Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Bijdrageregeling ‘Digitaal Trapveld’[Regeling vervallen per 01-01-2005.]

Geldend van 29-11-2003 t/m 31-12-2004

Bijdrageregeling ‘Digitaal Trapveld’

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) de minister:

de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

b) gemeente:

de gemeenten Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, ‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht Venlo, Zaanstad en Zwolle;

c) aandachtswijk:

een wijk die is aangewezen in de wijkplannen 2000 - 2003 van de gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Emmen, Lelystad en Zaanstad, respectievelijk in de Meerjaren Ontwikkelings Programma’s Grotestedenbeleid 1999-2003/2004 van de overige onder b genoemde gemeenten;

d) Digitaal Trapveld:

een fysieke locatie in een aandachtswijk, waar inwoners van deze wijk gebruik kunnen maken van computerapparatuur en kunnen leren omgaan met Informatie- en Communicatietechnologie / Internet, onder andere in het kader van arbeidsmarkttoeleiding, onderwijs en gemeentelijke informatieuitwisseling;

e) aanvraag:

de aanvraag voor een basisbijdrage en eventueel een stimuleringsbijdrage in het kader van het project Digitaal Trapveld.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De minister kent op aanvraag van het gemeentebestuur een basisbijdrage en eventueel een stimuleringsbijdrage toe, met het doel in deze gemeente minimaal één laagdrempelig Digitaal Trapveld in een aandachtswijk te realiseren, voort te zetten dan wel uit te breiden.

  • 2 De minister is verantwoordelijk voor het stimuleren van de realisatie van Digitale Trapvelden. De steden zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de Digitale Trapvelden en meer specifiek voor de drie doelstellingen, genoemd in artikel 3.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2005]

Aan het Digitaal Trapveld legt de gemeente de volgende doelstellingen ten grondslag:

  • · Tegengaan van de digitale kloof: vergroting van de algemene vaardigheden met betrekking tot Informatie- en Communicatietechnologie van de inwoners van de betreffende wijk.

  • · Verbeteren arbeidsmarktpositie: verhogen van het arbeidsmarktperspectief van de inwoners van de desbetreffende wijk door middel van vergroting van vaardigheden met betrekking tot Informatie- en Communicatietechnologie.

  • · Versterken sociale cohesie/ gemeenschapsvorming: het bevorderen van contacten tussen verschillende groepen inwoners van de desbetreffende wijk.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2005]

Voor de toekenning van een basisbijdrage, als bedoeld in artikel 2, dient in de aanvraag aangegeven te worden hoe de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, in de uitvoering tot resultaat zullen komen, alsmede voldaan te worden aan de volgende criteria:

  • a) een samenhangend concept van de mogelijkheden die Informatie- en Communicatietechnologie biedt in de desbetreffende wijk onder de daar geldende omstandigheden;

  • b) tenminste één fysieke locatie voor het Digitaal Trapveld en situering daarvan in een aandachtswijk van de gemeente;

  • c) de motivering van de keuze van de fysieke locatie van het Digitaal Trapveld;

  • d) aansluitend bij de lokale omstandigheden, de inspanningen die worden geleverd om specifieke doelgroepen te bereiken;

  • e) de technologische infrastructuur en begeleiding die nodig is om het project te kunnen uitvoeren;

  • f) de verdubbeling van de basisbijdrage van de minister uit middelen van de gemeente of van derden. In dit kader dient in de aanvraag in ieder geval te worden aangegeven in welke mate het lokale bedrijfsleven bijdraagt aan het Digitaal Trapveld;

  • g) de realisatie van het Digitaal Trapveld is uiterlijk 31 december 2000 en het Digitaal Trapveld is daarna tenminste drie jaar operationeel.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2005]

De aanvraag, bedoeld in artikel 2, wordt voor 1 september 2000 ingediend.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2005]

De basisbijdrage, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht f 1.000.000,-. en voor de overige gemeenten f 500.000,-.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2005]

De minister beslist binnen een maand op de aanvraag.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De minister kent voor sterk vernieuwende aanvragen dan wel voor aanvragen die binnen de criteria, bedoeld in artikel 4, een creatieve en of innovatieve oplossing bieden, naast de bijdrage, bedoeld in artikel 6, circa 8 stimuleringsbijdragen van maximaal f 250.000,- toe. De beoordeling van de aanvragen met betrekking tot de toekenning van een stimuleringsbijdrage zal plaatsvinden aan de hand van de volgende criteria:

    • · draagvlak

    • · vernieuwing

    • · creativiteit

  • 2 Om in aanmerking te kunnen komen voor een stimuleringsbijdrage, bedoeld in het eerste lid, dienen gemeenten in hun aanvragen aan te geven waaraan deze bijdrage zal worden besteed.

  • 3 De minister beslist voor 1 oktober 2000 over de toekenning van de stimuleringsbijdragen, bedoeld in het eerste lid, of uiterlijk een maand nadat alle aanvragen zijn ingediend.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De gemeente registreert gedurende de periode dat het Digitaal Trapveld operationeel is, jaarlijks de behaalde resultaten op het gebied van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, en stelt deze gegevens ter beschikking aan de minister voor tussentijdse kennisuitwisseling. De gemeente gebruikt hiervoor de volgende indicatoren:

    • · Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks in het Digitaal Trapveld kennis maakt met Informatie- en Communicatietechnologie / Internet;

    • · Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks gebruik maakt van de faciliteiten van het Digitaal Trapveld gericht op verbetering van de arbeidsmarktpositie;

    De gemeente bepaalt zelf een op de lokale situatie toegesneden indicator voor de versterking van de sociale cohesie in de wijk. De gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, ‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle kunnen hiervoor aansluiten bij de meetbare doelstelling ’versterken sociale infrastructuur’, aangegeven in de Meerjaren Ontwikkelings Programma’s Grotestedenbeleid 1999-2003/2004 en de gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Emmen, Lelystad en Zaanstad kunnen hiervoor aansluiten bij de doelstellingen zoals geformuleerd in de wijkplannen 2000 - 2003.

  • 2 Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de bijdrage, waarin de rijksbijdrage, de middelen van de gemeente en van derden en de kosten herkenbaar zijn terug te vinden.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2005]

De minister kan de basisbijdrage en/of de stimuleringsbijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 8 tweede lid, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan hetgeen in de aanvraag is omschreven.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling ‘Digitaal Trapveld’.

De

Minister

voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

R.H.L.M. van Boxtel