Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing, algemene toestemming aan de inspecteur [...] verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb[Regeling vervallen per 07-02-2015 met terugwerkende kracht tot en met 27-01-2015.]

Geldend van 01-01-2001 t/m 26-01-2015

Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing, algemene toestemming aan de inspecteur voor de afdoening van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is een herdruk van het besluit van 4 januari 2000, nr. DB99/1482M. Deze herdruk is noodzakelijk in verband met de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, met ingang van 1 januari 2001.

De wijzigingen zijn de volgende.

  • De beperking van de algemene toestemming tot afsplitsingen van en naar naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen is vervallen.

  • Met ingang van 1 januari 2001 staat artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna Wet Vpb) ook open voor bepaalde buitenlandse (af) splitsingen. De omstandigheid dat geen sprake is van een afsplitsing op voet van artikel 334a, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is dan ook niet langer reden voor weigering van de fiscale begeleiding. Het Besluit is hieraan aangepast.

  • Met ingang van 1 januari 2001 is niet langer vereist dat aan de splitsing in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. In plaats daarvan bestaat geen recht op vrijstelling indien de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstel van belastingheffing. Het Besluit is hieraan aangepast.

  • De overige wijzigingen zijn redactioneel en beogen slechts verduidelijking.

1. Algemeen [Vervallen per 07-02-2015]

1.1. Inleiding [Vervallen per 07-02-2015]

Een afsplitsing kan fiscaal geruisloos plaatsvinden zonder tussenkomst van de inspecteur als voldaan wordt aan de vereisten in het tweede lid van artikel 14a van de Wet Vpb. Deze vereisten zijn hetzelfde stelsel van winstbepaling, geen aanspraak op voorwaartse verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon en latere heffing verzekerd. Indien hieraan niet wordt voldaan, biedt het derde lid van artikel 14a van de Wet Vpb de mogelijkheid de winst behaald als gevolg van het eerste lid desalniettemin buiten aanmerking te laten. Dit besluit ziet op situaties waarin niet aan de vereisten van het tweede lid wordt voldaan, en begeleiding slechts op basis van het derde lid kan plaatsvinden. Voor de volledigheid merk ik op dat een fiscale begeleiding niet mogelijk is indien de afsplitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstel van belastingheffing.

Voor de vraag of een afsplitsing naar buitenlands recht van de faciliteit gebruik kan maken verwijs ik naar hetgeen hierover is opgemerkt in punt 2 van het toelichtende besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/2682M.

De Minister van Financiën kan, onder door hem te stellen voorwaarden, op gezamenlijk verzoek van de splitsende en de verkrijgende rechtsperso(o)n(en), de inspecteur toestaan de winst geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Dit besluit bevat een algemene toestemming aan de inspecteur tot het namens mij afdoen van verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb met betrekking tot afsplitsingen, met uitzondering van de situaties genoemd in paragraaf 1.3.

Dit besluit bevat zowel een instructie tot de afdoening van verzoeken die onder de algemene toestemming vallen alsmede tot de afdoening van verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen.

1.2. Begripsbepalingen [Vervallen per 07-02-2015]

In dit besluit wordt verstaan onder:

de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

het toelichtende besluit: het besluit van heden, nr. CPP2000/2682M

de afsplitsende rechtspersoon: de rechtspersoon, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen, waarvan vermogensbestanddelen in het kader van een afsplitsing worden overgedragen aan één of meer verkrijgende rechtspersonen;

de verkrijgende rechtspersoon: ieder van de rechtspersonen afzonderlijk, die in het kader van een afsplitsing vermogensbestanddelen verkrijgen, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen;

het afsplitsingstijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersoon te komen;

onderneming: de in het kader van de afsplitsing overgedragen dan wel reeds vóór het afsplitsingstijdstip aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de betreffende rechtspersoon.

1.3. Omvang algemene toestemming [Vervallen per 07-02-2015]

Ik verleen de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb met betrekking tot afsplitsingen, met uitzondering van de navolgende situaties:

  • a. op het afsplitsingstijdstip is voor de afsplitsende dan wel de verkrijgende rechtspersoon het Besluit reserve verzekeraars of het Besluit beleggingsinstellingen van toepassing (ingeval van toepassing van het Besluit beleggingsinstellingen: op het afsplitsingstijdstip en/of in het jaar voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip);

  • b. bij de afsplitsing wordt negatieve winst behaald;

  • c. de inspecteur is van mening dat het verzoek

    • 1. slechts kan worden ingewilligd onder het stellen van één of meer andere voorwaarden dan opgenomen in het toelichtende besluit (hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarbij tot het afgesplitste vermogen lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid behoren);

    • 2. moet worden afgewezen om een andere reden dan in dit besluit of in het toelichtende besluit is opgenomen, waarbij niet is voldaan aan de in de wet gestelde eisen of waarbij de heffing en invordering onvoldoende zijn verzekerd.

1.4. Afdoeningstermijn [Vervallen per 07-02-2015]

Beschikkingen dienen in beginsel binnen acht weken na ontvangst van het verzoek te worden afgegeven. Indien een beschikking niet binnen deze termijn kan worden afgegeven, stelt de inspecteur op grond van het bepaalde in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

1.5. Afsplitsing en fiscale eenheid [Vervallen per 07-02-2015]

Voor de samenloop van de afsplitsing en de fiscale eenheid verwijs ik u naar punt 6 van het toelichtende besluit van 19 december 2000, kenmerk CPP2000/2682M.

1.6. Verliezen [Vervallen per 07-02-2015]

De afsplitsende rechtspersoon blijft bij de afsplitsing bestaan en de aanspraak op nog te verrekenen verliezen gaat niet verloren maar blijft achter bij de afsplitsende rechtspersoon. Overdracht van deze verliezen naar de verkrijgende rechtspersoon is niet mogelijk.

Indien de verkrijgende rechtspersoon over aanspraken op nog te verrekenen verliezen beschikt, worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de wijze van verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon. Deze verliesverrekening zal plaatsvinden op basis van winstsplitsing.

Er zijn geen voorwaarden gesteld met betrekking tot de achterwaartse verliesverrekening bij de verkrijgende rechtspersoon. Achterwaartse verliesverrekening kan derhalve zonder winstsplitsing plaatsvinden.

1.7. Indiening/doorzending verzoeken [Vervallen per 07-02-2015]

De afsplitsende en de verkrijgende rechtspersonen moeten hun verzoek om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb vóór de civielrechtelijke afsplitsing schriftelijk indienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon. In het verzoek wordt aangegeven om welke reden artikel 14a, tweede lid, Wet Vpb niet van toepassing is. De inspecteur beoordeelt of hij het verzoek op grond van de in paragraaf 1.3 gegeven toestemming kan afdoen. Is dat niet het geval dan zendt hij het verzoek, met in acht neming van het bepaalde in paragraaf 3, door naar het Ministerie, Centrum voor proces- en produktontwikkeling, Domein Winstbelastingen.

2. Afdoening verzoeken die onder de algemene toestemming vallen [Vervallen per 07-02-2015]

In de gevallen waarin de inspecteur op grond van de algemene toestemming het verzoek zelf kan afdoen, neemt hij zijn beslissing door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij hij het volgende in acht neemt.

  • a. Het verzoek wordt ingewilligd

    Indien het verzoek wordt ingewilligd, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 1, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden, zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit.

  • b. Het verzoek wordt afgewezen

    Indien het verzoek wordt afgewezen, richt de inspecteur de beschikking in conform bijlage 2.

  • c. Het verzoek wordt ingewilligd onder het stellen van een afwijkend afsplitsingstijdstip

    Indien de gevraagde terugwerkende kracht op grond van het gestelde in punt 4 van het toelichtende besluit niet aanvaardbaar is, doch wel aan alle overige vereisten is voldaan, willigt de inspecteur het verzoek in bij een voor bezwaar vatbare beschikking, onder het stellen van een (ander) afsplitsingstijdstip dat blijkens het toelichtende besluit wel aanvaardbaar is. Voordat hij de beschikking afgeeft, stelt hij belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.

3. Verzoeken die niet onder de algemene toestemming vallen [Vervallen per 07-02-2015]

Indien het verzoek niet valt onder de in punt 1.3 van dit besluit aan de inspecteur verleende toestemming tot het afdoen van verzoeken, zendt de inspecteur het verzoek met zijn ambtsbericht ingericht overeenkomstig bijlage 3, binnen drie weken door naar het Ministerie, Centrum voor proces- en productontwikkeling, Domein Winstbelastingen. Daar wordt het verzoek beoordeeld en een beschikking voorbereid. Vervolgens wordt de inspecteur, onder toezending van een concept-beschikking, toegestaan op het verzoek te beslissen. De inspecteur handelt verder overeenkomstig hetgeen hierna is vermeld.

  • a. Het verzoek wordt ingewilligd

    Indien het het verzoek wordt ingewilligd, geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking af conform de toestemming en de daarbij opgenomen voorwaarden. De voorwaarden worden als bijlage met de beschikking meegezonden.

  • b. Het verzoek wordt afgewezen

    Indien het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is, dan wijst de inspecteur het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking af, onder vermelding van de door de Staatssecretaris aangegeven overwegingen.

4. Afhandeling beschikkingen [Vervallen per 07-02-2015]

De bevoegde inspecteur stuurt, zowel voor de afsplitsende rechtspersoon als voor iedere verkrijgende rechtspersoon afzonderlijk, een afschrift van de beschikking aan de indieners van het verzoek. Ook deponeert hij de beschikking in het dossier van de afsplitsende rechtspersoon en een afschrift van de beschikking in het dossier van de verkrijgende rechtspersoon.

Voorts wordt aanbevolen kopieën van het splitsingsvoorstel met de daarbij behorende toelichting en de splitsingsakte in de dossiers van de betreffende rechtspersonen te deponeren.

Tevens legt hij in de desbetreffende dossiers vast wat de boekwaarde en het opgeofferde bedrag is van de deelneming welke door de afsplitsende rechtspersoon wordt overgedragen aan de verkrijgende rechtspersoon.

Indien de deelneming bij de verkrijgende rechtspersoon geen deelneming vormt, dient het eventuele verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer van de desbetreffende aandelen te worden vastgelegd.

5. Bezwaar tegen een beschikking [Vervallen per 07-02-2015]

Indien een belanghebbende een bezwaarschrift indient tegen de beschikking en het bezwaar betreft een geschil over een rechtsvraag waarop in de jurisprudentie of het uitvoeringsbeleid geen helder antwoord te vinden is, verzoek ik de inspecteurs in overleg te treden met het B/CPP, Domein Winstbelastingen (conform het besluit van 21 juli 1995, nr. AFZ94/4519M zoals gewijzigd bij besluit van 26 januari 1998, nr. AFZ97/4609M, BNB 1998/90).

6. Inwerkingtreding van deze regeling [Vervallen per 07-02-2015]

Dit Besluit wijzigt het Besluit van 4 januari 2000, nr. DB 99/1482M. Deze wijziging is van toepassing op afsplitsingen waarbij de akte is verleden op of na 1 januari 2001 en waarbij geen fiscale terugwerking plaatsvindt naar een eerder gelegen tijdstip. Andere afsplitsingen vallen onder de tekst van het Besluit van 4 januari 2000, nr. DB 99/1482M, zoals deze luidde voor de wijziging.

7. Diversen [Vervallen per 07-02-2015]

7.1. Bijlagen [Vervallen per 07-02-2015]

Bij dit besluit zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • 1. inwilliging, waarbij uitsluitend voorwaarden worden gesteld die overeenkomen met de voorwaarden zoals gepubliceerd in het toelichtende besluit;

  • 2. afwijzende beschikking;

  • 3. model ambtsbericht.

De bijlagen en de voorwaarden worden tevens opgenomen in het Modellenboek Ondernemingen.

7.2. Inlichtingen [Vervallen per 07-02-2015]

Voor inlichtingen over fiscale begeleiding van afsplitsingen kunnen belanghebbenden contact opnemen met de bevoegde inspecteur van de Belastingdienst, die zich zonodig verstaat met de betreffende Kennisgroep fusies en fiscale eenheden.

Bijlage 1. Inwilliging; Beschikking met voorwaarden [Vervallen per 07-02-2015]

Belastingdienst/<eenheid>

Beschikking

Datum:

Kenmerk:

De Inspecteur van de Belastingdienst/>, krachtens besluit van de plv. Directeur-Generaal Belastingdienst van 4 januari 2000, nr. DB99/1482M, zoals gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr CPP2000/2683M, toegestaan te beschikken op het verzoek van > namens > (lvn >) te > (hierna te noemen de afsplitsende rechtspersoon), om vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de overgang van haar vermogen onder algemene titel in het kader van een afsplitsing, naar > (lvn >), te > (hierna te noemen de verkrijgende rechtspersoon);

gelet op artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

BESLUIT:

  • het verzoek in te willigen onder het stellen van de voorwaarden, als opgenomen in het Besluit van de plv. Directeur-Generaal Belastingdienst van 4 januari 2000, nr. DB99/1307M, zoals gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr.CPP2000/2682M (als bijlage bij deze beschikking gevoegd);

  • het afsplitsingstijdstip te stellen op <datum>, mits de in artikel 334n, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte binnen twaalf maanden na dit tijdstip wordt verleden, dan wel, ingeval van een afsplitsing naar buitenlands recht, mits de afsplitsing van kracht wordt binnen twaalf maanden na dit tijdstip.

Hoogachtend,

Belastingdienst/<aanduiding eenheid + plaats>

De inspecteur,

Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking.

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bijlage: voorwaarden afsplitsing [Vervallen per 07-02-2015]

Voorwaarden voor de toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Juridische afsplitsing). Besluit van 4-1-2000, nr. DB99/1307M, zoals gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/2682M.

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

de Wet Vpb: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;

de afsplitsende rechtspersoon: de rechtspersoon, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen, waarvan vermogensbestanddelen in het kader van een afsplitsing worden overgedragen aan één of meer verkrijgende rechtspersonen;

de verkrijgende rechtspersoon: ieder van de rechtspersonen afzonderlijk, die in het kader van een afsplitsing vermogensbestanddelen verkrijgen, eventueel op de voet van artikel 15 van de Wet Vpb verenigd met één of meer rechtspersonen;

het afsplitsingstijdstip: het tijdstip van wanneer af de overgedragen vermogensbestanddelen worden geacht rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijgende rechtspersoon te komen;

onderneming: de in het kader van de afsplitsing overgedragen dan wel reeds vóór het afsplitsingstijdstip aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten van de betreffende rechtspersoon.

Onderlinge vorderingen en schulden [Vervallen per 07-02-2015]

1a. Vorderingen van de verkrijgende rechtspersoon op de afsplitsende rechtspersoon dan wel vorderingen van de afsplitsende rechtspersoon op de verkrijgende rechtspersoon, die als gevolg van de afsplitsing door schuldvermenging teniet gaan, worden onmiddellijk voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip gewaardeerd op de bedrijfswaarde, doch niet hoger dan de nominale waarde. Schulden welke staan tegenover de in de vorige volzin bedoelde vorderingen, worden onmiddellijk voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip gewaardeerd op het bedrag waarvoor die vorderingen zijn gewaardeerd.

1b. Indien vorderingen op een verbonden lichaam als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, van de Wet Vpb, die na het afsplitsingstijdstip niet door schuldvermenging teniet gaan, als rechtstreeks gevolg van de afsplitsing in waarde verminderen, blijven deze waardeverminderingen bij het bepalen van de winst buiten aanmerking. Latere waardestijgingen van deze vorderingen worden tot het bedrag van de waardeverminderingen bij het bepalen van de winst buiten aanmerking gelaten.

Verrekening van verliezen, buitenlandse resultaten en bronbelasting [Vervallen per 07-02-2015]

2. Voor de toepassing van artikel 20 van de Wet Vpb op vóór het afsplitsingstijdstip geleden verliezen door de verkrijgende rechtspersoon vindt verrekening plaats onder de navolgende voorwaarden:

Winstsplitsing [Vervallen per 07-02-2015]

2a. De winst van de verkrijgende rechtspersoon wordt telkenjare gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming en een deel dat betrekking heeft op de door de afsplitsende rechtspersoon overgedragen onderneming (hierna: winstsplitsing).

Deze winstsplitsing vindt plaats alsof de afsplitsing niet heeft plaatsgevonden, waarbij slechts winst aan de onderneming van een bij de afsplitsing betrokken rechtspersoon kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.

Horizontale verrekening van verliezen [Vervallen per 07-02-2015]

2b. Indien de winst van de verkrijgende rechtspersoon positief is, wordt het aldus uit bovenstaande winstsplitsing eventueel voortvloeiende negatieve deel, voor zoveel mogelijk, in mindering gebracht op het positieve deel.

Aanspraak op verliezen [Vervallen per 07-02-2015]

2c. Voor zover de nog te verrekenen verliezen van de verkrijgende rechtspersoon reeds vóór het afsplitsingstijdstip bij de afsplitsende rechtspersoon tot uitdrukking zijn gekomen, worden deze verliezen niet verrekend met de winst van de verkrijgende rechtspersoon.

Verticale verrekening van verliezen [Vervallen per 07-02-2015]

2d. De vóór het afsplitsingstijdstip geleden verliezen van de verkrijgende rechtspersoon worden slechts verrekend met het overeenkomstig de onderdelen a en b bepaalde deel van de winst van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt.

Stallingsregeling en bronbelasting [Vervallen per 07-02-2015]

2e. De overbrenging van buitenlandse winsten en verliezen van de afsplitsende rechtspersoon respectievelijk de verkrijgende rechtspersoon uit het jaar voorafgaande aan het afsplitsingstijdstip ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting vindt uitsluitend plaats voor zover van de positieve binnenlandse winst respectievelijke de positieve buitenlandse winst van de verkrijgende rechtspersoon een overeenkomstig de onderdelen a en b bepaald deel betrekking heeft op de onderneming van de desbetreffende rechtspersoon.

Op grond van de vorige volzin niet overgebrachte bedragen worden overgebracht naar volgende jaren. Bij deze overbrenging vindt de vorige volzin dienovereenkomstig toepassing.

De overbrenging van bronbelasting van de afsplitsende rechtspersoon respectievelijk de verkrijgende rechtspersoon uit het jaar voorafgaande aan het splitsingstijdstip ingevolge voorschriften ter voorkoming van dubbele belasting wordt bij de verkrijgende rechtspersoon in aanmerking genomen tot ten hoogste het bedrag dat tot de belasting welke door de verkrijgende rechtspersoon zou zijn verschuldigd zonder deze overbrenging in dezelfde verhouding staat als het bedrag van de dividenden, interest en royalty’s verminderd met de daarop rechtstreeks drukkende kosten, die deel uitmaken van de overeenkomstig de onderdelen a. en b. berekende winst van de onderneming van de rechtspersoon van wie de bronbelasting afkomstig is, staat tot de winst verminderd met de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet Vpb te verrekenen verliezen, voorzover deze bestaan uit negatieve winst van de verkrijgende rechtspersoon.

Op grond van de vorige volzin niet overgebrachte bedragen worden overgebracht naar het volgende jaar. Bij deze overbrenging vindt de vorige volzin dienovereenkomstige toepassing.

Aandelenbezit verdwijnt [Vervallen per 07-02-2015]

3. Indien onmiddellijk voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip de afsplitsende rechtspersoon aandelen bezit in een verkrijgende rechtspersoon en deze rechtspersoon de aandelen verkrijgt, worden deze aandelen op dat tijdstip gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer en wordt het voordeel waarop de deelnemingsvrijstelling geen toepassing vindt tot de winst van de afsplitsende rechtspersoon gerekend.

