Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Wet studiefinanciering 2000

Geldend op 01-05-2002


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 6.10. Vaststelling draagkracht debiteur

    • 1. Indien de debiteur niet in staat is de vastgestelde termijn te voldoen, kan hij gedurende de aflosfase bij de IB-Groep een aanvraag indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende aflosfase.

    • 2. De draagkracht van de debiteur is zijn draagkracht uit inkomen.

    • 3. Indien de debiteur voor 1 oktober van enig jaar heeft gevraagd zijn draagkracht voor het daaropvolgend kalenderjaar vast te stellen, betaalt hij gedurende dat kalenderjaar het bedrag van zijn draagkracht. Indien een aanvraag om draagkrachtvaststelling is ingediend na 30 september van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft doch voor 1 januari van het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft, betaalt de debiteur niet eerder dan over de maand februari van het laatstbedoelde kalenderjaar het bedrag van zijn draagkracht. Indien de debiteur op of na 1 januari van enig jaar heeft gevraagd zijn draagkracht voor dat kalenderjaar vast te stellen, betaalt de debiteur met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij zijn aanvraag heeft ingediend, gedurende het resterende gedeelte van dat kalenderjaar het bedrag van zijn draagkracht, met dien verstande dat in dit geval het bedrag van zijn draagkracht wordt gedeeld door 12 en daarna wordt vermenigvuldigd met het resterende aantal kalendermaanden van dat kalenderjaar.

    • 4. De IB-Groep besluit op een aanvraag om draagkrachtvaststelling:

      • a. indien de aanvraag is ingediend vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft: vóór 1 januari van dat kalenderjaar,

      • b. indien de aanvraag is ingediend na 30 september en vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop die aanvraag betrekking heeft: vóór 1 februari van dat kalenderjaar, en

      • c. indien de aanvraag is ingediend na het onderdeel b bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag.

    • 5. Indien het bedrag van de draagkracht hoger is dan het bedrag van de vastgestelde termijn, betaalt de debiteur het bedrag van de vastgestelde termijn.