Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet studiefinanciering 2000

Geldend op 30-11-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 7.1. Herziening door Minister

    • 1. Onze Minister kan een beschikking herzien waarbij:

      • a. studiefinanciering is toegekend,

      • b. de vorm van de studiefinanciering is vastgelegd,

      • c. de termijn wordt vastgesteld of gewijzigd,

      • d. de draagkracht van de debiteur wordt vastgesteld,

      • e. de hoogte van de lening wordt vastgesteld of gewijzigd,

      • f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewijzigd,

      • g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, wordt vastgesteld of gewijzigd,

      • h. de hoogte van het collegegeldkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd,

      • i. een herziening van de keuze in een soort reisrecht is geweigerd,

      • j. een bedrag is vastgesteld dat de studerende verschuldigd is omdat hij het reisrecht niet tijdig heeft beëindigd, of

      • k. de aanvraag van een studerende, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, om als reisvoorziening een reisrecht te ontvangen, is toegekend of geweigerd.

    • 2. Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:

      • a. een beschikking genomen is waarvan de studerende of de debiteur onderscheidenlijk zijn ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,

      • b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, zich niet heeft voorgedaan,

      • c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de vorm van de studiefinanciering op grond van artikel 10.6, zevende lid, opnieuw wordt vastgesteld, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld , de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld, of een onjuist besluit met betrekking tot het reisrecht is genomen op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,

      • d. betrokkene heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,

      • e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van artikel 3.10 of de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.10, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, aanhef alsmede de onderdelen a en b,

      • f. gevolg is gegeven aan de aanvraag van de ouders of een van hen, of van de studerende op grond van artikel 3.10 of de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.10, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, aanhef alsmede de onderdelen a en b, of

      • g. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.

    • 3. Een herziening als bedoeld in het tweede lid de onderdelen a, b, c, voor zover het betreft de vorm van de studiefinanciering, e of f, kan, behoudens het geval van bedrog, slechts geschieden binnen 5 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid onder c, voor zover het betreft de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage, slechts geschieden binnen 3 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening anders dan bedoeld in de eerste en tweede volzin, slechts geschieden binnen 18 maanden na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld.

    • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op een beschikking waarbij de vorm van de studiefinanciering op grond van artikel 10.7, zevende lid, onvoorwaardelijk is vastgesteld.