Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vernieuwing lerarenopleidingen basisonderwijs 2000 en 2001[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 29-07-2000 t/m 30-12-2004

Regeling vernieuwing lerarenopleidingen basisonderwijs 2000 en 2001

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op:

  • artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b. hogeschool:

    een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • c. school voor primair onderwijs:

    een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 31-12-2004]

De minister kan projectsubsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, gericht op de vernieuwing van opleidingen tot leraar basisonderwijs onder meer met het oog op de behoeften van niet-traditionele doelgroepen, op de verdergaande integratie van informatie- en communicatietechnologie in de lerarenopleidingen, en op de behoeften van de scholen voor primair onderwijs.

Artikel 3. Subsidieaanvrager [Vervallen per 31-12-2004]

Subsidie wordt verleend aan een bekostigde hogeschool die een opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgt die is opgenomen in het onderdeel Onderwijs van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 4. Vaststelling subsidieplafond [Vervallen per 31-12-2004]

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in de periode van 2000 tot en met 2001 een bedrag van maximaal ƒ 20 miljoen beschikbaar, te weten ƒ 10 miljoen in 2000, en ƒ 10 miljoen in 2001.

Artikel 5. Subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2004]

De subsidie per hogeschool is ten hoogste gelijk aan het bedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 6. Subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2004]

Subsidie voor de periode 2000 tot en met 2001 wordt verleend op aanvraag.

Artikel 7. Vereisten [Vervallen per 31-12-2004]

De subsidieaanvraag omvat:

  • a. een meerjarenactiviteitenplan als bedoeld in artikel 8;

  • b. een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 9;

  • c. de overige gegevens, bedoeld in artikel 10.

Artikel 8. Meerjarenactiviteitenplan [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het meerjarenactiviteitenplan omvat een overzicht van de aard en omvang van een of meer van de voorgenomen activiteiten in de jaren 2000 en 2001, betreffende:

    • a. de ontwikkeling van een flexibel stelsel van lerarenopleidingen dat studenten op maat kan bedienen, inclusief de instrumenten daarvoor;

    • b. de vergroting van de initiële instroom en zij-instroom uit niet-traditionele doelgroepen, onder andere door het aanbieden van flexibele trajecten op maat;

    • c. de bevordering van de in-, door- en uitstroom van studenten uit allochtone doelgroepen;

    • d. de integratie van informatie- en communicatietechnologie in de lerarenopleidingen;

    • e. de ontwikkeling van opleidingsmodellen, in samenwerking met scholen voor primair onderwijs, waarbij een deel van de opleiding plaatsvindt in de school voor primair onderwijs onder een meer gelijkwaardige verantwoordelijkheidsverdeling tussen die school en de hogeschool;

    • f. de versterking van de samenwerking op overige opleidingsaspecten, waaronder de beschikbaarheid van stageplaatsen, met scholen voor primair onderwijs, door het sluiten van overeenkomsten;

    • g. de samenwerking met andere lerarenopleidingen en andere opleidingen verbonden aan de eigen hogeschool, met lerarenopleidingen voor basisonderwijs en voor voortgezet onderwijs en andere opleidingen buiten de eigen hogeschool, en met de schoolbegeleidingsdiensten en landelijke verzorgingsinstellingen;

    • h. de implementatie van het gemeenschappelijk curriculum en de kwaliteiten, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid onder c, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor lerarenopleidingen, waarbij de startbekwaamheden zoals door de landelijke ondersteuningsinstellingen voor de leraar primair onderwijs gepubliceerd, richtinggevend zijn. Bij de implementatie wordt ook aandacht besteed aan activiteiten gericht op bevordering van de affiniteit met techniek van leerlingen in het primair onderwijs;

    • i. de deskundigheidsbevordering van docenten van de lerarenopleiding basisonderwijs in relatie tot het uitvoeren van bovengenoemde vernieuwingen.

  • 2 In het meerjarenactiviteitenplan wordt de mate van aandacht, besteed aan alle in het eerste lid onder a tot en met i genoemde thema's, nader beargumenteerd.

Artikel 9. Meerjarenbegroting [Vervallen per 31-12-2004]

De meerjarenbegroting biedt inzicht in de inkomsten en uitgaven die de hogeschool in verband met de te subsidiëren activiteiten voorziet voor de jaren 2000 en 2001.

Artikel 10. Overige gegevens [Vervallen per 31-12-2004]

De hogeschool geeft tevens inzicht in:

  • a. de met scholen voor primair onderwijs gesloten respectievelijk te sluiten samenwerkingsovereenkomsten betreffende de onderwerpen, genoemd in artikel 8, eerste lid;

  • b. de voorzieningen die de hogeschool heeft getroffen voor een actieve en kosteloze overdracht van de tussen- en eindresultaten van activiteiten en ontwikkelde producten naar lerarenopleidingen buiten de eigen hogeschool en naar andere betrokkenen;

  • c. de inzet van de middelen die zijn verkregen op grond van artikel 5.1 van de Regeling bekostiging Hoger Onderwijs, en de activiteiten die specifiek daarmee worden verricht naast de activiteiten, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 11. Indiening subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Subsidieaanvragen worden in vijfvoud ingediend voor 15 september 2000.

  • 2 Niet tijdig ingezonden aanvragen worden afgewezen. Doorslaggevend bij de beoordeling of de aanvraag tijdig is ingezonden, is de datum van poststempel, of, wanneer een poststempel ontbreekt, de datum van binnenkomst bij CFI.

  • 3 De subsidieaanvragen, bedoeld in het eerste lid, worden gericht aan: CFI, productgroep/FTO/TBD, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

Paragraaf 3. Subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 12. Advies voorafgaand aan subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2004]

De minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van de commissie, bedoeld in artikel 13.

Artikel 13. Tijdelijke commissie 'Vernieuwing lerarenopleiding basisonderwijs' [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister stelt een tijdelijke commissie 'Vernieuwing lerarenopleiding basisonderwijs' in.

  • 2 De commissie bestaat uit:

    • een voorzitter op voordracht van de minister

    • een lid op voordracht van de HBO-Raad

    • een lid op voordracht van het Procesmanagement Primair Onderwijs.

  • 3 De commissie heeft tot taak om uiterlijk op 6 oktober 2000 de minister te adviseren over de subsidieaanvragen voor de activiteiten, genoemd in artikel 8.

  • 4 De commissie beoordeelt de afzonderlijke subsidieaanvragen op doeltreffendheid en doelmatigheid van de beoogde activiteiten binnen het kader van de in artikel 8 vermelde vernieuwingen, en beoordeelt het totaal van de subsidieaanvragen op de mate waarin deze gezamenlijk een evenwichtige bijdrage leveren aan alle beoogde vernieuwingen, genoemd in artikel 8.

  • 5 De leden van de commissie komen tot hun oordeel zonder last of ruggespraak.

  • 6 Op het advies van de commissie zijn de bepalingen van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing.

  • 7 De commissie voorziet in haar eigen secretariaat. De commissie bepaalt haar eigen werkzaamheden en regelt de werkzaamheden van het secretariaat.

  • 8 Het beheer van de stukken van de commissie geschiedt met inachtneming van het bij of krachtens de Archiefwet 1995 bepaalde. Na opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

  • 9 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Op de leden van de commissie zijn het Reisbesluit binnenland en het Vacatiegeldenbesluit 1998 van overeenkomstige toepassing, tenzij anders is overeengekomen met de leden van de commissie.

Artikel 14. Tijdvak subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2004]

Subsidie wordt verleend voor de periode 2000 tot en met 2001.

Artikel 15. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 31-12-2004]

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 16. Weigeringsgronden [Vervallen per 31-12-2004]

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het advies van de commissie, bedoeld in artikel 13, daartoe aanleiding geeft.

Paragraaf 4. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 17. Informatieplicht [Vervallen per 31-12-2004]

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid

Paragraaf 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 18. Financieel verslag [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19. Accountantsverklaring [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2 De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.

  • 3 De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.

Artikel 20. Controleprotocol accountant [Vervallen per 31-12-2004]

De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, bedoeld in artikel 19, eerste lid, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.

Artikel 21. Verslag van activiteiten per instelling [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het meerjarenactiviteitenplan.

  • 2 Het verslag verschaft inzicht in de participatie van scholen voor primair onderwijs, andere lerarenopleidingen en andere opleidingen verbonden aan de eigen hogeschool en van opleidingen buiten de eigen hogeschool, bij de uitvoering van de te subsidiëren activiteiten.

  • 3 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten, werkwijze en beoogde resultaten, vermeld in het meerjarenactiviteitenplan, en de feitelijke realisatie.

  • 4 Het instellingsverslag wordt jaarlijks vóór 1 maart gezonden aan de minister ter attentie van CFI, productgroep FTO/TBD, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer. Het eerste verslag, over het jaar 2000, wordt ingezonden vóór 1 maart 2001.

  • 5 De subsidieontvanger bevordert de totstandkoming van en draagt bij aan een jaarlijks gezamenlijk verslag van alle hogescholen met lerarenopleidingen basisonderwijs over het geheel van de vernieuwingsactiviteiten en zendt daartoe in elk geval afschrift van het instellingsverslag aan de HBO-raad.

Paragraaf 6. Betaling [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 22. Voorschotten [Vervallen per 31-12-2004]

De minister verstrekt jaarlijks per hogeschool een voorschot voor activiteiten, ten hoogste gelijk aan het jaarbedrag voor die hogeschool, genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 7. Slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 23. Bekendmaking [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt met de toelichting en de bijlage geplaatst in Uitleg OCenW-Regelingen. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 24. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 25. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vernieuwing lerarenopleidingen basisonderwijs 2000 en 2001.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

drs. L.M.L.H.A. Hermans