Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regels inzake het toezicht op het centraal instituut als bedoeld in de Wet giraal effectenverkeer

Geldend van 19-07-2002 t/m heden

Regels inzake het toezicht op het centraal instituut als bedoeld in de Wet giraal effectenverkeer

De Minister van Financiën;

Gelet op artikel 2, eerste en vierde lid, van de Wet giraal effectenverkeer,

Besluit:

1

Met ingang van 1 mei 2000 eervol ontslag te verlenen aan de heer prof. dr. J.J.M. Kremers te Den Haag als toezichthouder op het centraal instituut.

2

Met ingang van 1 mei 2000 de Stichting Autoriteit Financiële Markten te Amsterdam te benoemen tot toezichthouder op het centraal instituut.

3

Betreffende dit toezicht de navolgende nadere regels vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van artikel 3 van de beschikking van 11 augustus 1979, no. 377-6991, Stcrt. nr. 157. In deze regels wordt verstaan onder ‘de wet’: de Wet giraal effectenverkeer, en onder ‘Necigef’: het centraal instituut, bedoeld in artikel 1 van de wet.

  • (ii) De STE maakt met Necigef afspraken die nodig zijn voor een behoorlijke uitoefening van haar toezicht. Deze afspraken hebben in elk geval betrekking op de te volgen procedure ten aanzien van besluiten van Necigef die vooraf ter toetsing aan de toezichthouder dienen te worden voorgelegd; de door Necigef periodiek dan wel ad hoc aan de toezichthouder te verstrekken informatie; het door de toezichthouder bijwonen van vergaderingen van organen van Necigef voorzover hij dit voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht; de wijze en frequentie van het overleg tussen de toezichthouder en Necigef over toezichtsaangelegenheden; alsmede de te volgen procedure voor het geval Necigef het niet eens zou zijn met het oordeel van de toezichthouder. De afspraken behoeven de goedkeuring van de Minister van Financiën.

  • (iii) Voorgenomen besluiten van Necigef die een rechtstreeks verband hebben met de door de wet beschermde belangen of met de bijzondere positie van Necigef als centraal instituut in de zin van de Wge, worden door Necigef vooraf ter toetsing aan de toezichthouder voorgelegd. Tot deze categorie besluiten behoren in elk geval de toelating en intrekking van de toelating van instellingen, wijzigingen van de reglementen van Necigef, de toelating van nieuwe (soorten) effecten en de structuur van de aan aangesloten instellingen op te leggen tarieven, alsmede de besluiten die op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 4 van de wet de goedkeuring van de Minister van Financiën behoeven. In het laatste geval zendt de STE na toetsing de voorgenomen besluiten, voorzien van haar bevindingen, door aan de Minister van Financiën.

  • (iv) Indien de STE van oordeel is dat een voorgenomen besluit van Necigef in strijd is met de wet of de op de wet gebaseerde regels, de statuten van Necigef, of met de eisen van een behoorlijk giraal effectenverkeer, maakt de STE Necigef daarop attent, met het verzoek het voornemen in te trekken of aan te passen. Indien Necigef het niet eens is met het oordeel treedt de voor die situatie gemaakte procedure-afspraak in werking. Onderdeel daarvan is dat de Minister van Financiën tijdig wordt geïnformeerd indien er aanleiding is te verwachten dat de kwestie aan hem zal moeten worden voorgelegd.

  • (v) De STE informeert de Minister periodiek over de uitvoering van het toezicht en zo nodig tussentijds. Uiterlijk vier maanden na afloop van elk kalenderjaar brengt de STE een jaarverslag uit aan de Minister van Financiën.

  • (vi) Deze regeling laat onverlet het op grond van het derde voorschrift, verbonden aan de beurserkenning Amsterdam Exchanges N.V. (zie brief Minister van Financiën van 30 december 1996, BGW 96/2719), door De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de STE opgestelde Toezichtskader ACD en het daarvan deel uitmakende Convenant van samenwerking. De STE en DNB maken afspraken die nodig zijn voor een goede afstemming tussen het toezicht op Necigef op grond van de wet respectievelijk op grond van het Toezichtskader ACD. Deze afspraken behoeven de goedkeuring van de Minister van Financiën.

  • (vii) Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2000.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst. Tegen de beschikking, genoemd onder 2., kan iedere belanghebbende binnen zes weken na de datum van publicatie een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Financiën.

De

Minister

van Financiën,

G. Zalm

.