Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit regels avarij-grosse ex artikel 1022 Boek 8 Burgerlijk Wetboek

Geldend van 01-05-2000 t/m heden

Besluit van 5 februari 2000, houdende regels inzake avarij-grosse ter uitvoering van artikel 1022 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 10 december 1999, gedaan mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 1022 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

De Raad van State gehoord (advies van 21 januari 2000, no. W03.99.0620/I.);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 2 februari 2000, nr. 5007606/00/6, uitgebracht mede namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Onder de «Rijnregels IVR», bedoeld in artikel 1022 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden verstaan de Rijnregels IVR 1979 (Uitgave 1996) zoals vastgesteld door de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister op 17 november 1995 en zulks in de Nederlandstalige tekst daarvan, welke is opgenomen als bijlage bij dit besluit.

ARTIKEL II

Het koninklijk besluit van de Minister van Justitie van 22 maart 1991, ter uitvoering van artikel 1022 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 146), wordt ingetrokken.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 februari 2000

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Uitgegeven de veertiende maart 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage

RIJNREGELS IVR 1979

Vastgesteld door de Raad van Beheer op 17 november 1995

Regel I. Avarij-Grosse

Avarij-grosse zijn de opofferingen en uitgaven, redelijkerwijs verricht en/of gedaan bij aanwezigheid van bijzondere omstandigheden met het doel een schip en zijn lading uit een gemeenschappelijk gevaar te redden.

Regel II. Plaatsvervangende Kosten

Extra kosten, veroorzaakt door een maatregel tengevolge waarvan als avarij-grosse toe te laten uitgaven zijn vermeden, zullen als avarij-grosse worden toegelaten tot het beloop van de aldus vermeden uitgaven.

Als extra kosten zullen zijn te beschouwen de onkosten, ontstaan door de bovenbedoelde maatregel, na aftrek van het bedrag der uitgaven, die bij het normaal verloop van de reis zouden zijn gedaan.

Regel III. Invloed van Schuld

Wanneer het voorval, dat de aanleiding heeft gegeven tot de opoffering of de uitgaven, het gevolg zal zijn geweest van de schuld van één der betrokkenen, zal er desalniettemin moeten worden bijgedragen, doch deze bepaling zal niet van invloed zijn op enige aanspraken, welke uit hoofde van deze schuld op grond van wet of overeenkomst jegens of door die betrokkene geldend gemaakt zouden kunnen worden, noch op enige verweren, welke deze op grond van wet of overeenkomst zou kunnen voeren.

Regel IV. Uitsluitingen

1. Verlies van schade geleden of uitgaven gedaan tengevolge van vertraging, hetzij gedurende de reis, hetzij daarna, zoals bijvoorbeeld oponthoudschade, alsmede elke – welke dan ook – indirecte schade, zoals bijvoorbeeld verlies door koersverschil, zullen niet worden toegelaten als avarij-grosse.

2. In geen geval worden verliezen, schade of kosten, die verband houden met milieuschade, in het bijzonder niet de kosten van de verwijdering van dergelijke schade in avarij-grosse vergoed. Kosten ter voorkoming of ter vermindering van milieuschade worden evenwel vergoed, inden zij als voorwaarde voor een avarij-grosse-maatregel zijn gemaakt.

Regel V. Bewijs

De bewijslast, dat een verlies of een uitgave als avarij-grosse moet worden toegelaten, drukt op hem, die op dergelijke toelating aanspraak maakt.

Regel VI. Vergoedingen-Schip

1. Het als avarij-grosse toe te laten bedrag voor materiële schade zal worden vastgelegd met als basis de in Regel XIII bedoelde expertise.

2. Van het als avarij-grosse toe te laten bedrag zal voor verschil tussen nieuw en oud worden afgetrokken:

⅕ van de vernieuwingen aangebracht aan schepen, motoren, machines of ketels, die van 1 tot 5 jaar in gebruik zijn;

¼ van de vernieuwingen aangebracht aan schepen, motoren, machines of ketels, die van 6 tot 10 jaar in gebruik zijn;

⅓ van de vernieuwingen aangebracht aan schepen, motoren, machines of ketels, die langer dan 10 jaar in gebruik zijn.

Geen aftrek met betrekking tot ankers en ankerkettingen. Geen aftrek op de kosten van tijdelijke reparaties, noch op die van vernieuwingen aan schepen, motoren, machines of ketels, die op de dag van het ongeval nog geen jaar in gebruik waren.

3. Sleep- en koppeldraden zullen met hun netto waarde toegelaten worden.

4. De aftrek zal slechts worden toegepast op de kosten van het nieuwe materiaal of de nieuwe delen op het moment dat deze voltooid zijn en gereed om in het schip te worden aangebracht.

5. Wanneer een schip vlot is, zal geen verlies of schade, veroorzaakt door het gebruik van een of meerdere ankers, als avarij-grosse worden toegelaten.

Regel VII. Vergoedingen-Lading

1. Het als avarij-grosse toe te laten bedrag voor schade aan of verlies van opgeofferde lading zal gelijk zijn aan het verlies dat de belanghebbende bij de lading zal hebben geleden, berekend op de grondslag van de C.I.F.-waarde op de laatste losdag van het schip of bij het einde van de reis, indien deze eindigt in een andere plaats dan de oorspronkelijke bestemming.

2. Indien het geheel of een gedeelte der aldus beschadigde lading wordt verkocht en omtrent het bedrag der schade niet op andere wijze overeenstemming is bereikt, zal het als avarij-grosse toe te laten verlies zijn het verschil tussen de netto-opbrengst van verkoop en de netto-waarde in gezonde staat, berekend zoals aangegeven in het eerste lid van deze regel.

Regel VIII. Vergoedingen-Vracht

Het als avarij-grosse toe te laten bedrag ter zake van niet betaalde vracht voor opgeofferde lading zal zijn de verloren gegane bruto vracht.

Regel IX. Vergoedingen-Rente

De bedragen, die als avarij-grosse zijn toegelaten, zullen rente dragen op de voet van 7% per jaar, berekend van hun betaling of van het ogenblik, waarop de rechthebbende het opgeofferde goed had behoren te ontvangen of werkelijk heeft ontvangen, tot drie maanden na de datum der dispache.

Regel X. Vergoedingen-Expertisekosten enz.

Eveneens zullen als avarij-grosse worden toegelaten de kosten van expertise en onderzoek, noodzakelijk voor de opstelling van de dispache, alsmede de kosten en honoraria van de dispacheur en die van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR).

Regel XI. Muntsoort

De onkosten zullen worden toegelaten in de muntsoort, waarin zij zijn gemaakt. De vervoerder zal echter vergoeding krijgen in zijn nationale muntsoort, indien hij in het compromis te kennen heeft gegeven, dat hij zulks wenst. De vergoedingen met betrekking tot de lading zullen worden berekend in de muntsoort geldig op de plaats en op het tijdstip van het einde van de reis. De berekening van de dragende waarden geschiedt naar de koers geldend op de datum van het einde van de reis.

Regel XII. Dragende Waarden

1. In beginsel zal de dragende waarde van het schip worden gebaseerd op de waarde daarvan aan het einde van de reis en in de staat waarin het zich dan bevindt; de verkoopwaarde zal bij de vaststelling van deze waarde slechts als aanwijzing in beschouwing worden genomen. Voorzover er richtlijnen zullen zijn van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) voor de berekening van de dragende waarde van schepen, zullen deze als normen worden aanvaard.

2. In beginsel zal de dragende waarde van de lading worden gebaseerd op de C.I.F.-waarde aan het einde van de reis en in de staat waarin zij zich dan bevindt. De dragende waarde van gedurende de reis verkochte lading zal zijn de netto-opbrengst, vermeerderd met het bedrag van eventuele vergoedingen in avarij-grosse.

3. Van de op de hierboven aangegeven wijze vastgestelde waarden zullen worden afgetrokken alle kosten verschuldigd geworden na het voorval, dat aanleiding gaf tot de avarij-grosse, en vóór het einde van de oorspronkelijke reis. Een ten laste van het schip komende bijzondere vergoeding ingevolge art. 14 van het Internationale Verdrag inzake Hulpverlening van 1989 wordt echter niet afgetrokken van de overeenkomstig lid 1 bepaalde waarde.

4. Bij de waarden, vastgesteld op de hierboven aangegeven wijze, zullen worden opgeteld de bedragen toegelaten als avarij-grosse uit hoofde van materiële schade.

5. Postzendingen, mondvoorraden, passagiersbagage, zelfs wanneer geregistreerd, en persoonlijke bezittingen dragen niet bij.

