Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling begroting, beleidsplan en jaarrekening Bloedvoorzieningsorganisatie

Geldend van 01-07-2015 t/m heden

Regeling begroting, beleidsplan en jaarrekening Bloedvoorzieningsorganisatie

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 7, tweede lid, en 8, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening,

Besluit:

Artikel 1

  • 1 De begroting en de jaarrekening van de Bloedvoorzieningsorganisatie worden ingericht met inachtneming van de bijlage behorend bij deze regeling.

  • 2 De begroting en het beleidsplan van de Bloedvoorzieningsorganisatie worden jaarlijks vóór 15 oktober bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingediend.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november 1999.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling begroting, beleidsplan en jaarrekening Bloedvoorzieningsorganisatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Bijlage bij de Regeling begroting, beleidsplan en jaarrekening Bloedvoorzieningsorganisatie

Hoofdstuk 1. Regels ten aanzien van de begroting

Paragraaf 1. Reactietermijn Minister

De beslistermijnen neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht worden gehanteerd (art. 4:13 en 4:14 Awb).

Paragraaf 2. Indeling begroting

  • 1 In de begroting t+1 dienen de begroting van het jaar t en de realisatiecijfers van het jaar t-1 te zijn opgenomen.

  • 2 De begroting en de realisatiecijfers t-1 dienen opgebouwd te zijn uit dezelfde posten als de begroting t. Bij mutatie van de begrotingsposten worden toe- en afnames daarin afzonderlijk weergegeven en toegelicht. Voor elk van de posten dient de verhouding van vaste en variabele kosten te zijn aangegeven en toegelicht.

  • 3 In de begroting dient inzicht gegeven te worden in de lasten, baten, liquiditeits- en investeringsbehoefte en afschrijvingen van de divisie Sanquin Bloedbank, de private divisies en de Centrale Staf en Diensten afzonderlijk.

  • 4 Verschillen tussen de begroting t+1 en de begroting t dienen per begrotingspost te worden toegelicht.

  • 5 Specifiek worden voor de divisie Sanquin Bloedbank aangegeven:

    • a. De maatregelen ter bevordering van de kwaliteit en/of veiligheid en de kostenverhogingen die daarmee verband houden.

    • b. De mutaties in de kosten als gevolg van wijzigingen in de hoeveelheid ingezamelde plasma door middel van plasmaferese voor de private divisie Plasma.

    In de toelichting op a en b dient een specificatie van de kostenmutaties naar de indeling van de begrotingsposten te worden bijgevoegd.

  • 6 De aard en omvang van interne leveringen tussen de divisie Sanquin Bloedbank en de andere organisatieonderdelen worden in de toelichting opgenomen.

  • 7 In de begroting wordt de berekening opgenomen van de totale mutatie in de prijs van de bloedproducten ten opzichte van het jaar t-1.

  • 8 Bij overheveling van activiteiten van en naar de Sanquin bloedbank en van en naar de Centrale Staf en Diensten of de private divisies, wordt in de begroting een transitietabel opgenomen gespecificeerd naar activiteit, de gevolgde indeling in de begroting en de personele gevolgen.

Paragraaf 3. Toelichting afzetgegevens

  • 1 In de begroting wordt de verwachte afzet van de divisie Sanquin Bloedbank aangegeven, gespecificeerd per productgroep. Hierbij dient een toelichting te worden gegeven, waarin onder andere inzicht wordt gegeven in de bij de bepaling van de omvang van de verwachte afzet gehanteerde uitgangspunten.

  • 2 Per productgroep dienen ramingsverschillen van de afzet ten opzichte van het jaar t te worden toegelicht.

Paragraaf 4. Personeelskosten

Bij de personeelskosten dienen de totale loonsom en het aantal fte’s van divisie Sanquin Bloedbank en de Centrale Staf en Diensten vermeld te worden.

Paragraaf 5. Prijsvaststelling

Voor de afzet van de divisie Sanquin Bloedbank geldt dat de uit de begroting voortvloeiende prijzen gespecificeerd dienen te worden per productgroep. Met de goedkeuring van de begroting worden de prijzen vastgesteld van de cellulaire bloedproducten, deze staan daarmee vast voor het jaar t+1.

Paragraaf 6. Kostprijsberekening

Bij de prijsstelling van producten en diensten alsmede de interne verrekenprijzen dient een kostprijsberekening bekend te zijn. Met ingang van 2016 zal de kostprijsberekening van de af te leveren tussen- en bloedproducten en diensten gebaseerd zijn op de activity-based costing methode.

Paragraaf 7. Administratieve Organisatie

De Administratieve Organisatie dient schriftelijk te zijn vastgelegd.

Paragraaf 8. Resultaat

  • 1 Het resultaat van de divisie Sanquin Bloedbank van het jaar t-1 wordt betrokken bij de begroting van het jaar t+1.

  • 2 Indien noodzakelijk kan in de begroting van de divisie Sanquin Bloedbank rekening worden gehouden met een reservevorming ten behoeve van een verbetering van de solvabiliteit. De noodzaak hiertoe dient te worden toegelicht.

Paragraaf 9. Prognose

Bij de begroting t+1 wordt een prognose van de baten en lasten voor het jaar t verstrekt, met dezelfde indeling als de begroting. Voor de divisie Sanquin Bloedbank dienen per begrotingspost de significante afwijkingen van de begroting te worden toegelicht. De toelichting dient te worden voorzien van afzetgegevens.

Paragraaf 10. Huisvestingskosten

  • 1 De in de begroting van de bloedbanken onder de rubriek ‘Huisvestingskosten’ opgenomen post ‘Huren’ en de in de rubriek ‘Afschrijvingen’ verantwoorde post ‘Gebouwen en Terreinen’ worden getoetst aan een jaarlijks door Sanquin op te stellen en bij de begroting te voegen middellange termijn huisvestingsplan (huisvestingsplan). De aansluiting van de hierin genoemde bedragen en de in de begroting opgenomen bedragen voor huisvesting worden toegelicht.

  • 2 Het huisvestingsplan dient:

    • te passen binnen het Ministerieel Plan Bloedvoorziening;

    • de kosten van de bestaande huisvesting weer te geven;

    • voor de jaren t+1 tot en met jaar t+5 inzicht te geven in de voorgenomen toekomstige huisvesting van hoofdvestigingen, solitaire donorcentra en afname posten. De financiële gevolgen dienen daarbij te worden aangegeven;

    • het voornemen tot het vervreemden van registergoederen in eigendom te vermelden.

  • 3 Het huisvestingsplan dient, gelijktijdig met de indiening van de begroting bij de Minister, in tweevoud bij het TNO-Center for Health Assets ter beoordeling te worden voorgelegd. Het TNO-Center for Health Assets brengt binnen 6 weken na ontvangst van het huisvestingsplan daarover advies uit aan de Minister van VWS. Van dit advies ontvangt Sanquin een afschrift.

  • 4 Tot daadwerkelijke start van een nieuwbouwinitiatief van een hoofdvestiging kan worden overgegaan nadat de Minister van VWS, op basis van het definitief ontwerp en aan de hand van een door het TNO-Center for Health Assets aan de Minister van VWS daarover uitgebracht advies, een uitspraak heeft gedaan over de aanvaardbare hoogte van de uit dat initiatief voortvloeiende exploitatiegevolgen. De betreffende bescheiden dienen daartoe door Sanquin rechtstreeks bij het TNO-Center for Health Assets te worden ingediend.

    Het TNO-Center for Health Assets adviseert de Minister van VWS binnen vier maanden na ontvangst van bedoelde bescheiden. Van dit advies ontvangt Sanquin een afschrift.

  • 5 De in het huisvestingsplan opgenomen voornemens tot (ver)bouw of huur van solitaire donorcentra, afname posten en de verbouw van hoofdvestigingen kunnen, indien in de door de Minister van VWS goedgekeurde begroting de daaruit voortvloeiende exploitatiekosten zijn opgenomen, worden geëffectueerd. De Minister van VWS kan in voorkomende gevallen beslissen dat, voordat een dergelijk bouwplan worden gerealiseerd, het TNO-Center for Health Assets van dat aangegeven initiatief het definitief ontwerp beoordeelt. In deze situatie is de goedkeuringsprocedure zoals aangeven in het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 6 Binnen 10 jaar na ingebruikname of ingrijpende renovatie van een hoofdvestiging of solitair donorcentrum (d.w.z. 50% of meer van het bestaande bouwvolume) is aan bouw geen behoefte tenzij een dergelijk bouwinitiatief noodzakelijk is vanwege ingrijpende functiewijzigingen ten opzichte van de bestaande functies of in geval van noodsituaties.