Aandelenbezit is artikel 13c-deelneming, dan wel artikel 13ca-deelneming [Vervallen per 07-02-2015]

4. Indien onmiddellijk voorafgaand aan het afsplitsingstijdstip de afsplitsende rechtspersoon een deelneming als bedoeld in artikel 13c, eerste lid, van de Wet Vpb, dan wel in artikel 13ca, eerste lid, van de Wet Vpb, heeft in een verkrijgende rechtspersoon en deze rechtspersoon de aandelen verkrijgt, wordt op dat tijdstip geacht zich een omstandigheid voor te doen als aangeduid in artikel 13c, tweede lid, eerste volzin van de Wet Vpb, dan wel moet op dat tijdstip het in artikel 13ca, vierde lid, eerste volzin, van de Wet Vpb genoemde verschil tot de winst worden gerekend.

Latent liquidatieverlies [Vervallen per 07-02-2015]

5. Indien tot de onderneming van de verkrijgende rechtspersoon respectievelijk de naar de verkrijgende rechtspersoon overgedragen onderneming een deelneming behoort waarvan op het tijdstip van het overeenkomstig artikel 334f van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgestelde (af)splitsingsvoorstel de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, dan wel daartoe besloten is, of indien op een dergelijke onderneming het bepaalde in artikel 13e van de Wet Vpb van toepassing is, komt, onverminderd het bepaalde in 13d en 13e van de Wet Vpb, een liquidatieverlies uit hoofde van die deelneming bij de bepaling van de winst van de verkrijgende rechtspersoon slechts in aanmerking tot het bedrag van de (overige) winst dat met inachtneming van de in de tweede voorwaarde omschreven winstsplitsing aan de desbetreffende onderneming is toe te rekenen.

Het resterende bedrag wordt als liquidatieverlies in mindering gebracht op en tot ten hoogste de positief belastbare bedragen van de verkrijgende rechtspersoon van de drie voorafgaande jaren en de volgende jaren, in de volgorde waarin deze zijn ontstaan, voor zover er winst met inachtneming van de winstsplitsing is toe te rekenen aan de desbetreffende onderneming. Hierbij geldt tevens dat voorzover het winst betreft afkomstig van de onderneming van de afsplitsende rechtspersoon, niet verder wordt teruggegaan dan tot het afsplitsingstijdstip.

Voorzover een liquidatieverlies in een voorafgaand jaar op het belastbaar bedrag in mindering wordt gebracht, zal de aanslag over dat jaar worden herzien. Over het bedrag van de herziening wordt geen heffingsrente vergoed.

Deelnemingsvrijstelling na afsplitsing [Vervallen per 07-02-2015]

6. Indien de afsplitsende rechtspersoon aandelen bezit die geen deelneming vormen, welke geheel dan wel gedeeltelijk worden afgesplitst, wordt de waarde waarvoor deze aandelen ten tijde van de splitsing te boek zijn gesteld, voor een evenredig gedeelte toegerekend aan de aandelen die de verkrijgende rechtspersoon direct na de afsplitsing heeft.

Indien de afsplitsende rechtspersoon aandelen bezit die een deelneming vormen, welke geheel dan wel gedeeltelijk worden afgesplitst, treedt de verkrijgende rechtspersoon voor het geheel, en voor de toepassing van artikel 13ca van de Wet Vpb naar evenredigheid verdeeld over de afsplitsende en de verkrijgende rechtspersonen, in de plaats van de afsplitsende rechtspersoon, met uitzondering van het bepaalde in artikel 13, tweede en derde lid, en artikel 13g van de Wet Vpb, mits de aandelen tot het vermogen van haar in Nederland gedreven onderneming gaan behoren.