6. De vracht, voorzover voor risico van de vervoerder, zal bijdragen met haar bruto-bedrag. Voorzover onbetaalde vracht als avarij-grosse wordt toegelaten, zal zij over dat toegelaten bedrag bijdragen.

Regel XIII. Expertise

1. In alle gevallen, die aanleiding geven tot het vragen van een vergoeding als avarij-grosse zullen de oorzaak, de aard en het belang van de materiële schade moeten worden vastgesteld op de volgende wijze:

a) wat betreft de lading: door een expertise, gehouden ten spoedigste na de aflevering van de beschadigde goederen. De belanghebbende bij het schip is te verwittigen, zodat hij aan de expertise kan deelnemen. Bij gebreke van dergelijke verwittiging of bij gebreke van een aanvraag tot expertise door deskundigen binnen een termijn van acht dagen na de aflevering van de goederen wordt, behoudens tegenbewijs, aangenomen, dat de goederen in goede toestand zijn uitgeleverd.

b) wat betreft het schip: door een expertise, gehouden door één of meer experts, zo snel mogelijk na het ongeval en zo mogelijk voor het begin van een nieuwe reis. De belanghebbenden bij de lading moeten door een aantekening in het compromis worden gewaarschuwd en kunnen zich bij de expertise laten vertegenwoordigen.

2. Bij tussenkomst van verscheidene deskundigen en verschil van mening tussen hen zal nog een deskundige, wiens beslissing bindend zal zijn, moeten worden aangewezen door de Voorzitter van de Avarij-Commissie van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR).

Regel XIV. Verplichting tot het Verschaffen van de Vereiste Inlichtingen

De belanghebbenden bij de avarij-grosse zullen aan de dispacheur iedere inlichting en alle dokumenten, die hij vraagt voor de opstelling van de dispache, verschaffen uiterlijk binnen 6 maanden nadat de dispacheur deze heeft opgevraagd. Wanneer zij deze verplichting niet nakomen zal de dispacheur zich de noodzakelijke inlichtingen verschaffen en zal, behoudens tegenbewijs, haar juistheid worden aangehouden.

Regel XV. Opstelling van de Dispache

De schipper heeft het recht en is, wanneer één der belanghebbenden zulks eist, verplicht de dispache te doen opstellen door een door de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) aanvaarde dispacheur.

Regel XVI. Betwisting van de Dispache

Alle dispaches zullen met de daartoe noodzakelijke documenten aan de controle van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) worden onderworpen, zonder dat hieruit enige afstand van betrokkenen van enig recht een rechterlijke of scheidsrechterlijke beslissing uit te lokken, voortvloeit.

Regel XVII. Behandeling van Depots in Geld en Garanties

Indien depots in geld zullen zijn geïnkasseerd tot de zekerheid van de verplichting van de lading tot het bijdragen in avarij-grosse zullen die depots zonder enig verwijl op een afzonderlijke rekening moeten worden geplaatst ten gezamenlijke name van de dispacheur en de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) bij een in het compromis (Revers) aangegeven bank.

Het aldus gedeponeerde bedrag, vermeerderd met de eventueel bijgeschreven rente, zal worden gehouden als zekerheid voor de betaling aan de daartoe gerechtigden van de avarij-grosse of bijzondere kosten verschuldigd door de lading, waarvoor de zekerheid werd gesteld.

Betalingen op rekening of terugbetalingen van depots mogen geschieden indien schriftelijk toegestaan door de dispacheur en de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR).

Deze depots, betalingen of terugstortingen zullen op de uiteindelijke aansprakelijkheid van partijen niet van invloed zijn.

De aldus gedeponeerde bedragen zullen rente dragen op de voet van 7% per jaar, welke rente als avarij-grosse zal worden toegelaten; de gekweekte bankrente zal aan de avarij-grosse worden gecrediteerd.

Eveneens zullen als avarij-grosse worden toegelaten de onkosten, gevallen op de waarborgen, verstrekt voor de afwikkeling van de dispache of voor de voldoening van verplichtingen jegens bergers en anderen.

De betalingen op rekening, verricht op deze garanties, zullen eveneens rente dragen op de voet van 7% per jaar, welke rente als avarij-grosse zal worden toegelaten.

Regel XVIII. Vrijwillige Stranding

De schaden en kosten van een vrijwillige stranding, zelfs wanneer deze een avarij-grosse-handeling oplevert, zullen slechts voor toelating als avarij-grosse in aanmerking komen, wanneer het schip nadien zal zijn vlotgebracht en redelijkerwijs te repareren zal blijken te zijn.

Regel XIX. Vlotbrenging van een Gezonken Schip

Wanneer het schip gezonken is (zonder dat dit ter redding van schip en lading is veroorzaakt) behoren weliswaar niet de door het ongeval veroorzaakte schaden, doch wel de kosten gemaakt om door eenzelfde maatregel schip en lading te lichten, alsmede de tot dit doel aan schip en/of lading opzettelijk toegebrachte schaden tot de avarij-grosse.

Regel XX. Tornen, enz.

1. In het geval van tornen op een gestrand schip, wanneer dit een avarij-grosse-handeling oplevert, zal het bedrag van de vergoeding, betaald aan de hulpverlener, als avarij-grosse worden toegelaten, doch dit bedrag zal slechts uit de volgende onderdelen worden samengesteld:

a) De vergoeding, verschuldigd volgens de tarieven van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR), voor het varen naar de plaats van het ongeval, het oponthoud en de hulpverlening aldaar, alsmede het terugvaren.

b) De waarde van het verloren gegane materiaal en/of de kosten van het herstel van de schaden, geleden door de hulpverlener gedurende de eigenlijke vlotbrengingspogingen. Deze beginnen, bijzondere omstandigheden voorbehouden, op het ogenblik, dat de sleepdraad wordt overgegeven en eindigen op het ogenblik, dat deze is of kon zijn losgemaakt. Als bijzondere omstandigheid zal bijvoorbeeld worden beschouwd, dat het hulpverlenende schip zich – vóór het overgeven of na het losgooien van de sleepdraad – in onmiddellijk verband met de hulpverlening in de gevarenzone bevindt.

c) De vergoeding voor schade door oponthoud, doch uitsluitend voor de periode, dat het hulpverlenende vaartuig uit de vaart is gedurende de vervangings- of herstelwerkzaamheden, hierboven bedoeld.

d) De materiële schade aan derden gedurende het tornen toegebracht, oponthoudschade inbegrepen, voorzover als de hulpverlener aan wettelijk gegronde aanspraken tot vergoeding gevolg heeft moeten geven.

2. In het geval van tussenkomst van een duwboot vinden bovengenoemde bepalingen overeenkomstige toepassing.

Regel XXI. Lichten

1. Wanneer het op de wal opslaan of het overslaan van de gehele lading of een gedeelte daarvan een avarij-grosse-handeling oplevert, zullen als avarij-grosse slechts worden toegelaten:

a) de kosten, veroorzaakt door de lossing, de opslag in lichters of op de wal en het weer aan boord nemen van de aldus geloste lading.

b) de waarde van het verloren gegane materiaal en/of de kosten van het herstel van de schaden, geleden door deze lichters gedurende het lichten.

c) de vergoeding voor schade door oponthoud, doch uitsluitend voor de periode, dat de lichter uit de vaart is gedurende de vervangings- of herstelwerkzaamheden, hierboven bedoeld.

d) de schaden geleden door het schip, waaraan hulp is verleend, gedurende deze handelingen.

e) de verliezen en schaden geleden door de aldus geloste lading, zowel die geleden door manipulaties, als die geleden gedurende de opslag op de wal of in de lichters.

f) de premie voor een eventueel gesloten verzekering.

2. Wanneer het schip gedurende het normale verloop van de reis gelicht is, is er geen avarij-grosse.

Regel XXII. Overwintering

1. Wanneer, ingevolge de vorst, de schipper gedwongen wordt in een tussenhaven te vluchten, zullen slechts de kosten van in- en uitlopen, de sleeplonen, de havengelden en de voor bewaking van het beladen schip noodzakelijk geworden kosten als avarij-grosse worden toegelaten, alsook de kosten van het lichten en de door het lichten ontstane schade, indien voor het lichten van het schip de lading geheel of gedeeltelijk in lichters moet worden overgeladen.

2. Voorzover er tarieven van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) bestaan voor de sub 1 genoemde kosten, zullen deze kosten op grond van deze tarieven worden berekend.

Regel XXIII. Bepalingen geldend voor de Regels XX, XXI en XXII

1. Niettegenstaande de beperkende bepalingen in de hierboven genoemde Regels, zullen de door rechterlijke of scheidsrechterlijke uitspraken vastgestelde vergoedingen als avarij-grosse toegelaten worden.

