Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Wet studiefinanciering 2000

Geldend op 01-05-2002


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 10.5. Duur van de tempobeurs (voorheen artikel 17a, tweede, derde, vierde en achtste lid)

    • 1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die een opleiding volgen aan een onderwijsinstelling als bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10.

    • 2. De tempobeurs wordt gedurende 6 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding met een studielast van 210 studiepunten, genoemd in artikel 7.4, derde lid, eerste volzin, van de WHW.

    • 3. De tempobeurs wordt gedurende 7 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding genoemd in artikel 7.4, derde lid, tweede volzin, van de WHW met een studielast van 252 studiepunten.

    • 4. De tempobeurs wordt gedurende 7,5 jaren verstrekt, indien het betreft:

      • a. een opleiding godgeleerdheid aan een openbare universiteit die, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en

      • b. een opleiding van 252 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of aan een op grond van artikel 6.9 van de WHW aangewezen instelling als wetenschappelijke theologische opleiding.

    • 5. De periode van 5 jaren, genoemd in artikel 10.3, tweede lid, wordt met 1 jaar verlengd, indien de student een opleiding volgt als bedoeld in:

      • a. artikel 7.4, vierde lid, eerste volzin, van de WHW,

      • b. artikel 7.4, vijfde lid, eerste volzin van de WHW, en

      • c. artikel 7.4, vijfde lid, derde volzin, van de WHW.

    • 6. De IB-Groep verlengt op aanvraag van de student het aantal jaren tempobeurs, bedoeld in dit artikel, eenmalig met 12 maanden, indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren tempobeurs.

    • 7. Indien een student gelijktijdig staat ingeschreven voor meer dan een studie, waaronder een studie als bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, wordt de periode van 5 jaren, genoemd in artikel 10.3, tweede lid, slechts verlengd nadat hij aan de IB-Groep een verklaring van het instellingsbestuur verstrekt waaruit blijkt dat de student 168 studiepunten heeft behaald van een studie die moet leiden tot verlenging. De verklaring, bedoeld in de eerste volzin, dient eveneens te worden verstrekt, indien de gelijktijdige inschrijving voor meer dan een studie aanvangt nadat reeds een verlenging is verleend op grond van het tweede, derde of vierde lid, en de inschrijving voor de studie op grond waarvan die verlenging is verleend niet wordt gestaakt.