Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels vaststellen voorwaarden bedoeld in artikel 31 Elektriciteitswet 1998[Regeling vervallen per 01-04-2013.]

Geldend van 16-07-2000 t/m 31-03-2013

Beleidsregels vaststellen voorwaarden bedoeld in artikel 31 Elektriciteitswet 1998

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 6 en 36 van de Elektriciteitswet 1998 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2013]

  • 1 De directeur van de dienst stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in staat zijn verbintenissen uit overeenkomsten, gesloten met de aangewezen vennootschap als bedoeld in artikel 96 van de Elektriciteitswet 1998, na te komen, met dien verstande dat hij toelaat dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot de hierna te noemen tijdstippen op aanvraag ten hoogste de hierna te noemen hoeveelheid capaciteit voor het transport van elektriciteit kan toewijzen aan de aanvrager, indien deze aanvrager verbintenissen tot invoer van elektriciteit nakomt die voortvloeien uit een of meer van de hierna te noemen overeenkomsten, zoals deze luidden op 1 augustus 1998:

    • a. voor zover het de in 1989 tussen de aangewezen vennootschap enerzijds en ElectricitĂ© de France anderzijds gesloten overeenkomst betreft: 600 MW voor de periode tot en met 31 maart 2002 en 750 MW voor de periode van 1 april 2002 tot en met 31 maart 2009;

    • b. voor zover het de in 1989 tussen de aangewezen vennootschap enerzijds en Preussen Elektra A.G. anderzijds gesloten overeenkomst betreft: 300 MW voor de periode tot en met 31 december 2005;

    • c. voor zover het de in 1990 tussen de aangewezen vennootschap enerzijds en Vereinigte Elektrizitätswerke Westfalen A.G. anderzijds gesloten overeenkomst betreft: 600 MW voor de periode tot en met 31 maart 2003.

  • 2 Een aanvraag om transportcapaciteit op grond van het eerste lid heeft betrekking op de toewijzing van capaciteit:

    • a. voor een periode van ten hoogste drie maanden en

    • b. voor ten hoogste de hoeveelheid uren die in de periode van 1 augustus 1999 tot en met 1 augustus 2000 in de overeenkomende periode van drie maanden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet werden toegewezen voor de nakoming van de desbetreffende overeenkomst.

  • 3 Indien degene aan wie de capaciteit op grond van het eerste lid toegewezen is, weet dat hij de hem toegewezen capaciteit gedurende een bepaalde periode niet zal gebruiken, meldt hij dat aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig de procedure die deze hanteert inzake capaciteit die is toegewezen maar die niet wordt gebruikt. Na deze melding vervalt de toewijzing van de desbetreffende capaciteit voor de aangegeven periode.

  • 4 Indien de aangewezen vennootschap de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, overdraagt aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag doet om toewijzing van transportcapaciteit, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de in het eerste lid bedoelde hoeveelheid capaciteit toewijzen aan die andere natuurlijke persoon of rechtspersoon. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 5 De directeur van de dienst besluit in beslissingen op bezwaar of in andere besluiten overeenkomstig dit artikel.

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2013]

  • 1 Indien de directeur van de dienst van oordeel is dat de artikelen 25 en 26 van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing zijn indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de capaciteit op de landsgrensoverschrijdende netten en het daarmee verbonden landelijk hoogspanningsnet veilt of volgens een andere marktconforme methode toewijst met inachtneming van de regeling, bedoeld in artikel 3, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een besluit als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 aanvragen.

  • 2 De directeur van de dienst:

    • a. besluit overeenkomstig de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, op grond van de afweging dat de veiling of de toewijzing van capaciteit met behulp van een andere marktconforme methode bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt, alsmede de afweging dat aan de belangen, bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, is voldaan;

    • b. bepaalt in het besluit de omvang en tijdsduur van de capaciteit die bij voorrang wordt bestemd op de totale omvang en tijdsduur van de capaciteit die door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wordt geveild of op een andere marktconforme wijze wordt toegewezen;

    • c. bepaalt in het besluit dat de capaciteit is bestemd voor degenen aan wie de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de capaciteit toewijst met behulp van de veiling of een andere marktconforme methode en

    • d. stelt geen voorwaarden en tarieven voor het transport van elektriciteit vast die afwijken van de voorwaarden en tarieven die zijn of worden vastgesteld op grond van artikel 3 en de artikelen 36 en 41 van de Elektriciteitswet 1998.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2013]

  • 1 De directeur van de dienst kan met inachtneming van de artikelen 32 tot en met 38 van de Elektriciteitswet 1998 voorwaarden vaststellen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998, voor het bepalen van de omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over landsgrensoverschrijdende netten en voor het toewijzen van de beschikbare capaciteit op die netten, waaronder tevens begrepen wordt het veilen van capaciteit dan wel het volgens een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit, en het toewijzen van capaciteit die een afnemer niet gebruikt.

  • 2 De omvang van de capaciteit die toegewezen kan worden door middel van een veiling of een andere marktconforme methode is ten hoogste de totale omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over landsgrensoverschrijdende netten na aftrek van:

    • a. de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren,

    • b. de hoeveelheid capaciteit die wordt toegewezen op grond van artikel 1 en

    • c. de hoeveelheid capaciteit die de directeur van de dienst op grond van artikel 26 heeft bestemd voor bepaalde verzoekers om transport van elektriciteit.

  • 3 De directeur van de dienst bepaalt in de regeling tevens dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de opbrengst van het veilen of op een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit overeenkomstig de regeling, bedoeld in het derde lid, in ieder geval benut voor het opheffen van beperkingen in de transportcapaciteit.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2013]

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Een afschrift daarvan zal worden gezonden aan de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet en de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink