Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 25-08-2005 t/m 31-12-2005

Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 1p, aanhef, eerste en tweede lid, van de Ziekenfondswet;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene subsidiebepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 1.1. Begrippen en algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.1.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze regeling wordt verstaan onder:

instelling:

een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;

project:

een activiteit met een incidenteel karakter;

instellingssubsidie:

een subsidie aan een instelling in de kosten van haar structurele activiteiten of een gedeelte daarvan;

projectsubsidie:

een subsidie in de kosten van een project;

ondersteuningssubsidie:

een instellingssubsidie van ten hoogste € 11 344,51 in een gering deel van de totale kosten van het algemeen functioneren van een instelling;

algemeen fonds:

het fonds, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiering volksverzekeringen;

algemene kas:

de kas, bedoeld in artikel 1q, eerste lid, van de Zieken-fondswet;

zorgkantoor:

een verbindingskantoor als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering;

regio:

het werkgebied waarvoor het zorgkantoor als verbindingskantoor ingevolge het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering door de Minister van Volksgezond-heid, Welzijn en Sport is aangewezen.

Artikel 1.1.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het College zorgverzekeringen verstrekt op grond van deze regeling subsidies voor de in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 aangegeven doeleinden. De subsidies in hoofdstuk 2 komen ten laste van het algemeen fonds en de subsidies in hoofdstuk 3 komen ten laste van de algemene kas.

  • 2 Het aanvragen van de subsidie en de subsidievaststelling alsmede het nemen van besluiten met betrekking tot subsidies geschiedt overeenkomstig de in deze regeling gestelde regels.

Artikel 1.1.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien:

    • a naar het oordeel van het College zorgverzekeringen mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;

    • b de aanvrager naar het oordeel van het College zorgverzekeringen de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en

    • c de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

  • 2 Het eerste lid, onderdelen b en c, zijn niet van toepassing op rechtspersonen krachtens publiekrecht ingesteld.

Afdeling 1.2. Berekeningswijze instellingsubsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.2.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Een instellingssubsidie bestaat uit een door het College zorgverzekeringen vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door het College

voor zorgverzekeringen goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Artikel 1.2.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het bedrag, bedoeld in artikel 1.2.1 wordt verlaagd met het bedrag waarmee het maximaal toegestane bedrag van de in artikel 1.8.7 bedoelde reservering wordt overschreden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een ondersteuningssubsidie.

Artikel 1.2.3 [Vervallen per 01-01-2006]

Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Afdeling 1.3. Berekeningswijze projectsubsidies [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.3.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende en met in achtneming van de ingevolge de hoofdstukken 2 en 3 in aanmerking komende werkelijke lasten, voorzover opgenomen in de door het College zorgverzekeringen goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan het door het College zorgverzekeringen vastgestelde maximum.

Afdeling 1.4. Modellen en formulieren [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.4.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het College zorgverzekeringen stelt voor de subsidies in de hoofdstukken 2 en 3 de volgende modellen en formulieren vast:

  • a een formulier voor de aanvraag van subsidie;

  • b een model voor het projectplan;

  • c een model voor de begroting;

  • d een model voor het activiteitenplan;

  • e een model voor het activiteitenverslag;

  • f een controleprotocol;

  • g een model accountantsverklaring; en

  • h een formulier voor de aanvraag van de vaststelling van de subsidie.

Afdeling 1.5. Aanvraag van een instellingssubsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.5.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De instelling die voor haar activiteiten of een gedeelte daarvan in een jaar een instellingssubsidie verlangt, dient uiterlijk 13 weken vóór de aanvang van het desbetreffende jaar een subsidieaanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een activiteitenplan en een begroting en gaat, indien de liquiditeitsbehoefte niet regelmatig gespreid is over het jaar, vergezeld van een liquiditeitsprognose.

  • 2 In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de instelling met de activiteiten nastreeft, op welke wijze zij zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroep zij zijn bestemd.

  • 3 De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en van het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag. In geval van een privaatrechtelijke rechtspersoon bevat de begroting tevens zowel de baten en lasten van de instelling als geheel als de baten en lasten van elk te onderscheiden onderdeel van de instelling.

  • 4 De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per kalenderkwartaal.

  • 5 Het College zorgverzekeringen kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.

Artikel 1.5.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij de aanvraag van een instellingssubsidie door een privaatrechtelijke rechtspersoon worden tevens overgelegd:

    • a een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;

    • b een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt;

    • c een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag; en

    • d indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.

  • 2 Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen of organisaties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

  • 3 Overlegging van de in het eerste lid bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens aan het College zorgverzekeringen bekend zijn.

Afdeling 1.6 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.6.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het College zorgverzekeringen kan projectsubsidies verlenen die zich uitstrekken over meer dan een kalenderjaar.

  • 2 De natuurlijke persoon of rechtspersoon die subsidie voor een bepaald project verlangt, dient ten minste 13 weken vóór de aanvang van het project een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting en gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose.

  • 3 In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd.

  • 4 De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en van het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag.

  • 5 De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per maand. De liquiditeitsprognose kan achterwege blijven als de liquiditeitsbehoefte regelmatig gespreid is over de duur van het project.

  • 6 In afwijking van het tweede lid kan het College zorgverzekeringen bepalen dat aanvragen voor projecten op bepaalde terreinen vóór een of meer door hem vastgestelde data worden ingediend.

  • 7 Het College zorgverzekeringen kan ontheffing verlenen van de in het tweede of zesde lid bedoelde aanvraagtermijn.

Artikel 1.6.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij de aanvraag van de subsidie door een privaatrechtelijke rechtspersoon worden tevens overgelegd:

    • a een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;

    • b een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt; en

    • c indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.

  • 2 Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

  • 3 Overlegging van in het eerste lid bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens bij het College zorgverzekeringen bekend zijn.

Artikel 1.6.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het College zorgverzekeringen kan een aanvrager of een categorie aanvragers tevens verplichten tot het overleggen van een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling op het tijdstip van de aanvraag.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien een rechtspersoon, krachtens publiekrecht ingesteld, een projectsubsidie aanvraagt.

Afdeling 1.7. Subsidieverlening en bevoorschotting [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.7.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het College zorgverzekeringen geeft een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 1.7.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Nadat een subsidieaanvraag is ingediend, kan het College zorgverzekeringen voorschotten verlenen. Daarbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsbehoefte.

  • 2 Het College zorgverzekeringen verstrekt, indien de liquiditeitsbehoefte regelmatig is gespreid, de volgende voorschotten op een verleende instellingssubsidie: in januari 15%, februari 7%, maart 7%, april 7%, mei 15%, juni 7%, juli 7%, augustus 7%, september 3%, oktober 11%, en november 14% van het voor het desbetreffende jaar verleende bedrag.

  • 3 Indien het College zorgverzekeringen voorschotten verstrekt voordat hij de beschikking tot subsidieverlening heeft gegeven, worden de percentages, bedoeld in het tweede lid, tot de datum van subsidieverlening, toegepast op het voor het voorgaande jaar verleende bedrag, in voorkomende gevallen bijgesteld overeenkomstig door het College zorgverzekeringen gegeven beschikkingen. Zodra de beschikking tot subsidieverlening voor het lopende jaar is gegeven, wordt het bedrag dat, gezien het in die beschikking verleende bedrag, te veel of te weinig is bevoorschot, zo spoedig mogelijk verrekend of door de subsidieaanvrager terugbetaald, onderscheidenlijk door het College zorgverzekeringen betaald.

  • 4 Indien aannemelijk is dat er te veel is bevoorschot, kan het College zorgverzekeringen een bedrag vaststellen dat de subsidieontvanger aan hem dient te betalen binnen de bij die vaststelling genoemde termijn. Het College zorgverzekeringen kan het bedrag op andere wijze verrekenen.

Artikel 1.7.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij de verlening van een subsidie kan het College zorgverzekeringen bepalen dat het subsidiebedrag door hem wordt bijgesteld, rekeninghoudend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.

  • 2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan het College zorgverzekeringen bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.

  • 3 Indien een subsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.

Afdeling 1.8. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.8.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

    • a de doeleinden, gesteld in het activiteitenplan dan wel het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

    • b de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en

    • c de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel 1.8.2 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieontvanger zorgt er voorts voor:

  • a dat de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b dat de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling; en

  • c dat van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken.

Artikel 1.8.3 [Vervallen per 01-01-2006]

Bij instellingen die een instellingssubsidie ontvangen, is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 1.8.4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het College zorgverzekeringen van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2 Het eerste lid is van toepassing in de situatie dat de feitelijke liquiditeitsbehoefte lager is dan de verleende voorschotten.

  • 3 Bij een mededeling overeenkomstig dit artikel worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 1.8.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De privaatrechtelijke rechtspersoon die een instellingssubsidie ontvangt, verzekert haar roerende en onroerende zaken op afdoende wijze tegen het risico van diefstal en brand alsmede tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.

  • 2 De ontvanger van een instellingssubsidie verzekert voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in het kader van de gesubsidieerde activiteiten, hun wettelijke aansprakelijkheid.

  • 3 Het College zorgverzekeringen kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid.

  • 4 Het College zorgverzekeringen kan het eerste of tweede lid van overeenkomstige toepassing verklaren op de ontvanger van een projectsubsidie.

Artikel 1.8.6 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het activiteitenplan, onderscheidenlijk projectplan, voorgenomen activiteiten.

Artikel 1.8.7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Voorzover het bedrag van de verleende instellingssubsidie, zonder toepassing van de in artikel 1.2.2 bedoelde vermindering, na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de geldende verplichtingen, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor het is verstrekt, wordt het gereserveerd.

  • 2 Voor de berekening van het in het eerste lid bedoelde te reserveren bedrag wordt het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, bestaande uit de verleende instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, verminderd met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt toegerekend naar rato van de verleende instellingssubsidie en de, in de ingediende begroting opgenomen, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende, overige baten. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel.

