KruimelpadGeldend op 17-05-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is personen die rechtens hun vrijheid is ontnomen uit te sluiten van het recht op een uitkering op grond van een aantal socialezekerheidswetten, aangezien zij reeds door de Staat worden voorzien in de kosten van levensonderhoud, en de mogelijkheid te openen het recht op een uitkering op grond van een aantal socialezekerheidswetten toe te kennen aan personen die rechtens hun vrijheid is ontnomen in die gevallen waarin zij hun hoofdverblijf niet hebben binnen een justitiële inrichting;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.]
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.]
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.]
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.]
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.]
Ten aanzien van een persoon wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I van deze wet reeds rechtens was ontnomen, wordt voor de toepassing van het in artikel I, onderdeel B, opgenomen artikel 19b, eerste en vierde lid, van de Ziektewet, als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel I van deze wet en blijft het Landelijk instituut sociale verzekeringen tot de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd, bevoegd het ziekengeld, geheel of gedeeltelijk uit te keren aan de personen, wier kostwinner hij is, overeenkomstig artikel 42, tweede lid, van de Ziektewet, zoals dit artikellid luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van deze wet.
Ten aanzien van een persoon wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de artikelen in deze wet reeds rechtens was ontnomen, wordt voor de toepassing van het in artikel II, onderdeel D, opgenomen artikel 43, vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de in artikel III, onderdelen D en F, opgenomen artikelen 19, vierde lid, en 22, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, het in artikel IV, onderdeel C, opgenomen artikel 17, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, het in artikel VI opgenomen artikel 2, vijfde lid, van de Toeslagenwet respectievelijk het in artikel VII, onderdeel B, opgenomen artikel 32d, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, III, onderdelen D en F, IV, onderdeel C, VI respectievelijk VII, onderdeel B, van deze wet.
Onze Minister van Justitie verstrekt onverwijld na het tijdstip van inwerkingtreding van respectievelijk de artikelen I, II, III, IV, VI of VII ten aanzien van de persoon wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van het desbetreffende artikel reeds rechtens was ontnomen en op de dag van die inwerkingtreding nog steeds is ontnomen, kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen die van invloed kunnen zijn op respectievelijk:
a. het recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet;
b. het recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel het recht op een uitkering in verband met bevalling op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
d. het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
e. het recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet; of
f. het recht op nabestaandenuitkering, het recht op halfwezenuitkering dan wel het recht op wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, aan de Sociale Verzekeringsbank en het Landelijk instituut sociale verzekeringen, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. F. Hoogervorst
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K. G. de Vries
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals