Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E.[Regeling vervallen per 13-12-2009.]

Geldend van 15-08-2004 t/m 12-12-2009

Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E.

Het Bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren heeft,

gelet op de artikelen 93, eerste lid, 95 en 102 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, en de artikelen 5, 6, 7 en 8 van de Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-1,

op 31 mei 2000 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel 1 [Vervallen per 13-12-2009]

Deze verordening verstaat onder:

Raadsverordening

:

de Verordening (EEG) nr. 1906/90 van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van handelsnormen voor vlees van pluimvee;

Commissieverordening

:

de Verordening (EEG) nr. 1538/91 van de Commissie van 5 juni 1991 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1906/90 van de Raad tot vaststelling van handelsnormen voor pluimvee;

Richtlijn

:

Richtlijn 71/118/EEG van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee;

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

ondernemer

:

een natuurlijk of rechtspersoon, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

slachtafvallen

 

slachtafvallen als bedoeld in artikel 4.1 van de Regeling keuring en handel dierlijke produkten (Stcrt. 1994, 113)

en neemt voor het overige de terminologie over van de Raadsverordening en de Commissieverordening.

Artikel 2 [Vervallen per 13-12-2009]

Het is aan ondernemers verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens:

  • deze verordening.

Artikel 3 [Vervallen per 13-12-2009]

  • 1 Bevroren of diepgevroren hanen, hennen, soep- en/of stoofkippen mogen niet meer water bevatten dan 5,2%. Het gehalte aan water wordt bepaald volgens de methode van bijlage I bij deze verordening.

  • 2 Bevroren en diepgevroren eenden, ganzen, parelhoenders en kalkoenen mogen niet meer water bevatten dan 8 %. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van bijlage II bij deze verordening.

Artikel 4 [Vervallen per 15-08-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 13-12-2009]

  • 1 Indien vlees van pluimvee wordt verpakt in kratten of dozen zonder deksel, dient/dienen

    • a. dit bestemd te zijn voor het verhandelen binnen Nederland;

    • b. [Red: Vervallen.]

    • c. op, aan of in deze kratten of dozen zich een kaartje te bevinden met de navolgende vermeldingen:

      • -

        de verkoopbenaming, alsmede de soort pluimvee;

      • -

        de datum van minimale houdbaarheid bij bevroren en/of diepgevroren vlees;

      • -

        de uiterste consumptiedatum bij niet bevroren en/of diepgevroren vlees;

      • -

        de partij-identificatiecode wanneer in de datum van minimale houdbaarheid niet de dag is vermeld;

      • -

        de naam van de leverancier.

      Daarenboven dienen op het kaartje of op de handelsdocumenten te worden opgenomen:

      • -

        de netto-hoeveelheid;

      • -

        de staat waarin het in de handel wordt gebracht;

      • -

        de categorie-aanduiding;

      • -

        de aanbevolen opslagtemperatuur.

      Het in de voorgaande volzin bepaalde is niet van toepassing wanneer het gaat om levering als bepaald in richtlijn 71 / 118/EEG, bijlage I, punt 68, leden 1 en 2, en tevens is voldaan aan de daarbij gestelde voorwaarden.

    • d. [Red: Vervallen.]

    • e. [Red: Vervallen.]

    • f. [Red: Vervallen.]

  • 2 [Red: Vervallen.]

Artikel 6 [Vervallen per 15-08-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 15-08-2004]

Artikel 8 [Vervallen per 13-12-2009]

  • 1 Binnen de grenzen, gesteld door enige wettelijke regeling, is het Bestuur bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van het bij of krachtens het in de artikelen 3 en 5 van deze verordening bepaalde geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen, zomede om aan een dergelijke ontheffing voorwaarden te verbinden.

  • 2 Indien aan een ontheffing, als in lid 1 van dit artikel bedoeld, voorwaarden zijn verbonden, wordt degene, die deze voorwaarden niet of niet volledig nakomt, in zoverre geacht zonder ontheffing te handelen of te hebben gehandeld.

  • 3 Het bestuur is bevoegd ter nadere uitvoering van deze verordening bij besluit, bekend te maken in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, nadere regelen te stellen.

Artikel 9 [Vervallen per 13-12-2009]

  • 1 Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

  • 2 De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:

    • a. een berisping, welke bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de ondernemer, in verband met het begane feit;

    • b. een geldboete van ten hoogste tienduizend guldens, welke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd;

    • c. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.

Artikel 10 [Vervallen per 13-12-2009]

  • 1 De Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E. wordt ingetrokken.

  • 2 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E.

  • 3 Zij treedt in werking op de dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Voor het bestuur,

R. J. Tazelaar

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 27 juni 2002.

Bijlage I. Bepaling van het dripverlies (dripmethode) hanen, hennen, soep- en/of stoofkippen [Vervallen per 13-12-2009]

1. Doel en toepassingsgebied [Vervallen per 13-12-2009]

Deze methode wordt gebruikt voor de bepaling van de hoeveelheid water die bevroren of diepgevroren hanen, hennen, soep- en/of stoofkippen bij ontdooiing verliezen. Als het dripverlies, uitgedrukt in gewichtspercentage van het geslachte dier, met inbegrip van alle in de verpakking bijgevoegde eetbare slachtafvallen, groter is dan de in punt 7 vastgestelde maximumwaarde, wordt aangenomen dat tijdens de bewerking te veel water is opgenomen. Deze methode kan niet worden toegepast bij pluimvee dat is behandeld met polyfosfaten of andere stoffen waardoor het waterbindend vermogen wordt verhoogd. Pluimvee dat met dergelijke stoffen is behandeld, wordt onderworpen aan de in bijlage VI van de Verordening E.E.G. nr. 1538/91 van de Commissie beschreven analysemethode.

2. Definitie [Vervallen per 13-12-2009]

De met behulp van deze methode vastgestelde waterhoeveelheid wordt uitgedrukt in gewichtspercentage dripwater, berekend op het totale gewicht van het bevroren of diepgevroren geslachte dier, eetbare slachtafvallen inbegrepen.

3. Principe [Vervallen per 13-12-2009]

Het bevroren of diepgevroren geslachte dier, eventueel aanwezige eetbare slachtafvallen inbegrepen, wordt onder zodanige omstandigheden ontdooid dat het dripverlies kan worden berekend.

4. Apparatuur [Vervallen per 13-12-2009]

4.1 [Vervallen per 13-12-2009]

Weegschaal met een weegcapaciteit tot 5 kg die ten minste tot op 1 gram nauwkeurig is.

4.2 [Vervallen per 13-12-2009]

Plastic zakken die groot genoeg zijn om het geslachte dier te bevatten, met een deugdelijk hechtingssysteem.

4.3 [Vervallen per 13-12-2009]

Een thermostatisch geregeld bassin met de nodige voorzieningen om de geslachte dieren te behandelen als beschreven in de punten 5.5 en 5.6. Het bassin dient een hoeveelheid water te bevatten die gelijk is aan ten minste achtmaal het volume van het te controleren pluimvee en het water moet op een temperatuur van 42 ± 2 °C kunnen worden gehouden.

4.4 [Vervallen per 13-12-2009]

Filtreerpapier of andere absorberende papieren handdoeken.

5. Werkwijze [Vervallen per 13-12-2009]

5.1 [Vervallen per 13-12-2009]

20 geslachte dieren worden willekeurig uit de hoeveelheid te controleren pluimvee genomen. Totdat de dieren kunnen worden onderzocht zoals beschreven in de punten 5.2 tot en met 5.11, worden zij op een temperatuur van maximaal - 18 °C gehouden.

5.2 [Vervallen per 13-12-2009]

De buitenkant van de verpakking wordt afgeveegd om hierop aanwezig ijs en water te verwijderen. De verpakking met inhoud wordt gewogen waarbij het gewicht wordt afgerond tot op het naaste hele gram; aldus verkrijgt men M0.

5.3 [Vervallen per 13-12-2009]

Het geslachte dier wordt tezamen met de eventueel meeverkochte eetbare slachtafvallen uit de buitenverpakking genomen. Deze verpakking wordt afgedroogd en gewogen, waarbij het gewicht wordt afgerond tot op het naaste hele gram; aldus verkrijgt men M1.

5.4 [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het bevroren dier plus slachtafvallen wordt berekend door M1 af te trekken van M0.

5.5 [Vervallen per 13-12-2009]

Het geslachte dier en de slachtafvallen worden in een sterke waterdichte plastic zak gestoken met de open buikholte naar de dichte onderkant van de zak gekeerd. De zak moet lang genoeg zijn opdat hij stevig kan worden vastgemaakt wanneer hij in het bassin hangt, maar niet te ruim want het geslachte dier moet in verticale positie blijven.

5.6 [Vervallen per 13-12-2009]

Het gedeelte van de zak dat het geslachte dier en de eetbare slachtafvallen bevat, wordt volledig in een bassin gedompeld en blijft open, zodat zoveel mogelijk lucht kan ontsnappen. De zak moet verticaal worden gehouden, eventueel door gebruik te maken van een rek of door extra gewicht in de zak te stoppen, op een zodanige wijze dat er geen water uit het bassin in de zak kan lopen. De individuele zakken mogen elkaar niet raken.

5.7 [Vervallen per 13-12-2009]

De zak blijft in het bassin, waarvan het water op een temperatuur van 42 ± 2 °C wordt gehouden; de zak wordt voortdurend bewogen of het water wordt voortdurend in beweging gehouden, totdat het thermisch centrum van het geslachte dier (het diepst gelegen gedeelte van de borstspier bij kippen zonder de eetbare bijproducten, of het midden van de eetbare bijproducten bij kippen met de eetbare bijproducten) een temperatuur van ten minste 4 °C heeft bereikt, gemeten bij willekeurig gekozen geslachte dieren. De geslachte dieren blijven niet langer in het bassin dan nodig is om een temperatuur van 4 °C te bereiken. Voor geslachte dieren die zijn opgeslagen bij - 18 °C bedraagt de vereiste onderdompelingstijd ongeveer:

Gewichtsklasse (g)

Gewicht geslacht dier + slachtafvallen (g)

Onderdompelingstijd in minuten

 
   

Kippen zonder afvallen

Kippen met afvallen

< 800

< 825

77

92

850

825 - 874

82

97

900

875 - 924

85

100

950

925 - 974

88

103

1000

975 - 1024

92

107

1050

1025 - 1074

95

110

1100

1050 - 1149

98

113

1200

1150 - 1249

105

120

1300

1250 - 1349

111

126

1400

1350 - 1449

118

133

Boven 1.400 gram wordt deze tijd verhoogd met zeven minuten per 100 gram bijkomend gewicht. Indien de voorgestelde onderdompelingstijd verstreken is zonder dat, bij de twee gecontroleerde geslachte dieren, een temperatuur van 4 °C is bereikt, moet het ontdooiingsproces worden voortgezet totdat in het thermisch centrum wel een temperatuur van 4 °C is bereikt.

5.8 [Vervallen per 13-12-2009]

De zak met inhoud wordt uit het bassin genomen. Er wordt een gat gemaakt in de onderkant van de zak zodat het dripwater kan weglopen. De zak met inhoud moet nu een uur lang kunnen uitlekken bij een omgevingstemperatuur tussen + 18 °C en + 25 °C.

5.9 [Vervallen per 13-12-2009]

Het ontdooide dier wordt uit de zak genomen en het pakje met de slachtafvallen wordt (indien aanwezig) uit de buikholte genomen. Het dier wordt van binnen en van buiten afgedroogd met filtreerpapier of met papieren handdoeken. In het zakje met de slachtafvallen wordt een gat gemaakt en wanneer het aanwezige water is weggelopen worden de zak en de ontdooide afvallen zo goed mogelijk afgedroogd.

5.10 [Vervallen per 13-12-2009]

Het totale gewicht van het ontdooide geslachte dier, de afvallen en de verpakking wordt bepaald en afgerond tot op de naaste hele gram; dit is M2.

5.11 [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het zakje dat de afvallen bevatte, wordt bepaald en afgerond tot op het naaste hele gram; dit is M3.

6. Berekening van het resultaat [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het bij ontdooiing vrijgekomen water, d.i. het dripverlies, uitgedrukt als gewichtspercentage van het bevroren of diepgevroren dier (inclusief afvallen) wordt berekend met behulp van de volgende formule:

M0 - M1 - M2

 

___________________

X 100

M0 - M1 - M2

 

7. Beoordeling van het resultaat [Vervallen per 13-12-2009]

Als het gemiddelde dripverlies bij het monster van 20 geslachte dieren meer bedraagt dan 5,2%, wordt aangenomen dat de hoeveelheid water die tijdens de bewerking is opgenomen, groter is dan de grenswaarde.

Bijlage II. Bepaling watergehalte eenden, ganzen, parelhoenders en kalkoenen [Vervallen per 13-12-2009]

1. Definitie [Vervallen per 13-12-2009]

De met behulp van deze techniek vastgestelde waterhoeveelheid wordt uitgedrukt in gewichtspercentages uitgelekt water, berekend op het totale gewicht van het bevroren of diepgevroren geslachte dier, het eetbare slachtafval inbegrepen.

2. Principe [Vervallen per 13-12-2009]

Het bevroren/diepgevroren geslachte dier, het eventueel aanwezige eetbare slachtafval inbegrepen, wordt onder toezicht op dusdanige wijze ontdooid dat het mogelijk is het gewicht van het vrijgekomen water te bepalen.

3. Apparatuur [Vervallen per 13-12-2009]

3.1 [Vervallen per 13-12-2009]

Weegschaal met een weegcapaciteit tot 5 kg die ten minste tot op 1 gram nauwkeurig is.

