Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststelling beleidsvoornemen voor subsidiëring op grond van Subsidieregeling Ministerie [...] Zaken (Samenwerking met Internationale Instituten)[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 14-01-2001 t/m 31-12-2005

Vaststelling beleidsvoornemen voor subsidiëring op grond van Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Samenwerking met Internationale Instituten)

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.10, 2.4.11, onder c, en 2.4.12, onder c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.4.11, onder c, en 2.4.12, onder c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt voor het programma Samenwerking met Internationale Instituten (SII) voor de periode tot en met 31 december 2001 het volgende beleidskader:

  • a. Doelstelling van het SII:

    Het programma richt zich op de opbouw en versterking van de onderwijssector in ontwikkelingslanden. Het gaat hierbij om de bevordering van beleidsontwikkeling en capaciteitsopbouw binnen ministeries van onderwijs en andere actoren binnen de onderwijssector, zoals onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties.

  • b. Landen/regio's:

    Het programma richt zich specifiek op activiteiten die ondersteunend zijn voor meerdere landen, met een landenoverstijgend karakter. De activiteiten dienen, conform het vigerende OS-beleid, ten goede te komen aan een of meerdere van de landen waarmee Nederland een structurele OS-relatie heeft (zie bijlage 1).

  • c. Prioriteiten:

    Activiteiten dienen zich te richten op versterking van onderwijsstelsels in hun geheel, dan wel van subsectoren daarbinnen. Verbetering van de kwaliteit, relevantie en toegankelijkheid van onderwijs staan daarbij centraal.

  • d. Soort activiteiten:

    Activiteiten binnen het programma dienen direct bij te dragen aan het bereiken van de bovengenoemde doelstelling en dienen te passen binnen de geformuleerde prioriteiten. Zij kunnen een zeer divers karakter hebben (zoals onderzoek, seminars, workshops, staf en managementtraining). Activiteiten dienen aantoonbaar aan te sluiten op de vraag in ontwikkelingslanden. Financiering van fysieke infrastructuur komt niet in aanmerking.

  • e. Organisaties:

    Voor financiering komen met name activiteiten van organisaties met een internationale oriëntatie in aanmerking (bijv. regionale consortia). De ontvangende organisaties dienen te beschikken over de noodzakelijke uitvoeringscapaciteit.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze,
de

directeur-generaal Internationale Samenwerking

,

R. Keller

Bijlage 1. Lijst van landen voor structurele bilaterale ontwikkelingssamenwerking [Vervallen per 01-01-2006]

  • Bangladesh

  • Bolivia

  • Burkina Faso

  • Eritrea 1

  • Ethiopië 1

  • Ghana

  • India

  • Jemen

  • Macedonië

  • Mali

  • Mozambique

  • Nicaragua

  • Sri Lanka

  • Tanzania

  • Uganda

  • Vietnam

  • Zambia

  • Indonesië

  • Zuid-Afrika

  • Palestijnse gebieden

  • Egypte

  • ^ [1]

    De hulprelatie is, tot nader order, bevroren.