Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit mandaat en machtiging Belastingdienst/Douane inzake anti-dumpingheffingen en compenserende heffingen EZ

Geldend van 19-01-2000 t/m heden

Besluit mandaat en machtiging Belastingdienst/Douane inzake anti-dumpingheffingen en compenserende heffingen EZ

De Minister van Economische Zaken;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 10:3 van de de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de Minister:

de Minister van Economische Zaken;

b. de inspecteur:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 2

  • 1 Aan inspecteurs wordt mandaat verleend tot:

    • a. het vaststellen van de uitnodiging tot betaling ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen en tot het geven van de beschikking ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen, als bedoeld in de artikelen 22a, tweede lid, en 22c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

    • b. het beslissen op bezwaarschriften, gericht tegen besluiten als bedoeld onder a.

  • 2 De Minister kan bepalen dat een inspecteur niet eerder beslist op een bezwaarschrift dan na voorafgaande instemming van de Minister.

  • 3 Een inspecteur neemt geen beslissing op een bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door hem krachtens mandaat is genomen.

Artikel 3

Inspecteurs worden tevens gemachtigd tot:

  • a. het opmaken van het aanslagbiljet als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Douaneregeling;

  • b. het voeren van verweer in de gevallen waarin beroep is ingesteld tegen een beslissing op een bezwaarschrift die door een inspecteur namens de Minister is genomen.

Artikel 4

  • 1 Het is aan inspecteurs toegestaan voor de in de artikelen 2, eerste lid, en 3 bedoelde aangelegenheden ondermandaat te verlenen aan tot hun eenheid behorende ambtenaren, respectievelijk hen daartoe te machtigen.

  • 2 Geen ondermandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift wordt verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt krachtens ondermandaat heeft genomen.

Artikel 5

  • 1 In elk op grond van de mandaatverlening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, genomen besluit wordt tot uitdrukking gebracht dat dit namens de Minister is genomen.

  • 2 Het in het eerste lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing bij het voeren van verweer.

Artikel 6

  • 1 In elk op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, genomen besluit wordt vermeld dat degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is binnen 6 weken na de dag van verzending van het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift kan indienen bij de Minister per adres van de inspecteur die dat besluit namens de Minister heeft genomen.

  • 2 In elke beslissing op een bezwaarschrift wordt vermeld dat degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is binnen 6 weken na de dag van verzending van het besluit een gemotiveerd beroepschrift kan indienen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging Belastingdienst/Douane inzake anti-dumpingheffingen en compenserende heffingen EZ.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 januari 2000

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink