Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Zoekresultaten
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart

Geldend op 09-04-2010


  • Besluit van 18 december 2000, houdende regels ter uitvoering van het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293) (Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart)
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 13 oktober 1999, nr. CDJZ/WVW 1999-1325, gedaan mede namens Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Justitie;

    Gelet op het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293), alsmede de artikelen 1, derde lid, 2f, 28c, 28e, 28i en 28k van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de artikelen 8.44, 10.4 en 10.35a, tweede lid, van de Wet milieubeheer, artikel 929a, eerste en tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 4:77 en 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht;

    De Raad van State gehoord (advies van 31 januari 2000, nr. W09.990513/V);

    Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 11 december 2000, nr. CDJZ/WVW 2000-1290, Centrale Directie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Justitie;

    Hebben goedgevonden en verstaan:

  • Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

  • § 1.1. Begripsbepalingen

  • Artikel 1
    • 1. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

      • a. scheepsafvalstoffen: de in de onderdelen b tot en met d nader bepaalde afvalstoffen;

      • b. olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen: afgewerkte olie, bilgewater en overige olie- of vethoudende afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan;

      • c. afval van de lading: ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat;

      • d. overige scheepsafvalstoffen: afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en gevaarlijke afvalstoffen, voorzover die afvalstoffen bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan en niet vallen onder olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen of afval van de lading;

      • e. afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere produkten waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

      • f. afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

      • g. schip: een vaartuig dat feitelijk wordt gebruikt dan wel geschikt is om te worden gebruikt als middel voor verplaatsing te water, alsmede een drijvend werktuig;

      • h. schipper: de gezagvoerder van een schip of degene, die deze vervangt;

      • i. zeeschip: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd;

      • j. exploitant van een schip: de eigenaar, de rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;

      • k. gemotoriseerd schip: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerliermotoren, verbrandingsmotoren zijn;

      • l. ontvangstvoorziening: een inrichting of schip voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen;

      • m. bevoegde autoriteit: de autoriteit of autoriteiten die ten aanzien van een vaarweg voor de toepassing van artikel 1.15, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, artikel 1.15, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, artikel 1.15 van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas of artikel 43 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, is of zijn aangewezen bij of krachtens het desbetreffende reglement dan wel, binnen het toepassingsgebied van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 of het Scheepvaartreglement Eemsmonding: de Rijkshavenmeester Westerschelde, onderscheidenlijk de bevoegde autoriteit, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding;

      • n. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (Trb. 1996, 293):

      • o. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag;

      • p. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag;

      • q. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag;

      • r. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

      • s. bijlage 1, 2 of 3: de bij dit besluit behorende bijlage 1, 2, onderscheidenlijk 3.

    • 2. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

      • a. bilgewater: oliehoudend afvalwater uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand;

      • b. olie-afgifteboekje: een olie-afgifteboekje, afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, dan wel een buiten Nederland afgegeven olie-afgifteboekje als bedoeld in artikel 2.03 van de Uitvoeringsregeling;

      • c. tegoed: geldelijk tegoed van de eigenaar van het schip op de rekening van een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag;

      • d. ED-kaart: elektronische informatiedrager op naam van de eigenaar van het schip, waarmee wordt beschikt over het tegoed teneinde de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal te betalen;

      • e. betaalterminal: apparaat waarmee in combinatie met de ED-kaart de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal wordt betaald;

      • f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 2.5.1 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.03 van de Uitvoeringsregeling.

    • 3. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

      • a. overslaginrichting: een inrichting ten behoeve van het laden of lossen van schepen;

      • b. afzender, ontvanger, onderscheidenlijk vervoerder: de afzender, de ontvanger, onderscheidenlijk de vervoerder, bedoeld in artikel 929a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

      • c. vloeibare lading: vloeibare in bulk vervoerde lading;

      • d. droge lading: andere lading dan bedoeld in onderdeel c;

      • e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd;

      • f. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt;

      • g. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen;

      • h. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven;

      • i. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal;

      • j. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip;

      • k. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden;

      • l. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers;

      • m. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden;

      • n. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden;

      • o. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water;

      • p. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is;

      • q. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip;

      • r. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling.

    • 4. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

      • a. huisvuil: met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare organische en anorganische afvalstoffen, afkomstig uit het huishouden en van restaurants aan boord van een schip, met uitzondering van huishoudelijk afvalwater en zuiveringsslib;

      • b. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens;

      • c. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater;

      • d. zuiveringsslib: afvalstoffen die bij gebruik van een zuiveringsinstallatie aan boord van een schip ontstaan;

      • e. slops: verpompbare of niet verpompbaar mengsel van afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan, bestaande uit roest, slib of afvalwater dat ladingrestanten bevat;

      • f. klein gevaarlijk afval: gevaarlijke afvalstoffen die bij het in bedrijf zijn of het onderhoud van een schip aan boord ontstaan, met uitzondering van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen, en de in de onderdelen a tot en met c genoemde afvalstoffen;

      • g. hotelschip: een passagiersschip met hutten voor de overnachting van passagiers;

      • h. ISO-norm: een door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgegeven norm.

    • 5. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • § 1.2. Reikwijdtebepalingen

  • Artikel 2

    Dit besluit is van toepassing met betrekking tot schepen die zich bevinden op de voor het openbare scheepvaartverkeer openstaande binnenwateren, daaronder begrepen de daarin aanwezige waterstaatswerken.

  • Artikel 3

    In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing met betrekking tot:

    • a. zeeschepen die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, met uitzondering van paragraaf 2.6, en

    • b. pleziervaartuigen als bedoeld in de Wet pleziervaartuigen, alsmede vaartuigen die uit hoofde van hun feitelijke bestemming plaatsgebonden zijn.

  • § 1.3. Algemene verboden en verplichtingen

  • Artikel 4

    Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald.

  • Artikel 5

    Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing ten aanzien van het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van overslagresten, restlading, ladingrestanten dan wel afvalwater dat ladingrestanten bevat vanaf schepen die bestemd zijn voor andere diensten dan goederenvervoer.

  • Artikel 6
    • 1. Indien vanaf een schip scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading in een oppervlaktewaterlichaam geraken of dreigen te geraken, waarschuwt de schipper onverwijld de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 4, laatste zinsnede, of artikel 5.

    • 2. Bij de toepassing van het eerste lid geeft de schipper de plaats van het voorval alsmede de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen of de lading zo nauwkeurig mogelijk aan.

  • Artikel 7

    Het is verboden scheepsafvalstoffen aan boord van een schip te verbranden.

  • Artikel 8

    De exploitant van een schip dat niet onder het gezag van een schipper staat, neemt met betrekking tot dat schip de tot de schipper gerichte voorschriften van dit besluit in acht.

  • Hoofdstuk 2. Olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen

  • § 2.1. Reikwijdtebepalingen

  • Artikel 9

    Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot gemotoriseerde schepen, indien in een of meer van de motoren gasolie wordt verbruikt.

  • Artikel 10

    Dit hoofdstuk, met uitzondering van paragraaf 2.6, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen, ook voor zover die zich bevinden op andere wateren dan bedoeld in artikel 3, onder a.

  • § 2.2. Verzameling en behandeling aan boord

  • Artikel 11

    De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan boord in de bilge van de machinekamer, onderscheidenlijk gescheiden in de daarvoor bestemde verzamelreservoirs, worden verzameld en bewaard.

  • Artikel 12
    • 1. De in artikel 11 bedoelde verzamelreservoirs worden aan boord zo aangebracht dat lekkage gemakkelijk en tijdig opgemerkt en gestopt kan worden.

    • 2. Voor de opslag van afgewerkte olie worden geen los aan dek staande verzamelreservoirs gebruikt.

  • Artikel 13
    • 1. Het is verboden reinigingsmiddelen die olie of vet oplossen dan wel emulgerend zijn in de bilge van de machinekamer dan wel in het bilgewater te doen geraken.

    • 2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die de verwerking van het bilgewater niet bemoeilijken.

    • 3. Bij regeling van Onze Ministers kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen.

  • § 2.3. Afgifte

  • Artikel 14
    • 1. De schipper draagt er zorg voor dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is.

    • 2. Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

    • 3. Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

    • 4. Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje wordt het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaard.

  • Artikel 15
    • 1. De schipper biedt olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen tijdig aan bij een ontvangstvoorziening.

    • 2. De schipper legt bij een afgifte als bedoeld in het eerste lid het olie-afgifteboekje voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon.

  • Artikel 16

    Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 15 aangeboden olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen worden ingenomen in die inrichting.

  • Artikel 17

    Het in ontvangst nemen van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de eerste niet ingevulde bladzijde van het door de schipper ingevolge artikel 15 overgelegde olie-afgifteboekje.

  • Artikel 18

    Nadat gevolg is gegeven aan artikel 17, ondertekent de schipper de desbetreffende bladzijde van het olie-afgifteboekje.

  • § 2.4. Betaling van de afvalbeheersbijdrage

  • Artikel 19 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Met het oog op de toepassing van artikel 20, eerste lid, is de eigenaar van een schip verplicht:

      • a. een rekening bij een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag te openen, en

      • b. zorg te dragen dat de schipper de beschikking heeft over de ED-kaart.

    • 2. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan nadere regels met betrekking tot de vormgeving en andere kenmerken van de ED-kaart stellen.

  • Artikel 20 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Ter gelegenheid van het betrekken van gasolie ten behoeve van een schip wordt de door de eigenaar van een schip verschuldigde afvalbeheersbijdrage over het betrokken aantal liters gasolie betaald met behulp van de ED-kaart op een bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen wijze.

    • 2. De ED-kaart wordt gebruikt in het geval dat:

      • a. het tegoed voldoende is om de verschuldigde afvalbeheersbijdrage te betalen,

      • b. het tegoed niet negatief maar ontoereikend is om de verschuldigde verwijderingsbijdrage te betalen, of

      • c. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt toestaat dat de ED-kaart wordt gebruikt bij een negatief saldo.

    • 3. Indien het tweede lid, onderdeel b of c van toepassing is, heft de eigenaar van het schip het tekort op de rekening binnen een periode van twee weken na de dag van de bunkering op.

    • 4. De leverancier draagt er zorg voor dat in tweevoud een betalingsbewijs wordt opgemaakt waarop het nummer waaronder het tegoed is geregistreerd, het betrokken aantal liters gasolie, het bedrag van de betaalde afvalbeheersbijdrage, de datum en het tijdstip van de bunkering worden vermeld.

  • Artikel 21 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. De leverancier biedt aan de eigenaar van het schip namens het nationaal instituut de mogelijkheid de verschuldigde afvalbeheersbijdrage te betalen overeenkomstig de in het tweede en derde lid bepaalde procedure in het geval dat:

      • a. de schipper niet over de ED-kaart beschikt;

      • b. het tegoed negatief is en het nationaal instituut die de ED-kaart heeft verstrekt gebruik bij negatief saldo niet toestaat, of

      • c. het gebruik van de ED-kaart als gevolg van een storing niet mogelijk is.

    • 2. De schipper vult in drievoud in namens de eigenaar van het schip:

      • a. een schuldbekentenis tot betaling van de verschuldigde afvalbeheersbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel a, of

      • b. een machtiging tot incasso van de verschuldigde afvalbeheersbijdrage in het geval van het eerste lid, onderdeel b of c.

    • 3. Na vermelding van het verstrekte aantal liters gasolie door de leverancier in de schuldbekentenis respectievelijk de machtiging, ondertekent de schipper namens de eigenaar van het schip dit document.

    • 4. De eigenaar van het schip stort binnen een periode van twee weken na de dag van bunkering een bedrag op de rekening bij het nationaal instituut teneinde de schuld respectievelijk het eventuele tekort op te heffen.

    • 5. De leverancier zendt de ondertekende schuldbekentenis of machtiging onverwijld aan het nationaal instituut.

  • § 2.5. Bunkerverklaring

  • Artikel 22 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Ter gelegenheid van een levering van gasolie ten behoeve van een schip wordt door de leverancier een schriftelijke bunkerverklaring opgemaakt. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

      • a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip;

      • b. de naam en het adres van de leverancier;

      • c. het geleverde aantal liters, onder vermelding dat het gasolie betreft;

      • d. de naam en het nummer van teboekstelling en het land van registratie van het schip;

      • e. de naam van de schipper;

      • f. de hoogte van de afvalbeheersbijdrage; en

      • g. de plaats en datum van handeling.

    • 3. De verklaring wordt door de leverancier ondertekend en ter mede-ondertekening voorgelegd aan de schipper.

    • 4. Indien een leverancier ter gelegenheid van een levering als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de eigenaar van het schip een verklaring als bedoeld in artikel 19, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit accijns opmaakt, neemt hij de bunkerverklaring op in het formulier van die verklaring. In een zodanig geval kan de leverancier de bunkerverklaring, in afwijking van het tweede lid, ondertekenen nadat de schipper ingevolge artikel 23 de verklaring heeft ondertekend.

  • Artikel 23 [Treedt in werking per 01-01-2011]

    De schipper ondertekent een overeenkomstig artikel 22 opgestelde en aan hem voorgelegde bunkerverklaring en stelt deze ter hand aan de leverancier.

  • Artikel 24 [Treedt in werking per 01-01-2011]

    De leverancier stelt aan de schipper een afschrift van de bunkerverklaring ter hand.

  • Artikel 25 [Treedt in werking per 01-01-2011]

    De leverancier bewaart een overeenkomstig artikel 22 opgemaakte en ondertekende bunkerverklaring in zijn bedrijfsadministratie.

  • Artikel 26 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 2. De schipper bewaart het afschrift, alsmede een door hem ontvangen afschrift van een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring inzake het betrekken van gasolie ten behoeve van het schip, gedurende ten minste zes maanden aan boord.

  • § 2.6. Rapportage door de leverancier

  • Artikel 27 [Treedt in werking per 01-01-2011]

    Een leverancier verstrekt, uiterlijk op de laatste dag van elke kalendermaand op de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven wijze aan de daarbij aangewezen dienst schriftelijk de volgende gegevens betreffende elke levering van gasolie ten behoeve van een schip, die heeft plaatsgevonden in de voorafgaande kalendermaand:

    • a. de naam van de eigenaar van het schip;

    • b. het geleverde aantal liters gasolie;

    • c. de naam en het nummer van teboekstelling van het schip;

    • d. de wijze van betaling van de afvalbeheersbijdrage; en

    • e. het bedrag van de betaalde afvalbeheersbijdrage.

  • Artikel 28 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan leveranciers, behorende tot een bij de regeling aan te wijzen categorie, vrijstelling worden verleend van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen, voor zover het belang van een goede uitvoering van het verdrag zich daartegen niet verzet.

    • 2. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan een leverancier op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen.

    • 3. Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van het verdrag.

  • Artikel 28a [Treedt in werking per 01-01-2011]

    De leverancier stelt het nationaal instituut onverwijld op de hoogte zodra als gevolg van een storing gebruik van de ED-kaart niet mogelijk is.

  • § 2.7. Uitvoering van besluiten van de conferentie

  • Artikel 29

    Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag.

  • Hoofdstuk 3. Afval van de lading

  • § 3.1. Algemene bepalingen

  • Artikel 30

    Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot het laden of lossen van een schip in het kader van goederenvervoer.

  • Artikel 31

    In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of het lossen van een schip, indien het lading betreft waarvan het vervoer aan boord van het schip geheel of gedeeltelijk over zee zalplaatsvinden, onderscheidenlijk heeft plaatsgevonden, tenzij het varen van dit schip over zee kennelijk ondergeschikt is aan het varen over binnenwateren.

  • Artikel 32
    • 1. Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in bijlage 2 in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt.

    • 3. Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginrichting.

  • Artikel 33

    Degene die een overslaginrichting drijft neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip in die inrichting het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45 tot en met 51, 53, 57, 60 en 61 in acht.

  • Artikel 34
    • 1. Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een kolom van de tabel heeft betrekking op de desbetreffende kolom van de tabel van bijlage 2.

    • 2. Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een in een kolom van de tabel aangegeven losstandaard of bijzondere behandeling heeft mede betrekking op een desbetreffende voetnoot in kolom 6 dan wel onderaan in de tabel.

  • Artikel 35

    Indien in een voetnoot die betrekking heeft op de aanduiding van een bijzondere behandeling in kolom 5 van de tabel een beperking wordt aangegeven tot gevallen waarin de desbetreffende goederensoort verontreinigd is, wordt er voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bepaalde van uitgegaan dat de bedoelde verontreiniging aanwezig is, tenzij uit een vervoersdocument uitdrukkelijk het tegendeel blijkt.

  • § 3.2. Beschikbaarstelling van een schip

  • Artikel 36

    Een schip wordt door de exploitant voor vervoer van lading ter beschikking gesteld met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde ladingtanks en vrij van overslagresten.

  • Artikel 37

    Een schip wordt door de exploitant slechts voor vervoer van vloeibare lading ter beschikking gesteld indien het is uitgerust met een nalenssysteem dat voldoet aan het bepaalde in artikel 38.

  • Artikel 38
    • 1. Het nalenssysteem is vast op het schip geïnstalleerd.

    • 2. De walaansluiting van de laad- en losleiding, waarmee geladen of gelost wordt, is voorzien van een inrichting voor de afgifte van restlading overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 1.

    • 3. Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig artikel 39, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd.

    • 4. Bij de beproeving van het nalenssysteem is geen hogere resthoeveelheid vastgesteld dan:

      • a. bij dubbelwandige schepen:

        • 1°. 5 liter gemiddeld per ladingtank of

        • 2°. 15 liter per leidingsysteem dan wel

      • b. bij enkelwandige schepen:

        • 1°. 20 liter gemiddeld per ladingtank of

        • 2°. 15 liter per leidingsysteem.

    • 5. Inzake de beproeving van het nalenssysteem is door het onderzoeksbureau een verklaring overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vastgesteld. Deze verklaring wordt aan boord van het schip meegevoerd.

  • Artikel 39
    • 1. Voor de aanvang van de beproeving van het nalenssysteem zijn de ladingtanks en het bijbehorende leidingsysteem schoon. De ladingtanks kunnen zonder risico betreden worden.

    • 2. Tijdens de beproeving liggen slagzij en trim van het schip niet boven de normale operationele waarden.

    • 3. Tijdens de beproeving wordt een tegendruk bewerkstelligd van ten minste 3 bar ter plaatse van de inrichting voor de afgifte aan de losleiding.

    • 4. De beproeving houdt in:

      • a. het met water vullen van de ladingtank totdat de zuigmond in de ladingtank onder water staat;

      • b. het leegpompen en het met behulp van het nalenssysteem ledigen van de ladingtanks en de bijbehorende pijpleidingen;

      • c. het op de volgende plaatsen verzamelen van waterrestanten:

        • 1°. in de nabijheid van de zuigmond;

        • 2°. op de bodem van de ladingtank waarop water is achtergebleven;

        • 3°. op het laagste punt van de lospomp en

        • 4°. op alle laagste punten van de bijbehorende pijpleidingen tot aan de inrichting voor de afgifte.

    • 5. De hoeveelheid van het overeenkomstig punt 4, onder c, verzamelde water wordt nauwkeurig vastgesteld en in de verklaring van de beproeving van het nalenssysteem overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vermeld.

    • 6. Het onderzoeksbureau legt alle voor de beproeving vereiste operationele handelingen in de verklaring van de beproeving vast. Deze verklaring bevat ten minste de volgende gegevens:

      • a. de trim van het schip tijdens de beproeving;

      • b. de slagzij van het schip tijdens de beproeving;

      • c. de volgorde waarin de ladingtanks gelost werden;

      • d. de tegendruk aan de inrichting voor de afgifte;

      • e. de resthoeveelheid per ladingtank;

      • f. de resthoeveelheid per pijpleidingsysteem;

      • g. de duur van het nalenzen en

      • h. een ingevuld ladingtankplan.

  • § 3.3. Vermelding goederennummer

  • Artikel 40

    Bij het laden worden in de vervoersdocumenten de naam en het viercijferige goederennummer van de goederensoort vermeld die in bijlage 2 voor de desbetreffende goederensoort zijn aangegeven.

  • § 3.4. Verwijderen van overslagresten en nalossen

  • Artikel 41
    • 1. Bij het laden wordt het schip vrij van overslagresten gehouden. Zijn er toch overslagresten ontstaan, dan worden deze na het laden van het schip verwijderd en zo veel mogelijk toegevoegd aan de lading.

    • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het lossen.

  • Artikel 42
    • 1. Aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit een laadruim van een schip wordt de in het laadruim achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard bezemschoon wordt bereikt, en wordt het verpakkings- en stuwmateriaal verwijderd.

    • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de restlading in verdergaande mate verwijderd, zodanig dat de losstandaard vacuümschoon wordt bereikt, indien het laadruim aansluitend zal worden gewassen en in de ingevolge de artikelen 45 tot en met 51 voor het waswater toe te passen kolom van de tabel de losstandaard vacuümschoon is aangegeven.

    • 3. De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading.

  • Artikel 43
    • 1. Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard nagelensde ladingtank wordt bereikt.

    • 2. Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip.

    • 3. Bij de toepassing van het eerste en tweede lid is de tegendruk van de walkant in de in het eerste lid bedoelde leiding niet hoger dan 3 bar.

    • 4. De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading.

  • Artikel 44

    De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 41 tot en met 43.

  • § 3.5. Wasverplichting en voorschriften ten aanzien van afvalwater

  • Artikel 45

    Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost, behorende tot een een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt

    • 1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en

    • 2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en wordt de aangegeven bijzondere behandeling toegepast,

    tenzij de voor die bijzondere behandeling nodige voorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost.

  • Artikel 46

    Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip

    • a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en

    • b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven,wordt

      • 1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en

      • 2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en op de bedrijfsriolering geloosd,

      tenzij de hiervoor nodige rioleringsvoorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost.

  • Artikel 47
    • 1. Voor het wassen, bedoeld in artikel 45 of 46, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, onderdeel 2°, onderscheidenlijk 46, onderdeel 2°, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt.

    • 2. De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip.

  • Artikel 48

    Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip

    • a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost;

    • b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel geen losstandaard is aangegeven dan wel in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, doch voorzieningen voor bedrijfsriolering niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en

    • c. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven,

    wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het lossen of het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, aldaar achtergelaten.

  • Artikel 49
    • 1. Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost en zich na het lossen of wassen afvalwater dat ladingrestanten bevat in dat laadruim of die ladingtank bevindt, doch de artikelen 45 tot en met 48 niet van toepassing zijn, wordt het afvalwater daar achtergelaten en de schipper in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening toegewezen voor het afgeven van dat afvalwater.

    • 2. De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip.

  • Artikel 50

    De artikelen 45 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing indien uit een laadruim stukgoederen dan wel verpakte ladinggoederen of op pallets vervoerde goederen worden gelost en als gevolg van beschadigingen of lekkages lading, behorende tot een goederensoort als bedoeld in die artikelen is vrijgekomen.

  • Artikel 51
    • 1. Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat en voor een van die goederensoorten in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 45, 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort.

    • 2. Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat, doch het eerste lid niet van toepassing is, maar wel voor een van die goederensoorten in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort.

  • Artikel 52

    De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 tot en met 51.

  • § 3.6. Losverklaring; verlaten van de laad- of losplaats

  • Artikel 53
    • 1. In dit artikel en in de artikelen 54, 56, 57, 60, 66 en 68 wordt onder de losverklaring mede begrepen de aanvullende verklaring, bedoeld in het tweede lid.

    • 3. Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4 en 3.5 worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend.

    • 4. De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip.

    • 5. Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening drijft, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld.

  • Artikel 54
    • 1. De schipper vult de toepasselijke rubrieken van de hem overeenkomstig artikel 53, vierde lid, voorgelegde losverklaring in drievoud in en ondertekent deze.

    • 2. De schipper bezorgt na de ondertekening een exemplaar van de losverklaring terug aan degene die de losverklaring heeft opgesteld.

  • Artikel 55
    • 1. De schipper verlaat met het schip de laadplaats na het laden niet eerder dan nadat hij zich er van vergewist heeft, dat de overslagresten zijn verwijderd.

    • 2. De schipper verlaat met het schip de losplaats na het lossen niet eerder dan nadat:

      • a. hij zich er van vergewist heeft, dat

        • 1°. de overslagresten zijn verwijderd;

        • 2°. alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd;

        • 3°. voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen en

        • 4°. indien artikel 45, 46 of 49 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en

      • b. hij voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 54.

  • Artikel 56

    De schipper draagt er zorg voor dat de overeenkomstig artikel 53 ontvangen verklaringen het transport begeleiden.

  • Artikel 57

    Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard.

  • § 3.7. Eenheidstransporten

  • Artikel 58
    • 1. Indien een schip wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de schipper er zorg voor dat aan boord een verklaring aanwezig is van de opdrachtgever van de eenheidstransporten. De verklaring is gedagtekend en vermeldt ten minste

      • 1°. de naam van de opdrachtgever;

      • 2°. de naam en het registratienummer van het schip;

      • 3°. de in bijlage 2 gegeven omschrijving van de goederensoorten waartoe de te vervoeren lading behoort en de nummers daarvan;

      • 4°. of tussentijds nalossen dan wel nalenzen noodzakelijk is en

      • 5°. de datum van aanvang van de eenheidstransporten.

    • 2. Indien een schip dat niet onder het gezag van een schipper staat wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de exploitant van het schip er zorg voor dat een verklaring als bedoeld in het eerste lid aanwezig is in zijn administratie.

  • Artikel 59

    Indien een lading wordt gelost van een schip dat blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 58 wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing:

  • Artikel 60

    Een afschrift of exemplaar van de in artikel 58 bedoelde verklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard als bijlage bij het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring.

  • Artikel 61

    Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 tot en met 51 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen.

  • § 3.8. Lozing van afvalwater

  • Artikel 62
    • 1. In afwijking van het verbod van artikel 4 kan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht indien:

      • a. zodanig afvalwater ingevolge artikel 48 op of in het schip is achtergelaten;

      • b. de restlading overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is verwijderd uit het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem en

      • c. een en ander blijkt uit een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6.

    • 2. In afwijking van het verbod van artikel 4 kan voorts in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht:

      • a. regenwater, buiswater of ballastwater dat, blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank;

      • b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of

      • c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor uitsluitend in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4.

  • Artikel 63

    In afwijking van artikel 6 behoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet te worden gewaarschuwd indien afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 of 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam geraakt of dreigt te geraken.

  • § 3.9. Transport, afgifte en ontvangst van afvalwater

  • Artikel 64

    Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47, 49 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan.

  • Artikel 65

    De schipper draagt er zorg voor dat afvalwater dat ladingrestanten van een goederensoort bevat aan boord zo veel mogelijk gescheiden wordt gehouden van afvalwater dat ladingrestanten bevat van een andere goederensoort.

  • Artikel 66

    Bij het afgeven van afvalwater dat ladingrestanten bevat aan een ontvangstvoorziening legt de schipper in tweevoud de door hem ondertekende losverklaring voor aan degene die de ontvangstvoorziening drijft of een door deze aangewezen persoon.

  • Artikel 67

    Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat afvalwater dat ingevolge artikel 64 wordt aangeboden, wordt ingenomen in die inrichting.

  • Artikel 68
    • 1. Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolge artikel 66 voorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper.

    • 2. De houder van de inrichting als bedoeld in artikel 67 bewaart een van de in het eerste lid bedoelde losverklaring in zijn administratie.

    • 3. De schipper bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord.

    • 4. De exploitant van het schip bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring in zijn bedrijfsadministratie.

  • § 3.10. Privaatrechtelijke bepalingen

  • Artikel 69

    De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschikking met bezemschone laadruimen dan wel nagelensde ladingtanks en vrij van overslagresten.

  • Artikel 70
    • 1. De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het laden van een schip de in de artikelen 41, eerste lid, en 61 bedoelde maatregelen te treffen.

    • 2. De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip

      • a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 43 bedoelde maatregelen te treffen;

      • b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en

      • c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen.

  • Artikel 71

    De ontvanger is jegens de afzender en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van droge lading van of uit een schip:

    • a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 42 bedoelde maatregelen te treffen;

    • b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en

    • c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in de artikelen 45, onder 2°, 46, onder 2°, en 48 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en

    • d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater en het onder c bedoelde regenwater of buiswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a, b en c bedoelde maatregelen;

    • e. de in artikel 53 bedoelde maatregel te treffen.

  • Artikel 72

    Indien de afzender dan wel de ontvanger gebruik maakt van een overslaginstallatie, treedt de exploitant van die installatie voor de toepassing van artikel 70, eerste lid, en tweede lid, onder a en b, onderscheidenlijk artikel 71, onder a, b, c en e, in de plaats van de afzender, onderscheidenlijk de ontvanger, met dien verstande dat hij slechts verplicht is de kosten van de in die bepalingen bedoelde maatregelen te dragen voorzover het betreft de kosten van de toepassing van artikel 41.

  • Hoofdstuk 4. Overige scheepsafvalstoffen

  • § 4.1. Verzameling aan boord, afgifte en ontvangst

  • Artikel 73
    • 1. De schipper draagt er zorg voor dat huisvuil, slops, zuiveringsslib en klein gevaarlijk afval aan boord naar categorie gescheiden worden gehouden en gescheiden worden aangeboden bij een ontvangstvoorziening.

    • 2. Huisvuil wordt, indien mogelijk, gescheiden naar de categorieën papier, glas, overige te hergebruiken stoffen en overig huisvuil afgegeven.

  • Artikel 74

    In afwijking van het bepaalde in artikel 73 rust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip.

  • Artikel 75

    Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 73 of 74 aangeboden afvalstoffen worden ingenomen in die inrichting en aldaar gescheiden worden gehouden.

  • § 4.2. Uitzonderingen lozingsverbod en waarschuwingsplicht

  • Artikel 76
    • 1. In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.

    • 2. Een zuiveringsinstallatie als bedoeld in het eerste lid:

      • a. behoort tot een type waarvoor bij de typekeuring ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 1 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, is vastgesteld dat de voor die parameter in die tabel vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden;

      • b. functioneert zodanig dat bij een steekproef ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 2 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, wordt vastgesteld dat de in die tabel voor die parameter vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden;

      • c. werkt niet volgens een mechanisch-chemische methode waarbij gebruik wordt gemaakt van chloorhoudende middelen en

      • d. omvat toereikende voorzieningen voor de opslag en het koelen van het zuiveringsslib.

  • Artikel 77

    In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht vanaf andere dan de in artikel 76, eerste lid, bedoelde schepen.

  • Hoofdstuk 5. Het nationaal instituut

  • § 5.1. Organisatorische taak

  • Artikel 78

    Het nationaal instituut organiseert een doelmatig en doeltreffend beheer van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit.

  • Artikel 79

    Het nationaal instituut geeft op zodanige wijze uitvoering aan het bepaalde in artikel 78 dat:

    • a. een voldoende dicht net van ontvangstvoorzieningen, met voldoende capaciteit voor de inzameling van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen op de voet van onderdeel b, beschikbaar is langs de Nederlandse vaarwegen, alsmede voorzieningen met voldoende capaciteit voor het beheer van op die voet ingezamelde afvalstoffen beschikbaar zijn;

    • b. indien olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen overeenkomstig artikel 15 worden aangeboden bij een ontvangstvoorziening als bedoeld onder a, die afvalstoffen aldaar in ontvangst worden genomen zonder dat daarbij kosten of vergoedingen in rekening worden gebracht aan de eigenaar of de exploitant van het schip, dan wel de schipper.

  • Artikel 80
    • 1. Het nationaal instituut houdt een overzicht bij van adressen en verdere bereikbaarheidsgegevens van de in artikel 79 bedoelde ontvangstvoorzieningen.

    • 2. Het nationaal instituut verstrekt ter gelegenheid van de verstrekking van een olie-afgifteboekje als bedoeld in artikel 14 een exemplaar van het overzicht aan de betrokkene.

    • 3. Het nationaal instituut geeft aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart kennis van wijzigingen van het overzicht in daartoe geschikte dag- of nieuwsbladen.

    • 4. Het nationaal instituut zendt een exemplaar van het overzicht en elke wijziging daarvan toe aan het internationaal orgaan.

    • 5. Het nationaal instituut geeft op andere daartoe geschikte wijzen voorlichting over het beheer van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart.

  • § 5.2. Financiële taak

  • Artikel 81 [Treedt in werking per 01-01-2011]

    Het nationaal instituut draagt zorg voor de financiering van het in artikel 78 bedoelde beheer uit de opbrengst van de afvalbeheersbijdrage en de verevening.

  • Artikel 82 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Ter uitvoering van artikel 81 draagt het nationaal instituut zorg voor:

      • a. het invoeren en het in stand houden van het door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nader te omschrijven digitale systeem voor het betalen van de afvalbeheersbijdrage;

      • b. het Nederlandse aandeel in de verevening;

      • c. het na het openen van een rekening aan de eigenaar van een gemotoriseerd schip, kosteloos namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekken van maximaal twee ED-kaarten per schip;

      • d. het op verzoek van de leverancier kosteloos verstrekken van een betaalterminal per bunkerfaciliteit; en

      • e. de uitvoering van een ministeriële regeling ingevolge artikel 29, voor zover het in die regeling is bepaald, alsmede voorlichting over die regeling aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart.

    • 2. Het nationaal instituut draagt zorg voor de geheimhouding van de gegevens, die het met betrekking tot de ED-kaart onder zich heeft.

    • 3. Op verzoek van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekt het nationaal instituut inzage in het digitale systeem aan een door deze minister aangewezen dienst teneinde te onderzoeken of de verschuldigde afvalbeheersbijdrage is betaald.

    • 4. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen administratieve verplichtingen van het nationaal instituut jegens de houder van de ED-kaart in verband met het digitaal betalen van de afvalbeheersbijdrage worden geregeld.

  • Artikel 83 [Vervallen per 01-01-2011]
  • Artikel 84 [Treedt in werking per 01-01-2011]
    • 1. Het nationaal instituut neemt deel aan de verevening overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4.02, eerste en derde lid, en 4.03 van de Uitvoeringsregeling en hetgeen krachtens artikel 10, derde lid, van het verdrag ter zake is bepaald in het Huishoudelijk Reglement van het internationaal orgaan.

  • § 5.3. Vertegenwoordiging in het internationaal orgaan

  • Artikel 85

    Het nationaal instituut wijst twee vertegenwoordigers in het internationaal orgaan aan, waarvan één afkomstig is uit de bedrijfstak van de binnenvaart.

  • Artikel 86

    Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 85 aangewezen vertegenwoordigers deelnemen aan de werkzaamheden van het internationaal orgaan in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het verdrag en artikel 4.01 van de Uitvoeringsregeling.

  • § 5.4. Verdere bepalingen

  • Artikel 87
    • 1. Het nationaal instituut houdt een administratie bij ten aanzien van hetgeen door dat instituut wordt verricht ter uitvoering van dit besluit.

    • 2. Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat een sluitende registratie van het in artikel 78 bedoelde beheer beschikbaar is, welke het nationaal instituut in staat stelt te voldoen aan zijn verplichtingen ingevolge dit besluit.

  • Artikel 88
    • 1. Het nationaal instituut stelt jaarlijks voor 1 juli een rapport op over de uitvoering van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar en de vooruitzichten ter zake voor de eerstkomende 5 kalenderjaren.

    • 2. Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Ministers en het internationaal orgaan.

  • Artikel 89

    Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken het gestelde in het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, in acht.

  • Artikel 90
    • 1. Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gegeven aanwijzing in acht.

    • 2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het verdrag.

  • Artikel 91 [Vervallen per 03-12-2009]
  • Artikel 92

    Onze Ministers verschaffen, onverminderd het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut.

  • § 5.5. Subsidiebepalingen

  • Artikel 93

    De subsidie-ontvanger is verplicht de taken van het nationaal instituut uit te voeren overeenkomstig het bepaalde in dit besluit.

  • Artikel 94

    Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag van de subsidie-ontvanger.

  • Artikel 95
  • Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen

  • Artikel 96

    [Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren.]

  • Artikel 97

    In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 46 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 46 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim.

  • Artikel 98

    In afwijking van het bepaalde in artikel 42 is tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten dat in gevallen waarin ingevolge artikel 42 bij het nalossen de losstandaard vacuümschoon zou moeten worden bereikt, de losstandaard bezemschoon wordt bereikt.

  • Artikel 99

    • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 37 is het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, toegelaten een schip voor vervoer van vloeibare lading ter beschikking te stellen dat niet beschikt over een nalenssysteem als bedoeld in artikel 37.

    • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 43 is het tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, verplicht de in de ladingtank en het leidingsysteem aanwezige restlading zo veel mogelijk te verwijderen met behulp van de daarvoor beschikbare voorzieningen.

  • Artikel 100

    In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht.

  • Artikel 100a

    Voorzover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op de artikelen 8.44, 10.15, 10.17 en 10.40a, tweede lid, van die wet.

  • Artikel 101

    De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • Artikel 102

    Dit besluit wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart.

  • Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

    's-Gravenhage, 18 december 2000

    Beatrix

    De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

    J. M. de Vries

    De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

    J. P. Pronk

    De Minister van Justitie,

    A. H. Korthals

    Uitgegeven de achtste februari 2001

    De Minister van Justitie,

    A. H. Korthals

  • Bijlage 1. behorende bij de artikelen 38 en 39 van het Scheepsafvalstoffenbesluit rijn- en binnenvaart

    Modellen met betrekking tot het nalenssysteem

    Model 1. Inrichting voor de afgifte van restlading

    [Raadpleeg voor de afbeelding het gedrukte Staatsblad 2001/48.]

    1. Aansluiting voor de afgifte van resthoeveelheden

    Aansluiting conform CEFIC.

    2. Aansluiting voor de walinstallatie om de resthoeveelheden door middel van gas aan land te persen.

    Aansluiting conform CEFIC.

    Model 2. Verklaring inzake de beproeving van het nalenssysteem

    Toegelaten onderzoeksbureau/Naam

    :

       

    Adres

    :

       

    1.

    Naam van het schip

    :

       

    2.

    Officieel scheepsnummer

    :

       

    3.

    Tankschip van het type

    :

       

    4.

    Certificaat van Goedkeuring nr.

    :

       

    5.

    Datum van de beproeving

    :

       

    6.

    Plaats van de beproeving

    :

       

    7.

    Aantal ladingtanks

    :

       

    8.

    Tijdens de beproeving zijn de volgende resthoeveelheden gemeten:

    Ladingtank 1:

     

    liter

    Ladingtank 2:

     

    liter

           

    Ladingtank 3:

     

    liter

    Ladingtank 4:

     

    liter

           

    Ladingtank 5:

     

    liter

    Ladingtank 6:

     

    liter

           

    Ladingtank 7:

     

    liter

    Ladingtank 8:

     

    liter

           

    Ladingtank 9:

     

    liter

    Ladingtank 10:

     

    liter

           

    Ladingtank 11:

     

    liter

    Ladingtank 12:

     

    liter

    Gemiddelde per ladingtank: liter

      

    Pijpleidingsysteem 1: liter

      

    Pijpleidingsysteem 2: liter

      

    9.

    Tijdens de beproeving was de tegendruk aan de inrichting voor de afgifte: ..... kPa

      

    10.

    De ladingtanks werden in de volgende volgorde gelost:

      

    Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank .....,

      

    Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank ....., Ladingtank .....,

      

    11.

    De trim van het schip tijdens de beproeving was ........... m, en de slagzij was .......... m naar stuurboord/bakboord.

      

    12.

    Het totale nalenzen duurde .......uren.

      

    Stempel

      

    (datum)(Naam en handtekening van degene die het onderzoek heeft verricht)

  • Bijlage 2. behorende bij de artikelen 40, 42, tweede lid, 47, 48, onderdelen a, b en c, 51, eerste en tweede lid, 62, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, en 63 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart

    Losstandaarden alsmede bijzondere behandelwijzen met betrekking tot afvalwater dat ladingrestanten bevat

    De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis:

    1. Kolom 1 vermeldt het viercijferige goederennummer per goederensoort als bedoeld in artikel 40, zoals dat is vervat in de nummering van de NSTR (goederennomenclatuur voor de vervoerstatistiek).

    2. Kolom 2 vermeldt de naam van elke goederensoort als bedoeld in artikel 40, zoals die is vervat in de indeling van goederencategorieën van de NSTR.

    3. Kolom 3 geeft een losstandaard aan als bedoeld in de artikelen 42, tweede lid, 48, onderdeel c, 62, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, en 63, te weten:

    A: bezemschoon laadruim of nagelensde ladingtank

    of

    B: vacuümschoon laadruim.

    4. Kolom 4 geeft een losstandaard aan als bedoeld in de artikelen 42, tweede lid, 47, 48, onderdeel b, 51, tweede lid, en 63, te weten:

    A: bezemschoon laadruim of nagelensde ladingtank

    of

    B: vacuümschoon laadruim.

    5. Kolom 5 geeft een bijzondere behandeling, aangeduid met S, aan als bedoeld in de artikelen 45, 46, onderdeel a, 48, onderdeel a, en 51, eerste lid. De behandelwijze van het afvalwater hangt af van de aard van de soort lading, bijvoorbeeld over de opgeslagen lading spuiten, dan wel behandeling in een zuiveringsinstallatie of verwerking in een installatie voor afvalwater. In een aantal gevallen is de behandelwijze gespecificeerd in een voetnoot.

    6. Kolom 6 bevat verwijzingen naar opmerkingen in de voetnoten.

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    lozing in de vaarweg

    Inname dan wel afgifte aan ontvangstvoorziening t.b.v.:

    Opm.

    goederennummer

    goederensoort

    lozen op het riool

    bijz. behandeling

    0

    LAND- EN BOSBOUWPRODUCTEN EN SOORTGELIJKE PRODUCTEN (inclusief levende dieren)

        
          

    00

    LEVENDE DIEREN

        
          

    001

    Levende dieren (excl. vissen)

        

    0010

    Levende dieren (excl. vissen)

    A

          

    01

    GRANEN

        

    0110

    Granen

    A

    A

          

    012

    Gerst

        

    0120

    Gerst

    A

    A

          

    013

    Rogge

        

    0130

    Rogge

    A

    A

          

    014

    Haver

        

    0140

    Haver

    A

    A

          

    015

    Maïs

        

    0150

    Maïs

    A

    A

          

    019

    Overige granen

        

    0190

    Boekweit, gierst, granen niet nader gespecificeerd, granenmengsels

    A

    A

          

    02

    AARDAPPELEN

        

         

    020

    Aardappelen

        

    0200

    Aardappelen

    A

    A

          

    03

    VERS FRUIT, VERSE EN BEVROREN GROENTEN

        

         

    031

    Citrusvruchten

        

    0310

    Citrusvruchten

    A

    A

          

    035

    Overig vers fruit

        

    0350

    Vruchten en fruit, vers

    A

    A

          

    039

    Verse en bevroren groenten

        

    0390

    Groenten, vers of bevroren

    A

    A

          

    04

    TEXTIELGRONDSTOFFEN EN -AFVAL

        

         

    041

    Wol en ander dierlijk haar

        

    0410

    Wol en ander dierlijk haar

    A

    A

          

    042

    Katoen

        

    0421

    Katoen, katoenvezels

    A

    A

    0422

    Katoenafval

    A

    A

          

    043

    Kunstmatige en synthetische textielvezels

        

    0430

    Kunstmatige en synthetische textielvezels, bv. chemievezels, celwol

    A

    A

          

    045

    Andere plantaardige textielvezels, zijde

        

    0451

    Vlas, hennep, jute, sisal, ongesponnen vlas

    A

    A

    0452

    Afval van vezels

    A

    A

    0453

    Zijde

    A

    A

    0459

    Niet nader gespecificeerde vezels

    A

    A

          

    049

    Lompen en afval van textiel

        

    0490

    Lompen, poetskatoen, textielafval

    A

    A

    05

    HOUT EN KURK

        

         

    051

    Papier- en ander vezelig hout

        

    0511

    Vezelig hout, papierhout

    A

    A

    0512

    Hout voor destillatie

    A

    A

          

    052

    Mijnhout

        

    0520

    Mijnhout

    A

    A

    1)

          

    055

    Ander rondhout

        

    0550

    Rondhout, stamhout

    A

    A

    1)

          

    056

    Dwarsbalken en ander bewerkt hout (uitgezonderd mijnhout)

        

    0560

    Balken, hout voor vloeren, voor parket, planken, daksparren, masten, palen, stangen, kanthout, latten, parketplanken, bestekhout, dwarsbalken

    A, B

    A, B

     

    2)

          

    057

    Brandhout, houtskool, kurk, hout-en kurkafval

        

    0571

    Brandhout, houtafval, houtspaanders, schaaldelen, houtsplinters

    A, B

    A, B

    2)

    0572

    Rijshout

    A

    A

    0573

    Houtskool, briketten

    A

    A

    0574

    Kurk, onbewerkt, kurkafval, kurkschorsafval

    A

    A

          

    06

    SUIKERBIETEN

        

         

    060

    Suikerbieten

        

    0600

    Suikerbieten

    A

    A

          

    09

    ANDERE PLANTAARDIGE, DIERLIJKE EN SOORTGELIJKE GRONDSTOFFEN

        

         

    091

    Ruwe huiden en vellen

        

    0911

    Huiden en vellen, ruw

    A

    S

    0912

    Lederafval, ledermeel

    B

    A

          

    092

    Natuurlijk en synthetisch rubber, ruw en geregenereerd

        

    0921

    Gutta percha, ruw, rubber, natuurlijk of synthetisch, rubbermelk, latex

    B

    A

    0922

    Rubberregeneraat

    B

    A

    0923

    Rubberafval, rubberproducten, oud, versleten

    B

    A

          

    099

    Andere plantaardige en dierlijke grondstoffen, niet zijnde voedingsstoffen (uitgezonderd celstof en oud papier)

        

    0991

    Plantaardige grondstoffen zoals bamboe, bast, alfagras, verfhout, hars, kopal, kussenvulling, schors voor het kleuren, voor het looien; zaaisel, zaden, zaadgoed niet nader gespecificeerd;

    A

    A

    S

    3)

    riet, zeewier

        

    0992

    Dierlijke grondstoffen, bijv. bloedkoek,-meel, veren, beendermeel

    B

    A

    0993

    Afval van plantaardige en dierlijke grondstoffen

    A, B

    A

    13)

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    lozing in de vaarweg

    Afgifte aan ontvangstvoorziening t.b.v.:

    Opm.

    goederennummer

    goederensoort

    lozen op het riool

    bijz. behandeling

    1

    ANDERE LEVENSMIDDELEN EN VOEDERMIDDELEN

        

         

    11

    SUIKER

        

    111

    Ongeraffineerde suiker

        

    1110

    Ongeraffineerde suiker (rietsuiker, beetwortelsuiker)

    B

    A

    112

    Geraffineerde suiker

        

    1120

    Suiker, geraffineerd, kandijsuiker

    B

    A

    113

    Melasse

        

    1130

    Melasse

    B

    A

          

    12

    DRANKEN

        

    121

    Wijn en druivenmost

        

    1210

    Wijn en druivenmost

    A

    A

          

    122

    Bier

        

    1220

    Bier

    A

    A

          

    125

    Overige alcoholische dranken

        

    1250

    Alcoholische dranken zoals brandewijn, ongedenatureerd, vruchtenwijn, most, spiritualiën

    A

    A

          

    128

    Non-alcoholische dranken

        

    1281

    Non-alcoholische dranken, bijv. limonade, mineraalwater

    A

    A

      

    1282

    Water, natuurlijk, niet nader gespecificeerd

    A

    A

      
          

    13

    GENOTMIDDELEN EN BEREIDE VOEDINGSMIDDELEN, NIET NADER GESPECIFICEERD

        

    131

    Koffie

        

    1310

    Koffie

    A

    A

      
          

    132

    Cacao en cacaoproducten

        

    1320

    Cacao en cacaoproducten

    A

    A

      
          

    133

    Thee en kruiden

        

    1330

    Thee en kruiden

    A

    A

      
          

    134

    Ruwe tabak en tabaksproducten

        

    1340

    Ruwe tabak, tabak, tabakswaren

    A

    A

      
          

    136

    Zoet-, suiker- en soortgelijke waren, honing

        

    1360

    Dextrose, fructose, glucose, moutsuiker, siroop, druivensuiker, suikerwaren, honing, kunsthoning

    A

    A

      
          

    139

    Bereide producten, niet nader gespecificeerd

        

    1390

    Azijn, gist, koffievervangingsmiddel, geconcentreerde soep, bereide voedingsmiddelen, niet nader gespecificeerd

    A

    A

      
          

    14

    VLEES, VIS, VLEES-EN VISWAREN, EIEREN, MELK EN MELKPRODUCTEN, SPIJSVET

        

    141

    Vlees, vers of bevroren

        

    1410

    Vlees, vers of bevroren

    A

    A

      
          

    142

    Vis, schaal-en weekdieren, vers, bevroren, gedroogd, gezouten en gerookt

        

    1420

    Vis, visproducten

    A

    A

      
          

    143

    Verse melk en room

        

    1430

    Karnemelk, yoghurt, kefir, taptemelk, melkproducten, wei, room (slagroom)

    A

    A

      
          

    144

    Andere melkproducten

        

    1441

    Boter, kaas, kaasbereidingen

    A

    A

      

    1442

    Melk, gecondenseerd

    A

    A

      

    1449

    Melkproducten, niet nader gespecificeerd

    A

    A

    145

    Margarine en andere spijsvetten

        

    1450

    Margarine, spijsvetten, spijsoliën

    A

    A

      
          

    146

    Eieren

        

    1460

    Eieren, eipulver

    A

    A

      
          

    147

    Vlees, gedroogd, gezouten, gerookt, vleesconserven en andere vleeswaren

        

    1470

    Vleeswaren

    A

    A

      
          

    148

    Vis- en weekdierproducten van allerlei aard

        

    1480

    Vismarinaden,-conserven, -salades; vis- en weekdierproducten, niet nader gespecificeerd

    A

    A

      
          

    16

    GRAAN-, FRUIT- EN GROENTENPRODUCTEN, HOP

        

         

    161

    Meel, gries en grutten uit granen

        

    1610

    Tarwemeel, graanmeel, graanmeelmengsels, gries, grutten, sojameel

    B

    A

      
          

    162

    Mout

        

    1620

    Mout, moutextract

    A

    A

      
          

    163

    Andere graanproducten (incl. bakproducten)

        

    1631

    Bakproducten, deegwaren van allerlei aard

    A

    A

      

    1632

    Graanvlokken, gerst, graanproducten, niet nader gespecificeerd

    A

    A

      
          

    164

    Gedroogd fruit, fruitkonserven en andere fruitproducten

        

    1640

    Fruit, gedroogd, fruitkonserven, fruitsappen, confitures, marmelade, fruitproducten, niet nader gespecificeerd

    A

    A

      
          

    165

    Gedroogde peulvruchten

        

    1650

    Peulvruchten, gedroogd

    A

    A

      
          

    166

    Gedroogde groenten, groentenkonserven en andere groentenproducten

        

    1661

    Groenten, gedroogd, groentenkonserven, groentensappen

    A

    A

      

    1662

    Groentenproducten, niet nader gespecificeerd, zoals bijv. aardappelmeel, sago, tapiocameel

    B

    A

      
          

    167

    Hop

        

    1670

    Hop

    A

    A

      
          

    17

    VEEVOER

        

         

    171

    Stro en hooi

        

    1711

    Hooi,-haksel, stro,-haksel

    A

    A

    1712

    Grasmeel, klavermeel, lucernemeel, ook gepelletiseerd

    B

    A

      
          

    172

    Veekoeken en andere residuen van plantaardige oliën

        

    1720

    Schilfers, extractiemiddel en -schroot, perskoeken, ook gepelletiseerd

    A

      
          

    179

    Overig veevoeder (incl. voedingsmiddelresten)

        

    1791

    Voeder, mineraal, bijv. calciumfosfaat, kalkmengsel

    S

    1792

    Voeder, plantaardig, bijv. voedervruchten, voedermelasse, voederwortelen, graanvoedermeel, gluten, aardappelpulp, -snippers, zemelen,maniokwortelen, ander afval en resten van de voedingsmiddelindustrie, ook gepelletiseerd

    A, B

    S

    14), 16)

    1793

    Voeder, dierlijk, bijv. vismeel, garnalen, mosselschalen, ook gepelletiseerd

    S

    1794

    Suikerbietensnippers, na extractie van suikers en droog, ook gepelletiseerd

    A

    S

    1799

    Voedertoevoegingen, niet nader gespecificeerd, ook gepelletiseerd

    S

          

    18

    OLIEZADEN, OLIEHOUDENDE VRUCHTEN, PLANTAARDIGE EN DIERLIJKE OLIEN EN VETTEN (uitgezonderd spijsvetten)

        

         

    181

    Oliezaden en oliehoudende vruchten

        

    1811

    Katoenzaad, aardnoten, kopra, palmkern, koolzaad, sojabonen, zonnebloemzaad, oliehoudende vruchten, -zaden, niet nader gespecificeerd

    A

    1812

    Oliehoudende vruchten, -zaden voor gebruik als erkend zaadgoed

    A

    1813

    Meel van oliehoudende vruchten

    B

          

    182

    Plantaardige en dierlijke oliën en vetten (uitgezonderd spijsvetten)

        

    1821

    Oliën en vetten plantaardig, bijv. aardnootolie, palmkernolie, sojaolie, zonnebloemolie, talg

    A

    1822

    Oliën en vetten, dierlijk, bijv. van vissen en zeedieren, traan

    A

    1823

    Industriële plantaardige en dierlijke oliën en vetten, bijv. vetzuren, vernis, oliezuren (oléines), palmitinezuur, stearine, stearinezuur

    A

    Opmerkingen:

    14) Meel: B

    16) Afval: S

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    lozing in de vaarweg

    Inname dan wel afgifte aan ontvangstvoorziening t.b.v.:

    Opm.

    goederennummer

    goederensoort

    lozen op het riool

    bijz. behandeling

    2

    VASTE MINERALE BRANDSTOFFEN

        

         

    21

    STEENKOOL EN STEENKOOLBRIKETTEN

        

         

    211

    Steenkool

        

    2110

    Antraciet, fijne mijnstoffen, vette steenkool, vlamkool, gaskool, magere kolen; steenkool niet nader gespecificeerd

    A

    S

    4)

          

    213

    Steenkoolbriketten

        

    2130

    Antracietbriketten, steenkoolbriketten

    A

    S

    4)

          

    22

    BRUINKOOL; BRUINKOOLBRIKETTEN EN TURF

        

         

    221

    Bruinkool

        

    2210

    Bruinkool, pekkool

    A

    S

    4)

          

    223

    Bruinkoolbriketten

        

    2230

    Bruinkoolbriketten

    A

    S

    4)

          

    224

    Turf

        

    2240

    Turf voor verwarming, turf voor bemesting, turfbriketten, turfstro, turf, niet nader gespecificeerd

    A

    S

    4)

          

    23

    COKES VAN STEENKOOL EN BRUINKOOL

        

         

    231

    Cokes van steenkool

        

    2310

    Cokes van steenkool, cokes voor gas, cokes voor de gieterij (carbon-cokes), cokesbriketten, smeulcokes

    A

    S

    4)

    233

    Cokes van bruinkool

        

    2330

    Cokes van bruinkool, bruinkoolcokesbriketten, bruinkoolsmeulcokes

    A

    S

    4)

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    lozing in de vaarweg

    Afgifte aan ontvangstinrichting t.b.v.:

    Opm.

    goederennummer

    goederensoort

    lozen op het riool

    bijz. behandeling

    3

    AARDOLIE, MINERALE OLIE, -PRODUKTEN, GASSEN

        

         

    31

    RUWE AARDOLIE, MINERALE OLIE

        

         

    310

    Ruwe aardolie, minerale olie

        

    3100

    Aardolie, ruw, minerale olie, ruw (ruwe nafta)

    S

          

    32

    BRANDSTOFFEN EN STOOKOLIE

        

         

    321

    Benzine o.a. lichte oliën

        

    3211

    Benzine, benzine-benzolmengsel

    S

     

    3212

    Lichte minerale olie, nafta, carburateurolie, niet nader gespecificeerd

    S

     
          

    323

    Petroleum, brandstof voor turbines

        

    3231

    Petroleum, huisbrandpetroleum, lamppetroleum

    S

     

    3232

    Kerosine, brandstof voor turbines, brandstof voor straalmotoren

    S

     
          

    325

    Gasolie, dieselolie en lichte verwarmingsolie

        

    3251

    Dieselbrandstof, dieselolie, gasolie

    S

     

    3252

    Huisbrandolie, licht, extra licht

    S

     
          

    327

    Zware verwarmingsolie

        

    3270

    Huisbrandolie, middel, middelzwaar, zwaar

    S

     
          

    33

    NATUURLIJKE-, GERAFFINEERDE EN AANVERWANTE GASSEN

        

         

    330

    Natuurlijke-, geraffineerde en aanverwante gassen

        

    3301

    Butadieen

    S

     

    3302

    Acethyleen, cyclohexaan, gasvormige koolwaterstoffen, methaan, overige natuurlijke gassen

    S

     

    3303

    Ethyleen, butaan, buthyleen, isobutaan, isobuthyleen, koolwaterstofmengsels, propaan, propaan-butaanmengsel, propyleen, raffinaderijgas, niet nader gespecificeerd

    S

          

    34

    MINERALE OLIEPRODUCTEN NIET NADER GESPECIFICEERD

        

         

    341

    smeerolie en vetten

        

    3411

    Minerale smeerolie, motorolie, smeervet

    S

     

    3412

    Afgewerkte oliën

    S

          

    343

    Bitumen en bitumineuze mengsels

        

    3430

    Bitumen, bitumenemulsies,-oplossingen, bitumenkleefmassa, koudteer, koudasfalt, pekemulsies (koude bitumen), pekoplossingen, teeremulsies, teeroplossingen, bitumineuse mengsels, niet nader gespecificeerd

    S

          

    349

    Minerale olieproducten, niet nader gespecificeerd

        

    3491

    Acethyleencokes, petroleumcokes

    S

    4)

    3492

    Zwarte Carbon olie, paraffinegatsch, pyrolyse-olie,-residuen (Pyrotar), zware olie, niet voor verwarming

    S

    3493

    Paraffine, transformatorolie, was, minerale olieproducten, niet nader gespecificeerd

    S

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    lozing in de vaarweg

    Inname dan wel afgifte aan ontvangstvoorziening t.b.v.:

    Opm.

    goederennummer

    goederensoort

    lozen op het riool

    bijz. behandeling

    4

    ERTSEN EN METAALAFVAL

        

         

    41

    IJZERERTS (uitgezonderd geroosterd ijzerkies)

        

         

    410

    IJzererts en -concentraten (uitgezonderd geroosterd ijzerkies)

        

    4101

    IJzererts, hematietconcentraten, zodenerts, ijzersteen

    A

    A

    S

    4), 5)

    4102

    Afval en halfproducten die tijdens de voorbereiding van ertsen voor de metaalwinning onstaan zijn

    A

    A

    S

    4), 5)

          

    45

    NON-FERROMETALEN,-AFVAL EN SCHROOT

        

         

    451

    Non-ferrometalen, -residuen,-assen en -schroot

        

    4511

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van aluminium en -legeringen

    A, B

    A, B

    S

    5), 15)

    4512

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van lood en -legeringen

    B

    B

    S

    5)

    4513

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van koper en -legeringen (messing)

    A, B

    A, B

    S

    5), 15)

    4514

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van zink en -legeringen

    A, B

    A, B

    S

    5), 15)

    4515

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van tin en -legeringen

    A, B

    A, B

    S

    4), 5)

    4516

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van vanadium en -legeringen

    A, B

    A, B

    S

    4), 5)

    4517

    Afval, assen, residuen, slakken en schroot van non-ferrometalen en non-ferrolegeringen, niet nader gespecificeerd

    B

    B

    S

    5)

    4518

    Residuen van non-ferrometalen

    B

    B

    S

    5)

          

    452

    Kopererts en -concentraten

        

    4520

    Kopererts, -concentraten

    S

    4)

          

    453

    Bauxiet, aluminiumerts- en concentraten

        

    4530

    Bauxiet, aluminiumerts, -concentraten

    B

    S

    4)

          

    455

    Mangaanerts en-concentraten

        

    4550

    Mangaanerts, natuurlijk, lepidoliet-erts, mangaancarbonaat, naturlijk, mangaandioxide, natuurlijk, mangaanerts, -concentraten

    B

    A

    S

    4)

          

    459

    Andere non-ferrometalen en concentraten

        

    4591

    Looderts, -concentraten

    S

    4)

    4592

    Chroomerts, -concentraten

    S

    4)

    4593

    Zinkerts (Galmei), -concentraten

    S

    4)

    4599

    Non-ferrometalen, -concentraten, niet nader gespecificeerd, bijv. titaanijzererts, kobalt, monaziet, nikkelerts, rutil (titaanerts), tinerts, zirkonerts, -zand

    S

    4)

    46

    IJZER- EN STAALAFVAL EN -SCHROOT, GEROOSTERD IJZERKIES

        

         

    462

    IJzer- en staalschroot voor metaalverwerking

        

    4621

    Afval, vijlsel, schroot, voor metaalverwerking bijv. van ijzer-en staalplaten/blikken, platina, vormstaal

    S

    4)

    4622

    Overig ijzer-en staalschroot, voor metaalbewerking, bijv. assen, oud blik, autowrakken, ijzer, oud, versleten, ijzerresten afkomstig van sloopwerkzaamheden, gietijzerafval, -stukken, restblokken, spoorstukken, bielsen

    S

    4)

    4623

    IJzerpellets voor metaalverwerking

    A

    A

    S

    4)

          

    463

    IJzer- en staalschroot niet voor metaalverwerking

        

    4631

    Afval, afvalstukken van ijzer-en staalblik, -platen, platina, vormstaal, afvalijzervijlsel, pletterijafval, geen van allen voor metaalverwerking

    S

    4)

    4632

    IJzer- en staalschroot, niet voor metaalverwerking bijv. assen, ijzer- en staalmassa, rijwielbanden, wielen, rails, bielsen, staalstukken uit sloopwerkzaamheden, golfstaal

    S

    4)

          

    465

    IJzerslakken en -assen voor de metaalverwerking

        

    4650

    Hamerslag, walsslakken, walssintels, ijzerslakken, niet nader gespecificeerd

    S

          

    466

    Hoogovenstof

        

    4660

    Vliegstof, hoogovenstof

    S

          

    467

    Geroosterd ijzerkies

        

    4670

    IJzerpyriet, geroosterd, pyrietresiduen, ijzerkies, geroosterd, ijzerkiesresiduen

    S

          

    5

    IJZER, STAAL EN NON-FERROMETALEN (INCLUSIEF HALFFABRIKATEN)

        
          

    51

    GIETIJZER, METAALLEGERINGEN, RUW STAAL

        
          

    512

    Gietijzer, spiegelijzer en koolstofrijk ferromangaan

        

    5121

    Gietijzer in vormen, in vormstukken, bijv. metaalfosfor, hematietgietijzer, gietijzer, fosforhoudend, spiegelijzer

    A

    A

    S

    6)

    5122

    Ferromangaaan met een koolstofgehalte van meer als 2 % per massa, per vormstuk

    A

    S

    6)

    5123

    IJzerpulver, staalpulver

    B

    S

    6)

    5124

    IJzerspons

    A

    S

    6)

          

    513

    Ferrolegeringen (uitgezonderd koolstofrijk ferromangaan)

        

    5131

    IJzerlegeringen niet nader gespecificeerd

    A

    A

    S

    6)

    5132

    Ferromangaan met een koolstofgehalte tot 2%, ferromangaanlegeringen, niet nader gespecificeerd

    A

    A

    S

    6)

    5133

    Ferrosilicium (Siliconmangaan) Ferromangaansilicium

    A

    A

    S

    6)

          

    515

    Ruw staal

        

    5150

    Ruw staal in blokken, in brammen, in vormstukken

    A

    A

    S

    6)

          

    52

    STAALHALFFABRIKATEN

        

         

    522

    Staalhalffabrikaten

        

    5221

    Staalhalffabrikaten in blokken, in brammen (staven), in knuppels, in platen

    A

    A

    S

    6)

    5222

    Breedbandstaal in rollen (coils)

    A

    A

    S

    6)

    5223

    Breedbandstaal in rollen (coils) om uit te walsen

    A

    A

    S

    6)

          

    523

    Andere staalhalffabrikaten

        

    5230

    Blokken staal

    A

    A

    S

    6)

          

    53

    STAAF- EN VORMSTAAL, DRAAD, SPOORWEGBOVENBOUWMATERIAAL

        

         

    531

    Staaf-en vormstaal

        

    5311

    Staaf-en vormstaal, bijv. H-, I-, T-, U- en andere speciaalprofielen, rond-en vierkant staal

    A

    A

    S

    6)

    5312

    Damwandstaal

    A

    A

    S

    6)

    5313

    Betonstaal, bijvoorbeeld monierstaal, torstaal

    A

    A

    S

    6)

          

    535

    Staaldraad

        

    5350

    Staaldraad uit ijzer of staal

    A

    A

    S

    6)

          

    537

    Spoorstaven en spoorwegbovenbouwmateriaal uit staal

        

    5370

    Spoorwegbovenbouwmateriaal uit staal, bijv. spoorstaven, bielsen, stroomspoorstaven uit staal met delen van non-ferrometaal

    A

    A

    S

    6)

    54

    STAALPLAAT, BLIK EN -BAND, BANDSTAAL, OOK OPPERVLAKTELAGEN

        

         

    541

    Staalplaat en breedplaatstaal

        

    5411

    Breedplaatstaal

    A

    A

    5412

    Platen of rollen (coils) uit staal bijv. dynamostaal, elektrostaal, -band, fijn, extra fijn, middelstaal, -band, dik-, geribbeld-, wafel-, gegolfd-en geperforeerd plaatstaal, pantserplaten

    A

    A

          

    544

    Bandstaal, ook oppervlaktelagen; vertind dun plaatstaal

        

    5441

    Vertind dun plaatstaal

    A

    A

    5442

    Bandstaal, staalstrip ook oppervlaktelagen

    A

    A

          

    55

    BUIZEN O.A. VAN STAAL; RUWE GIETERIJPRODUCTEN EN SMEEDSTUKKEN VAN IJZER EN STAAL

        

         

    551

    Buizen, buisafsluiting- en verbindingsstukken van staal en gietijzer

        

    5510

    Buizen, buisafsluiting- en verbindingsstukken, buisslangen van staal, van gietijzer

    A

    A

      
          

    552

    Ruwe gieterijproducten en smeedstukken van staal, van gietijzer

        

    5520

    Vorm-, pers-, smeed-, stansstukken van staal, van gietijzer

    A

    A

          

    56

    NON-FERROMETALEN EN NON-FERROHALFFABRIKATEN

        

         

    561

    Koper en koperlegeringen

        

    5611

    Anodenkoper, ruwe koper

    A

    A

    S

    6)

    5612

    Koper (elektrolytkoper), koperlegeringen, bijv. brons, messing

    A

    A

    S

    6)

          

    562

    Aluminium en aluminiumlegeringen

        

    5620

    Aluminium, aluminiumlegeringen

    A

    A

    S

    6)

          

    563

    Lood en loodlegeringen

        

    5630

    Lood (elektrolyt, smeltlood, walslood), loodlegeringen, loodstof (gemalen ruw lood)

    S

          

    465

    Zink en zinklegeringen

        

    5640

    Zink (elekrolyt, fijn, gegalvaniseerde zink), zinklegeringen

    B

    B

    S

    6)

          

    565

    Overige non-ferrometalen en legeringen daarvan

        

    5651

    Magnesium, magnesiumlegeringen

    A

    A

    S

    6)

    5652

    Nikkel, nikkellegeringen

    B

    B

    S

    6)

    5653

    Tin, tinlegeringen

    B

    B

    S

    6)

    5659

    Non-ferrometalen, de legeringen daarvan, niet nader gespecificeerd

    S

    6)

          

    568

    Non-ferro-metaalhalffabrikaten

        

    5681

    Banden, blikken, platen, van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

    A

    A

    S

    6)

    5682

    Draad van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

    A

    A

    S

    6)

    5683

    Folies van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

    A

    A

    S

    6)

    5684

    Profielen en staven van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

    A

    A

    S

    6)

    5689

    Non-ferrometaalhalffabrikaten, niet nader gespecificeerd

    A

    A

    S

    6)

          

    6

    STEEN EN AARDE(INCLUSIEF BOUWSTOFFEN)

        
          

    61

    ZAND, GRIND, PUIM, KLEI, SLAKKEN

        
          

    611

    Industriezand

        

    6111

    Vormzand, gieterijzand, glaszand, kleefzand, kwartszand, kwartsietzand, industriezand, niet nader gespecificeerd

    A

    S

    6)

          

    612

    Overig natuurlijk zand en grind

        

    6120

    Grind, ook gebroken, zand, overig

    A

      
          

    613

    Puimsteen, -zand en grind

        

    6131

    Puimsteen, puimsteenmeel

    A

      

    6132

    Puimgrind, -zand

    A

      
          

    614

    Leem, klei en kleihoudende aarde

        

    6141

    Bentoniet, kleischalie, kaolin, leem , porseleinaarde, klei, vollersaarde, ruw en onverpakt, chamotte (vuurvast materiaal van gebakken leem), -breuk (silicabrokken, -breuk)

    A

      

    6142

    Bentoniet, kleischalie, kaolin, leem , porseleinaarde, klei, vollersaarde, ruw en verpakt, chamotte, chamottepoeder

    A

      
          

    615

    Slakken en assen niet voor metaalverwerking

        

    6151

    Vliegas, hoogovenas, houtas, kolen, cokesas, afvalas, assen uit zinkovens, assen van brandstoffen, niet nader gespecificeerd

    S

    4)

    6152

    IJzerslakken, hoogovenslakken, kolen, cokesslakken, converterslakken, martinslakken, afvalslakken, slakken uit lood-en koperovens, slakken, ijzerhoudend, mangaanhoudend, niet nader gespecificeerd, soldeerslakken, Siemens-Martinslakken, -meel, split (fijne steenslag) van hoogovenslakken, slakken van brandstoffen, niet nader gespecificeerd

    A

    S

    4)

    6153

    Hoogovenpuim

    A

      

    6154

    Slakkenzand

    A

      
          

    62

    ZOUT, ZWAVELGRIND, ZWAVEL

        

         

    621

    Steen en zout

        

    6210

    Natriumchloride (chloornatrium), gladheidsbestrijdingszout, geraffineerd zout, spijszout, klipzout, zout, ook gedenatureerd, niet nader gespecificeerd

    A

    S

    7)

          

    622

    Zwavelgrind, niet geroosterd

        

    6220

    Zwavelgrind, niet geroosterd

    A

      
          

    623

    Zwavel

        

    6230

    Zwavel, niet geroosterd

    A

      
          

    63

    OVERIGE STENEN, AARDE EN AANVERWANTE RUWE MATERIALEN

        

         

    631

    Zwerfsteen, steenslag en andere kleingemaakte stenen

        

    6311

    Veldstenen, zwerfstenen lavaslakken, steenslag, stenen, steenblokken, ruw, uit steengroeven

    A

      

    6312

    Mijnsteen, puinsteen, steenafval, -gruis, -meel, -zand, fijne steenslag, tot 32 mm doorsnede; lava steenslag, ruwe perliet

    A

      

    6313

    Lavagrind

    A

      
          

    632

    Marmer, graniet en ander natuurwerksteen, leisteen

        

    6321

    Basaltblokken, -platen, marmerblokken, -platen, fonoliet (klinksteen), leisteenblokken, -platen, quadersteen en overige stenen, ruw bewerkt

    A

      

    6322

    Fonolietgruis, – steenslag, basalt, -breuk, -stenen; leisteen, gebrand, gemalen, verkleint, tot 32 mm doorsnede

    A

      
          

    633

    Gipssteen en kalksteen

        

    6331

    Dolomiet (magnesiumsilicaat), duniet, kalkspaat, olivijn

    A

      

    6332

    Dolomiet (magnesiumsilicaat), duniet, kalkspaat, olivijn, allen verkleind, gemalen, tot 32 mm doorsnede

    A

      

    6333

    Gipssteen

    A

    6334

    Gipssteen, verkleind, gemalen, tot 32 mm doorsnede

    A

      

    6335

    Mestkalk, meststof, kalkhoudend, kalkresiduen

    B

      
          

    634

    Krijt

        

    6341

    Krijt, ruw (calciumcarbonaat, natuurlijk)

    B

      

    6342

    Krijt, voor het mesten

    B

    A

      
          

    639

    Overige ruwe mineralen

        

    6391

    Asbest, ruw (-aarde,- gesteente, -meel, -vezels, -generaat), asbestafval

    S

     

    6392

    Asfalt, asfaltaarde, -stenen, asfaltproducten voor wegenbouw

    S

     

    6393

    Bariet (Bariumsulfaat)

    A

      

    6394

    Veldspaat, fluoriet

    A

      

    6395

    Bitteraarde, kristalspaat, magnesiet, ook gebrand, gesinterd, talkaarde

    S

     

    6396

    Aarden, slib, bijv. afval, brak water, puin, tuinaarde, huisvuil, hunus, hoogovenpuin, infusorieënaarde, kiezelaarde, vuil, slik

    S

    4)

    6397

    Wassteen

    A

      

    6398

    Kalizout, niet voor bemesting, bijv. kainiet, carnalliet, kieseriet, sylviniet, montanal

    A

      

    6399

    Mineralen, overige, bijv. Borax, boraatmineralen, verfaarden, glauberzout (natriumsulfaat), mica, kerniet, korund, cryoliet, magnesium, fosfaat, kwarts, kwartsiet, speksteen, steatiet, talksteen, tras, steenbrokken, -breuk

    A

          

    64

    CEMENT EN KALK

        

         

    641

    Cement

        

    6411

    Cement

    B

      

    6412

    Cementklinker

    B

      
          

    642

    Kalk

        

    6420

    Kalk, in brokken, ook gebrand, kalkhydraat, gebluste kalk

    B

      
          

    65

    GIPS

        

         

    650

    Gips

        

    6501

    Gips, gebrand

    A

      

    6502

    Gips, ruw, voor het mesten

    B

      

    6503

    Gips uit rookgasontzwavelingsinrichtingen, overig industriegips

    B

      
          

    69

    OVERIGE MINERALE BOUWSTOFFEN (uitgezonderd glas)

        

         

    691

    Bouwstoffen en andere producten uit natuursteen, puim, gips, cement en andere stoffen

        

    6911

    Asbestcementproducten, bijv bouwstenen en-delen, tegels, vaten, platen

    A

    9)

    6912

    Beton- en cementproducten, kunststeenproducten bijv. bouwstenen, -delen, trottoirstenen, gerede bouwdelen, tegels, lichte bouwplaten, muurstenen, platen, drempels, stelwanden, werkstukken

    A

    9)

    6913

    Puimproducten bijv. bouwstenen, -delen

    A

    9)

    6914

    Gipsproducten, bijv. bouwplaten, -stenen, -delen

    A

    9)

    6915

    Minerale en plantaardige isoleermiddelen, bijv. bouwdelen uit schuimstoffen, isolatieplaten, vormstukken, matten en platen van asbest, glaszijde, -watten, -wol, perliet, vermiculiet, warmtewerende massa

    A

    9)

    6916

    Natuursteen (fabriekssteen), bewerkt en producten daarvan, bijv. trottoirstenen, mozaiekstenen, straatplaten, straatsteen, platen, stootstenen, sierstenen, werkstukken van steen

    A

    9)

    6919

    Producten uit andere minerale stoffen, asfaltproducten, slakkenwol, houtgranietproducten, -massa

    A, B

    10)

    692

    Grofkeramische en vuurvaste bouwstoffen

        

    6291

    Dak-en muurbaksteen van gebrande klei, bijv. bakstenen, bouwstenen, dakpannen, holle bouwstenen, klinkerstenen, parementstenen, bakstenen

    A

    9)

    6922

    Vuurvaste bouwdelen en stenen, keramische vloer-en wandplaten, bijv. vloer en muurtegels, platen, chamotte capsules,-platen, -stenen,-producten silicaatstenen, greswaren

    A

    9)

    6923

    Vuurvaste mortel, bijv. gieterijmassa, giethulpstoffen, mortelmengsels

    B

    6924

    Stukken van vuurvaste keramische producten, chamotteblokken, -breuk

    A

      

    6929

    Overige bouwkeramiek van gebrande klei, bijv. drainbuizen, kabeldekplaten, vloerplaten, -stenen

    A

          

    7

    MESTSTOFFEN

        

         

    71

    NATUURLIJKE MESTSTOFFEN

        

         

    711

    Natuurlijk natronsalpeter

        

    7110

    Natriumnitraat (natronsalpeter)

    A

      
          

    712

    Ruwe fosfaten

        

    7121

    Aluminium-calciumfosfaat, calciumfosfaat, -superfosfaat

    B

    A

      

    7122

    Apatiet, coproliet, fosforiet , ruwe fosfaten, niet nader gespecificeerd

    B

    A

      
          

    713

    Kalizout

        

    7131

    Kalizout, bijv. kaïniet, carnalliet, kieseriet, sylviniet meststoffen van minerale oorsprong niet nader gespecificeerd

    A

    A

      

    7132

    Magnesiumsulfaat

    A

      
          

    719

    Natuurlijke niet-minerale meststoffen

        

    7190

    Meststoffen van plantaardige en dierlijke oorsprong, bijv. zeevogelmest, hoornafval, compost, -aarde, mergel, mest, stalmest

    B

          

    72

    CHEMISCHE MESTSTOFFEN

        

         

    721

    Fosfaatslakken en Thomasmeel

        

    7210

    Fosfaatslakken, Thomasmeel, -fosfaat, -fosfaatmeel, -slakken

    B

    S

    11)

          

    722

    Andere fosfaatmeststoffen

        

    7221

    Ammoniaksuperfosfaat, superfosfaat van voorzure soda, triple-superfosfaat

    B

    S

    11)

    7222

    Dicalciumfosfaat (fosforzure kalk)

    B

    S

    11)

    7223

    Diammoniumfosfaat (Diammonfosfaat)

    B

    S

    11)

    7224

    Mestfosfaten, chemische, fosfaatmeststofmiddelen, niet nader gespecificeerd

    B

    S

    11)

    723

    Kalimeststoffen

        

    7231

    Kaliumchloride (chloorcalium), Kaliumsulfaat (zwavelzure kali)

    A

      

    7232

    Kaliummagnesiumsulfaat (zwavelzuur kaliummagnesium)

    A

      
          

    724

    Stikstofhoudende meststoffen

        

    7241

    Ammoniakgas

    S

    7242

    Ammoniumbicarbonaat, ammoniumchloride (salmiak, zoutzuur ammoniak), ammoniumnitraat, ammoniumnitraat-ureum-oplossing, ureum (urea), kalisalpeter, kaliumnitraat, kalkammonsalpeter, kalstikstof, natronsalpeter, stikstofmagnesium, stikstofhoudende meststoffen, niet nader gespecificeerd

    A

      

    7243

    Ammnoimusulfaat (zwavelzuur ammoniak), ammonsulfaat, -loog, ammonsulfaatsalpeter

    A

      

    729

    Mengmeststoffen en andere chemisch bereide meststoffen

        

    7290

    Samengestelde minerale meststoffen en wel, NPK-meststoffen, NP-meststoffen, NK-meststoffen, PK-meststoffen, handelsmeststoffen, mengmeststoffen, niet nader gespecificeerd

    A

          

    8

    CHEMISCHE PRODUCTEN

        

         

    81

    CHEMISCHE GRONDSTOFFEN (uitgezonderd aluminiumoxide en -hydroxide)

        

         

    811

    Zwavelzuur

        

    8110

    Zwavelzuur (oleum), afvalzwavelzuur

    S

          

    812

    Natriumhydroxide

        

    8120

    Natriumhydroxide, vast, natronhydroxideloog opgelost, natronloog, sodaloog

    A, B

    A, B

    8)

          

    813

    Natriumcarbonaat

        

    8130

    Natriumcarbonaat (koolzuurhoudend natrium), natron, soda

    S

          

    814

    Calciumcarbide

        

    8140

    Calciumcarbide

    S

          

    819

    Overige chemische grondstoffen (uitgezonderd aluminiumoxide en -hydroxide)

        

    8191

    Acrylnitril, adipinzuur, aluin, aluminiumacetaat (azijnzuurhoudende kleiaarde), -fluoride, -formiaat, -sulfaat (zwavelzuurhoudende kleiaarde, ammoniakgas, ammonia, ammonsalpeter (ammoniumnitraat, salpeterzuurhoudende ammoniak) ammoniumfosfaat, -oplossing, ethylbenzol, ethyleenoxide, vloeibaar, bariumcarbonaat, -chloride (chloorbarium), -nitraat,-nitriet, -sulfaat, sulfiet, benzolkoolwaterstofderivaat, loodglit, -oxide, wit (loodcarbonaat), brandewijn, verouderd; calciumformiaat, -hypochloride (chloorkalk), -nitraat (kalksalpeter), -fosfaat, -sulfaat (anhydriet, synthetisch), Cyanide, Caprolactam , siliciumcarbide, chroomaluin, -loog, -sulfaat; cumol, dimethylether, methylacetaat, -ether, azijnzuur, anhydride, choorazijnzuur, alcohol, fluorwaterstof, ethyleenglycol, buthyleenglycol, propyleen

        
     

    glycol, glycerine, -loog, -water, ureum, kunstmatig (carbamide), hexamethyleendiamine, houtazijn, isopropylalcohol, kaliumchloraat, -hypochloritloog (kalibleekloog) -nitraat; kooldyoxide, verdicht, vloeibaar gemaakt; cresol, fenol, magnesiumcarbonaat, meliamine, natriumacetaat (azijnzuurhoudend natrium), -chloraat, -fluoride, -formiaat, -nitraat (natronsalpeter), -fosfaat, -sulfiet (zwavelzuurhoudend natrium), zwavelnatrium, naftaleenanhydride, retortegrafiet, roet, zwavelkoolstof, silicium, -carbid, spiritus, gedenatureerd, stikstof, verdicht, vloeibaar gemaakt, styreen, trichloorethyleen, wasgrondstoffen, waterstof

    S

    8192

    Calciumchloride (chloorcalcium), kalkstikstof, chloor, vloeibaar gemaakt (chloorloog), ijzeroxide, -sulfaat, kaliumhydroxyde, kaliloog, kaliumbicarbonaat, -carbonaat, silicaat (waterglas), -sulfaatloog, kaliumcarbonaat, magnesiumsulfaat, mangaansulfaat, methanol (houtgeest), methylalcohol, natriumbicarbonaat (dubbelkoolzuurhoudend natrium), -bisulfaat (dubbelzwavelzuurhoudend natrium), -nitriet (salpeterzuurhoudend natrium), -nitrietloog, -silicaat (waterglas), natronbleekloog; fosforzuur, salpeterzuur, -afvalzuur, zoutzuur, afvalzuur, zwavel, gereinigd, zwaveldioxyde, zwavelige zuren, zinkoxyde, -sulfaat

    S

    8193

    Kaliumchloride (chloorkalium)

    S

    8199

    Overige chemische grondstoffen, bijv. alcohol, puur (spiritus), ammoniumchloride (salmiak, zoutzuurhoudende ammoniak), chloorbenzol, cyaanzout, hardingsmiddel voor ijzer, voor staal, monochloorbenzol, orthoxylol, paraxylol, radioactieve stoffen, titaandioxyde (bijv. kunstrutiel, niet nader gespecificeerd

    S

          

    82

    ALUMINIUMOXYDE EN -HYDROXYDE

        

         

    820

    Aluminiumoxyde en -hydroxyde

        

    8201

    Aluminiumoxyde

    B

      

    8202

    Aluminiumhydroxyde (aluminiumhydraat)

    B

      
          

    83

    BENZOL, TEREN EN ANDERE DERIVATEN

        

         

    831

    Benzol

        

    8310

    Benzol

    S

     
          

    839

    Pek, teer, teeroliën en andere derivaten

        

    8391

    Nitrobenzol, benzolderivaten, niet nader gespecificeerd

    S

     

    8392

    Oliën en andere derivaten van steenkoolteer, bijv. anthraceen, slib, decaline, naftaline, geraffineerd, tetraline, xylenol, solventnafta, toluol, xylol

    S

    8393

    Pek en teerpek uit steenkool-en andere minerale teren bijv. bruinkoolteerpek, houtteerpek, mineraalteerpek, petroleumpek, steenkoolteerpek, teerpek, turfpek, -teerpek

    S

    4)

    8394

    Pek-en teercokes van steenkool- en andere minerale teren, bijv. bruinkoolteercokes, pekcokes, steenkoolpekcokes, -teercokes, teercokes

    S

    4)

    8395

    Gasreinigingsstof

    S

     

    8396

    Steenkool-, bruinkool- en turfteer, houtteer, houtteerolie, bijv. impregneerolie, carbolineum, kreosotol, mineraalteer, nataline, ruw

    S

     

    8399

    Overige derivaten, bijv. resten van zware olie van bruinkool-en steenkoolteer

    S

          

    84

    CELSTOF EN OUD PAPIER

        

         

    841

    Houtslijpsel en celstof

        

    8410

    Houtstof (houtslijpsel), houtcellulose, cellulose, -afval

    A

      

    842

    Oud papier en papierafval

        

    8420

    Oud papier, oud karton

    A

      
          

    89

    ANDERE CHEMISCHE PRODUCTEN (inclusief zetmeel)

        

         

    891

    Kunststoffen

        

    8910

    Kunsthars, kunstharslijm, kunststofafval, kunststofgrondstoffen, niet nader gspecificeerd

    S

    4)

    Mengpolimerisaat van acrylnitraat, van butadieen, van styrol; polyester, polyvinylacetaat, -chloryde, vinylchloryde

          

    892

    Verf-, kleur- en looistoffen

        

    8921

    Kleurstoffen, kleuren, verven, lakken, bijv, ijzeroxyde voor het herstellen van kleuren, emaille, aardkleuren, bereid, lithopone, menie, zinkoxyde

    S

     

    8922

    Stopverf, kit

    S

     

    8923

    Looistoffen, extracten

    S

     
          

    893

    Farmaceutische producten, etherische oliën, reinigings-en lichaamsverzorgingsmiddelen

        

    8930

    Apothekerproducten (geneesmiddelen), cosmetische en farmaceutische producten, reinigingsmiddelen, zeep, wasmiddelen, -poeder

    A

    S

    17)

    894

    Munitie en springstoffen

        

    8940

    Munitie en springstoffen

    S

     
          

    895

    Zetmeel en gluten

        

    8950

    Stijfsel, aardappelzetmeel, zetmeel, -producten, gluten

    A

      
          

    896

    Andere chemische producten

        

    8961

    Afval van kunstdraad, -vezels, -garens, van kunststoffen, ook geschuimd, ook thermoplastisch, niet nader gespecificeerd; afvalmengzuren van zwavel-en salpeterzuur; electrodenkolenafval, -resten, koolstofbasisstof

    S

     

    8962

    Afval en residuen van de chemische industrie, van de glasindustrie, ijzeroxydehoudend; sulfietloog

    S

     

    8963

    Aceton, ethylacetaat, ethyleenchlorid, ethylglycol, butanol, butylacetaat, butylglycol, chloorkoolwaterstof, niet nader gespecificeerd, chloorparrafine, chloroform (trichlormethaan), dextrin (oplosbaar zetmeel), dichlorethyleen, ontkalkingsmiddel voor de lederbereiding, glycol, niet nader gespecificeerd, grafiet, producten, hardingsmengsels voor kunststoffen, hexachloorethaan, kabelwas, lijm, oplosmiddel, methylchloride (chloormethyl), -glycol, methyleenchloride, tetrachloorethyleen, plantbeschermingsmiddelen, niet nader gespecificeerd, propylacetaat, -glycol, -producten, terpentineolie, tetrachloorbenzol, -koolstof, trichlorbenzol, weekmakermengsels voor kunststoffen

    S

    8969

    Chlorotheen, kreosot, chemicaliën, chemische producten, niet nader gespecificeerd

    S

          

    9

    VOERTUIGEN, MACHINES, ANDERE HALF- EN EINDPRODUCTEN, BIJZONDERE TRANSPORTGOEDEREN

    12)

          

    91

    VOERTUIGEN

        

    910

    Voertuigen

        

    9101

    Landvoertuigen, ook onderdelen (uitgezonderd voertuigmotoren), bijv. sleepwagens, fietsen, vrachtauto's, tractoren; assen, aslager, -tap

      

    9102

    Luchtvaartuigen, ook onderdelen (uitgezonderd motoren)

      

    9103

    Railvoertuigen, ook onderdelen (uitgezonderde voertuigmotoren), bijv. locomotieven, waggons, wielbanden, -schijven

      

    9104

    Watervaartuigen, ook onderdelen (uitgezonderd motoren), bijv, boten, schepen, vlotten, scheepvaarttekens

      
          

    92

    LANDBOUWMACHINES

        

         

    920

    Landbouwmachines en werktuigen

        

    9200

    Landbouwmachines en werktuigen, inclusief accesoires, onderdelen en vervangingsonderdelen

      
          

    93

    ELECTROTECHNISCHE PRODUCTEN; ANDERE MACHINES

        

         

    931

    Electrotechnische producten

        

    9311

    Electrisch fornuis, -oven, televisietoestel, telefoonapparatuur, radioapparatuur, weegapparatuur, wasmachines

      

    9312

    Electroden voor electrische apparaten en ovens, electrodenkool, -pennen; isolatoren

      

    9313

    Accumulatoren, -platen, apparaten, electrisch, dynamo's, electromotoren, generatoren, kabels, meetapparaten, transformatoren

      

    9314

    Andere electronische producten

      
          

    939

    Andere machines, niet nader gespecificeerd (inclusief voertuigmotoren)

        

    9391

    Armaturen, dieselmotoren, kogellagers, rollagers, ottomotoren, -onderdelen

      

    9392

    Graaf-en baggermachines, betonmolens, hefwerktuigen, kranen, pompen, walsen en andere werktuigen en machines voor bouwwerkzaamheden

      

    9393

    Bureaumachines

      

    9394

    Gietvormen uit gietijzer, gietvormen, mantels, van ijzer, voor generatoren, condensatoren, gloeiovens, trommels, trommelbeslag voor draaiovens

      

    9399

    Overige machines, niet nader gespecificeerd

      
          

    94

    METAALPRODUCTEN

        

         

    941

    Systeembouwonderdelen en bouwconstructies van metaal

        

    9411

    Barakken, schuren, tribunes van metaal, venster, -delen, palen, poorten, poortkozijnen, deuren, deurkozijnen, van metaal

      

    9412

    Constructies, constructieonderdelen, van metaal

      
          

    949

    Andere metaal-producten

        

    9491

    Koperwaren, bouten, naven, stopcontacten, draadkabel, ijzerwaren ook met electrische inrichting, staalvezels, vatenen flessen van staal voor het vervoer van verdicht of vloeibaar gas, gietijzerwaren, huishoudapparaten van gietijzer, van blikstaal, jerrycan, kuip, schroeven en matrijzen, lasdraad, werktuigen; staalwaren, niet nader gespecificeerd

      

    9492

    Ankers voor vaartuigen, bouwstaalmatten, -weefsel, draad, vlechtdraad, draadpennen, ijzerhouder, -vaten, vormstukken uit gietijzer, uit staal, ketels, ketens, nagels, klinknagels, prikkeldraad, staalmatten

      

    9493

    Betondraadweefsel, (ijzerdraadweefsel met aangebrachte betonstukjes)

      
          

    95

    GLAS, GLASPRODUCTEN, KERAMISCHE EN ANDERE MINERALE PRODUCTEN

        

         

    951

    Glas

        

    9511

    Vensterglas, vlakglas, floatglas, glasbouwstenen, glasdakpannen, glastegels, isoleerglas, gelaagd glas, onbewerkt glas

      

    9512

    Glas, gemalen, glasafval, -breuk, -scherven

    A

    952

    Glasproducten, keramische en andere minerale half-en eindproducten

        

    9521

    Asbestproducten, bijv. pakkingen, filterplaten, vilt, karton, beschermingsbekleding

      

    9522

    Glasproducten, bijv. flessen, koppen, servies, gegoten glas, glasstaven, keramische producten, bijv vormstukken uit kleiaarde of steengoed, klei-en Pottenbakkersproducten

      

    9529

    Andere minerale half-en eindproducten, niet nader gespecificeerd

      

    96

    LEDER, LEDERWAREN, TEXTIEL, BEKLEDING

        

         

    961

    Leder, pelswerk, lederwaren

        

    9610

    Pelzen, huiden, leder, bontwerk

      
          

    962

    Garens, weefsel en aanverwante artikelen

        

    9620

    Chemiedraden, -garens, draden en garens van plantaardige spinstoffen van dierenharen, van wol, vilt, -waren, weefsels en stoffen, jute zakken, dekzeilen, touwwerk, tapijten, watten

      
          

    963

    Bekleding, schoenen, reisartikelen

        

    9630

    Bekleding, lederwaren, pelswaren, textiel

      

    97

    ANDERE HALF-EN EINDPRODUCTEN

        

         

    971

    Rubberwaren

        

    9710

    Vloerbedekking, rubberbanden, guttapercha, bewerkt, buizen, schuimrubber

      
          

    972

    Papier en karton

        

    9721

    Bitumenvilt, -papier, -karton, dakvilt, viltkarton, teervilt, -papier, -karton

    A

      

    9722

    Karton, behangpapier, perkamentpapier, golfkarton, celstofwatten

    A

      

    9723

    (In)pakpapier, papier in rollen, krantepapier

    A

      
          

    973

    Papier-en kartonproducten

        

    9730

    Papier-en kartonproducten

    A

      
          

    974

    Drukwerk

        

    9740

    Boeken, kranten, drukwerken, niet nader gespecificeerd

      
          

    975

    Meubelen en inrichtingsvoorwerpen

        

    9750

    Meubelen, onderdelen en inrichtingsvoorwerpen, niet nader gespecificeerd

      
          

    976

    Hout-en kurkwaren

        

    9760

    Barakken, huizen, schuren, tribunes van hout, bouwonderdelen (houtconstructies), vaten, vensters, -delen, lijsten, fineerbladen, hardvezelplaten, huishoudapparaten, houtpleisterblokken, -platen, houtspaan, bijzonder gefabriceerd (bijv. voor korven, doosjes), houtwol, triplex, -platen, dragers van hout, kurkwaren

      
          

    979

    Andere eindproducten

        

    9790

    Apparaten, instrumenten, inclusief accesoires en onderdelen voor chemische, medische, natuurkundige doeleinden, borstelwerk, vlecht-en korfproducten, kunststofproducten, muziekinstrumenten, sanitair

      

    99

    BIJZONDERE TRANSPORTGOEDEREN (inclusief stukage- en stukgoed)

        

         

    991

    Gebruikte verpakkingen, verpakkingsmiddelen

        

    9910

    Containers, kabelhaspels, emballage, pallets, allen gebruikt; gebruikte voertuigen (trailer, chassis); andere verpakkingsmiddelen, niet nader gespecificeerd

      
          

    992

    Werktuigen van bouwondernemingen, circusartikelen, o.a.

        

    9920

    Bouw-en etalagegereedschappen, gebruikt

      
          

    999

    Groepage- en stukgoed; transportgoederen die gezien hun aard niet onder een van de groepen zijn te brengen

        

    9991

    Wapens, inclusief accesoires en onderdelen

      

    9999

    Goederen niet nader gespecificeerd

    Opmerking:

    1) Gegarandeerd onbehandeld

    2) Voor onbehandeld hout: A

    Voor behandeld (geïmpregneerd) hout: B

    3) Voor gebeitst zaad: S

    4) S: Sproeien over opslag op de wal

    5) Voor in wateroplosbare metaalzouten: S

    6) Indien met minerale olie besmeurd: S

    7) Indien gedenatureerd: S

    8) Vast: B

    Loog: A

    9) I.p.v. asbest: vezelcement

    10) Voor houtgranietmassa: B, voor alle overigen: A

    11) Indien vacuümschoon niet mogelijk, dan S

    12) Bij stukgoed zie inleidende opmerking onder c)

    13) Plantaardig: A

    Dierlijk: B

    14) Meel: B

    15) Afval en schroot A, overig B

    16) Afval: S

    17) Indien geneesmiddelen: S

  • Bijlage 3. Behorende bij artikel 76 van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart

    Grens- en controlewaarden voor zuiveringsinstallaties aan boord van passagiersschepen

    Tabel 1. Grenswaarden voor de typekeuring

    parameter

    concentratie

    proef

    biochemisch zuurstofverbruik (BZV5)

    25 mg/l

    24-uurs mengproef gehomogeniseerd

       

    ISO N5815 van 1981

    40 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

       

    chemisch zuurstofverbruik (CZV)

    125 mg/l

    24-uurs mengproef, gehomogeniseerd

       

    ISO N6060 van 1986

    180 mg/l

    steekproef, gehomogeniseerd

    Tabel 2. Controlewaarden voor een steekproef ten aanzien van het functioneren

    parameter

    concentratie

    proef

    biochemisch zuurstofverbruik (BZV5) ISO N5815 van 1981

    40 mg/l

    steekproef, gehomogeniseerd

       

    chemisch zuurstofverbruik (CZV) ISO N6060 van 1986

    180 mg/l

    steekproef, gehomogeniseerd