De overdrager is stichting of vereniging [Vervallen per 07-02-2015]

7. Ten laste van de winst van hetzij de verkrijgende rechtspersoon of haar rechtsopvolger(s) onder algemene of bijzondere titel ter zake van (een deel van) de overgedragen onderneming, hetzij van een vennootschap die tot deze in een verhouding staat als omschreven in artikel 8, vijfde lid, onderdelen b en c van de Wet Vpb komen, zolang de afsplitsende rechtspersoon of haar rechtsopvolger(s) onder algemene of bijzondere titel in het bezit is/zijn van aandelen in de overnemer of haar rechtsopvolger(s), geen betalingen die direct of indirect betrekking hebben op vermogensbestanddelen welke toebehoren aan de afsplitsende rechtspersoon en/of haar rechtsopvolger(s), indien en voor zover de daartegenover staande ontvangsten bij de overdrager dan wel haar rechtsopvolger(s) niet aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen.

Overgedragen vermogensbestanddelen zijn na de overdracht niet meer aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen [Vervallen per 07-02-2015]

8. Voor zover tot de overgedragen onderneming vermogensbestanddelen behoren die na de overdracht niet meer aan de Nederlandse heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen, is de vrijstelling niet van toepassing op de overdrachtswinst die betrekking heeft op die vermogensbestanddelen.

Bijlage 2. Afwijzing [Vervallen per 07-02-2015]

Belastingdienst/<eenheid>

Beschikking

Datum:

Kenmerk:

De Inspecteur van de Belastingdienst/>, krachtens besluit van de plv. Directeur-Generaal Belastingdienst van 4 januari 2000, nr. DB99/1482M, zoals gewijzigd bij besluit van 19 december 2000, nr. CPP2000/2683M, toegestaan te beschikken op het verzoek van > namens > (lvn >) te > (hierna te noemen de afsplitsende rechtspersoon), om vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de overgang van haar vermogen onder algemene titel in het kader van een afsplitsing, naar > (lvn >) te > (hierna te noemen de verkrijgende rechtspersoon);

gelet op artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting;

overwegende dat

  • de afsplitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstel van belastingheffing;

  • overige reden(en) afwijzing verzoek)

besluit het verzoek af te wijzen.

Hoogachtend,

Belastingdienst/<aanduiding eenheid + plaats>

De inspecteur,

Dit is een voor bezwaar vatbare beschikking. Als u het niet eens bent met deze beschikking kunt u binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst. Het postadres staat op deze beschikking.

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen de bezwaartermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bijlage 3. Ambtsbericht [Vervallen per 07-02-2015]

Vraagstelling uit te brengen ambtsbericht, voor zowel de afsplitsende rechtspersoon als de verkrijgende rechtspersoon:

  • 1. Volledige statutaire naam; feitelijke vestigingsplaats.

  • 2. Oprichtingsdatum; LVN en entiteitsnummer.

  • 3. Boekjaar.

  • 4. Geplaatst en gestort aandelenkapitaal.

  • 5. Fiscaal vermogen.

  • 6. Te verrekenen verliezen

  • 7. Over te brengen of te verrekenen buitenlands resultaat en bronbelasting.

  • 8. Valt één of meer van de bij de afsplitsing betrokken lichamen onder een bijzonder fiscaal regime en/of bijzonder (overgangs)tarief?

  • 9. Splitsingsvoorstel als bedoeld in artikel 334f van Boek 2 BW, met de daarbij behorende toelichting, dan wel het vergelijkbare voorstel in het geval van een splitsing naar buitenlands recht.

  • 10. Wat is het gewenste afsplitsingstijdstip.

  • 11. Wanneer wordt de afsplitsingsakte verleden.

  • 12. Gegevens omtrent elementen waarover moet worden afgerekend.

  • 13. Gegevens omtrent lopende verzoeken om toepassing van artikel 14 en/of 15 van de Wet Vpb.

  • 14. Andere bij de beoordeling van het verzoek mogelijk van belang zijnde punten.

Afschrift van deze brief (met bijgevoegd besluit) te zenden aan B/CKC, afdeling Externe Formulieren en Documenten, t.a.v. mw. Y.M. Voshol-Van Dartel, in verband met aanpassing van het Modellenboek Ondernemingen.