Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 30-11-2006 t/m 31-12-2006

Regeling houdende regels voor subsidieverstrekking ter stimulering van de inrichting van nieuwe duurzame glastuinbouwgebieden

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

gelet op de artikelen 2 en 3 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. ontwikkelingsproject:

geheel van activiteiten gericht op de aanleg en inrichting van een glastuinbouwgebied, daaronder begrepen de aanleg van collectieve voorzieningen;

c. DLG:

Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

d. glastuinbouwgebied:

gebied waarin hoofdzakelijk of in overwegende mate de teelt van groenten, klein fruit en siergewassen onder staand glas, met inbegrip van de teelt van uitgangsmateriaal, plaatsvindt;

e. duurzaam glastuinbouwgebied:

glastuinbouwgebied met een zodanige inrichting dat een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan het samengaan van groei, de versterking van de concurrentiekracht en werkgelegenheid met een beter beheer van ruimte, natuur en biodiversiteit en een daling per hectare van milieu-belastende emissies ten opzichte van bestaande glastuinbouwgebieden;

f. planoppervlak:

de gehele voor het nieuw te ontwikkelen glastuinbouwgebied bestemde aaneengesloten gronden, inclusief de grond bestemd voor collectieve voorzieningen;

g. collectieve voorzieningen:

alle voorzieningen, waaronder infrastructurele, recreatieve en landschappelijke voorzieningen, die worden aangelegd en beheerd door, of in opdracht van een publiekrechtelijk lichaam.

Paragraaf 2. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Ter stimulering van de totstandkoming van nieuwe duurzame glastuinbouwgebieden kan de minister op aanvraag aan één gemeente of meerdere gemeenten gezamenlijk subsidie verstrekken voor een ontwikkelingsproject, in een gebied:

    • a. dat tenminste 50 hectare nieuw te realiseren glastuinbouwkavels zal omvatten;

    • b. dat gelet op de bestaande en redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in het gebied aansluitend op het te ontwikkelen glastuinbouwgebied, in een tijdsbestek van 10 jaar, volgend op de indiening van de subsidieaanvraag, een omvang kan bereiken van tenminste 125 hectare glastuinbouwkavels, bestaande glastuinbouwkavels daarbij inbegrepen;

    • c. dat past binnen de planologische kaders;

    • d. waarvan, gelet op bestaande en redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in of in de nabijheid van het gebied in de periode van 15 jaar, volgend op de indiening van de subsidie aanvraag, de continuïteit als glastuinbouwgebied in voldoende mate wordt gewaarborgd;

    • e. dat voldoende draagvlak geniet bij het betrokken provinciaal en waterschapsbestuur, alsmede bij het betrokken bedrijfsleven;

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor ontwikkelingsprojecten:

    • a. waarin is voorzien in een andere procedure voor de toewijzing van glastuinbouwkavels aan glastuinbouwondernemers dan op basis van openbare inschrijving;

      waarmee naar verwachting niet binnen 12 maanden na de subsidieverlening wordt aangevangen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister kan één of meer perioden vaststellen waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend.

  • 2 De minister stelt per aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor de verlening van subsidies ingevolge deze regeling.

  • 3 De minister kan per aanvraagperiode besluiten dat slechts de in dat besluit genoemde gemeenten een aanvraag tot subsidieverlening kunnen indienen.

  • 4 De minister verdeelt het beschikbare bedrag na beoordeling van de aanvragen tot subsidieverlening op volgorde van de rangschikking als bedoeld in artikel 10.

  • 5 Besluiten als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid worden in de Staatscourant bekendgemaakt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de aanleg van de collectieve voorzieningen wordt uitgevoerd op basis van openbare aanbesteding, overeenkomstig het Uniform Aanbestedingsreglement 1986, danwel, indien de kosten van het ontwikkelingsproject de drempelwaarde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Richtlijn nr. 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (PbEG L 199) overschrijden, overeenkomstig het Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

Geen subsidie wordt verstrekt indien het ontwikkelingsproject geheel of gedeeltelijk bestaat uit de aanleg van voorzieningen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten goede komen aan individuele bedrijven en waarvan de kosten gewoonlijk niet ten laste komen van een publiekrechtelijk lichaam.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Geen subsidie wordt verstrekt indien met de uitvoering van het ontwikkelingsproject zoals omschreven in het projectplan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd.

  • 2 Onder het maken van een aanvang met de uitvoering van het ontwikkelingsproject wordt in elk geval verstaan het aangaan van verplichtingen, andere dan die betrekking hebben op verwerving van grond en het treffen van voorbereidingen noodzakelijk voor het kunnen indienen van een gefundeerde subsidieaanvraag.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt voor die onderdelen van het planoppervlak waarop de aanvraag betrekking heeft waarvoor, op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening, op grond van deze regeling reeds een subsidie is verleend.

Paragraaf 3. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aangemerkt alle noodzakelijke, rechtstreeks aan het ontwikkelingsproject toe te rekenen, na indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten, exclusief verrekenbare omzetbelasting, met uitzondering van:

  • a. de kosten van voorbereiding van het ontwikkelingsproject;

  • b. de aankoopsom en de aankoopkosten van de voor het ontwikkelingsproject benodigde hectares grond voorzover niet bedoeld voor collectieve voorzieningen;

  • c. de financieringskosten van het ontwikkelingsproject.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 3,63 per m

  • 2 Voorzover de oppervlakte bestemd voor collectieve voorzieningen 35% van de totale oppervlakte van de glastuinbouwkavels overschrijdt komen de daarmee verband houdende kosten niet voor subsidie in aanmerking.

  • 3 Indien een gemeente voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een bijdrage ontvangt, bestemd voor het ontwikkelingsproject, wordt de subsidie bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid verminderd indien alle bijdragen bij elkaar opgeteld meer dan 100% van de subsidiabele kosten bedragen.

Paragraaf 4. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De aanvraag voor de verlening van een subsidie voor de in deze regeling bedoelde ontwikkelingsprojecten wordt ingediend bij DLG op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan waarin zo nauwkeurig mogelijk is opgenomen:

    • a. een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het ontwikkelingsproject;

    • b. een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de in artikel 10, eerste lid, geformuleerde criteria;

    • c. een overzicht van de oppervlakte grond die is, onderscheidenlijk zal worden verworven ten behoeve van de uitvoering van het plan, alsmede een beschrijving van het huidig gebruik en de huidige bestemming van de desbetreffende grond;

    • d. een beschrijving van de wijze waarop de nog te verwerven grond zal worden verworven;

    • e. een tijdsplanning van de activiteiten vanaf het moment van de verwerving van de grond tot het moment dat alle kavels aan glastuinbouwondernemers zijn uitgegeven en een uiteenzetting van de wijze van uitvoering van het ontwikkelingsproject;

    • f. een plan van toewijzing waaruit blijkt op welke wijze de toewijzing van de kavels aan glastuinbouwondernemers zal plaatsvinden;

    • g. een overzicht van de reeds doorlopen en nog af te ronden ruimtelijke procedures;

    • h. indien vereist op grond van de Wet milieubeheer, een milieu-effectrapportage als bedoeld in artikel 7.10 Wet milieubeheer;

    • i. een gespecificeerde begroting, met inbegrip van een berekening van de verwachte uitgifteprijs van de glastuinbouwkavels;

    • j. een opgave van de financieringswijze van het ontwikkelingsproject, en

    • k. een advies van de betrokken provincie en waterschap waaruit de planologische haalbaarheid en het draagvlak bij provinciaal bestuur en waterschapsbestuur blijkt.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Aanvragen worden zodanig gerangschikt dat een ontwikkelingsproject hoger wordt gerangschikt naarmate het project:

    • a. een grotere bijdrage levert aan de reductie van de emissie van CO2 door;

      • 1°. het creëren van een lagere energiebehoefte voor de glastuinbouwondernemers in het planoppervlak,

      • 2°. het aanleggen van een optimale energie-infrastructuur, of

      • 3°. het zoveel mogelijk voorzien in de energiebehoefte door de aanwending van rest- en afvalwarmte, rest-CO2 of duurzame energie;

    • b. een grotere bijdrage levert aan het integraal waterbeheer en aan de vermindering van emissie van milieubelastende stoffen naar grond- en oppervlaktewater;

    • c. beter aansluit bij de landschappelijke karakteristieken van het omliggende gebied en door vormgeving en inrichting een hogere landschappelijke waarde realiseert;

    • d. een grotere bijdrage levert aan een efficiënte en veilige aan- en afvoer van goederen en het stimuleren van andere transportmethoden dan wegtransport;

    • e. een grotere bijdrage levert aan de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid voor arbeidskrachten;

    • f. een grotere bijdrage levert aan de beperking en een milieuvriendelijke verwerking van afvalstromen;

    • g. een grotere bijdrage levert aan de herstructurering van bestaande glastuinbouwgebieden door voorrang te geven aan de vestiging van glastuinbouwbedrijven die moeten worden verplaatst vanwege:

      • 1°. herstructurering van bestaande glastuinbouwgebieden,

      • 2°. functieverandering van het gebied waarin de bedrijven zijn gevestigd, of

      • 3°. sanering, op basis van de solitaire ligging van het bedrijf, die vanuit het oogpunt van landschap, natuur, of milieu ongewenst is;

    • h. meer mogelijkheden biedt voor eventuele toekomstige bedrijfsontwikkeling;

    • i. beter voorziet in multifunctioneel gebruik van het planoppervlak..

  • 2 De in het eerste lid, in de onderdelen a tot en met i bedoelde criteria worden gewogen conform de in bijlage 1 opgenomen wegingsfactoren.

  • 3 De minister kan een beoordelingskader vaststellen, waarin de in het eerste lid genoemde criteria nader worden uitgewerkt. Het beoordelingskader zal op een in de Staatscourant bekend te maken plaats ter inzage worden gelegd.

Paragraaf 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. de activiteiten ten behoeve waarvan subsidie is verleend binnen 12 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aan te vangen en overeenkomstig het projectplan, in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig het derde lid, uit te voeren binnen 6 jaar na datum van de beschikking tot subsidieverlening;

    • b. binnen één maand nadat de opdracht tot aanleg van het glastuinbouwgebied met inachtneming van artikel 4 aan de uitvoerder van het ontwikkelingsproject is verstrekt, aan DLG melding te doen van de desbetreffende aanbestedingssommen voorzover deze een bedrag van € 45.378,02 te boven gaan;

    • c. jaarlijks verslag te doen van de voortgang van het ontwikkelingsproject, onder meer bestaande uit een overzicht van het aantal uitgegeven glastuinbouwkavels, het aantal deelnemende ondernemers, en de financiële stand van zaken van het project;

    • d. de collectieve voorzieningen ten behoeve waarvan subsidie is verleend gedurende een periode van tenminste 15 jaar naar behoren te beheren en onderhouden;

    • e. voorzover het beheer van de collectieve voorzieningen wordt overgedragen aan de collectieve kaveleigenaren, de verplichting voortvloeiende uit onderdeel d, door middel van een kettingbeding over te dragen aan de collectieve kaveleigenaren.

  • 2 De Minister kan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitvoeringstermijn van 6 jaar met ten hoogste twee jaar en zes maanden verlengen indien de subsidieontvanger uiterlijk 3 maanden voor afloop van die termijn schriftelijk aan de Minister om verlenging heeft verzocht. Het verzoek om verlenging gaat vergezeld met een aangepaste tijdsplanning als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel e.

  • 3 Wijzigingen in het ontwikkelingsproject gedurende de looptijd van het project zijn slechts toegestaan na voorafgaande goedkeuring door de minister. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het projectplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde voorschriften. De wijziging kan geen verhoging tot gevolg hebben van het maximumsubsidiebedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 4 In geval een subsidie wordt verleend op een aanvraag van meerdere gemeenten gezamenlijk, gelden alle op grond van deze regeling bestaande verplichtingen van de subsidieontvanger voor elke gemeente afzonderlijk.

Paragraaf 6. Bevoorschotting, betaling en terugvordering [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek een voorschot verlenen.

  • 2 Voorschotten worden slechts verstrekt voorzover zij ten minste 10 procent van het verleende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 8, bedragen.

  • 3 Het totaal van de verleende voorschotten bedraagt ten hoogste 80 procent van het subsidiebedrag bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 4 De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van uitbetaling van de subsidie tot aan het moment van algehele voldoening.

Paragraaf 7. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie wordt ingediend bij DLG op een daartoe vastgesteld formulier binnen vier maanden nadat de activiteiten zijn uitgevoerd ten behoeve waarvan subsidie is verleend.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van:

    • a. een verklaring van de subsidieontvanger dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd overeenkomstig de subsidieverlening, en

    • b. een financiële verantwoording van het ontwikkelingsproject en een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent, als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.

  • 3 De registeraccountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, controleert met inachtneming van het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen controleprotocol. De goedkeurende accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de in bijlage 3 opgenomen model-accountantsverklaring.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister stelt na ontvangst van de in artikel 14 genoemde bescheiden binnen vier maanden de subsidie vast.

Paragraaf 8. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2007]

Als toezichthouders worden door de minister de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst en de Dienst Landelijk Gebied aangewezen.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L.J. Brinkhorst

Bijlage 1. Wegingsfactoren [Vervallen per 01-01-2007]

Op elk duurzaamheidsaspect wordt een score gegeven op een schaal van 1 t/m 10. De score wordt vervolgens vermenigvuldigd met het gewicht dat aan de duurzaamheidsaspecten wordt toebedeeld.

Optie advies van de werkgroep
   

- energie

10

- CO2-voorziening

5

- waterhuishouding

8

- landschappelijk inpassing

4

- verkeer en vervoer

5

- afval

2

- herstructureringsbelang

10

- ruimtelijke duurzaamheid

4

- multifunctionaliteit

2

Minimaal aantal punten

50

Maximaal aantal punten

500

Bijlage 2. Controleprotocol als bedoeld in artikel 14, derde lid [Vervallen per 01-01-2007]

Bij de controle op basis waarvan de rapportage als bedoeld in artikel 14, derde lid, plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.

Artikel

Soort aandacht

artikel 4

gewone aandacht

artikel 6, eerste lid

speciale aandacht

artikel 7

speciale aandacht

artikel 8, derde lid

speciale aandacht

artikel 11, eerste lid,

 

letter a

speciale aandacht

artikel 14

speciale aandacht

Bijlage 3. Model-accountantsverklaring als bedoeld in artikel 14, derde lid [Vervallen per 01-01-2007]

goedkeurende verklaring

Accountantsverklaring

Wij hebben de bijgevoegde financiële verantwoording van <naam instelling> te <plaats> inzake het ontwikkelingsproject <naam project> over de periode van ... t/m ... in het kader van de Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden gecontroleerd. De financiële verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van <de leiding van naam instelling/naam persoon>. Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake de financiële verantwoording te verstrekken. Voor het onderhavige ontwikkelingsproject is bij beschikking van DLG, namens de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, kenmerk <nummer> d.d. <datum> een subsidie verleend tot een maximum van € <bedrag>.

Onze controle is verricht overeenkomstig de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en overeenkomstig de aanwijzingen die de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het controleprotocol, behorende bij de vorenbedoelde ministeriële regeling, heeft gegeven met betrekking tot de naleving van de subsidiebepalingen. Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat ondermeer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de financiële verantwoording. Voorts is aanvullend specifieke aandacht besteed aan de in vorenbedoeld controleprotocol aangegeven aspecten. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat de financiële verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen. Tevens delen wij mede dat de in het controleprotocol genoemde subsidiebepalingen zijn nageleefd.

<plaats en datum> <handtekening> <naam accountant> <naam accountantskantoor> <adres> <postcode en woonplaats> <telefoon>