Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Derde Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 2000/2001[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 30-09-2000 t/m 30-12-2004

Derde Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 2000/2001

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Regionaal Expertisecentrum in oprichting:

    scholen in een geografisch afgebakend gebied die een convenant hebben opgesteld en ondertekend en daarmee voldaan hebben aan één van de voorwaarden die worden gesteld in de Faciliteringsregeling REC's i.o. 2000. In het convenant verklaren de bevoegde gezagsorganen dat één of meer onder hun bestuur staande scholen zullen samenwerken met als doel te komen tot een Regionaal Expertisecentrum in oprichting dat verantwoordelijk is voor de taken als benoemd in artikel 5, eerste lid.

  • School: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op expertisecentra dan wel een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen genoemd in artikel XXXIII, tweede lid, van de Wet van 2 april 1998, (Stb. 1998, 228).

  • proefCommissie voor Indicatiestelling:

    een door het Regionaal Expertisecentrum in oprichting in te stellen Commissie die beoordeelt of bij de scholen van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting aangemelde kinderen voldoen aan de landelijke criteria.

  • Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling:

    een door de Staatssecretaris ingestelde Commissie die de beslissingen en de rapportages van de proefCommissie voor Indicatiestelling evalueert en adviseert aan de Staatssecretaris over het functioneren van de landelijke indicatiecriteria.

Artikel 2. Doel subsidieverstrekking [Vervallen per 31-12-2004]

Met de subsidie wordt allereerst beoogd een ontwikkelplan te realiseren waarin de verdere bestuurlijke en organisatorische inrichting van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting beschreven staat. Daarnaast wordt beoogd de inrichting van de (proef)Commissie voor Indicatiestelling ten behoeve van het proeftraject Indicatiestelling te faciliteren.

Artikel 3. Hoogte en berekeningsgrondslag subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het aantal scholen dat deelneemt in het Regionale Expertisecentrum in oprichting te vermenigvuldigen met een bedrag van fl.40.000,-.

  • 2 Scholen kunnen slechts in één Regionaal Expertisecentrum in oprichting deelnemen.

Artikel 4. Aanvraagprocedure [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Om voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, in aanmerking te komen wordt door het bevoegd gezag van de coördinerende school van het Regionale Expertisecentrum in oprichting een aanvraag ingediend, met inachtneming van de volgende leden van dit artikel.

  • 2 Bij de aanvraag worden de gegevens van de coördinerende school en de deelnemende scholen in het Regionaal Expertisecentrum in oprichting vermeld: brinnummer, naam van de school en adres van de school.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een ontwikkelplan als bedoeld in artikel 5 en een verklaring van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting waarin beschreven is dat men bereid is deel te nemen aan het proeftraject indicatiestelling en de bijbehorende scholing.

  • 4 In de aanvraag wordt een contactpersoon genoemd van de coördinerende school onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze bereikbaar is.

  • 5 De aanvraag inclusief de onder het derde lid van dit artikel genoemde elementen wordt ingediend bij:

    De Centrale Financiën Instellingen,

    Postbus 606,

    2700 ML Zoetermeer,

    t.a.v. CFI/FTO/TBD

    Onder vermelding van:

    Aanvraag facilitering Regionale Expertisecentra in oprichting 2000/2001.

  • 6 De aanvraag dient uiterlijk 15-11-2000 te zijn ingediend. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.

Artikel 5. Toekenningsvoorwaarden [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting dient een ontwikkelplan in met daarin een beschrijving van de stappen die het Regionaal Expertisecentrum in oprichting wil zetten ten aanzien van:

    • de wijze van voorbereiding van de organisatorische en bestuurlijke inrichting van het betreffende Regionale Expertisecentrum in oprichting;

    • de wijze waarop ter voorbereiding van de nieuwe systematiek van indicatiestelling de (proef)Commissie voor Indicatiestelling wordt ingericht en in stand gehouden;

    • de wijze waarop de organisatie en coördinatie van de (preventieve) ambulante begeleiding wordt voorbereid;

    • de voorbereiding op de plaats bekostigde taken en functies van het Regionaal Expertisecentrum in oprichting;

    • de afstemming met WSNS-zorgverbanden en de samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs ten aanzien van de preventieve ambulante begeleiding.

  • 2 Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting heeft een proefCommissie voor Indicatiestelling ingericht. Deze Commissie dient in ieder geval te bestaan uit een voorzitter, niet zijn een van de directeuren van de (v)so-scholen binnen het Regionaal Expertisecentrum in oprichting, een arts, een maatschappelijk werker en een psycholoog/orthopedagoog.

  • 3 Het Regionaal Expertisecentrum in oprichting neemt deel aan het proeftraject indicatiestelling en rapporteert op diens verzoek aan de Minister.

    De proefCommissie voor Indicatiestelling heeft in de periode van februari tot de zomervakantie een aantal leerlingen geïndiceerd aan de hand van de landelijke criteria en het bijbehorende protocol en een afschrift van de beslissing en het ingevulde protocol (leerlingdossier) naar de Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling (LCTI) gestuurd.

    Het aantal leerlingdossiers dat naar de LCTI gestuurd dient te worden is voor Regionale Expertisecentra in oprichting met:

    • minder dan 600 leerlingen 20;

    • 601 tot 1000 leerlingen 30;

    • 1001 tot 1500 leerlingen 40, en

    • meer dan 1500 leerlingen 50.

    Om een representatief beeld te verkrijgen dienen de eerste 20 resp. 30, 40 of 50 dossiers van leerlingen die vanaf 1 maart '01 geïndiceerd zijn naar de LCTI gestuurd te worden.

  • 4 De proefCommissie voor Indicatiestelling maakt een schatting van het aantal nieuw instromende leerlingen in de periode van 01-01-'01 en 01-08-'01 dat voldoet aan de (nieuwe) landelijke indicatiecriteria.

Artikel 6. Betaling van de subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

De subsidie wordt als voorschot in twee termijnen betaald. De eerste termijn (5/12) wordt uiterlijk in december 2000 betaalbaar gesteld aan de coördinerende school, de tweede termijn (7/12) wordt uiterlijk in april 2001 beschikbaar gesteld.

Artikel 7. Verantwoording en vaststelling van de subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 In de AVR van de coördinerende school van het jaar waarin de activiteiten zijn uitgevoerd dient door de instellingsaccountant te worden opgenomen of de subsidie overeenkomstig deze regeling is besteed.

  • 2 De Minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de financiële verantwoording blijkt dat deze niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.

Artikel 8. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 9. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Derde Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra in oprichting 2000/2001.

Artikel 10. Plaatsing [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De

staatssecretaris

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

drs. K.Y.I.J. Adelmund