Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Infraroodapparatuur voor geluidsoverdracht aan slechthorenden[Regeling vervallen per 11-10-2007 met terugwerkende kracht tot en met 27-09-2007.]

Geldend van 18-10-2000 t/m 26-09-2007

Infraroodapparatuur voor geluidsoverdracht aan slechthorenden

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Ingevolge post a 35 van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) zijn gehoorapparaten naar het verlaagde tarief belast. Er wordt hier gedoeld op hoorapparaten voor persoonlijk gebruik door dove en slechthorende personen die aan het lichaam worden gedragen.

Onder de post vallen niet koptelefoons die geluidssignalen van audio-apparatuur, radio of televisie weergeven, ongeacht of die geluidssignalen naar de koptelefoon worden overgedragen via draden of via infraroodgolven.

Voor slechthorenden wordt bijzondere infraroodapparatuur op de markt gebracht voor de overdracht van geluid. Deze infraroodapparatuur is uitsluitend verkrijgbaar bij audiciens en komt op grond van artikel 15 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering jo. artikel 13, lid 1, onderdeel b, van de Regeling hulpmiddelen 1996, in aanmerking voor vergoeding door het ziekenfonds of de ziektekostenverzekeraar. Aanspraak op vergoeding bestaat alleen als sprake is van een indicatie, als bedoeld in bijlage 3, onderdeel II, van de Regeling hulpmiddelen 1996. In de praktijk dient de slechthorende over een recept van de KNO-arts te beschikken, die de hoorstoornis van de betrokkene via een audiogram heeft vastgesteld.

De onderhavige infraroodapparatuur bestaat uit een draadloze infraroodzender, die op een geluidsbron (radio, televisie, audio-apparatuur) wordt aangesloten en die de geluidssignalen van de geluidsbron overdraagt aan een infraroodontvanger, die de slechthorende op zijn lichaam draagt. De ontvanger geeft het geluid in verstaanbare vorm door naar de oren van de slechthorende.

De geluidsoverdracht van de ontvanger naar de oren van de slechthorende wordt op verschillende wijze gerealiseerd, te weten:

  • 1. via een kinbeugel;

  • 2. via een halsringleiding (ook wel aangeduid als: inductielus);

  • 3. via een audioschoentje dan wel een inductieplaatje.

Ad 1 [Vervallen per 11-10-2007]

Bij deze uitvoering is de ontvanger ondergebracht in een kinbeugel, met oortelefoontjes aan de beide uiteinden van de beugel. De geluidssignalen worden door de ontvanger via de aan de kinbeugel bevestigde oortelefoontjes naar de oren van de slechthorende geleid. Bij het omhangen respectievelijk afzetten van de kinbeugel wordt de ontvanger automatisch aan- of uitgeschakeld. De slechthorende kan zelf de ontvangst van de geluidssignalen instellen in mono of stereo, waarbij beide kanalen (links en rechts) op zijn individuele gehoorvermogen kunnen worden afgesteld. Ook de geluidssterkte is afzonderlijk instelbaar.

De kinbeugel-uitvoering wordt in plaats van een hoorapparaat gebruikt.

Ad 2 [Vervallen per 11-10-2007]

Bij deze variant is de ontvanger bevestigd aan een halsringleiding/ inductielus, die de slechthorende om zijn nek draagt. De geluidssignalen worden door de ontvanger via magnetisme (inductie) naar het hoorapparaat overgedragen. De halsringleiding/inductielus bouwt een magnetisch veld op, dat vervolgens naar de inductiespoel (of luisterspoel) in het hoorapparaat wordt overgedragen. De inductiespoel in het hoorapparaat zet het magnetisch veld om in geluidssignalen, die naar de oren van de slechthorende worden geleid.

De inductie-variant kan alleen tezamen met een hoorapparaat (zonder audio-ingangen) worden gebruikt.

Ad 3 [Vervallen per 11-10-2007]

Bij deze uitvoering is de ontvanger bevestigd aan een halskoord, dat de slechthorende om zijn nek draagt. De verbinding tussen de ontvanger en het hoorapparaat wordt tot stand gebracht met behulp van een audioschoentje of via een inductieplaatje. Bij gebruik van een audioschoentje is de ontvanger via een draad rechtstreeks verbonden met de audio-ingangen van het hoorapparaat. Als een inductieplaatje wordt aangewend, wordt het geluid door de ontvanger via magnetisme naar het inductieplaatje overgedragen. Het inductieplaatje wordt naast het hoorapparaat gedragen en vervult dezelfde functie als de hiervoor bedoelde inductiespoel.

Deze uitvoering kan alleen in combinatie met een hoorapparaat (met of zonder audio-ingangen) worden gebruikt.

De stroom voor de onderhavige infraroodapparatuur wordt geleverd door accublokjes, die zich in de zender en de ontvanger bevinden. De zender, die op het stroomnet is aangesloten, vormt het oplaadstation voor de accublokjes. De ontvanger wordt automatisch geladen als deze in de zender wordt geplaatst.

Ik kan mij ermee verenigen dat de hiervoor beschreven uitvoeringen van de specifiek voor slechthorenden bestemde infraroodapparatuur voor geluidsoverdracht onder de in post a 35 van Tabel I bij de Wet bedoelde hoorapparaten worden gerangschikt. In dit kader is in aanmerking genomen dat:

  • de onder 1 beschreven kinbeugeluitvoering in functioneel opzicht grote gelijkenis vertoont met de reeds onder tabelpost a 35 gerangschikte combinatie van een microfoon (voor de spreker) en een ontvangstapparaat (zie § 6 van de toelichting op tabelpost a 35);

  • de onder 2 en 3 beschreven uitvoeringen alleen in samenhang met een hoorapparaat zijn te gebruiken en als zodanig zijn te beschouwen als een ‘verlengstuk’ van hoorapparaten.

De specifiek voor de hiervoor bedoelde infraroodapparatuur bestemde accublokjes kunnen, ook indien zij afzonderlijk worden geleverd, eveneens onder de post worden gerangschikt.

Met dit standpunt kan vanaf heden rekening worden gehouden. Op de in het verleden gevolgde gedragslijn wordt niet teruggekomen.

Apparatuur die ten doel heeft slechthorenden te attenderen op bepaalde geluidssignalen (bijv. draadloze signaleringssystemen voor de deurbel en het telefoonsignaal en licht- en trilwekkers) is overigens niet te rangschikken onder de in post a 35 bedoelde hoorapparaten.