  • 3 Toevoegingen aan voorzieningen als bedoeld in artikel 374, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die samenhangen met de gesubsidieerde activiteiten, worden gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Indien in de ingediende begroting onder de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten een vrijgevallen voorziening is opgenomen, blijft deze buiten beschouwing bij de berekening van het te reserveren bedrag, bedoeld in het tweede lid.

  • 5 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de ontvanger van een ondersteuningssubsidie.

  • 6 De in het eerste lid bedoelde reservering wordt uitsluitend besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.

  • 7 Het totaal van de in het eerste lid bedoelde reservering in enig jaar bedraagt ten hoogste 10% van het bedrag van de voor dat jaar verleende subsidie, zonder toepassing van de in artikel 1.2.2 bedoelde vermindering.

Artikel 1.8.8 [Vervallen per 01-01-2006]

Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht.

Artikel 1.8.9 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat, behoudens schriftelijke toestemming van het College zorgverzekeringen, publicatie of het anderszins openbaar maken op grond van deze regeling gesubsidieerd onderzoek, delen of samenvattingen daarvan, niet plaatsheeft binnen drie maanden nadat deze aan het College zorgverzekeringen zijn voorgelegd.

  • 2 Het College zorgverzekeringen is bevoegd om onderzoek, bedoeld in het eerste lid, desgewenst te voorzien van commentaar, één of meermalen te vermenigvuldigen of te publiceren of anderszins openbaar te maken of te doen openbaar maken, met vermelding van de bron, zonder dat hiervoor enige vergoeding is verschuldigd.

  • 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde onderzoeksgegevens op verzoek van het College zorgverzekeringen onmiddellijk en kosteloos aan het College zorgverzekeringen of aan door het College zorgverzekeringen aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen beschikbaar worden gesteld.

  • 4 Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan het College zorgverzekeringen bepalen dat de subsidieontvanger er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.

  • 5 Indien een subsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1

  • 6 De subsidieontvanger vrijwaart de Staat der Nederlanden en het College zorgverzekeringen voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.

Artikel 1.8.10 [Vervallen per 01-01-2006]

Aan de subsidie kunnen verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht worden verbonden.

Artikel 1.8.11 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de instelling wordt ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.

  • 3 Toepassing van het eerste lid blijft achterwege indien de activiteiten van de subsidieontvanger, na toestemming van het College zorgverzekeringen, door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.

Artikel 1.8.12 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling ter beschikking gestelde goederen, is niet hoger dan het bedrag dat op grond van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften berekend wordt, rekening houdend met de geldende afschrijvingspercentages.

  • 2 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling geleverde diensten, is indien het diensten betreft die in het algemeen door soortgelijke instellingen in eigen beheer worden verricht, niet hoger dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die de instelling zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer.

  • 3 De vergoeding die de instelling betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van één of meer gesubsidieerde instellingen ten doel stelt, voor door die organisatie aan de instelling geleverde diensten, andere dan de in het tweede lid bedoelde diensten, is niet hoger dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere organisaties gebruikelijk kan worden geacht.

Artikel 1.8.13 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Artikel 1.8.14 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger verstrekt aan de door het College zorgverzekeringen aangewezen ambtenaren of andere personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de instelling slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de instelling de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn.

  • 2 Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door het College zorgverzekeringen aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen.

  • 3 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens het College zorgverzekeringen ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

  • 4 De subsidieontvanger machtigt de in artikel 1.9.4 bedoelde accountant overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid te handelen.

Artikel 1.8.15 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien bij het College zorgverzekeringen het vermoeden is gerezen dat artikel 1.8.12 niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.

Afdeling 1.9. De aanvraag tot subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.9.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Binnen zes maanden na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.

  • 2 De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:

    • a. het verslag, bedoeld in artikel 1.8.6;

    • b. de subsidiedeclaratie, bedoeld in artikel 1.9.2;

    • c. de jaarrekening; en

    • d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.

  • 3 Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.

  • 4 De jaarrekening behoeft niet te worden ingezonden, indien het gaat om:

    • a. een projectsubsidie, of

    • b. een subsidie aan een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld.

  • 5 Het College zorgverzekeringen kan ontheffing en vrijstelling verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.

Artikel 1.9.2 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.

Artikel 1.9.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De afdelingen 2 tot en met 8 van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst- en verliesrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo.

  • 2 De grondslag voor de waardering van activa en passiva is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de ontvangen investeringssubsidies en bestemmingsgiften.

  • 3 Het College zorgverzekeringen kan bepalen dat bepalingen van de in het eerste lid bedoelde Titel of onderdelen daarvan niet van toepassing zijn op bepaalde instellingen.

Artikel 1.9.4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2 De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen protocol.

  • 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens het College zorgverzekeringen in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden. Voor de aan dit onderzoek verbonden kosten wordt geen subsidie verstrekt.

Afdeling 1.10. De vaststelling van de subsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1.10.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.9.1, geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Hoofdstuk II. Subsidie ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 2.1. Begripsbepalingen subsidies ten laste van de AWBZ [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.1.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder verzekerde: een persoon die krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerd is en als zodanig is ingeschreven bij een uitvoeringsorgaan ingevolge die wet.

Afdeling 2.2. Subsidies ten laste van het algemeen fonds, op grond van artikelen 1p, eerste lid, onder a, Ziekenfodswet [Vervallen per 01-01-2006]

Paragraaf 2.2.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.1.1 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.2 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.3 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.4 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.5 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.6 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.7 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.1.8 [Vervallen per 01-01-2002]

Paragraaf 2.2.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.2.1 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.2 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.3 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.4 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.5 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.6 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.7 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.8 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.9 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.2.2.10 [Vervallen per 01-01-2002]

Paragraaf 2.2.3. kosten blindengeleidehonden [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.3.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

school:

een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in verband met de uitvoering van deze paragraaf aangewezen opleidingsinstituut voor blindengeleidehonden;

bruikleenovereenkomst:

de overeenkomst tussen een verzekerde en een school overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen model;

opleidingskosten:

de kosten van de school voor de opleiding, nazorg en eventuele hertraining van de blindengeleidehond, instructie aan de verzekerde, en het aan de verzekerde in bruikleen geven van de blindengeleidehond inclusief een tuig, riem, halsband, kam, borstel, voederbak, drinkbak en een mand of stretcher;

gebruikskosten:

de kosten van de verzekerde voor het levensonderhoud, voor de verzorging en voor de ziektekostenverzekeringspremie van de blindengeleidehond.

Artikel 2.2.3.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Aan een school wordt op aanvraag per opgeleide hond een subsidie verstrekt voor opleidingskosten.

  • 2 Aan een verzekerde wordt op aanvraag subsidie verstrekt voor een tegemoetkoming in de gebruikskosten.

Artikel 2.2.3.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het subsidieplafond voor de kosten, bedoeld in artikel 2.2.3.2, bedraagt voor het jaar 2005 € 3 414 401.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt in volgorde van de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

Artikel 2.2.3.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie voor opleidingskosten aan de school bedraagt per blindengeleidehond € 17 022.

  • 2 De in het eerste lid genoemde subsidie wordt slechts eenmaal per blindengeleidehond verstrekt.

Artikel 2.2.3.6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie voor de tegemoetkoming in de gebruikskosten aan de verzekerde bedraagt per blindengeleidehond op jaarbasis € 984.

  • 2 De in het eerste lid genoemde subsidie wordt verstrekt naar rato van het aantal weken in een subsidiejaar dat de hond als blindengeleidehond in gebruik is of is geweest bij de verzekerde.

  • 3 Het College zorgverzekeringen kan tot een maximum van € 400 per jaar aanvullende subsidie verstrekken voor medische kosten voor de blindengeleidehond, voorzover deze kosten bestaan uit medicijnkosten voor artrose en extra kosten in verband met door een dierenarts voorgeschreven dieetvoer. De aanvullende subsidie wordt slechts verstrekt indien de gebruikskosten door hoge medische kosten voor de blindengeleidehond meer dan € 984 bedragen.

Artikel 2.2.3.7 [Vervallen per 01-01-2006]

De school meldt een verzekerde die in aanmerking wenst te komen voor een bruikleenovereenkomst inzake een blindengeleidehond, aan bij het College zorgverzekeringen overeenkomstig het door het College zorgverzekeringen daartoe vastgestelde registratieformulier.

Artikel 2.2.3.8 [Vervallen per 01-01-2006]

De school sluit een bruikleenovereenkomst af met een verzekerde die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a de verzekerde is blind of slechtziend;

  • b de verzekerde is redelijkerwijs aangewezen op het gebruik van een blindengeleidehond;

  • c de blindengeleidehond is een passende voorziening voor de verzekerde;

  • d de verzekerde is bij het College zorgverzekeringen geregistreerd om in aanmerking te komen voor een bruikleenovereenkomst inzake een blindengeleidehond.

Artikel 2.2.3.9 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De school komt slechts in aanmerking voor subsidie voor opleidingskosten onder de volgende voorwaarden:

    • a. de vaardigheden en de medische keuring van de blindengeleidehond voldoen aan door het College zorgverzekeringen bij nadere regeling te stellen eisen;

    • b. er geldt een bruikleenovereenkomst tussen de school en de verzekerde;

    • c. de blindengeleidehond is bij aflevering aan de verzekerde minimaal 16 maanden en maximaal vijf jaar oud;

    • d. de school behandelt klachten van gebruikers overeenkomstig de in de branche geldende klachtenregeling;

    • e. de school is volwaardig lid of heeft zich aangemeld als lid van de International Federation of Guide Dog Schools for the Blind en werkt volgens de richtlijnen van deze organisatie.

  • 2 Indien de bruikleenovereenkomst inzake een blindengeleidehond eindigt voordat de blindengeleidehond de leeftijd van vijf jaar heeft bereikt, zet de school deze voor een nieuwe bruikleenovereenkomst in, indien de blindengeleidehond als zodanig inzetbaar is. In afwijking van de vorige volzin kan een blindengeleidehond ouder dan vijf jaar worden herplaatst, mits zowel de school als de verzekerde hiermee instemmen en dit bij het College zorgverzekeringen wordt gemeld. Een blindengeleidehond mag tijdens zijn werkzame leven maximaal één keer worden herplaatst.

  • 3 Indien de hond binnen twee jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze voor het eerst in bruikleen is verstrekt, niet geschikt blijkt te zijn als blindengeleidehond en de school dit bij het aangaan van de bruikleenovereenkomst wist of redelijkerwijs had kunnen weten, is de school verplicht de subsidie terug te betalen.

Artikel 2.2.3.10 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieaanvraag van de school gaat vergezeld van:

  • a een door de school en verzekerde ondertekende bruikleenovereenkomst;

  • b afschriften van de medische keuring van de hond op oogafwijkingen, heupdysplasie en elleboogdysplasie;

  • c een door een dierenarts opgestelde gezondheidsverklaring van de blindengeleidehond, waarbij de gezondheidsverklaring op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan twee maanden is.

Artikel 2.2.3.11 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De verzekerde komt slechts in aanmerking voor subsidie voor een tegemoetkoming in de gebruikskosten van de blindengeleidehond onder de volgende voorwaarden:

    • a. er geldt een bruikleenovereenkomst;

    • b. de verzekerde heeft een blindengeleidehond als zodanig in gebruik;

    • c. de verzekerde heeft een ziektekostenverzekering afgesloten ten behoeve van de in het gebruik zijnde blindengeleidehond;

    • d. de verzekerde voldoet aan de premieverplichting die voortvloeit uit de in onderdeel c genoemde verzekering.

  • 2 Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet voor de verzekerde die krachtens artikel 57 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of krachtens de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring gebruik en bijzondere medische behandeling blindengeleidehonden 1998 gebruikskosten vergoed kreeg.

Artikel 2.2.3.12 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieaanvraag van de verzekerde wordt bij het College zorgverzekeringen ingediend:

    • a vóór 1 mei van het subsidiejaar, indien de blindengeleidehond op 1 januari van dat jaar in gebruik is, of;

    • b binnen drie maanden na ingang van een bruikleenovereenkomst, indien de blindengeleidehond gedurende het subsidiejaar in bruikleen wordt gegeven.

  • 2 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

    • a een kopie van de polis van de ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 2.2.3.11, eerste lid, onderdeel c, dan wel een betalingsbewijs dat betrekking heeft op het lopende subsidiejaar van een zodanige verzekering;

    • b een door een dierenarts opgestelde gezondheidsverklaring van de blindengeleidehond, waarbij de gezondheidsverklaring op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder is dan twee maanden.

Artikel 2.2.3.13 [Vervallen per 01-01-2006]

School en verzekerde dienen terstond schriftelijk het College zorgverzekeringen op de hoogte te stellen van:

  • a het aangaan van een bruikleenovereenkomst waarbij een blindengeleidehond wordt ingezet die reeds in het kader van een eerdere bruikleenovereenkomst werkzaam is geweest. Een afschrift van de bruikleenovereenkomst wordt bij de melding gevoegd;

  • b de beëindiging van een bruikleenovereenkomst, waarbij wordt ingegaan op de reden van de beëindiging van de bruikleenovereenkomst.

Artikel 2.2.3.14 [Vervallen per 01-01-2006]

Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 2.2.3.15 [Vervallen per 01-01-2003]

Artikel 2.2.3.16 [Vervallen per 01-01-2003]

Paragraaf 2.2.4. Voortzetting van vergoedingen voor huishoudelijke hulp [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.1 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.2 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.3 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.4 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.5 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.4.6 [Vervallen per 01-01-2005]

Paragraaf 2.2.5. Methadon voor ambulante verslaafdenzorg [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.5.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De volgende zorgkantoren komen in aanmerking voor een projectsubsidie die is bestemd voor de kosten verbonden aan de aflevering van het geneesmiddel methadon aan verzekerden in het kader van de ambulante verslavingszorg in het voor hen aangegeven werkgebied:

    • a OWM RZG Zorgkantoor u.a. te Groningen voor het werkgebied: Groningen;

    • b OWM De Friesland Zorgverzekeraar U.A. te Leeuwarden voor het werkgebied: Friesland;

    • c Groene Land Verzekeringen te Meppel voor het werkgebied: Drenthe;

    • d Groene Land Verzekeringen te Zwolle voor het werkgebied: Zwolle en Flevoland;

    • e Amicon zorgverzekeraar te Enschede voor het werkgebied: Twente en Arnhem;

    • f OWM Salland zorgverzekeringen U.A. te Deventer voor het werkgebied: Stedendriehoek;

    • g Stichting Ziekenfonds VGZ te Nijmegen voor het werkgebied: Nijmegen;

    • h ANOVA Verzekeringen te Amersfoort voor het werkgebied: Utrecht;

    • i OVM Univé Zorgverzekeraar u.a. te Alkmaar voor het werkgebied: Alkmaar;

    • j OWM ZAO zorgverzekeringen te Amsterdam voor het werkgebied: Amsterdam;

    • k ANOZ Verzekeringen te Amersfoort voor het werkgebied: Het Gooi;

    • l OWM Ziekenfonds PWZ u.a. Purmerend voor het werkgebied: Kennemerland;

    • m OWM Zorgverzekeraar TRIAS U.A. te Gouda voor het werkgebied: Dordrecht enMidden-Holland;

    • n OWM Nuts Zorgverzekering U.A. te Den Haag voor het werkgebied: Leiden, Den Haag en Delft;

    • o OWM Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A. te Rotterdam voor het werkgebied: Rotterdam;

    • p CZ Groep, Ziekenfonds te Goes voor het werkgebied: Zeeland;

    • q OWM OZ zorgverzekeringen U.A. te Breda voor het werkgebied: Breda en Tilburg;

    • r Stichting Ziekenfonds VGZ te Den Bosch voor het werkgebied: Den Bosch en Eindhoven;

    • s Stichting Ziekenfonds VGZ te Venlo voor het werkgebied: Noord-Limburg;

    • t CZ Groep, Ziekenfonds te Sittard voor het werkgebied: Zuid-Limburg;

Artikel 2.2.5.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Bij het verlenen van subsidie aan het zorgkantoor wordt slechts de aflevering aan verzekerden van methadon in aanmerking genomen die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. de aflevering heeft plaats in het kader van regionaal georganiseerde ambulante verslavingszorg die een voortzetting is van de verslavingszorg die tot en met 1996 werd gefinancierd ingevolge de Tijdelijke wet stimulering sociale vernieuwing;

  • b. de aflevering is verricht door een rechtspersoon die de regionaal georganiseerde ambulante verslavingszorg uitvoert op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen het zorgkantoor en die rechtspersoon; en

  • c. de aflevering heeft plaats op voorschrift van een arts verbonden aan de rechtspersoon die de verslavingszorg verleent.

Artikel 2.2.5.3 [Vervallen per 01-01-2006]

De in artikel 2.2.5.2, onder b, bedoelde overeenkomst voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. de overeenkomst is gesloten na overleg met de gemeente die als centrumgemeente ingevolge de Tijdelijke Wet Stimulering Sociale Vernieuwing voor de regio is aangewezen;

  • b. in de overeenkomst is in ieder geval geregeld:

    • 1°. de wijze waarop de voor betaling in aanmerking komende afleveringen plaatsvinden,

    • 2°. de bij de onderscheiden wijzen van aflevering behorende tarieven,

    • 3°. het opzetten en onderhouden van een registratiesysteem waarmee het zorgkantoor de nodige gegevens beschikbaar krijgt voor controle op de in artikel 2.2.5.2 bedoelde voorwaarden,

    • 4°. de wijze en het tijdstip waarop de rechtspersoon declareert bij het zorgkantoor en de wijze waarop het zorgkantoor de declaraties controleert, en

    • 5°. de informatieplicht van de in aanmerking komende rechtspersoon jegens het zorgkantoor ten behoeve van een goede uitvoering van de overeenkomst tussen het zorgkantoor en die rechtspersoon.

Artikel 2.2.5.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 2 600 963.

Artikel 2.2.5.5 [Vervallen per 01-01-2006]

In afwijking van artikel 1.3.1 bestaat de subsidie uit het totaal van de lasten, berekend volgens artikel 2.2.5.6, en bedraagt de subsidie maximaal het bedrag, berekend overeenkomstig de volgende formule:

A

x het in artikel 2.2.5.4 vermelde bedrag,

B

waarbij wordt verstaan onder

A: de volgens artikel 2.2.5.6 in aanmerking komende lasten van de subsidieontvanger;

B: de volgens artikel 2.2.5.6 in aanmerking komende laten van alle subsidieontvangers tezamen.

Artikel 2.2.5.6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij het verlenen van de subsidie worden slechts de volgende betalingen van het zorgkantoor in aanmerking genomen:

    • a. de betaling is gedaan aan een rechtspersoon die de regionaal georganiseerde ambulante verslavingszorg verricht, op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.2.5.2, onder b;

    • b. de betaling die bestemd is voor de kosten van de grondstof methadon, de kosten van het toedieningsmateriaal en de kosten voor de bereiding en etikettering, tot maximaal de volgende bedragen per dag per verzekerde:

      • bij bulkaflevering door een apotheek aan de rechtspersoon die de verslavingszorg verleent: € 0,61;

      • bij aflevering geëtiketteerd op naam van de cliënt door de apotheker aan de rechtspersoon die de verslavingszorg verleent: € 0,82;

      • bij individuele aflevering door de apotheker aan de cliënt: € 1,01.

  • 2 Indien BTW verschuldigd is over een bij het zorgkantoor gedeclareerde aflevering, wordt het maximumbedrag voor die aflevering, bedoeld in het eerste lid, onder b, vermeerderd met die BTW.

Artikel 2.2.5.7 [Vervallen per 01-01-2006]

Paragraaf 2.2.6. Diagnostiek beroepsziekte organopsychosyndroom [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.6.1 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.6.2 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.6.3 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.6.4 [Vervallen per 01-01-2005]

Paragraaf 2.2.7. Drempelvrije poliklinieken voor geslachtsziektebestrijding [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.7.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor een projectsubsidie voor diagnostiek en behandeling in de polikliniek van patiënten met seksueel overdraagbare aandoeningen en de in het kader van die behandeling noodzakelijke geneesmiddelen komen in aanmerking de beherende rechtspersonen van:

  • a. gemeentelijke geneeskundige en gezondheidsdienst te Amsterdam;

  • b. Medisch Centrum Haaglanden, locatie Westeinde te Den Haag;

  • c. Ziekenhuis Leyenburg te Den Haag;

  • d. Havenziekenhuis te Rotterdam;

  • e. het Academisch Ziekenhuis Rotterdam (Erasmus Medisch Centrum), polikliniek venereologie te Rotterdam;

  • f. het Academisch Ziekenhuis Utrecht (Universitair Medisch Centrum Utrecht), afdeling dermatologie te Utrecht;

  • g. GGD Den Haag;

  • h. GGD Groningen;

  • i. GGD Hart voor Brabant;

  • j. GGD Nijmegen;

  • k. GGD Rotterdam;

  • l. GGD Utrecht;

  • m. GGD Zuidelijk Zuid Limburg.

Artikel 2.2.7.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De gesubsidieerde activiteiten bestaan uit:

    • a. diagnostiek van de volgende aandoeningen:

      • 1°. urethritis veroorzaakt door Mycoplasma hominis, Ureaplasma urealyticum, niet specifieke urethritis;

      • 2°. vaginitis en fluor veroorzaakt door Candidiasis;

      • 3°. proctitis veroorzaakt door niet specifieke proctitis;

      • 4°. balanopothitis veroorzaakt door Candida albicans, Candida glabrata, overige Candida species, Anaëroben, Aëroben, HPV;

      • 5°. wratten en pukkels veroorzaakt door Condyloma acuminatum, Molluscen, Condylomata lata in het kader van syfilis;

      • 6°. jeuk veroorzaakt door schurft;

      • 7°. geelzucht veroorzaakt door Hepatitis A, Hepatitis B, Hepatitis C.

    • b. diagnostiek en behandeling van de volgende aandoeningen:

      • 1°. ulceratieve klachten veroorzaakt door primaire syfilis, herpes genitalis, chancroïd, lymfogranuloma venereum, granuloma inguinale;

      • 2°. urethritis veroorzaakt door Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae;

      • 3°. vaginitis en fluor veroorzaakt door Trichomonas vaginalis, bacteriële vaginose;

      • 4°. proctitis veroorzaakt door Chlamydia trachomatis, Lymfogranuloma Venereum, Neisseria gonorrhoeae, Herpes proctitis;

      • 5°. balanoposthitis veroorzaakt door Trichomonas vaginalis, Chlamydia trachomatis.

      • 6°. jeuk veroorzaakt door schaamluis;

      • 7°. buikpijn bij de vrouw veroorzaakt door Pelvic Inflammatory Disease (PID);

      • 8°. pijnlijk scrotum veroorzaakt door Epididymitis.

  • 2 Bij de aandoeningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de patiënt naar de huisarts verwezen nadat de diagnose door de polikliniek is gesteld, waarbij de polikliniek, indien noodzakelijk, met de behandeling kan starten.

Artikel 2.2.7.3 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de patiënt heeft onoverkomelijke bezwaren om zich voor de behandeling van seksueel overdraagbare aandoeningen tot de eigen huisarts te wenden;

  • b. er worden geen betalingen van patiënten gevraagd voor de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 2.2.7.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 7 800 000.

Artikel 2.2.7.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 2.2.7.1, bedraagt maximaal het laagste van de in de volgende onderdelen bedoelde bedragen:

    • a. het bedrag van het saldo van de met inachtneming van deze paragraaf in aanmerking te nemen lasten en baten;

    • b. het bedrag dat ontstaat door het totale aantal patiënten van de polikliniek van de subsidieontvanger die de polikliniek consulteert voor een bij hen nog niet eerder geconstateerde aandoening dan wel voor het opnieuw optreden van de aandoening waarvan de behandeling reeds in eerder stadium succesvol was beëindigd, te vermenigvuldigen met een bedrag van € 160.

  • 2 Indien de som van de subsidies verstrekt aan de in artikel 2.2.7.1 genoemde rechtspersonen berekend overeenkomstig het eerste lid, het subsidieplafond overschrijdt, wordt de subsidie vastgesteld overeenkomstig de volgende formule:

    (A : B) × C,

    waarbij wordt verstaan onder:

    A: het totaalbedrag volgens artikel 2.2.7.4;

    B: het totaal aantal van de patiënten van alle poliklinieken tezamen, die de polikliniek consulteren voor een bij hen nog niet eerder geconstateerde aandoening dan wel voor het opnieuw optreden van de aandoening waarvan de behandeling reeds in een eerder stadium succesvol was beëindigd;

    C: het totaal aantal van de patiënten van de polikliniek van de subsidieontvanger, die de polikliniek consulteren voor een bij hen nog niet eerder geconstateerde aandoening dan wel voor het opnieuw optreden van de aandoening waarvan de behandeling reeds in een eerder stadium succesvol was beëindigd.

Artikel 2.2.7.6 [Vervallen per 01-01-2006]

In afwijking van artikel 1.3.1 worden slechts lasten die noodzakelijk zijn voor de behandeling in aanmerking genomen, met inachtneming van de beleidsregels voor ziekenhuizen van het College tarieven gezondheidszorg/Zorgautoriteit i.o.

Artikel 2.2.7.7 [Vervallen per 01-01-2006]

In afwijking van artikel 1.6.1, tweede lid, gaat de aanvraag niet vergezeld van een activiteitenplan.

Artikel 2.2.7.8 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger registreert op zorgvuldige wijze de hulpverleningsgegevens en gegevens over de verzekeringsvorm van de patiënt.

  • 2 De subsidieontvanger registreert gegevens overeenkomstig de aanwijzingen in het Gebruikersreglement SOA peilstation (versie 2003) en verstrekt deze desgevraagd aan de door het College zorgverzekeringen hiervoor aangewezen instelling.

Paragraaf 2.2.8. Projecten Families First [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.1 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.2 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.3 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.4 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.5 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.8.6 [Vervallen per 01-01-2004]

Paragraaf 2.2.9. Regionale hersenletselteams [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.1 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.2 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.3 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.4 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.5 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.2.9.6 [Vervallen per 01-01-2005]

Paragraaf 2.2.10. Integrale vroeghulp [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.1 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.2 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.3 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.4 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.5 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.2.10.6 [Vervallen per 01-01-2004]

Paragraaf 2.2.11. Agalsidase [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.11.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

agalsidase:

de geregistreerde geneesmiddelen Fabrazyme en Replagal;

protocol:

een door het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam ontwikkelde en door het College zorgverzekeringen goedgekeurde verzameling van richtlijnen voor de behandeling met en het onderzoek naar agalsidase bij verzekerden met de ziekte van Fabry.

Artikel 2.2.11.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor de periode 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 voor het volgens protocol behandelen van maximaal vijfenveertig verzekerden met een matig tot ernstig ziektebeeld van de ziekte van Fabry.

  • 2 De subsidie heeft mede als doel de therapeutische waarde en de doelmatigheid van de behandelingen te kunnen vaststellen.

Artikel 2.2.11.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten:

    • a het stellen van de diagnose ziekte van Fabry en het beoordelen van de mate van ernst van het ziektebeeld;

    • b het volgens protocol behandelen van de verzekerden met de ziekte van Fabry;

    • c de coördinatie van de behandeling van de verzekerden met de ziekte van Fabry indien de behandeling wordt verricht door een medisch specialist die werkzaam is buiten het Academisch Medisch Centrum.

  • 2 De vergoeding van de kosten van agalsidase is beperkt tot de werkelijke inkoopprijs van de toegediende agalsidase met een maximum van de voor de betreffende middelen geregistreerde doseringen.

  • 3 Slechts voor de kosten van de behandeling van verzekerden die toestemming hebben gegeven voor het gebruiken van hun behandelgegevens voor het vaststellen van de therapeutische waarde en de doelmatigheid van de behandeling met agalsidase wordt op grond van het eerste lid subsidie verstrekt.

Artikel 2.2.11.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2005 voor:

  • a de kosten voor agalsidase € 8 100 000;

  • b andere dan de onder a bedoelde kosten € 200 000.

Artikel 2.2.11.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger volledige medewerking verleent aan het onderzoek naar het vaststellen van de therapeutische waarde en de doelmatigheid van agalsidase. De subsidieontvanger zal daartoe in ieder geval de gegevens over de behandeling en de resultaten van de behandeling van de verzekerden met de ziekte van Fabry verzamelen en op een zodanige wijze vastleggen, dat de therapeutische waarde en de doelmatigheid van de agalsidasebehandelingen kunnen worden bepaald.

  • 2 De subsidie wordt slechts verleend indien de subsidieontvanger zich inzet om zowel voldoende verzekerden op Replagal met een dosering van 0,2 milligram per kilogram lichaamsgewicht als voldoende verzekerden op Fabrazyme met een dosering van een 1,0 milligram per kilogram lichaamsgewicht in te stellen om een uitspraak te doen over de therapeutische waarde en de doelmatigheid van deze middelen in het kader van het in het eerste lid bedoelde onderzoek.

Artikel 2.2.11.6 [Vervallen per 01-01-2006]

Uiterlijk 1 juni van het subsidiejaar verstrekt de subsidieontvanger aan het College zorgverzekeringen een overzicht van het verwachte aantal verzekerden dat met agalsidase zal worden behandeld in het daar op volgende jaar.

Paragraaf 2.2.12. Kosten hulphonden [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.12.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. hulphond: een hond die een substantiële bijdrage levert aan de mobiliteit, de algemene dagelijkse levensverrichtingen of de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen van mensen met een lichamelijke of auditieve handicap, waardoor hun zelfstandigheid wordt vergroot en het beroep op zorgondersteuning vermindert;

  • b. bruikleenovereenkomst: de overeenkomst tussen een verzekerde die geen eigenaar is van de hulphond en een school als bedoeld in artikel 2.2.12.3, overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen model;

  • c. teamtrainingsovereenkomst: de overeenkomst tussen een verzekerde die eigenaar is van de hulphond en een school als bedoeld in artikel 2.2.12.3, overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vast te stellen model;

  • d. opleidingskosten: de kosten van de school als bedoeld in artikel 2.2.12.3, voor de opleiding van de aspirant-hulphond, nazorg en eventuele hertraining van de hulphond, instructie aan de verzekerde, en het verschaffen van een tuig, riem, halsband, kam, borstel, voederbak, drinkbak en een mand of stretcher;

  • e. gebruikskosten: de kosten van de verzekerde voor het levensonderhoud, voor de verzorging en voor de ziektekostenverzekeringspremie van een hulphond.

Artikel 2.2.12.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de opleidingskosten en gebruikskosten bedraagt voor het jaar 2005 € 1 381 079.

Artikel 2.2.12.3 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de opleidingskosten wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend aan de volgende scholen:

  • a. Stichting Hulphond Nederland te Herpen;

  • b. Stichting De hond kan de was doen te Zwanenburg.

Artikel 2.2.12.4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Van het bedrag genoemd in artikel 2.2.12.2, wordt maximaal € 1 092 671 verstrekt aan subsidie voor opleidingskosten.

  • 2 Door het College zorgverzekeringen zal worden bepaald, op basis van de aanvraag en het gerealiseerde aantal bruikleenovereenkomsten dan wel teamtrainingsovereenkomsten in voorgaande subsidiejaren, welk bedrag maximaal per school voor opleidingskosten beschikbaar is.

Artikel 2.2.12.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie voor opleidingskosten bedraagt per hulphond waarvoor in het subsidiejaar een bruikleenovereenkomst of teamtrainingsovereenkomst is afgesloten € 17 022.

  • 2 De in het eerste lid genoemde subsidie wordt slechts eenmaal per hulphond verstrekt.

Artikel 2.2.12.6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie voor opleidingskosten wordt slechts verstrekt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a. er is een bruikleenovereenkomst of teamtrainingsovereenkomst gesloten met een verzekerde die volledig doof is of die als gevolg van blijvende, ernstige lichamelijke functiebeperkingen aangewezen is op hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen;

    • b. de verzekerde dient redelijkerwijs te zijn aangewezen op het gebruik van een hulphond;

    • c. de verzekerde is zelf in staat en bereid voor de hulphond te zorgen dan wel in geval van nood de zorg voor de hulphond te organiseren;

    • d. de hulphond is een passende voorziening voor verzekerde;

    • e. de hulphond voldoet aan de door het College zorgverzekeringen bij nadere regeling vast te stellen medische eisen; en

    • f. de hulphond voldoet aan de kwaliteitseisen die de school stelt.

  • 2 Bij de toepassing van onderdelen a tot en met d van het eerste lid baseert het College zorgverzekeringen zich onder meer op een schriftelijk indicatie-advies, gegeven door een persoon of organisatie waarmee het College zorgverzekeringen ten behoeve van de indicatiestelling een overeenkomst heeft gesloten.

Artikel 2.2.12.7 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien de bruikleenovereenkomst inzake een hulphond eindigt vóór diens zesde levensjaar, zet de school, voor zover de hulphond als zodanig inzetbaar is, deze in het kader van een nieuwe bruikleenovereenkomst in.

Artikel 2.2.12.8 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien een hond binnen twee jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze voor het eerst als hulphond functioneert, niet meer aan de eisen, bedoeld in artikel 2.2.12.6, onder e en f, voldoet en de school dit wist of redelijkerwijs had kunnen weten, wordt de school verplicht de subsidie terug te betalen.

Artikel 2.2.12.9 [Vervallen per 01-01-2006]

De school stelt terstond schriftelijk het College zorgverzekeringen op de hoogte van:

  • a. het feit dat een verzekerde in aanmerking wenst te komen voor een bruikleenovereenkomst of een teamtrainingsovereenkomst door middel van het door het College zorgverzekeringen daartoe vastgestelde registratieformulier;

  • b. het aangaan van een bruikleenovereenkomst waarbij een hulphond wordt ingezet die reeds in het kader van een eerdere bruikleenovereenkomst werkzaam is geweest. Een afschrift van de eerdere bruikleenovereenkomst wordt bij de melding gevoegd;

  • c. de beëindiging van een bruikleenovereenkomst of teamtrainingsovereenkomst, waarbij wordt ingegaan op de reden van de beëindiging;

  • d. het overlijden van een hulphond;

  • e. het niet meer voldoen aan de kwaliteitseisen van een bepaalde hulphond.

Artikel 2.2.12.10 [Vervallen per 01-01-2006]

Aan een verzekerde wordt op aanvraag subsidie verstrekt voor een tegemoetkoming in de gebruikskosten.

Artikel 2.2.12.11 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor verstrekking van subsidie voor gebruikskosten zijn van hoofdstuk 1 slechts de artikelen 1.1.1, 1.1.2, 1.8.4, eerste en derde lid, 1.8.10 en 1.8.14, eerste tot en met derde lid van toepassing.

Artikel 2.2.12.12 [Vervallen per 01-01-2006]

Van het bedrag, genoemd in artikel 2.2.12.2, wordt maximaal € 288 408 verstrekt aan subsidie voor gebruikskosten.

Artikel 2.2.12.13 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie voor de tegemoetkoming in de gebruikskosten aan de verzekerde bedraagt per hulphond op jaarbasis € 984.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt naar rato van het aantal weken in een subsidiejaar dat de hond bij verzekerde als hulphond in gebruik is en tevens een ziektekostenverzekering ten behoeve van de hulphond geldt.

  • 3 Het College zorgverzekeringen kan tot een maximum van € 400 per jaar aanvullende subsidie verstrekken voor medische kosten voor de hulphond, voorzover deze kosten bestaan uit medicijnkosten voor artrose en extra kosten in verband met door een dierenarts voorgeschreven dieetvoer. De aanvullende subsidie wordt slechts verstrekt indien de gebruikskosten door hoge medische kosten voor de hulphond meer dan € 984 bedragen.

Artikel 2.2.12.14 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2.2.12.13 wordt bij het College zorgverzekeringen ingediend:

    • a. vóór 1 mei van het subsidiejaar, indien op 1 januari van dat jaar er een bruikleenovereenkomst was of een door de school, bedoeld in artikel 2.2.12.3, onderdeel b, ondertekende verklaring dat de hond aan de kwaliteitseisen voldoet;

    • b. binnen drie maanden nadat de bruikleenovereenkomst is afgesloten of de school, bedoeld in artikel 2.2.12.3, onderdeel b, een ondertekende verklaring heeft afgegeven waaruit blijkt dat de hond aan de kwaliteitseisen voldoet.

  • 2 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een kopie van de polis van de ziektekostenverzekering, afgesloten ten behoeve van de in gebruik zijnde hulphond;

    • b. een verklaring niet ouder dan twee maanden van een dierenarts omtrent de gezondheidstoestand van de hulphond, overeenkomstig een door het College zorgverzekeringen vastgesteld model;

    • c. een kopie van de bruikleenovereenkomst of de ondertekende verklaring van de school, bedoeld in artikel 2.2.12.3, onderdeel b, dat de hond aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet.

Artikel 2.2.12.15 [Vervallen per 01-01-2006]

Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag geeft het College zorgverzekeringen een beschikking tot vaststelling van de subsidie voor gebruikskosten.

Artikel 2.2.12.16 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het College zorgverzekeringen evalueert deze subsidieparagraaf uiterlijk drie jaar nadat deze in werking is getreden.

  • 2 De school en de verzekerde verlenen hun medewerking aan de evaluatie van de regeling. Daartoe leveren zij op verzoek van het College zorgverzekeringen alle benodigde gegevens aan.

Paragraaf 2.2.13. Laronidase [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.13.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. MPS 1: mucopolysaccharidose type 1;

  • b. laronidase: het geregistreerde geneesmiddel Aldurazyme™ voor de behandeling van de niet-neurologische manifestaties bij patiënten met een bevestigde diagnose van matig tot ernstig MPS 1;

  • c. protocol: de door het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam en het Universitair Medisch Centrum te Utrecht gezamenlijk ontwikkelde en door het College zorgverzekeringen goedgekeurde richtlijnen voor de behandeling met laronidase gedurende het onderzoekstraject.

Artikel 2.2.13.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Aan het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 voor het volgens protocol behandelen van niet-neurologische manifestaties van maximaal 17 verzekerden met een matig tot ernstig ziektebeeld MPS 1.

  • 2 Aan het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 voor het volgens protocol behandelen van niet-neurologische manifestaties van maximaal 28 verzekerden met een matig tot ernstig ziektebeeld MPS 1.

  • 3 De subsidie heeft mede als doel meer inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de behandelingen.

Artikel 2.2.13.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten:

    • a. het stellen van de diagnose MPS 1 en het beoordelen van de mate van ernst van het ziektebeeld door een medisch specialist die werkzaam is in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam of het Universitair Medisch Centrum te Utrecht;

    • b. het volgens protocol behandelen van de niet-neurologische manifestaties bij verzekerden met een matig tot ernstig MPS 1;

    • c. de coördinatie van de behandeling van verzekerden met laronidase.

  • 2 De subsidiëring is beperkt tot het behandelen van de niet-neurologische manifestaties van verzekerden met matig tot ernstig MPS 1 die toestemming hebben gegeven voor het gebruik van hun behandelgegevens voor het verkrijgen van meer inzicht in de effectiviteit van de behandeling met laronidase.

  • 3 De vergoeding van de kosten van laronidase is beperkt tot de werkelijke inkoopprijs.

Artikel 2.2.13.4 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidie wordt slechts verleend onder de volgende voorwaarden:

  • a. de verzekerden worden behandeld onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist die werkzaam is in één van de in artikel 2.2.13.3, eerste lid, onder a, genoemde academische ziekenhuizen;

  • b. de subsidieontvanger coördineert en evalueert het onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling met laronidase en zal daartoe in ieder geval de gegevens over en de resultaten van de behandeling van de verzekerden met matig tot ernstig MPS 1 verzamelen en op een zodanige wijze vastleggen dat meer inzicht wordt verkregen in de effectiviteit van de laronidasebehandeling.

Artikel 2.2.13.5 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2004 voor:

  • a. de kosten voor laronidase € 4.400.000;

  • b. andere dan de onder a bedoelde kosten € 295.000.

Artikel 2.2.13.6 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2005 voor:

  • a. de kosten voor laronidase € 5.700.000;

  • b. andere dan de onder a bedoelde kosten € 290.000.

Artikel 2.2.13.7 [Vervallen per 01-01-2006]

Uiterlijk 31 oktober 2005 dient de subsidieontvanger een evaluatierapport voor het onderzoek over de effecten van de behandeling met laronidase aan het College zorgverzekeringen te overleggen.

Paragraaf 2.2.14. Weesgeneesmiddelen extramuraal [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.2.14.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. weesgeneesmiddel: het door de minister aangewezen voor subsidiëring in aanmerking komende geneesmiddel, waarvan de therapeutische waarde en de doelmatigheid nog niet is vastgesteld en dat niet onderdeel is van de verstrekking medisch-specialistische zorg door of vanwege het ziekenhuis;

  • b. subsidieontvanger: de in de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregel genoemde instelling, organisatie, vereniging van behandelaren, behandelaar of zorgverlener;

  • c. protocol: richtlijnen voor de behandeling van de aandoening waarvoor aan de fabrikant van het weesgeneesmiddel een handelsvergunning is verleend, die zijn opgesteld door de vereniging van behandelaren of behandelaren en die door het College zorgverzekeringen zijn goedgekeurd.

Artikel 2.2.14.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het College zorgverzekeringen neemt bij de subsidieverstrekking de voorwaarden die de minister bij de aanwijzing van weesgeneesmiddelen stelt in acht.

  • 2 Het College zorgverzekeringen kan bij de subsidieverlening de voorwaarde stellen dat de subsidieontvanger een evaluatieonderzoek verricht.

Artikel 2.2.14.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Aan de subsidieontvanger wordt, met inachtneming van de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregel per weesgeneesmiddel, op aanvraag een projectsubsidie verstrekt.

  • 2 Bij de subsidieverstrekking worden slechts de volgende kosten in aanmerking genomen:

    • a. De kosten van het afgeleverde geneesmiddel;

    • b. De kosten van de geprotocolleerde extra zorgverlening;

    • c. De kosten van coördinatie samenhangend met de behandeling met het weesgeneesmiddel.

  • 3 Slechts voor de kosten van behandeling van verzekerden die toestemming hebben gegeven voor het gebruik van hun behandelgegevens voor het vaststellen van de therapeutische waarde en de doelmatigheid van de behandeling met het weesgeneesmiddel wordt op grond van het eerste lid subsidie verstrekt.

Artikel 2.2.14.4 [Vervallen per 01-01-2006]

De minister stelt per weesgeneesmiddel het maximale subsidieplafond vast.

Artikel 2.2.14.5 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidiëring heeft tot doel:

  • a. meer gegevens te verzamelen over de therapeutische waarde en de doelmatigheid van het weesgeneesmiddelen; en

  • b. behandeling met het weesgeneesmiddel van de verzekerde die volgens protocol hiervoor in aanmerking komt.

Afdeling 2.3. Subsidies ten laste van het algemeen fonds, op grond van artikel 1p, eerste lid, onder b, Ziekenfondswet [Vervallen per 01-01-2006]

Paragraaf 2.3.1. Vergoedingen voor tijdelijk ziekenhuisverblijf [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.1 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.2 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.3 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.4 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.5 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.6 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.3.1.7 [Vervallen per 01-01-2005]

Paragraaf 2.3.2. Gezinsbegeleiding [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.2.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor begeleiding van gezinnen met gezinsleden die een spierziekte hebben, wordt een projectsubsidie verleend aan de Vereniging Spierziekten Nederland te Baarn.

Artikel 2.3.2.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 371 339.

Artikel 2.3.2.3 [Vervallen per 01-01-2006]

In 2005 wordt aan de Vereniging Spierziekten Nederland tevens een subsidie verstrekt van € 557.000 ten behoeve van de kosten van de afbouw van de in deze paragraaf bedoelde activiteiten in 2006 en volgende jaren.

Paragraaf 2.3.3. Diabeteseducatie [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.3.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor activiteiten op het gebied van diabeteseducatie wordt een projectsubsidie verleend aan de Diabetes Vereniging Nederland te Leusden.

Artikel 2.3.3.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 253 502.

Paragraaf 2.3.4. Gezinsbegeleiding Cystic Fibrosis [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.4.1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor begeleiding van gezinnen met gezinsleden die Cystic Fibrosis hebben, wordt een projectsubsidie verleend aan de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting te Baarn.

Artikel 2.3.4.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 24 093.

Paragraaf 2.3.5. Budgettair neutrale substitutie ten behoeve van winkeltaken sociaal pedagogische diensten [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.1 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.2 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.3 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.4 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.5 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.6 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.7 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.3.5.8 [Vervallen per 01-01-2004]

Paragraaf 2.3.6. Diensten bij wonen met zorg [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.6.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 Aan zorgkantoren wordt op aanvraag een projectsubsidie verleend voor een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen experiment. Voor projecten die binnen de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen experimenten worden uitgevoerd zijn artikel 2.3.6.1, eerste lid, alsmede artikel 2.3.6.2, eerste lid, niet van toepassing.

  • 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geeft het zorgkantoor gemotiveerd aan met welke activiteiten naar zijn oordeel de in het eerste lid bedoelde doelen in zijn regio het beste kunnen worden bereikt.

Artikel 2.3.6.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij het verlenen van subsidie wordt voor een verzekerde per dienstverleningsprojectmaximaal een bedrag van € 2000 per jaar na aftrek van eigen betalingenin aanmerking genomen.

  • 2 Voor een dienstverleningsproject als bedoeld in artikel 2.3.6.1, eerste lid, onder a, wordt slechts subsidie verleend voor zover de instelling aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten van de gesubsidieerde activiteiten verminderd met de eigen betaling samen met de kosten van extramurale zorg lager zijn dan de kosten van opname in een ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling, exclusief kapitaallasten en voeding.

  • 3 Voor voortzetting van bestaande activiteiten wordt slechts subsidie verleend voorzover die in het jaar 2003 reeds werden gesubsidieerd op grond van paragraaf 2.3.6 zoals die tot 1 januari 2004 luidde.

  • 4 In afwijking van artikel 2.3.6.1 kan in het jaar 2005 voor voortzetting van de activiteiten, bedoeld in het derde lid, ook subsidie worden verleend indien onmiddellijke beëindiging naar het oordeel van het zorgkantoor aanleiding geeft tot onverantwoorde situaties voor verzekerden waarop de activiteiten reeds in 2003 betrekking hadden.

Artikel 2.3.6.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend voor uitgevoerde activiteiten in de regio van het zorgkantoor.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden ook bestedingen door het zorgkantoor in een andere regio in aanmerking genomen voor zover het College zorgverzekeringen daarvoor vooraf toestemming heeft verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend indien de besteding van de subsidie door het zorgkantoor overeenkomstig deze paragraaf in de eigen regio niet mogelijk is en dit in redelijkheid niet aan het zorgkantoor is toe te rekenen en het andere zorgkantoor zich schriftelijk ten opzichte van het zorgkantoor verplicht heeft de overgehevelde middelen in het subsidiejaar te besteden overeenkomstig deze paragraaf. Het College zorgverzekeringen kan voorwaarden aan de toestemming verbinden.

Artikel 2.3.6.4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor verleent slechts subsidie aan een instelling indien:

    • a. er sprake is van een door het zorgkantoor aanvaard projectplan met een aanvaarde begroting waarin:

      • 1°. inzichtelijk is gemaakt uit welke activiteiten het dienstverleningsproject bestaat en hoeveel verzekerden gebruik kunnen maken van deze activiteiten,

      • 2°. inzichtelijk is gemaakt hoe de instelling een adequate betaling door verzekerden per aangeboden activiteit heeft geregeld,

      • 3°. inzicht wordt geboden in de georganiseerde activiteiten, het soort instelling dat de activiteiten uitvoert, de opbouw van de kostprijzen van de uit te voeren activiteiten en de wijze waarop registratie van de verzekerden en de verantwoording van de activiteiten zijn georganiseerd,

      • 4°. is vastgelegd dat bij de afrekening van het dienstverleningsproject over de onder 1°, 2° en 3°, bedoelde onderdelen wordt gerapporteerd;

    • b. de instelling schriftelijk verklaart alle medewerking te zullen verlenen aan de uitvoering van een evaluatie van de ingevolge deze paragraaf gesubsidieerde activiteiten.