3.2 [Vervallen per 13-12-2009]

Plastic zakken die groot genoeg zijn om het geslachte dier te bevatten, met een inrichting om de zakken goed af te sluiten.

3.3 [Vervallen per 13-12-2009]

Een thermostatisch geregeld bassin dat een hoeveelheid water kan bevatten van ten minste 8 maal het volume van het te controleren pluimvee en waarin de temperatuur van het water op 12 °C kan worden gehouden.

3.4 [Vervallen per 13-12-2009]

Filtreerpapier of andere absorberende papieren handdoeken.

4. Werkwijze [Vervallen per 13-12-2009]

4.1 [Vervallen per 13-12-2009]

20 Geslachte dieren worden willekeurig uit de hoeveelheid te controleren pluimvee genomen. Totdat de dieren kunnen worden onderzocht zoals beschreven onder 5.2 - 5.11, dienen zij op een temperatuur van maximaal -12 °C te worden gehouden.

4.2 [Vervallen per 13-12-2009]

De buitenkant van de verpakking wordt afgeveegd om hierop aanwezig ijs en water te verwijderen. De verpakking met inhoud wordt gewogen waarbij het gewicht wordt afgerond tot op de dichtst bij gelegen hele gram; aldus verkrijgt men M0.

4.3 [Vervallen per 13-12-2009]

Het geslachte dier wordt tezamen met het eventueel meeverkochte eetbare slachtafval uit de buitenverpakking genomen. Deze verpakking wordt afgedroogd en gewogen waarbij het gewicht wordt afgerond tot op de dichtst bij gelegen hele gram; aldus verkrijgt men M1.

4.4 [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het bevroren dier plus slachtafval wordt berekend door M1 af te trekken van M0.

4.5 [Vervallen per 13-12-2009]

Het geslachte dier plus het slachtafval worden in een sterke waterdichte plastic zak gestoken met de open buikholte naar de dichte onderkant van de zak gekeerd. De zak moet zo groot zijn dat hij goed kan worden afgesloten, maar mag niet te ruim zijn. Wanneer het geslachte dier en het slachtafval in de zak zitten, moet door middel van samendrukken zoveel mogelijk lucht worden verwijderd en moet de zak vervolgens goed worden gesloten.

4.6 [Vervallen per 13-12-2009]

De zak met het geslachte dier en het eetbare slachtafval wordt tot aan de sluiting in een bassin gedompeld met water van 12 °C ± 1 °C en wel op een dusdanige wijze dat het water van het bassin er niet in kan binnendringen; de zak in deze stand houden, zo nodig met behulp van een gewicht.

4.7 [Vervallen per 13-12-2009]

Het ontdooien van de geslachte dieren wordt tot en met een gewicht van 1.500 gram na 4 uur beëindigd, bij een gewicht van 1.501 gram na 6 uur.

4.8 [Vervallen per 13-12-2009]

De zak met inhoud wordt uit het bassin genomen. Er wordt een gat gemaakt in de onderkant van de zak zodat het water dat bij het ontdooien is vrijgekomen, kan weglopen. De zak met inhoud moet nu een uur lang uitlekken bij een omgevingstemperatuur tussen + 18 °C en + 25 °C.

4.9 [Vervallen per 13-12-2009]

Het ontdooide dier wordt uit de zak genomen en het pakje met slachtafval wordt (indien aanwezig) uit de buikholte genomen. Het dier wordt van binnen en van buiten afgedroogd met filtreerpapier of met papieren handdoeken. In het zakje met slachtafval wordt een gat gemaakt en wanneer het aanwezige water is weggelopen worden de zak en het ontdooide afval zo goed mogelijk afgedroogd.

4.10 [Vervallen per 13-12-2009]

Het totale gewicht van het ontdooide geslachte dier, het afval en de verpakking wordt bepaald, afgerond op de dichtst bij gelegen hele gram en met M2 aangegeven.

4.11 [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het zakje dat het afval bevatte, wordt bepaald, afgerond op de dichtst bij gelegen hele gram en met M3 aangeduid.

5. Berekening van het resultaat [Vervallen per 13-12-2009]

Het gewicht van het water dat bij ontdooiing is vrijgekomen, uitgedrukt als gewichtspercentage van het bevroren/diepgevroren dier (inclusief afval) wordt berekend uit de volgende formule:

M0 - M1 - M2

 

__________________________________

X 100

M0 - M1 - M2

 

Beoordeling van het resultaat

Als het gemiddelde dripverlies bij het monster van 20 geslachte dieren meer bedraagt dan 8%, wordt aangenomen dat de hoeveelheid water die tijdens de bewerking is opgenomen, groter is dan de grenswaarde.