Voor de toepassing van het eerste lid voldoet een hulpmotor van binnenschepen met een vermogen van meer dan 560 kW aan dezelfde eisen als voortstuwingsmotoren.

  • 4 In afwijking van het eerste lid wordt voor een ruilmotor, niet zijnde een ruilmotor voor een motortreinstel, locomotief of binnenschip, een typegoedkeuring verleend, indien de motor voldoet aan de grenswaarden die ingevolge richtlijn 97/68 golden op het moment dat de te vervangen motor in de handel werd gebracht.

  • 5 In afwijking van het eerste lid wordt voor een ruilmotor voor een motortreinstel of locomotief die niet aan de grenswaarden voldoet een typegoedkeuring verleend, indien:

    • a. in ieder geval:

      • 1°. de ruilmotor voldoet aan de fase IIIA-norm;

      • 2°. de ruilmotor dient ter vervanging van een motor voor een motortreinstel of locomotief die niet aan de fase III A-norm voldoet, of aan de fase III A-norm voldoet, maar niet voldoet aan de fase III B-norm, en

      • 3°. het gebruik van een ruilmotor die voldoet aan de eisen van de meest recente toepasselijke emissiefase in het motortreinstel of de locomotief gepaard zal gaan met aanzienlijke technische moeilijkheden, of

    • b. in ieder geval:

      • 1°. de ruilmotor dient ter vervanging van een motor voor een motortreinstel zonder besturing dat niet in staat is zelfstandig te bewegen, en

      • 2°. de ruilmotor ten minste voldoet aan een norm die niet minder streng is dan de norm waaraan motoren die gemonteerd zijn in bestaande motortreinstellen van hetzelfde type voldoen, en

      • 3°. het gebruik van een ruilmotor die voldoet aan de eisen van de meest recente toepasselijke emissiefase in het motortreinstel of de locomotief gepaard zal gaan met aanzienlijke technische moeilijkheden.

Artikel 5a

Een typegoedkeuring die voor één fase van emissiegrenswaarden wordt verleend, loopt af met ingang van de verplichte tenuitvoerlegging van de grenswaarden van de volgende fase.

Artikel 5b

Indien een motortype of motorfamilie voor de uiterste datum, bedoeld in de artikelen 4 en 5, in samenhang met richtlijn 97/68, aan de emissiegrenswaarden voldoet, mag op het etiket worden aangegeven dat de motoren voor de vastgestelde data aan de emissiegrenswaarden voldoen.

Artikel 6

Degene aan wie de typekeuring is verleend:

  • a. stelt de relevante regelgeving alsmede voorschriften, specificaties en documentatie betreffende de toe te passen materialen en onderdelen binnen het bedrijf beschikbaar en houdt deze documenten toegankelijk voor het personeel;

  • b. zorgt ervoor dat maatregelen en procedures als bedoeld in bijlage I, deel 5, voorschriften 8.3.2.4, 8.4.4, 8.4.7.2, 8.5.3, bij richtlijn 97/68 en aanhangsel 1, voorschrift 2.4.6.1 van richtlijn 97/68 voorzien in een effectieve controle, opdat de geproduceerde motoren overeenstemmen met het goedgekeurde type;

  • c. voert een doelmatige en deugdelijke administratie, die inzicht biedt in de verschillende fasen die tijdens en na fabricage worden doorlopen;

  • d. zendt de keuringsinstantie overeenkomstig artikel 6, derde en vierde lid, van richtlijn 97/68 een lijst met de volledige reeks van identificatienummers voor elk motortype bestemd om te worden gemonteerd in een mobiele machine dan wel gemonteerd in een mobiele machine;

  • e. wijst binnen de organisatie een persoon aan die verantwoordelijk is met betrekking tot het bepaalde in de onderdelen a tot en met d.

Artikel 7

  • 1 Het toezicht wordt uitgeoefend door een door de keuringsinstantie aangewezen functionaris en vindt plaats in een vestiging welke in overleg met de fabrikant wordt vastgesteld.

  • 2 In de vestiging, bedoeld in het eerste lid, moet een overdekte en goed verlichte ruimte aanwezig zijn welke is voorzien van een verwarmingsinstallatie.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde ruimte moet zodanige afmetingen hebben en zodanig zijn ingericht dat de motoren waarop toezicht wordt uitgeoefend in deze ruimte zodanig kunnen worden opgesteld dat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn.

  • 4 In het kader van een steekproef wordt onder medewerking, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit in ieder geval verstaan:

    • a. het in overleg met de keuringsinstantie treffen van een regeling omtrent de beschikbaarheid van motoren voor de steekproef;

    • b. het op verzoek van de functionaris van de keuringsinstantie onverwijld beschikbaar stellen van de desbetreffende typegoedkeuring;

    • c. het verlenen van assistentie bij het uitvoeren van de keuring.

Artikel 8

  • 1 Nadat een typegoedkeuring is verleend, wordt ten minste éénmaal per jaar onderzocht of nog wordt voldaan aan richtlijn 97/68.

  • 2 Indien het kwaliteitsniveau ontoereikend blijkt te zijn of indien het noodzakelijk is de specificaties voor de emissie van verontreinigende stoffen, bedoeld in punt 4.1.2 van bijlage I van richtlijn 97/68, te controleren wordt de procedure van punt 5.3.2 van bijlage I van richtlijn 97/68 gevolgd.

  • 3 Indien bij de steekproef, als bedoeld in punt 5.3.2 van bijlage I, wordt vastgesteld dat een motor niet overeenstemt met het type waarvoor de goedkeuring is verleend wordt door de functionaris van de keuringsinstantie terzake een rapport opgesteld waarvan de fabrikant een afschrift ontvangt.

  • 4 Er is gebrek aan overeenstemming met het goedgekeurde type of de goedgekeurde familie indien er afwijkingen worden geconstateerd van de gegevens op het goedkeuringsformulier en/of in het informatiepakket en indien deze afwijkingen niet zijn toegestaan op grond van artikel 5, derde lid, van richtlijn 97/68.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Besluit typekeuring luchtverontreiniging motoren voor mobiele machines.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk