Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling[Regeling vervallen per 01-10-2003.]

Geldend van 27-02-2003 t/m 30-09-2003

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, houdende regels in verband met het tijdelijk stimuleren van innovatieve woon-, zorg- en dienstverleningscombinaties ten behoeve van het zolang mogelijk zelfstandig wonen en functioneren in de maatschappij

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezond-heid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 33 van het Besluit woninggebonden subsidies 1995;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 1 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. aanvrager:

    rechtspersoon zonder winstoogmerk die subsidie aanvraagt;

    b. innovatief:

    gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten of nieuwe samenwerkingsvormen op het samenhangend terrein;

    c. project:

    activiteit gericht op het tot stand brengen van innovatieve elementen ten behoeve van personen die, om zelfstandig te kunnen wonen, zorg of begeleiding behoeven;

    d. minister:

    Minister van Volkshuis-vesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    e. tendersysteem:

    subsidieverdelingssysteem, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna alle aanvragen gelijktijdig worden beoordeeld waarbij op grond van kwalitatieve criteria een rangorde voor subsidieverlening kan worden bepaald.

  • 2 De aanvrager van een subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, vraagt subsidie aan mede namens de niet winstbeogende partijen die samenwerken aan een project.

§ 2. Algemene subsidievoorwaarden [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 2 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1

De minister kan ten behoeve van projecten op het samenhangend terrein van wonen en zorg, waarbij ook dienstverlening een rol kan spelen, subsidie verlenen voor:

  • a noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen kosten, voorzover die kosten hoger zijn dan normale kosten van soortgelijke investeringen waarbij geen samenhang aanwezig is tussen wonen, zorg en dienstverlening (categorie ‘BC’), of

  • b noodzakelijke kosten van kennisverzameling en kennisoverdracht inzake projecten (categorie ‘D’).

Artikel 3 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 De kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag dat niet hoger is dan € 453.800 per project.

  • 2 De kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag van € 113.450 per project.

Artikel 4 [Vervallen per 01-10-2003]

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a. een project naar het oordeel van de minister niet haalbaar is;

  • b. met de uitvoering van een project begonnen is voordat de subsidieaanvraag is ingediend;

  • c. niet wordt voldaan aan artikel 1, tweede lid;

  • d. een project naar het oordeel van de minister niet doeltreffend en doelmatig is, of

  • e. uit de begroting, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d, blijkt dat de kosten van een project als bedoeld in artikel 2, onder a, geheel uit andere bronnen worden gefinancierd.

§ 3. De subsidieaanvraag [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 5 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 De subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage BC bij deze regeling opgenomen formulier.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste:

    • a. een beschrijving van de doelstelling en de activiteiten van het project;

    • b. de wijze waarop overleg over het project heeft plaatsgevonden met betrokken partijen en tot welk resultaat dat heeft geleid;

    • c. een beschrijving van het innovatieve element van het project;

    • d. een gespecificeerde, voorzover mogelijk op offertes gebaseerde, begroting van de kosten van het project, waarin het gewenste subsidiebedrag en de betalingswijze van de subsidie is vermeld en tevens is aangegeven uit welke andere bronnen het project wordt gefinancierd;

    • e. bij bouwactiviteiten tekeningen met herkenbare maatvoering;

    • f. het advies van het zorgkantoor over het project indien de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is betrokken en

    • g. de looptijd van het project.

  • 3 De subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage D bij deze regeling opgenomen formulier.

  • 4 De aanvraag, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval informatie over de kennisverzameling en kennisoverdracht in verband met het project en de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d en g.

§ 4. De beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 6 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 De minister stelt periodiek een tendersysteem vast met de daarbij behorende plafonds voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a. In het tendersysteem kan worden bepaald dat aanvragen die betrekking hebben op in dat tendersysteem genoemde thema's of doelgroepen met voorrang in aanmerking komen voor subsidie en kunnen nadere, op die thema's of doelgroepen toegespitste voorwaarden worden gesteld. Na vaststelling van het tendersysteem wordt dit in de Staatscourant bekendgemaakt.

  • 2 De minister stelt jaarlijks het plafond vast voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b. Het besluit tot vaststelling van het subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

  • 3 Indien het plafond is bereikt voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, deelt de minister dit onverwijld in de Staatscourant mee.

Artikel 7 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, worden gelijktijdig beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. de mate waarin personen die, om zelfstandig te kunnen wonen, zorg of begeleiding behoeven, bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project zijn betrokken;

    • b. de mate waarin het project een innovatieve waarde heeft;

    • c. de mate van samenwerking tussen partijen, die actief zijn op verschillende gebieden, maar in ieder geval op het gebied van wonen en zorg;

    • d. de mate waarin sprake is van een evenwichtige kosten-batenverhouding en

    • e. de mate waarin het project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten.

  • 2 Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld voorzover de beschikbare middelen dit toelaten, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de subsidieaanvraag geldt.

Artikel 8 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 De minister beslist binnen vijf maanden na afloop van de in het tendersysteem genoemde indieningstermijn op een subsidieaanvraag voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a.

  • 2 Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden ingediend voor 1 oktober. De minister beslist binnen vier maanden na indiening van de subsidieaanvraag.

Artikel 9 [Vervallen per 01-10-2003]

De minister kan besluiten tot het ver-strekken van voorschotten op de verleende subsidie op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d en g.

§ 5. De aan de subsidievaststelling verbonden verplichtingen [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 10 [Vervallen per 01-10-2003]

De aanvrager aan wie subsidie is verleend stuurt de gegevens over het verloop van het project aan het Innovatieprogramma Wonen en Zorg, in ieder geval zo vaak als het Innovatieprogramma Wonen en Zorg dit verzoekt.

Artikel 11 [Vervallen per 01-10-2003]

De aanvrageraan wie subsidie is verleend doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de subsidieverstrekking, onder overlegging van de relevante stukken.

§ 6. De vaststelling van de subsidie [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 12 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 Binnen drie maanden na de voltooiing van het project dient de aanvrager aan wie subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister door middel van het formulier, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b.

  • 3 De minister kan een controle doen instellen op de projecten.

Artikel 12a [Vervallen per 01-10-2003]

De minister stelt de subsidie vast overeenkomstig het bedrag van de subsidieverlening.

§ 7. Verdere bepalingen [Vervallen per 01-10-2003]

Artikel 13 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 De minister stelt een formulier vast voor:

    • a. de subsidieaanvraag voor een project en

    • b. de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 14 [Vervallen per 01-10-2003]

De subsidie, bedoeld in artikel 2, kan worden ingetrokken indien:

  • a. een onjuiste opgave van gegevens is gedaan en op grond van een juiste opgave van gegevens, de subsidie niet zou zijn verstrekt;

  • b. uit de omstandigheden, bedoeld in artikel 11, of uit de controle, bedoeld in artikel 12, derde lid, blijkt dat een van de gronden, genoemd in artikel 4, onder a of d, van toepassing is;

  • c. geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 12, derde lid of

  • d. binnen één jaar nadat de subsidie is verleend niet een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project.

Artikel 15 [Vervallen per 01-10-2003]

De minister kan artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 16 [Vervallen per 01-10-2003]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000 en vervalt met ingang van 1 oktober 2003.

  • 2 Deze regeling blijft van toepassing op:

    • a subsidieverlening die plaatsvindt na 1 oktober 2003, na een subsidieaanvraag op grond van deze regeling gedaan voor die datum, en de daarop volgende subsidievaststelling, en

    • b subsidievaststelling die plaatsvindt na 1 oktober 2003 en strekt ter uitvoering van een subsidieverlening op grond van deze regeling voor die datum.

Artikel 17 [Vervallen per 01-10-2003]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I, II en III, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gevestigd in de Rijnstraat 8 te `s-Gravenhage.

`s-Gravenhage, 11 september 2000

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.W. Remkes

Bijlage BC [Vervallen per 01-10-2003]

Bijlage 87846.png
Bijlage 87847.png
Bijlage 87848.png
Bijlage 87849.png
Bijlage 87850.png
Bijlage 87851.png
Bijlage 87852.png