Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststelling beleidsvoornemens voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (programma Onderzoek)[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 18-01-2001 t/m 31-12-2005

Vaststelling beleidsvoornemens voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (programma Onderzoek)

De Minister voor Ontwikkelings-samenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.7, 1.1.8., 1.1.10., 2.4.7. en 2.4.8. van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.4.7 en 2.4.8. van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2001 voor het programma Onderzoek het volgende beleidsvoornemen:

Inleiding

Onderzoek is een belangrijk instrument om het ontwikkelingsproces - en daarbinnen strategieën voor armoedevermindering - richting te geven. Onderzoek geeft inzicht in positieve en negatieve gevolgen van beleid, draagt bij aan maatschappelijke discussies over het beleid en de wenselijkheid van bepaalde ontwikkelingen en helpt oplossingen aandragen voor specifieke problemen.

Doelstelling

Het programma Onderzoek is erop gericht een bijdrage te leveren aan de versterking en ontplooiing van een eigen onderzoekcapaciteit in ontwikkelingslanden. Uitgangspunt daarbij is dat deze onderzoekcapaciteit maatschappelijk relevant en vraaggericht dient te zijn. Dat betekent dat de onderzoekprioriteiten zoveel mogelijk vastgesteld dienen te worden door de (eind)gebruikers van de resultaten van het onderzoek.

Additionele criteria

Daarnaast worden de volgende criteria gehanteerd:

- Te ondersteunen activiteiten dienen erop gericht te zijn het ontwikkelingsproces zodanig te beïnvloeden of ondersteunen dat dit duurzaam is en gericht op armoedevermindering, vanuit een genderperspectief.

- Het programma richt zich bij voorkeur op activiteiten in die landen waarmee structureel wordt samengewerkt (d.w.z. landen op de zgn. 17+42 lijst) en de landen waarmee wordt samengewerkt op de terreinen `milieu'3 en `mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur'4, alsmede op activiteiten die een regionaal of wereldwijd karakter hebben en op één of andere wijze gerelateerd zijn aan onderwerpen en landen hierboven aangegeven.

Bangladesh, Bolivia, Burkina Faso, Eritrea, Ethiopië, Ghana, India, Jemen, Macedonië, Mali, Mozambique, Nicaragua, Sri Lanka, Tanzania, Uganda, Vietnam, Zambia, Indonesië, Zuid-Afrika, Egypte en de Palestijnse gebieden.

Brazilië, China, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Guatemala, Kaapverdië, Mongolië, Nepal, Peru, Senegal en Indonesië.

Albanië, Armenië, Bosnië, Cambodja, Colombia, El Salvador, Georgië, Guatemala, Guinee-Bissau, Honduras, Kenya, Moldavië, Namibië, Nepal, Rwanda, China, Pakistan en Zimbabwe.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Organisaties die in aanmerking wensen te komen voor subsidieverlening dienen ruime en aantoonbare ervaring te hebben met het organiseren en uitvoeren van vraaggeoriënteerd onderzoek.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze,
De

Directeur-Generaal

Internationale Samenwerking,

R. Keller