Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Mededeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij inzake de Stimulans Duurzame Landbouw[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 01-02-2001 t/m 31-12-2009

Mededeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij inzake de Stimulans Duurzame Landbouw

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 3.31, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Gelet op artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Gelet op artikel 3.52a en artikel 3.52b van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Gelet op artikel 1 en de Milieulijst Willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2001 onder 7. van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen;

Gelet op artikel 1 en de Milieulijst milieu-investeringsaftrek 2001 onder 7. van de Aanwijzingsregeling milieu-investeringsaftrek;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 In deze Mededeling wordt verstaan onder:

    a. Minister van LNV:

    Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

    b. Minister van VROM:

    Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    c. Raad voor Accreditatie:

    Raad voor Accreditatie te Utrecht;

    d. certificatieschema:

    schema dat door de Minister van LNV in overeenstemming met de Minister van VROM is vastgesteld dan wel erkend, en de wettelijke en bovenwettelijke eisen bevat waaraan wordt getoetst of er sprake is van een duurzaam landbouwbedrijf.

    e. geaccrediteerde certificerende instelling:

    certificerende instelling die inzake een certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw ten behoeve van één of meer productiesectoren van de landbouw, door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd onderscheidenlijk die een accreditatieverzoek heeft ingediend bij de Raad voor Accreditatie en waarvan het verzoek in behandeling is.

    f. SDL-certificaat:

    certificaat dat wordt verleend door een geaccrediteerde certificerende instelling na een toetsing van het landbouwbedrijf aan het desbetreffende certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

Een duurzaam landbouwbedrijf is een landbouwbedrijf dat in het bezit is van een door een geaccrediteerde certificerende instelling verleend SDL-certificaat.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

Onder duurzame landbouw wordt verstaan de beoefening van de landbouw door een duurzaam landbouwbedrijf.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

Aan een landbouwbedrijf wordt door een geaccrediteerde certificerende instelling een SDL-certificaat verleend indien het voldoet aan de eisen die zijn vastgesteld in een certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw ten behoeve van één of meer productiesectoren van de landbouw en waarvan de eisen zijn gepubliceerd in de bijlagen bij deze Mededeling.

Deze Mededeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L.J. Brinkhorst

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2010]

FRUITTEELT

I. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Deze bijlage wordt aangehaald als: Bijlage Fruitteelt Stimulans Duurzame Landbouw 2000.

  • 2 In deze bijlage wordt verstaan onder:

    a. certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor fruitteelt:

    certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor Fruitteelt dat door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is vastgesteld;

    b. perceel:

    kadastrale eenheid van aaneengesloten boomgaarden dat in overleg met de geaccrediteerde certificerende instantie is afgebakend;

    c. Sbe:

    Standaard Bedrijfseenheid, hetgeen de maat vormt voor de gestandaardiseerde netto toegevoegde waarde berekend in een basisperiode, overeenkomstig de berekening gebaseerd op de `Land- en Tuinbouwcijfers' van het LEI/CBS (zie tevens bijlage 4 van het certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor fruitteelt);

    d. basiseisen:

    eisen waaraan verplicht voldaan moet worden onderscheidenlijk maatregelen die verplicht genomen moeten worden;

    e. keuzemaatregelen:

    aanvullende eisen onderscheidenlijk maatregelen die de ondernemer kan opvolgen onderscheidenlijk kan treffen teneinde het minimumaantal punten per perceel te bereiken.

    f. windschermen:

    windschermen als gedefinieerd in het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij.

II. Reikwijdte [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De normen die in deze bijlage en het certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor fruitteelt zijn vermeld hebben betrekking op de teelt van appels en peren en gelden voor het gehele productie van een bedrijf uitgedrukt in Sbe. Deelname met een gedeelte van de productie is niet mogelijk.

  • 2 De normen die zijn geformuleerd voor de perceelsinrichting gelden voor het perceel waar het aangemelde ras op staat.