  • 7 Bij verkoop van registergoederen dient het College sanering zorginstellingen te worden betrokken.

  • 8 De in de begroting opgenomen en niet aan hoofdvestigingen, solitaire donorcentra, afnameposten en overige huisvesting bestemd voor de divisie Sanquin Bloedbank toe te rekenen huisvestingskosten dienen gedekt te worden uit de baten van activiteiten van de private divisies.

Paragraaf 11. Saneringskosten

Over eventuele financiële saneringsgevolgen voor de divisie Sanquin Bloedbank voortvloeiend uit wijzigingen in de huisvestingssituatie zal advies worden gevraagd aan het College sanering zorginstellingen. Voornemens dienen in een vroegtijdig stadium te worden gemeld aan het College sanering zorginstellingen. Ter voorkoming van niet acceptabele investeringskosten dient het College sanering zorginstellingen in een vroegtijdig stadium van de planontwikkeling te worden ingeschakeld. Het College sanering zorginstellingen zal ten aanzien van wat onder saneringskosten wordt verstaan Hoofdstuk VIII van het Uitvoeringsbesluit WTZi analoog toepassen.

Paragraaf 12. Rekenregels

  • 1 Loonbijstellling

    Voor de loonbijstelling in de begroting t+1 mag voor de divisie Sanquin Bloedbank en de Centrale Staf en Diensten maximaal worden opgenomen de bijstelling volgens de OVA jaar t. Ter correctie van het verschil in jaar t waar gerekend is met de OVA t-1 wordt het verschil (OVA t minus OVA t-1), indien dit verschil groter is dan 0,5 % van de loonsom, in de begroting t+1 meegenomen.

  • 2 Prijsbijstelling

    Voor bijstelling van prijsgevoelige posten mag maximaal het indexcijfer voor de prijsmutatie van de particuliere consumptie voor t+1 uit de MEV (Macro-Economische verkenning) van het jaar t worden gehanteerd.

  • 3 Afschrijvingen

    Voor afschrijvingen dient uitgegaan te worden van normen zoals die in het maatschappelijk verkeer voor de betreffende bedrijfstakken gelden.

  • 4 Kostentoerekening

    De kosten en baten van de Centrale Staf en Diensten dienen toegerekend te worden aan de private divisies en de divisie Sanquin Bloedbank. De toerekening moet gebaseerd zijn op een onderbouwde rekenregel.

  • 5 Huisvestingskosten

    • a. Bij het opstellen van het huisvestingsplan t+1 dient voor investeringen in terreinen en gebouwen, voor zover het nieuwbouw betreft, uitgegaan te worden van de investeringsbedragen bedragen per m2 zoals die door het TNO-Dutch Center for Health Assets in de advisering over het huisvestingsplan van jaar t zijn aangegeven.

    • b. De maximum oppervlakte van hoofdvestigingen, solitaire donorcentra en donorcentra geïntegreerd in een hoofdvestiging zijn gebaseerd op standaard programma’s van eisen. De Minister heeft deze standaard programma’s van eisen vastgelegd in de brief waarmee de begroting voor het jaar 2005 werd goedgekeurd (GMT/MT 2544792, d.d. 23 december 2004). Eventuele mutaties daarop worden, na advisering daarover door het TNO-Dutch Center for Health Assets, door de Minister vastgesteld.

    • c. Voor de verrekening van opgetreden loon- en prijsontwikkelingen zijn maximaal de prijsbijstellingen aanvaardbaar berekend op basis van de Bouwkosten indexcijfers voor de gezondheidszorg zoals gepubliceerd in de jaarbeeld bouwkosten zorgsector die het TNO-Dutch Center for Health Assets jaarlijks uitbrengt.

    • d. Voor jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen dient bij de begrotingsopstelling per m2 uitgegaan te worden van 0,8% per m2 van de investeringskosten per m2 zoals op basis van het eerste lid zijn berekend. Voor huursituaties, waarbij de financiële gevolgen van jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen in de huur zijn opgenomen, blijft de reservering achterwege.

    • e. Financiële consequenties voortvloeiende uit de verkoop van register goederen worden betrokken bij de begrotingsbeoordeling en goedkeuring. Het door het College sanering zorginstellingen akkoord bevonden transactieresultaat is daarbij uitgangspunt.

  • 6 Marktactiviteiten

    Vanwege de in deze regeling opgenomen bepalingen verband houdende met de scheiding tussen markt- en overheidsactiviteiten wordt de begroting voor het deel dat betrekking heeft op de private divisies van Sanquin niet per post getoetst. De projecten die in de divisie Research voor de Sanquin Bloedbank worden uitgevoerd worden door middel van een bijlage bij de begroting toegelicht. In deze bijlage wordt een meerjarig financieel overzicht opgenomen van de projecten. Projecten voor de Sanquin Bloedbank hebben uitsluitend betrekking op de taken die volgen uit de Wet inzake bloedvoorziening. De ter zake in de begroting van het jaar t+1 geraamde exploitatiegevolgen ten behoeve van marktactiviteiten dienen gedekt te zijn door baten. Indien een nadelig exploitatieresultaat wordt begroot dient dit te worden toegelicht.

Paragraaf 13. Informatie

De begroting en jaarrekening bevat informatie over het aantal donors, het aantal nieuwe donors en de uitstroom van donors in het betreffende jaar, en het aantal donaties gespecificeerd naar volbloeddonaties en plasmaferese donaties. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar plasmaferese donaties voor de publieke en de private divisies.

Hoofdstuk 2. Regels ten aanzien van de jaarrekening t-1

Paragraaf 1. Accountantscontrole

Op de jaarrekening en het jaarverslag van Sanquin zijn bepalingen omtrent jaarrekening en jaarverslag uit het Burgerlijk wetboek, Boek 2, Titel 9 van toepassing. Dit betekent dat deze o.a. zijn onderworpen aan een accountantscontrole. De informatie die wordt geleverd op basis van het gestelde in ’Paragraaf 3 Aanvullende informatie bij de jaarrekening t-1’ vergt een accountantscontrole.

Paragraaf 2. Afschrijvingen

Het gestelde onder hoofdstuk 1, paragraaf 12 Rekenregels met betrekking tot de afschrijving is overeenkomstig van toepassing. De Minister wordt vooraf geïnformeerd over voornemens tot het doen van een buitengewone afschrijving, het treffen van een voorziening of het doen van dotaties aan bestemmingsreserves ten laste van de divisie Sanquin Bloedbank met een budgettair beslag van meer dan € 1.000.000,– en waarvan geen voornemen in de begroting van het betreffende jaar was opgenomen.

Paragraaf 3. Aanvullende informatie bij de jaarrekening t-1

  • 1 Buiten de gebruikelijke toelichting dient een overzicht te worden verstrekt waarin activa en passiva, baten, lasten, resultaat en liquiditeiten worden gesplitst naar de private divisies, Sanquin Bloedbank en de Centrale Staf en Diensten. In een toelichting op de Centrale Staf en Diensten wordt aangegeven welke activiteiten voor de respectievelijke divisies plaatsvinden.

  • 2 De posten voorzieningen en reserves dienen te worden gespecificeerd en toegelicht.

  • 3 Bij de personeelskosten dienen de totale loonsom en het aantal fte’s van de divisie Sanquin Bloedbank en de Centrale Staf en Diensten vermeld te worden.

  • 4 Het exploitatieresultaat van de divisie Sanquin Bloedbank moet worden toegelicht. Daarbij dienen de volume- en kwaliteitseffecten betrokken te worden.

Hoofdstuk 3. Samenwerkingsverbanden

Voornemens tot het aangaan of beëindigen van samenwerkingsverbanden zoals deelnemingen, die consequenties kunnen hebben voor de activiteiten van de divisie Sanquin Bloedbank of voor de balansverhoudingen, dienen met toelichting aan de Minister te worden voorgelegd.

Hoofdstuk 4. Indiening van een jaarplan

Uiterlijk op 15 maart van het jaar t verstrekt Sanquin een meerjarenraming met toelichting van de baten, lasten en afzetgegevens van de divisie Sanquin Bloedbank voor de jaren t tot en met t+5. Daarbij dient de Minister geïnformeerd te worden over de te verwachten omvangrijke kostenveranderingen voor de divisie Sanquin Bloedbank in het jaar t+1 ten opzichte van het jaar t.