  • 2 Het zorgkantoor geeft bij het verlenenvan subsidie voorrang aan projectplannen die eeninstellingin overleg metde lokale overheid, zorginstellingen, woningcorporaties of lokale welzijnsinstellingen heeft ingediend.

Artikel 2.3.6.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in artikel 2.3.6.1, eerste lid, voor het jaar 2005 bedraagt € 56 805 000.

Artikel 2.3.6.6 [Vervallen per 01-01-2006]

De maximale subsidie voor een zorgkantoor, bedoeld in artikel 2.3.6.5, eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

(A / B) x € 56 805 000

waarbij wordt verstaan onder:

A: het aantal 75-plussers in de regio van het zorgkantoor op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;

B: het totaal aantal 75-plussers in Nederland op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

Artikel 2.3.6.7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor meldt een subsidieverlening aan een instelling binnen twee weken na de verlening bij het College zorgverzekeringen.

  • 2 Bij de melding wordt in ieder geval gerapporteerd over de wijze waarop aan de in artikel 2.3.6.4, bedoelde voorwaarden is voldaan.

Artikel 2.3.6.8 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor verleent medewerking aan de uitvoering van een evaluatie van de ingevolge deze paragraaf gesubsidieerde activiteiten.

  • 2 Het zorgkantoor geeft na afloop van het subsidiejaar aan welk effect de gesubsidieerde activiteiten hebben gehad op:

    • a. de verschuiving van intramurale naar extramurale zorg;

    • b. het aantal wachtenden op verblijf in een AWBZ-instelling.

  • 3 Het zorgkantoor registreert op zorgvuldige wijze alle gegevens die door het College zorgverzekeringen noodzakelijk worden geacht voor het verkrijgen van inzicht in het effect van de gesubsidieerde activiteiten.

Paragraaf 2.3.7 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.7.1 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.2 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.3 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.4 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.5 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.6 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.7 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.8 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.7.9 [Vervallen per 01-01-2002]

Paragraaf 2.3.8 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.3.8.1 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.2 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.3 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.4 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.5 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.6 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.7 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.8 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.9 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 2.3.8.10 [Vervallen per 01-01-2006]

[Red: Vervallen.]

Afdeling 2.4. Subsidies ten laste van het algemeen fonds, op grond van artikel 1p, eerste lid, onder c, Ziekenfondswet [Vervallen per 01-01-2006]

Paragraaf 2.4.1. Initiatieven op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.1.1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze paragraaf wordt onder `initiatieven op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg' of `initiatief' verstaan: activiteiten die niet op geleide van een vrijwillige of individuele hulpvraag worden uitgevoerd en die zich richten op risicogroepen, individuen of groepen met een dreigende psychische stoornis of een verhoogd risico daarop.

Artikel 2.4.1.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Zorgkantoren komen in aanmerking voor een projectsubsidie die bestemd is voor het verlenen van subsidies voor initiatieven op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg.

Artikel 2.4.1.2a [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend voor uitgevoerde activiteiten in de regio van het zorgkantoor.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden ook bestedingen door het zorgkantoor in een andere regio in aanmerking genomen voor zover het College zorgverzekeringen daarvoor vooraf toestemming heeft verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend indien de besteding van de subsidie door het zorgkantoor overeenkomstig deze afdeling in de regio niet mogelijk is en dit in redelijkheid niet aan het zorgkantoor is toe te rekenen en het andere zorgkantoor zich schriftelijk jegens het zorgkantoor verplicht heeft de overgehevelde middelen in het subsidiejaar te besteden overeenkomstig deze paragraaf. Het College zorgverzekeringen kan voorwaarden aan de toestemming verbinden.

Artikel 2.4.1.3 [Vervallen per 01-01-2006]

Het zorgkantoor verleent slechts subsidie indien:

  • a het initiatief in elk geval omvat het actief zoeken van personen uit een risicogroep of het bieden van bemoeizorg aan personen uit die risicogroep;

  • b het initiatief de schriftelijke instemming heeft van de lokale overheid;

  • c het initiatief wordt uitgevoerd door ten minste twee instellingen van verschillende rechtspersonen;

  • d een rechtspersoon die een niet krachtens de wet toegelaten Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geestelijke gezondheidszorginstelling exploiteert, bijdraagt aan de uitvoering van het initiatief;

  • e er sprake is van een initiatief in de ontwikkelingsfase;

  • f het initiatief bijdraagt aan de totstandkoming of de implementatie van convenanten op lokaal niveau overeenkomstig het landelijk convenant OGGZ; en

  • g het zorgkantoor het initiatief subsidieert op basis van een projectplan, waarin in elk geval zijn opgenomen het doel, de looptijd, de wijze en het moment van evalueren van het initiatief en de inspanningen om te komen tot een financiering na de subsidieperiode voor het initiatief.

Artikel 2.4.1.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 6 521 587.

Artikel 2.4.1.5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De maximale subsidies voor het jaar 2005 worden berekend overeenkomstig de maximale subsidies die het College zorgverzekeringen verleende voor de gesubsidieerde activiteiten in het jaar 2004.

Artikel 2.4.1.6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor meldt een subsidieverlening voor een initiatief binnen twee weken na de verlening bij het College zorgverzekeringen.

  • 2 Bij de melding wordt in elk geval gerapporteerd over de wijze waarop aan de in artikel 2.4.1.3 bedoelde voorwaarden is voldaan.

Paragraaf 2.4.2. Zorgvernieuwingsprojecten geestelijke gezondheidszorg [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.2.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Zorgkantoren komen in aanmerking voor een projectsubsidie die bestemd is voor het verlenen van subsidies voor zorgvernieuwingsprojecten.

Artikel 2.4.2.2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend voor uitgevoerde activiteiten in de regio van het zorgkantoor.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden ook bestedingen door het zorgkantoor in een andere regio in aanmerking genomen voor zover het College zorgverzekeringen daarvoor vooraf toestemming heeft verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend indien de besteding van de subsidie door het zorgkantoor overeenkomstig deze afdeling in de eigen regio niet mogelijk is en dit in redelijkheid niet aan het zorgkantoor is toe te rekenen en het andere zorgkantoor zich schriftelijk jegens het zorgkantoor verplicht heeft de overgehevelde middelen in het subsidiejaar te besteden overeenkomstig deze paragraaf. Het College zorgverzekeringen kan voorwaarden aan de toestemming verbinden.

Artikel 2.4.2.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor verleent slechts subsidie voor een zorgvernieuwingsproject indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a het project wordt uitgevoerd voor rekening en verantwoordelijkheid van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid:

      • 1°. die geen krachtens de Ziekenfondswet of Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling exploiteert,

      • 2°. die geen directe of indirecte organisatorische of financiële relatie heeft met een krachtens de Ziekenfondswet of Algemene WBZ toegelaten instelling op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, en

      • 3°. waarvan het merendeel van de bestuursleden personen zijn die een wettelijk geregelde psychiatrische zorgaanspraak ontvangt of ontving;

    • b het project wordt, uitgedrukt in uren te verlenen hulp, grotendeels door de in onderdeel a, subonderdeel 3° bedoelde personen uitgevoerd;

    • c de invloed van uitvoerende personen die een wettelijk geregelde psychiatrische zorgaanspraak ontvingen, is niet kleiner is dan die van professionele hulpverleners;

    • d het project omvat een of meer van de volgende psychiatrische zorgonderdelen:

      • 1°. onderzoek,

      • 2°. advisering en voorlichting,

      • 3°. behandeling,

      • 4°. begeleiding,

      • 5°. verzorging; en

    • e de hulp wordt verleend aan verzekerden die geïndiceerd zijn voor een van de ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geregelde psychiatrische zorgaanspraken,

  • 2 Aan de in het eerste lid, onder b en c, gestelde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan als het project wordt uitgevoerd door rechtspersonen aangesloten bij de Landelijke Federatie Ongebonden Schilvoorzieningen.

  • 3 De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, geldt niet indien de cliëntenvertegenwoordiging van de rechtspersoon schriftelijk verklaart bij de uitvoering van het zorgvernieuwingsproject een op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg te willen betrekken.

  • 4 De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3,geldt niet indien het project een steunpunt voor het persoonsgebonden budget voor geestelijke gezondheidszorg is en wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een regionale cliëntenorganisatie.

Artikel 2.4.2.3.a [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.2.3, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1 en 2, is niet van toepassing op rechtspersonen die na 1 april 2003 ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn toegelaten. Voor de zorg, waarvoor de rechtspersoon is toegelaten, wordt geen subsidie ingevolge deze paragraaf verleend.

Artikel 2.4.2.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Slechts de feitelijke hulpverlening die direct betrekking heeft op de uitvoering van de zorgonderdelen, bedoeld in artikel 2.4.2.3, eerste lid, onder d, behoort tot de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 2.4.2.5 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 6 694 929.

Artikel 2.4.2.6 [Vervallen per 01-01-2006]

De maximale subsidies voor het jaar 2005 worden berekend overeenkomstig de maximale subsidies die het College zorgverzekeringen verleende voor de gesubsidieerde activiteiten in het jaar 2004.

Artikel 2.4.2.7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het zorgkantoor meldt een subsidieverlening aan een project binnen twee weken na de verlening bij het College zorgverzekeringen.

  • 2 Bij de melding wordt in ieder geval gerapporteerd over de wijze waarop aan de in de artikelen 2.4.2.3 en 2.4.2.4 bedoelde voorwaarden is voldaan.

Paragraaf 2.4.3. Consultatie, expertise en bijzondere zorgplannen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.3.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De zorgkantoren, genoemd in artikel 2.4.3.2, komen in aanmerking voor een projectsubsidie die is bestemd voor het verlenen van subsidies voor bijzondere zorgplannen en consultatie, expertise en bijzondere activiteiten door de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland.

Artikel 2.4.3.2 [Vervallen per 01-01-2006]

De zorgkantoren, bedoeld in artikel 2.4.3.1, en hun voor de toepassing van deze paragraaf geldende werkgebieden zijn:

  • a het Zorgkantoor Groningen voor het werkgebied: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe;

  • b het Zorgkantoor Twente voor het werkgebied: de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland;

  • c het Zorgkantoor Utrecht voor het werkgebied: de provincies Utrecht, Noord-Holland;

  • d het Zorgkantoor Midden-Holland voor het werkgebied: de provincies Zuid-Holland, Zeeland;

  • e het Zorgkantoor Zuidoost Brabant voor het werkgebied: de provincies Noord Brabant en Limburg.

Artikel 2.4.3.3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidie wordt verleend voor het volgende:

    • a. de organisatie van de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland voor de in dit artikel bedoelde activiteiten alsmede de consultatie en expertise, bestaande uit de inzet van deskundigheid van de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland, gericht op verzekerden met:

      • een verstandelijke handicap en ernstig probleemgedrag, ongeacht de ernst van de handicap,

      • niet aangeboren hersenletsel,

      • autisme, die gebruik maken van voorzieningen in de gehandicaptenzorg,

      • een lichamelijke handicap en probleemgedrag,

      • een ernstige meervoudige handicap,

      • doofblindheid.

    • b. de uitvoering van een langdurig bijzonder zorgplan dat is gericht op de verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, met zeer tot extreem ernstig probleemgedrag;

    • c. de uitvoering van een bijzonder zorgplan voor kortdurende ondersteuning dat is gericht op verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, met ernstig probleemgedrag ongeacht de ernst van de handicap; en

    • d. de bijzondere activiteiten van de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland die samenhangen met aanmelding, registratie en zorgtoeleiding van de voor verzekerde zorg ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geïndiceerde licht verstandelijk gehandicapte jeugdige verzekerden met ernstige problemen en gedragsstoornissen, bij wie is gebleken dat de hulpvraag dusdanig complex of urgent is dat extra activiteiten nodig zijn om tot het juiste zorgaanbod te komen.

  • 2 In afwijking van het eerste lid komen de onder b en c genoemde activiteiten niet voor subsidie in aanmerking indien het bijzondere zorgplan een verstandelijk gehandicapte verzekerde betreft die reeds ten behoeve van zijn of haar ernstige gedragsproblematiek aanvullende zorg ontvangt in een daartoe ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten toegelaten instelling voor de functies bedoeld in de artikelen 4 tot en met 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, waarbij is bepaald dat de functie verblijf geldt voor verzekerden met een verstandelijke handicap;

  • 3 Subsidie wordt slechts verleend voor de activiteiten binnen het werkgebied van het zorgkantoor.

Artikel 2.4.3.4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 De subsidieontvanger verleent pas subsidie voor de uitvoering van een bijzonder zorgplan als bedoeld in artikel 2.4.3.3, eerste lid, onder b en c, nadat de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland het goedgekeurde zorgplan heeft gemeld en schriftelijk heeft meegedeeld de financiering van dit zorgplan aangewezen te achten.

  • 3 De subsidieontvanger verleent voor de uitvoering van een bijzonder zorgplan maximaal subsidie tot het bedrag dat de Stichting Centra voor Consultatie en Expertise Nederland aangewezen acht.

  • 4 De subsidieontvanger verleent niet eerder subsidie voor de uitvoering van een bijzonder zorgplan, dan nadat de uitvoerder van het zorgplan zich schriftelijk bereid heeft verklaard inzicht te verschaffen in de uitvoering van het zorgplan.

Artikel 2.4.3.5 [Vervallen per 01-01-2006]

Het subsidieplafond voor de gesubsidieerde activiteiten bedraagt voor het jaar 2005 € 24 257 236.

Artikel 2.4.3.6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In afwijking van artikel 1.3.1 wordt:

    • a. voor de in artikel 2.4.3.3, eerste lid, onderdeel a en onderdeel d, bedoelde activiteiten, een bedrag van maximaal 53% van het subsidieplafond in aanmerking genomen;

    • b. het maximaal per subsidieontvanger in aanmerking komende bedrag voor de in artikel 2.4.3.3, eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde activiteiten berekend overeenkomstig de volgende formule:

      A

      x € 24 257 236

      B

      waarbij wordt verstaan onder:

      A: het aantal inwoners in het werkgebied van de subsidieontvanger op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;

      B: het totale aantal inwoners in de werkgebieden van alle subsidieontvangers tezamen op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

Artikel 2.4.3.7 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat minimaal 47% van de subsidie wordt besteed aan de uitvoering van zorgplannen als bedoeld in artikel 2.4.3.3, onder b en c.

Artikel 2.4.3.8 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieontvanger houdt toezicht op een adequate uitvoering van het zorgplan.

Paragraaf 2.4.4. MEE-organisaties [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.4.1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Aan de door het College zorgverzekeringen, op basis van door het College zorgverzekeringen vast te stellen nadere regels inzake spreiding en behoefte, aangewezen MEE-organisaties worden instellingssubsidies verleend voor laagdrempelige, onafhankelijke en betrouwbare cliëntondersteuning ten behoeve van verzekerden met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een beperking uit het autistisch spectrum.

  • 2 Een MEE-organisatie komt niet voor subsidie in aanmerking indien zij zorg verleent op grond van de AWBZ.

  • 3 Bij de subsidiëring van cliëntondersteuning wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende taken:

    • a. collectieve cliëntondersteuning;

    • b. individuele cliëntondersteuning; en

    • c. de aansturing, coördinatie, ondersteuning en het faciliteren van projecten integrale vroeghulp.

Artikel 2.4.4.2 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2.4.4.3 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidie wordt verdeeld met inachtneming van de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregels.

Artikel 2.4.4.4 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie voor collectieve cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel a, wordt slechts verleend indien de activiteiten van de MEE-organisatie op dit terrein bestaan uit:

  • a. het vergaren en verstrekken van informatie en het geven van voorlichting aan verzekerden met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een beperking uit het autistisch spectrum, hun ouders, andere verwanten, verzorgers en/of vertegenwoordigers;

  • b. signalering van relevante ontwikkelingen en belemmeringen; en

  • c. het scheppen van voorwaarden voor maatschappelijke activering en integratie door middel van het opbouwen en onderhouden van de sociale kaart en relevante netwerken.

Artikel 2.4.4.5 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie voor individuele cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel b, wordt slechts verleend indien de activiteiten van de MEE-organisatie op dit terrein bestaan uit:

  • a. informatieverstrekking en advisering;

  • b. trajectondersteuning en trajectevaluatie;

  • c. volledige beeldvorming;

  • d. kortdurende en kortcyclische ondersteuning; en

  • e. aanbieding van cursussen in groepen.

Artikel 2.4.4.6 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.4.4.7 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie voor de aansturing, coördinatie, ondersteuning en het faciliteren van een project integrale vroeghulp, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onder c, wordt slechts verleend indien het project integrale vroeghulp:

  • a. is gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen ten minste de sector voor de kinderrevalidatie en de sector voor de zorg voor kinderen met een verstandelijke handicap;

  • b. beschikt over een team integrale vroeghulp, bestaande uit vertegenwoordigers van een kinderrevalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis, de subsidieontvanger en de kinderdagcentra voor kinderen met een verstandelijke handicap;

  • c. een onafhankelijk aangestuurde coördinator heeft;

  • d. een pool van deskundige casemanagers heeft;

  • e. beschikt over een laagdrempelig aanmeldpunt; en

  • f. beschikt over een projectplan dat de instemming heeft van de partijen die de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld onder a, zijn aangegaan.

Artikel 2.4.4.8 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2.4.4.9 [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie wordt slechts verleend voor zover tussen de subsidieontvanger en het voor hem aangewezen zorgkantoor schriftelijk overeenstemming is bereikt over de omvang van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.4.4.1, derde lid, onderdeel a, b en c.

Artikel 2.4.4.9a [Vervallen per 26-03-2004]

Artikel 2.4.4.10 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats in overeenstemming met de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregel.

  • 3 De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve in overeenstemming met de door het College zorgverzekeringen vast te stellen beleidsregel.

Artikel 2.4.4.11 [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een verklaring waaruit blijkt dat er tussen de subsidieontvanger en het voor hem aangewezen zorgkantoor schriftelijk overeenstemming is bereikt als bedoeld in artikel 2.4.4.9.

Artikel 2.4.4.12 [Vervallen per 01-01-2006]

In afwijking van artikel 1.5.1 wordt de aanvraag voor de subsidie van de in artikel 2.4.4.1, derde lid, onder a, b en c genoemde taken uiterlijk 15 maart van het subsidiejaar ingediend.

Artikel 2.4.4.13 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De subsidieontvanger registreert op zorgvuldige wijze alle gegevens die naar het oordeel van het College zorgverzekeringen noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een goed inzicht in de gesubsidieerde taken. Bij de registratie wordt rekening gehouden met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het medisch beroepsgeheim.

  • 2 De subsidieontvanger bewaart de in het eerste lid bedoelde gegevens gedurende minimaal vijf jaren.

Paragraaf 2.4.5. Hulpverlening aan autistische kinderen binnen de hulpverlening voor auditief gehandicapten [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.4.5.1 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.4.5.2 [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2.4.5.3 [Vervallen per 01-01-2004]

Paragraaf 2.4.7. Kwaliteitsbeoordeling in de sector verpleging en verzorging [Vervallen per 01-01-2005]