  • 3 Bij gemengde landbouwbedrijven kan het voorkomen dat de verschillende bedrijfsonderdelen elk een SDL-certificaat dienen te verkrijgen op basis van het toepasselijke certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw.

III. Toekenning SDL-certificaat [Vervallen per 01-01-2010]

Een landbouwbedrijf krijgt een SDL-certificaat toegekend indien hij, voor de gehele productie uitgedrukt in Sbe:

  • 1. voldoet aan alle basiseisen;

  • 2. overeenkomstig de hieronder vermelde tabellen tenminste 22 punten per perceel aan keuzemaatregelen heeft behaald;

  • 3. geheel valt onder het certificatieschema, en

  • 4. een goedkeuring van de geaccrediteerde certificerende instelling heeft verkregen.

IV. Basiseisen [Vervallen per 01-01-2010]

De basiseisen zijn:

A. Registratie [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het gedurende het gehele jaar van oogst tot oogst voorhanden hebben van een dagelijks bijgewerkte registratie met betrekking tot:

    • a. de inkoop, de voorraad en het gebruik van bestrijdingsmiddelen ten behoeve van het gehele bedrijf en alle percelen;

    • b. de inkoop, de voorraad en het gebruik van de meststoffen Nitraat, Fosfaat en Kalium voor het gehele bedrijf;

    • c. de hoeveelheid en bestemming van het afval van het bedrijf, opgesplitst naar soort, met inbegrip van de daarmee gepaard gaande kosten.

  • 2 Het bewaren van de registratie, bedoeld onder 1., over een periode van vijf kalenderjaren.

B. Bemesting [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het in het bezit zijn van een bemestingsplan dat voorafgaand aan de teelt is opgesteld en gebaseerd is op grondmonsters en een bemestingsadvies. Het bemestingsadvies moet gebaseerd zijn op de richtlijnen voor bemesting in `Adviesbasis voor de bemesting van fruitteeltgewassen in de vollegrond' (uitgave IKC-akkerbouw en tuinbouw, juni 1994, 2e druk);

  • 2 Het nemen van twee bladmonsters op twee uiteenliggende locaties (indien mogelijk op verschillende percelen) in of omstreeks de maand juni en in of omstreeks de maand augustus. De juni-monster en de augustus-monster moeten op dezelfde locatie onderscheidenlijk hetzelfde perceel worden genomen.

  • 3 Het laten verrichten van een analyse van de bladmonsters, bedoeld onder 2., door een erkend laboratorium (EN 45001 of 45004) ten behoeve van het bemestingsadvies;

  • 4 Het verrichten van de bemesting overeenkomstig het bemestingsplan.

C. Afval [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het scheiden en apart verwerken van organisch en anorganisch afval. Organisch afval, met inbegrip van organisch substraat, kan op het bedrijf zelf worden gecomposteerd.

  • 2 Indien daarvoor in de regio inzamelsystemen beschikbaar zijn: het gescheiden inzamelen en afvoeren van:

    • a. tuinbouwfolies, en

    • b. schermdoeken.

  • 3 Het gescheiden inzamelen en afvoeren van:

    • a. glas;

    • b. asbest;

    • c. papier, en

    • d. chemisch afval.

D. Milieu en gewasbescherming [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Het opstellen voor het groeiseizoen van een gewasbeschermingsplan waarin staat vermeld:

    • a. welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, en

    • b. het aantal toepassingen en de dosering van de gewasbeschermingsmiddelen.

  • 2 Het gebruik van biologische bestrijding:

    • a. bij de appelteelt: voor de fruitspint en de roestmijt;

    • b. bij pereteelt: voor de perebladvlo, waarbij een gericht biologisch middel moet worden gebruikt en waarbij het gebruik van amitraz tegen perebladvlo maximaal 2 maal per jaar is toegestaan.

  • 3 Het gebruik van Carpovirusine of fruitmotferomoonverwarring (RAK3) bij bestrijding van de fruitmot bij appelen en peren.

  • 4 Het verbod op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen onder windschermen, met uitzondering van, in de eerste twee jaar na aanplant, van windschermen die niet aan een watergang grenzen.

  • 5 Het plaatsen van de eerste bomenrij onderscheidenlijk het staan van de eerste bomenrij op tenminste 6 meter afstand van de insteek van de sloot, tenzij een windscherm en een rijpad tussen de eerste bomenrij en de slootkant aanwezig is.

  • 6 In afwijking van het bepaalde onder 5. mag een teeltvrije zone van drie meter worden aangehouden indien gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit of dwarsstroomspuit met reflectiescherm of een spuit met een potisch oog.

  • 7 De naleving van het verbod op het toepassen van chemische grondontsmetting.

  • 8 Het gebruik van een dwarsstroomspuit, axiaalspuit of tunnelspuit, waarbij in geval van aanschaf van nieuwe spuitapparatuur slechts een dwarsstroomspuit of tunnelspuit mag worden aangekocht;

  • 9 Het gebruik van een gekeurde spuitmachine, waarbij de goedkeuring niet meer dan twee jaar geleden mag zijn uitgevoerd.

  • 10 De aanwezigheid en het gebruik van een vul- en spoelplaats onderscheidenlijk het bestaan van een plan voor de aanleg van een vul- en spoelplaats, waarbij de vul- en spoelplaats voor het vullen en schoonmaken van een spuitmachine tenminste bestaat uit:

    • a. een vloeistofdichte vloer;

    • b. een opvangput;

    • c. een dompelpomp met vlotter;

    • d. een bovengrondse opslagtank, en

    • e. een overkapping.

  • 11 De naleving van het verbod op het gebruik van PVC en andere gechloreerde verpakkingsmaterialen bij de verpakking van het fruit.

V. Keuzemaatregelen [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 In de keuzemaatregelen appels en peren kunnen zelf een reeks milieusparende worden gekozen. Achter elke maatregel staat het aantal punten dat u daarmee kunt halen.

  • 2 De punten dienen per perceel te worden berekend. De punten die op `bedrijfsniveau' worden gescoord in het puntensysteem, kunnen steeds bij elk perceel worden meegerekend.

  • 3 De keuzemaatregelen zijn:

    Bijlage 45698.png
    Bijlage 45699.png
    Bijlage 45700.png

VI. Wet- en regelgeving [Vervallen per 01-01-2010]

Het landbouwbedrijf dient te voldoen aan de voor de fruitteelt relevante wet- en regelgeving.

VII. Controles [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De controles op de naleving van de normen en maatregelen die in de Mededeling en in deze bijlage zijn medegedeeld worden verricht door de inzake de certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor fruitteelt of een vergelijkbaar erkend certificatieschema geaccrediteerde certificerende instellingen.

  • 2 Extra controles worden uitgevoerd op het voldoen aan de relevante regelgeving ten aanzien van:

    • a. het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij;

    • b. het bezit van de relevante milieuvergunningen krachtens de Wet Milieubeheer;

    • c. de opslag van bestrijdingsmiddelen;

    • d. de licentie gewasbescherming, en

    • e. de veiligheidstermijnen voor gebruik van bestrijdingsmiddelen voor aanvang van de oogst.

VIII. Sancties [Vervallen per 01-01-2010]

Een geaccrediteerde certificerende instelling kan een SDL-certificaat aan een landbouwbedrijf weigeren onderscheidenlijk ontnemen indien bij controle blijkt dat:

  • 1. het landbouwbedrijf de voor de fruitteelt relevante wet- en regelgeving heeft overtreden;

  • 2. het landbouwbedrijf niet voldoet aan alle basiseisen, of

  • 3. het landbouwbedrijf geen 22 punten aan keuzemaatregelen heeft behaald.

IX. Certificatieschema [Vervallen per 01-01-2010]

Het certificatieschema Stimulans Duurzame Landbouw voor fruitteelt ligt ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ter inzage en kan tegen vergoeding van de vermenigvuldigingskosten worden verkregen bij de Stichting Milieukeur.