Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 03-12-2003 t/m 31-12-2008

Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. universiteit:

een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs, alsmede een onder i van de bijlage van die wet genoemd academisch ziekenhuis ;

b. onderzoeksinstelling:

een in de bij deze regeling behorende bijlage 1 vermelde instelling;

c. life sciences:

het op innovatieve wijze toepassen van de mogelijkheden van organismen, celculturen, delen van cellen of delen van organismen ten behoeve van industriële productie en daarmee verband houdende diensten, alsmede de productie van daarop betrekking hebbende hard- en software;

d. zaaiproject:

een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en een beoordeling van de technische en economische mogelijkheden voor het door een onderzoeker met behulp van resultaten van reeds eerder verricht fundamenteel onderzoek voor eigen rekening en risico opzetten van een onderneming op het terrein van life sciences, met inbegrip van het eventueel daarvoor benodigde industrieel onderzoek, resulterend in een ondernemingsplan;

e. onderzoeker:

een natuurlijke persoon die in dienst is van de universiteit of onderzoeksinstelling dan wel uiterlijk twee maanden na dagtekening van een beschikking tot subsidieverlening in dienst van deze universiteit of onderzoeksinstelling zal treden en die zich bezig houdt of bezig gehouden heeft met fundamenteel onderzoek op het gebied van life sciences;

f. onderzoeksondersteunend personeel:

een natuurlijke persoon in dienst van de universiteit of onderzoeksinstelling, die voor het geheel of een gedeelte van zijn diensttijd is belast met de technisch-wetenschappelijke ondersteuning van de onderzoeker bij het uitvoeren van het zaaiproject;

g. fundamenteel onderzoek:

het uitbreiden van de algemene wetenschappelijke en technische kennis, zonder industriële of commerciële doelstellingen;

h. industrieel onderzoek:

het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een universiteit of een onderzoeksinstelling die voor eigen rekening en risico door een onderzoeker een zaaiproject laat uitvoeren.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt indien voor het zaaiproject reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt 100 procent van de projectkosten, doch niet meer dan € 250 000.

  • 2 Bij de toepassing van het eerste lid worden de bijdragen van derden met betrekking tot de projectkosten, anders dan bedoeld in artikel 2, tweede lid, op de projectkosten in mindering gebracht.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het zaaiproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

    • a. loonkosten van de onderzoeker, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van de betrokken onderzoeker, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, tot een maximum van € 59 000 per jaar bij een volledige dienstbetrekking;

    • b. loonkosten van het onderzoeksondersteunend personeel, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken onderzoeksondersteunend personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten tot een maximum van € 59 000 per jaar bij een volledige dienstbetrekking.

    • c. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen;

    • d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van advies, scholing en begeleiding van de onderzoeker.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Adviescommissie zaaiprojecten life sciences, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om een subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste twaalf leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

  • 3 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 5 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 6 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 7 In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

  • 8 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie.

  • 9 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 10 De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister, maar ten minste elk tweede jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling.

  • 2 Voor het in 2000 en 2001 verlenen van subsidies is in totaal f 3.000.000,00 beschikbaar.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 2 De aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van:

    • a. een projectplan en een begroting voor het zaaiproject,

    • b. indien de onderzoeker nog niet in dienst is van de aanvrager, een verklaring waaruit blijkt op welk tijdstip en onder welke voorwaarden hij naar verwachting in dienst zal treden,

    • c. een met het oog op de uitvoering van het zaaiproject gesloten overeenkomst tussen de aanvrager en de betrokken onderzoeker, en

    • d. andere bescheiden.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde overeenkomst regelt in ieder geval:

    • a. onder welke voorwaarden de onderzoeker na afloop van het zaaiproject de beschikking krijgt over rechten van intellectuele eigendom die berusten bij de aanvrager met betrekking tot de resultaten van het fundamenteel onderzoek, bedoeld in artikel 1, onder d, en van het zaaiproject;

    • b. de verhouding tussen het aantal uren dat de onderzoeker per jaar aan het zaaiproject en aan overige activiteiten in dienst van de aanvrager besteedt;

    • c. het aantal uren per jaar dat de aanvrager onderzoeksondersteunend personeel ter beschikking zal stellen aan de onderzoeker ter ondersteuning van het uitvoeren van het zaaiproject.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft een beschikking binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de Adviescommissie zaaiprojecten life sciences.

  • 2 De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:

    • a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

    • b. indien zij het onaannemelijk acht dat het zaaiproject kan worden voltooid binnen twee en een half jaar nadat met de uitvoering ervan is gestart;

    • c. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokken onderzoeker de capaciteiten heeft om het zaaiproject naar behoren uit te voeren;

    • d. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat het zaaiproject zal leiden tot een levensvatbare onderneming op het terrein van life sciences.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de commissie een negatief advies heeft uitgebracht.

  • 2 De minister kan, indien vooralsnog onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische mogelijkheden voor het opzetten van een onderneming als bedoeld in artikel 1, onder d, de aanvraag gedeeltelijk afwijzen, met dien verstande dat subsidie wordt verleend ter zake van projectkosten, verbonden aan de uitvoering van een eerste fase van het project, gedurende een in de beschikking tot subsidieverlening te vermelden periode.

  • 3 De minister kan afwijken van het eerste lid, indien een advies van de commissie in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§ 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

Op de subsidieontvanger rusten de in de artikelen 13, 14, 15 en 16 opgenomen verplichtingen. De verplichtingen gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger voert het zaaiproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft, en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen, of het stopzetten van het zaaiproject.

  • 2 Het zaaiproject wordt in Nederland uitgevoerd, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4, eerste lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten uit de in artikel 7, tweede lid, onder c, bedoelde overeenkomst het aantal door de onderzoeker en het onderzoeksondersteunend personeel aan het zaaiproject te besteden uren dient te kunnen worden afgeleid.

  • 2 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het zaaiproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.

  • 2 De subsidieontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het zaaiproject ingevolge artikel 13, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.

  • 3 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 4 De aanvraag gaat vergezeld van een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het zaaiproject, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger draagt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, derde lid, onder a, en behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, ten behoeve van het zaaiproject zorg voor:

    • a. de tenaamstelling op eigen naam en de verwerving van rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het fundamenteel onderzoek, bedoeld in artikel 1, onder d, en van het zaaiproject, die daarvoor in aanmerking komen;

    • b. de instandhouding van de onder a bedoelde rechten;

    • c. de instandhouding van andere voor de uitvoering van het zaaiproject van belang zijnde en door de uitvoering van het zaaiproject opgedane kennis.

Artikel 16a [Vervallen per 01-01-2009]

Indien de onderzoeker op het tijdstip waarop de beschikking tot subsidieverlening werd genomen niet in dienst van de subsidieontvanger was, zendt de subsidieontvanger de minister zo spoedig mogelijk een afschrift van de arbeidsovereenkomst met dan wel het besluit tot aanstelling van de onderzoeker, waaruit blijkt op welk tijdstip de onderzoeker in dienst is getreden of zal treden.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 13 en 16 voorschriften verbinden.

§ 4. Verhogingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister kan op aanvraag van de subsidieontvanger subsidie verlenen, zodanig dat het bedrag van een eerder ter zake van een zaaiproject verleende subsidie wordt verhoogd tot maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien een eerdere aanvraag om verlening van een subsidie ter zake van het zaaiproject gedeeltelijk is afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid.

§ 5. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voorzover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 4 500 bedraagt.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

  • 2 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 6. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 7. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 4, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 7 september 2000

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

1. de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO;

2. de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek;

3. de Stichting Top-Instituut Voedselwetenschappen;

4. de Vereniging Het Nederlands Kanker Instituut;

5. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;

6. de Stichting Dutch Polymer Institute;

7. de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland;

8. de Stichting Grondmechanica Delft.