Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitstelbeleid in het kader van de invulling van het flankerend mestbeleid[Regeling vervallen per 01-07-2010.]

Geldend van 31-07-2000 t/m 30-06-2010

Uitstelbeleid in het kader van de invulling van het flankerend mestbeleid

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Aanleiding [Vervallen per 01-07-2010]

In het kader van de invulling van het flankerend mestbeleid is de Tweede Kamer toegezegd dat ik ten behoeve van veehouders die hun onderneming beëindigen en ten gevolge van de heffing van inkomstenbelasting over de in verband met het onttrekken van de ondernemerswoning aan het ondernemingsvermogen behaalde stakingswinst in financiële moeilijkheden geraken, een regeling zal treffen in de sfeer van het uitstelbeleid.

Begripsbepalingen [Vervallen per 01-07-2010]

Voor de toepassing van het hierna volgende uitstelbeleid gelden de volgende begripsbepalingen.

Woning: de eigen woning van de belastingplichtige die voor de heffing van de inkomstenbelasting tot diens ondernemingsvermogen wordt gerekend met inbegrip van de niet onafhankelijk van deze woning te verkopen aanhorigheden en de ondergrond van zodanige woning en aanhorigheden.

Belasting: de inkomstenbelasting die is verschuldigd over de boekwinst ter zake van de onttrekking van de woning. Ten aanzien van het toepasselijke tarief geldt dat de onderhavige boekwinst zoveel mogelijk wordt toegerekend aan het tegen het hoogste tarief te belasten deel van de stakingswinst.

Een voorbeeld voor de praktijk:

De totale stakingswinst bedraagt f 400.000, waaronder f 200.000 ter zake van de onttrekking van de woning. De overige inkomsten bedragen f 30.000. De stakingswinst wordt eerst verminderd met de toepasselijke stakingsvrijstelling van bijvoorbeeld f 45.000. Van het restant ad f 355.000 wordt de verschuldigde belasting berekend, voor een deel – gelet op de overige inkomsten – tegen het (lagere) normale tarief en voor het overige tegen het bijzondere tarief van 45%. De belasting over de boekwinst op de woning (f 200.000) wordt zoveel mogelijk berekend over de top van de stakingswinst: derhalve tegen het bijzondere tarief van 45%.

Samenwonende partner: de persoon met wie de belastingplichtige duurzaam een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd en die ten tijde van het overlijden van de belastingplichtige als ingezetene op het gezamenlijk woonadres is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens.

Uitstelbeleid [Vervallen per 01-07-2010]

Vooruitlopend op de wettelijke vastlegging van het hierna volgende beleid, zal ten behoeve van veehouders die hun onderneming na 19 maart 2000 en voor 1 januari 2001 hebben gestaakt, en in verband daarmee hun woning naar het privévermogen hebben overgebracht, een van het geldende uitstelbeleid afwijkende maatregel gelden.

Deze maatregel houdt in dat voor de inkomstenbelasting die verschuldigd is over de (boek)winst ter zake van de onttrekking van de woning (hierna: de belasting), in beginsel uitstel van betaling kan worden verleend voor een periode van tien jaar.

Bij de beoordeling van het verzoek om uitstel van betaling wordt de waarde van de woning niet betrokken in de vermogenstoets als bedoeld in artikel 25, paragraaf 11, onderdeel 2, Leidraad Invordering 1990. Dit betekent dat de ontvanger in het kader van een te treffen uitstelregeling niet zal verlangen dat (eerst) de waarde van de woning wordt aangewend voor de betaling van de belasting. Ten aanzien van de overige vermogensbestanddelen van de belastingschuldige wordt bij de beoordeling van het uitstelverzoek gehandeld in overeenstemming met het reguliere uitstelbeleid.

Bij zijn verzoek zal de belastingschuldige ten genoegen van de ontvanger aannemelijk moeten maken dat hij in staat is de belasting binnen een periode van tien jaar uit zijn toekomstige inkomsten te voldoen. Indien hij daarin slaagt, zal een betalingsregeling worden getroffen waarvoor de door de belastingschuldige aannemelijk gemaakte betalingsmogelijkheden – zowel naar tijdstip als naar omvang – als uitgangspunt gelden. Het uitstel eindigt tussentijds bij vervreemding van de woning of indien de woning anderszins het karakter van eigen woning van de belastingschuldige verliest alsmede indien de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard of indien de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem van toepassing is verklaard. Het uitstel eindigt in beginsel eveneens bij het overlijden van de belastingschuldige, tenzij de met hem samenwonende partner aannemelijk maakt dat betaling gedurende de toegestane periode mogelijk is en zich verbindt de nog resterende belastingschuld binnen die periode te voldoen.

Voor de betaling van de belasting alsmede voor de daarover verschuldigde invorderingsrente dient voldoende zekerheid te worden gesteld, bij voorkeur door het geven van het recht van hypotheek op de woning.

Indien de belastingschuldige ten tijde van het uitstelverzoek niet aannemelijk maakt dat hij in staat zal zijn de verschuldigde belasting binnen een periode van tien jaar te voldoen, komt hij niet voor de maatregel in aanmerking doch kan de ontvanger hem in beginsel en onder het stellen van nadere voorwaarden – waaronder zekerheidstelling – in de gelegenheid stellen de woning binnen één jaar te vervreemden teneinde uit de daarbij te behalen opbrengst de verschuldigde belasting te voldoen.

De kosten die verbonden zijn aan het stellen van zekerheid komen voor rekening van de belastingschuldige terwijl in alle gevallen de wettelijke regeling inzake de invorderingsrente van toepassing is.