2. Alle bepalingen in deze zelfde Regels gegeven, evenals die omschreven in het eerste lid van de onderhavige Regel, gelden zonder beperking, zelfs wanneer het hulpverlenende en het geholpen schip aan dezelfde reder of eigenaar toebehoren of onder hetzelfde beheer staan.

3. De vergoedingen, in deze Regels genoemd, omvatten uitsluitend de verliezen en schaden, die de onmiddellijke gevolgen zijn van de hulpverlening, het lichten of slepen.

4. De avarij-grosse vergoedingen zullen mede hulploon omvatten bij de vaststelling waarvan rekening is gehouden met de vakkundigheid en inspanningen van de hulpverleners, betoond bij het voorkomen of beperken van schade aan het milieu, als bedoeld in art. 13 lid 1(b) van het Internationaal Verdrag Inzake Hulpverlening 1989.

Een bijzondere vergoeding, die door de reder ingevolge art. 14 van genoemd verdrag, zoals nader bepaald in lid 4 van dat artikel, of ingevolge enige andere naar inhoud overeenkomstige bepaling, aan de hulpverlener verschuldigd is, zal niet in avarij-grosse worden toegelaten.

Regel XXIV. Noodhaven

1. Wanneer, buiten het geval van Regel XXII de schipper bij wijze van avarij-grosse-handeling een haven aanloopt en/of daar verblijft zullen uitsluitend de kosten van in- en uitlopen, sleeploon, havengelden en bewakingskosten voor het beladen schip als avarij-grosse worden toegelaten.

2. De omstandigheid echter, dat een schip met het oog op laag water een haven aanloopt en/of daar verblijft zal geen grond opleveren tot enige toelating als avarij-grosse.

Regel XXV. Samenstel

1. Als samenstel in de betekenis van deze Regel wordt een groep van vaartuigen beschouwd, die zodanig met elkaar verbonden zijn, dat elk vaartuig voor zich geen eigen bewegingsvrijheid heeft.

2. Wanneer maatregelen worden genomen om een vaartuig en/of enige of alle vaartuigen van dit samenstel en hun lading uit een gemeenschappelijk gevaar te redden worden de Regels I tot en met XXIV overeenkomstig toegepast. Een vaartuig van een samenstel is met een ander vaartuig van dit samenstel niet in een gemeenschappelijk gevaar, wanneer het door het enkele verbreken van de verbinding met dit andere vaartuig in veiligheid kan worden gebracht.

3. In het geval van een gemeenschappelijk gevaar gelden de Regels I tot en met XXIV zowel ten gunste als ten laste van de belanghebbenden bij de vaartuigen van het samenstel en hun ladingen.

4. Voor de berekening van dragende waarden en vergoedingen worden de vaartuigen geacht «het schip» en de gehele in de vaartuigen vervoerde lading« de lading» te zijn, zoals deze woorden in de Regels l tot en met XXIV zijn gebruikt.

Regel XXVI. Vervoermiddelen, Containers, Laadborden en Soortgelijk vervoergerei

1. Telkens wanneer in de voorgaande Regels sprake is van «lading» wordt daaronder tevens verstaan vervoermiddelen, containers, laadborden of soortgelijk vervoergerei, bestemd om goederen bijeen te brengen, onverschillig aan wie dit toebehoort.

2. In plaats van op de in de Regels VII en XII genoemde C.I.F.- waarde zullen vergoedingen en dragende waarden van het in het eerste lid genoemde vervoergerei gebaseerd worden op de werkelijke waarde daarvan op de laatste losdag van het schip of bij het einde van de reis, indien deze eindigt in een andere plaats dan de oorspronkelijke eindbestemming. Voor zover er richtlijnen bestaan van de Internationale Vereniging het Rijnschepen-register (IVR) voor de berekening van de waarde van het hier genoemde vervoergerei zullen deze als normen worden aanvaard.

3. Ingeval een expertise, als bedoeld in Regel XIII lid 1 onder a, vervoergerei als genoemd in het eerste lid betreft, zijn zowel de belanghebbenden bij het schip als de belanghebbenden bij dit vervoergerei en bij de overige lading te verwittigen zodat zij aan de expertise kunnen deelnemen en gelden tevens de overige bepalingen van Regel XIII.