Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling opleiding tot specialist of tot kaakchirurg[Regeling vervallen per 30-12-2006 met terugwerkende kracht tot en met 01-11-2006.]

Geldend van 08-04-2005 t/m 31-10-2006

Subsidieregeling opleiding tot specialist of tot kaakchirurg

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 30-12-2006]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. universiteit:

de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam, de Rijksuniversiteit Groningen, de Katholieke Universiteit Nijmegen, de Universiteit Leiden, de Universiteit Maastricht, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht;

c. bevoegd gezag:

het college van bestuur van een universiteit;

d. opleiding tot specialist:

de opleiding in een academisch ziekenhuis van een arts tot specialist op het gebied van de geneeskunde overeenkomstig een opleidingsbesluit van het Centraal College voor Medisch Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (verder te noemen: KNMG);

e. opleiding tot kaakchirurg:

de opleiding in een academisch ziekenhuis van een tandarts tot kaakchirurg overeenkomstig het opleidingsbesluit van het Centraal College van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (verder te noemen: NMT);

f. docenteninspanning:

opleidingsactiviteiten van een opleider, als zodanig erkend door de Specialisten Registratie Commissie van de KNMG respectievelijk van de NMT;

g. gerealiseerde opleidingsplaats:

een opleidingsplaats voor een arts in opleiding tot specialist respectievelijk een tandarts in opleiding tot kaakchirurg, waarvan het bevoegd gezag heeft verklaard dat die in het kalenderjaar is gerealiseerd.

Artikel 2 [Vervallen per 30-12-2006]

  • 1 De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag van het bevoegd gezag aan een universiteit subsidie in de kosten van de docenteninspanning ten behoeve van de opleiding tot specialist en de opleiding tot kaakchirurg.

  • 2 De subsidie bestaat uit het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de universiteit gerealiseerde opleidingsplaatsen met het normbedrag. Het aantal opleidingsplaatsen dat voor subsidie in aanmerking komt, is niet groter dan het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteit heeft gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.

  • 3 Het normbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door € 5 344 754,98 te delen door het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteiten tezamen hebben gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 3 [Vervallen per 30-12-2006]

  • 1 De minister kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van arbeidsvoorwaarden.

  • 2 De minister kan met het oog op de toepassing van het eerste lid bij de verlening van de subsidie bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.

  • 3 Indien de subsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.

Artikel 4 [Vervallen per 30-12-2006]

  • 1 Uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van het desbetreffende jaar dient het bevoegd gezag een subsidieaanvraag in.

  • 2 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een opgave van het aantal te realiseren opleidingsplaatsen.

Artikel 5 [Vervallen per 30-12-2006]

Tenzij in de beschikking anders is bepaald, verstrekt de minister de volgende voorschotten op de verleende subsidie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar verleende subsidiebedrag.

Artikel 6 [Vervallen per 30-12-2006]

  • 1 Binnen vier maanden na afloop van het jaar waarvoor subsidie is verleend, dient het bevoegd gezag een aanvraag in voor de subsidievaststelling.

  • 2 De aanvraag voor de subsidievaststelling bestaat uit een opgave van het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen. De vorenvermelde bescheiden gaan vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de opgave juist is.

Artikel 7 [Vervallen per 30-12-2006]

  • 1 Een universiteit verstrekt aan de door de minister aangewezen personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt.

  • 2 Een universiteit werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het subsidiebeleid.

Artikel 8 [Vervallen per 30-12-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 2 voor het eerst wordt toegepast over het jaar 2001.

Artikel 9 [Vervallen per 30-12-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opleiding tot specialist of tot kaakchirurg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers