Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 22-12-2006 t/m 31-12-2006

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de Verordening nr. 1257/99 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen;

Gelet op artikel 29, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer;

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • b. ondernemer: ondernemer van een bedrijf waarop de landbouw wordt uitgeoefend;

    • c. terrein: gebied, niet zijnde een erf of tuin, dat niet wordt doorsneden door:

      • i. wegen breder dan 5 meter,

      • ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,

      • iii. een dubbelsporige spoorlijn, of

      • iv. een geëlektrificeerde spoorlijn,

        en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;

    • d. plan van toedeling: plan van toedeling als bedoeld in artikel 201 van de Landinrichtingswet, als bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, als bedoeld in artikel 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of als bedoeld in artikel 62 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;

    • e. beheerder: ondernemer, dan wel enige andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over het recht tot gebruik en beheer van een terrein of krachtens een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet beschikt over het recht tot gebruik en beheer van een terrein welk gebruik blijkens een overeenkomst met de landinrichtingscommissie, bedoeld in hoofdstuk III, titel 2 van de Landinrichtingswet, een duurzaam karakter heeft, met uitzondering van een publiekrechtelijk lichaam of een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, doch voor zover het een vereniging betreft, slechts een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;

    • f. landbouwgrond: grond waarop ten minste vanaf 31 juli 1992 enige vorm van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande, met uitzondering van bosbouw, wordt bedreven, of gronden die uit productie zijn genomen in het kader van de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;

    • g. beheerspakket: in één van de bijlagen 6 tot en met 30 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, fauna, boomsoorten, beheersvoorschriften of gebiedskenmerken;

    • h. landschapspakket: in één van de bijlagen 32 tot en met 46 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende en karakteristiek voor het landschap zijnde landschappelijke elementen met de daarbij behorende bepalingen;

    • i. beheerssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a;

    • j. landschapssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b;

    • k. inrichtingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel c;

    • l. beheersbijdrage: bedrag als opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 46;

    • m. bureau beheer landbouwgronden: bureau als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;

    • n. beheersgebied: gebied dat als beheersgebied overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling is begrensd;

    • o. beheersgebiedplan: plan als bedoeld in artikel 10;

    • p. quotum: bij een in een beheersgebiedsplan opgenomen beheerspakket of groep van beheerspakketten, onderscheidenlijk landschapspakket of groep van landschapspakketten, behorend aantal hectares, meters, onderscheidenlijk stuks, waarvoor in het desbetreffende beheersgebied ten hoogste beheerssubsidie, onderscheidenlijk landschapssubsidie kan worden verstrekt;

    • q. probleemgebied: gebied als bedoeld in hoofdstuk 2a;

    • r. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • s. natuurgebied: gebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000;

    • t. tijdvak: ononderbroken periode van zes jaar;

    • u. beheerseenheid: oppervlakte-eenheid binnen een terrein waarop een beheers- of landschapspakket ontwikkeld of in stand gehouden wordt;

    • v. GVE: grootvee-eenheden, berekend door omrekening aan de hand van de tabel van Verordening (EEG) nr. 2078/92, betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer (Pb EG 1992, L 215);

    • w. verdunningsfactor: quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder ‘terrein’ mede verstaan: samenstel van terreinen dat door een beheerder als een geheel wordt beheerd.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister kan aan beheerders en aan anderen dan beheerders als bedoeld in artikel 4 en 5 op landbouwgronden ter bevordering van de toepassing van landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming en natuurbeheer, ter bevordering van de duurzame instandhouding van landschappelijke elementen, alsmede ter bevordering van de bebossing van landbouwgronden, op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van:

  • a. de instandhouding en ontwikkeling van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 30;

  • b. de instandhouding van de landschapspakketten, opgenomen in de bijlagen 32 tot en met 46, of

  • c. het door middel van maatregelen met een eenmalig karakter rechtstreeks en direct wijzigen van de fysieke condities of kenmerken van gronden, zonder welke wijziging de daarop volgende instandhouding van beheerspakketten, onderscheidenlijk landschappelijke elementen, niet mogelijk is.

Artikel 2a [Vervallen per 01-01-2007]

De minister kan aan de in artikel 4 bedoelde anderen dan beheerders ter bevordering van collectief natuurbeheer en bekwaamheid in natuurbeheer op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de organisatie van activiteiten gericht op:

  • a. kennisbevordering, professionalisering en ecologische sturing;

  • b. draagvlak, promotie en samenwerking;

  • c. werving, aanvraagbegeleiding en administratie;

  • d. kwaliteitsborging, monitoring en rapportage.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien er naast een beheersbijdrage of inrichtingssubsidie op grond van deze regeling uit andere hoofde van overheidswege een subsidie is of wordt verstrekt voor de in het kader van deze regeling gemaakte kosten, waaronder mede wordt begrepen vergoeding van inkomstenderving, en hierdoor het totaal van de overheidsbijdragen meer bedraagt dan de desbetreffende beheersbijdrage, dan wel, voorzover het inrichtingssubsidie betreft, meer bedraagt dan 95% van de werkelijke kosten, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld dat het totaal van de overheidsbijdragen die beheersbijdrage, onderscheidenlijk die 95%, niet overstijgt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidie aan anderen dan beheerders kan worden verstrekt indien op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag:

    • a. tussen de beheerder en de subsidieaanvrager een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen, bij welke overeenkomst:

      • de subsidieaanvrager het recht op uitbetaling van subsidies en voorschotten uit hoofde van deze regeling, betrekking hebbend op het desbetreffende terrein of water, bij voorbaat aan de beheerder overdraagt, en

      • de beheerder zich bij voorbaat verbindt tot de nakoming van de verplichtingen waartoe de subsidieaanvrager uit hoofde van deze regeling met betrekking tot het desbetreffende terrein gehouden is, zolang de beheerder beschikt over het recht tot gebruik en beheer van het desbetreffende terrein, alsmede zich verbindt, bij overdracht van het desbetreffende gebruiksrecht aan een ander dan het bureau beheer landbouwgronden, van de verkrijger daarvan te bedingen dat deze, vanaf het moment van verkrijging, de in deze volzin bedoelde verplichtingen zal nakomen en zulks ook van zijn rechtsopvolger zal bedingen, en

    • b. de beheerder jegens de Staat der Nederlanden schriftelijk heeft verklaard borg te staan voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten.

  • 2 Bij het aangaan van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een afgifte van een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gebruik gemaakt van het model, opgenomen in bijlage 49 van deze regeling.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidie aan anderen dan beheerders kan worden verstrekt indien:

    • a. die subsidieaanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • b. die rechtspersoon hoofdzakelijk of mede ten doel heeft haar leden of aangeslotenen te ondersteunen bij een bedrijfsvoering die bevorderlijk is voor natuur en milieu en

    • c. de leden of aangeslotenen, bedoeld in onderdeel b, beheerder zijn, voorzover zij worden ondersteund.

  • 2 Subsidie aan aanvragers als bedoeld in het eerste lid, kan voorts slechts worden verstrekt indien bij de subsidieaanvraag door de rechtspersoon wordt overgelegd:

    • a. een plan waaruit blijkt:

      • i. op welke wijze de subsidie door de rechtspersoon zal worden besteed;

      • ii. op welke wijze de besteding van de subsidie ter beschikking komt van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde leden of aangeslotenen;

      • iii. in hoeverre de besteding van de subsidie ter beschikking komt van ondernemers;

      • iv. op welke wijze de nakoming van de subsidieverplichtingen door de rechtspersoon wordt gewaarborgd;

    • b. een reglement waaruit blijkt dat de rechtspersoon jegens leden of aangeslotenen de nakoming van verplichtingen uit hoofde van ter beschikking gestelde gelden kan afdwingen onderscheidenlijk niet-nakoming daarvan kan sanctioneren.

  • 3 Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen, behoeven de statuten van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid, alsmede het plan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en het reglement, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de goedkeuring van de minister.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister stelt voor ieder begrotingsjaar een subsidieplafond vast voor de te verstrekken subsidies, bedoeld in de artikelen 2 en 2a. Hij kan voor de in die artikelen onderscheiden subsidies, per provincie, alsmede voor het Groene Hart en Waterland, voor door hem op grond van artikel 17a begrensde gebieden, voor de verschillende beheers- of landschapspakketten of voor verschillende categorieën subsidieaanvragers verschillende subsidieplafonds vaststellen.

  • 2 Van de vaststelling van subsidieplafonds geeft de minister kennis in de Staatscourant.

  • 3 De minister verdeelt de beschikbare bedragen, naar de datum van ontvangst van de subsidieaanvragen. Bij gelijktijdige datum van ontvangst van de subsidieaanvragen wordt de volgorde van behandeling bepaald door loting. Als datum van ontvangst wordt aangemerkt de datum waarop de aanvraag volledig is ontvangen.

  • 4 De minister kan voor de verschillende subsidies en voor de verschillende beheers- of landschapspakketten of voor verschillende categorieën subsidieaanvragers verschillende aanvraagperioden instellen.

  • 5 Aanvragen worden alleen voor die subsidies en beheers- of landschapspakketten of categorieën subsidieaanvragers in behandeling genomen, waarvoor een aanvraagperiode als bedoeld in het vierde lid is ingesteld.

  • 6 Voor aanvragen wordt gebruik gemaakt van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier.

  • 7 Aanvragen tot subsidieverlening worden beoordeeld aan de hand van beheersgebiedsplannen zoals deze door gedeputeerde staten van een provincie zijn vastgesteld en van kracht zijn uiterlijk 25 dagen voor openstelling van de desbetreffende aanvraagperiode.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De beheersbijdragen van de beheerspakketten en landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 46 en het maximumbedrag aan inrichtingssubsidie worden jaarlijks voor 1 maart van het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben in voorkomend geval met terugwerkende kracht tot 1 januari van dat jaar door de minister gecorrigeerd voor de werkelijke loon- en prijsontwikkeling, gebaseerd op de grondslagen, bedoeld in artikel 8, naar de situatie in het voorafgaande jaar.

  • 2 Van de vaststelling van de overeenkomstig het eerste lid gecorrigeerde beheersbijdragen en maximumbedrag aan inrichtingssubsidie geeft de minister kennis in de Staatscourant.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

Bij het vaststellen van de beheersbijdragen van een beheerspakket als bedoeld in artikel 7 wordt rekening gehouden met de volgende grondslagen:

  • a. de productiederving uitgedrukt in kilogram voedereenheden melk;

  • b. de toename van de arbeidsaanspraken, en

  • c. de wijziging van de exploitatie-aanspraken, als gevolg van de uitvoering van agrarisch natuurbeheer.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidie wordt niet verstrekt aan beheerders ter voldoening aan verplichtingen die op grond van enig wettelijk voorschrift zijn voorgeschreven.

  • 2 Subsidie wordt niet verstrekt indien de subsidie minder dan € 170,– per jaar bedraagt.

Artikel 9a [Vervallen per 01-01-2007]

Voorzover de regeling bemesting toestaat, geschiedt de aanwending van kunstmest op grond van een bemestingsadvies of bemestingsplan.

Artikel 9b [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidie wordt voor de duur van een jaar niet verstrekt, indien de subsidieaanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op hoofdstuk IX van titel II van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160), of indien een verleende subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken ingevolge artikel 90a of een vastgestelde subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken ingevolge artikel 90b.

Artikel 9c [Vervallen per 01-01-2007]

Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op hoofdstuk IX van titel II van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160), of indien ingeval van opzet een verleende of vastgestelde subsidie geheel of gedeeltelijk is ingetrokken op grond van artikel 90a of 90b, wordt tevens geen subsidie verleend in het daarop volgend jaar.

Artikel 9d [Vervallen per 01-01-2007]

Indien de aanvrager in een jaar opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend, wordt geen subsidie verstrekt voor het daaropvolgend jaar.

Hoofdstuk 2. Begrenzing van beheersgebieden [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling worden beheersgebieden begrensd met de vaststelling van beheersgebiedsplannen, die in ieder geval bestaan uit:

    • a. een kaart met een topografische ondergrond op een schaal 1 : 25.000, waarin de grenzen van het beheersgebied zijn opgenomen;

    • b. een omschrijving van de in het beheersgebied nagestreefde doelstellingen op het gebied van agrarisch natuurbeheer;

    • c. de in het betrokken beheersgebied te ontwikkelen of in stand te houden beheerspakketten;

    • d. een vaststelling van een totaal van de quota voor de onderscheiden beheerspakketten indien het totaal aantal hectares van de te ontwikkelen of in stand te houden beheerspakketten kleiner is dan de oppervlakte van het begrensde beheersgebied;

    • e. de in het betrokken beheersgebied aan te leggen, te herstellen of in stand te houden landschapspakketten;

    • f. een aanduiding of het beheersgebied bestaat uit veen-, klei- of zandgebied.

  • 2 Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel f, wordt onder veengebied verstaan: dat gebied dat voor ten minste 50% bestaat uit grond waar in de bovenste 80 centimeter meer dan de helft van de dikte bestaat uit moerig materiaal.

  • 3 Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel f, wordt onder zandgebied verstaan: gebied dat voor ten minste 50% bestaat uit minerale grond waarvan het niet-moerige gedeelte tussen 0 en 80 centimeter diepte voor meer dan de helft van de dikte uit zand (minder dan 8% lutum) bestaat.

  • 4 Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel f, wordt onder kleigebied verstaan: gebied dat niet is een veen- of zandgebied.

  • 5 Indien bij de vaststelling van de beheersgebiedsplannen niet met zekerheid kan worden bepaald dat de toepassing van de beheerspakketten opgenomen in bijlagen 16, 17, 18, of 23 of de landschapspakketten opgenomen in bijlagen 32 tot en met 46 op alle locaties van het betreffende beheersgebied daadwerkelijk bijdraagt aan het bereiken van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde doelstellingen, wordt in het beheersgebiedsplan tevens opgenomen dat de minister bij de besluitvorming omtrent subsidieverlening kan toetsen of het verlenen van subsidie voor een beheerspakket op de desbetreffende locatie doelmatig is.

  • 6 Voor zover in gebiedsplannen andere quota zijn opgenomen dan die bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt met deze quota geen rekening gehouden bij de beoordeling van subsidieaanvragen.

  • 7 Voor zover beheersgebiedsplannen voorzien in het aanleggen, herstellen of in stand houden van het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 32 kan in het desbetreffende beheersgebied tevens het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 33 worden aangelegd, hersteld of in stand gehouden.

Artikel 11 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Beheersgebiedsplannen worden vastgesteld en gewijzigd bij besluit van gedeputeerde staten van de provincie waarin het desbetreffende gebied is gelegen.

  • 2 Indien een beheersgebied is gelegen op het grondgebied van twee of meer provincies, wordt het desbetreffende plan vastgesteld en gewijzigd door gedeputeerde staten van die provincies.

Artikel 14 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister kan aan gedeputeerde staten per beheerspakket onderscheidenlijk landschapspakket of groep van beheerspakketten onderscheidenlijk groep van landschapspakketten, richtlijnen en aanwijzingen geven ten aanzien van het aantal hectares waarop het totaal van de beheersgebiedsplannen in een provincie betrekking kan hebben.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2007]

Vaststelling en wijziging van beheersgebiedsplannen geschiedt met inachtneming van het Structuurschema groene ruimte, het natuurbeleidsplan, bedoeld in hoofdstuk II van de Natuurbeschermingswet 1998 en door de minister overeenkomstig artikel 15 gegeven richtlijnen en aanwijzingen.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2007]

Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een beheersgebiedsplan is de in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

Artikel 17a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister kan ten behoeve van de uitvoering van deze regeling beheersgebieden begrenzen op een door hem te bepalen wijze.

Hoofdstuk 2a. Probleemgebieden [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 17b [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Probleemgebieden worden begrensd met inachtneming van de voorwaarden bedoeld de artikelen 17 tot en met 21 van de Verordening nr. 1257/99 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Unie inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

  • 2 Als probleemgebied kunnen worden begrensd:

  • a. diepe veenweidegebieden;

  • b. uiterwaarden;

  • c. beekdalen;

  • d. hellingen, en

  • e. gebieden, die door de minister zijn aangewezen als onderdeel van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Richtlijnen (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).

Artikel 17c [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Probleemgebieden kunnen worden begrensd door:

    • a. gedeputeerde staten van de provincie waarin het desbetreffende probleemgebied zich bevindt;

    • b. de minister.

  • 2 Een probleemgebied wordt begrensd op een kaart met een topografische ondergrond op ten hoogste schaal 1 : 25 000.

  • 3 Op de kaart, bedoeld in het tweede lid, wordt tevens aangegeven waar veen-, klei, en zandgebieden zijn gelegen binnen het probleemgebied.

  • 4 Van begrenzing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door gedeputeerde staten mededeling gedaan aan de minister.

  • 5 De minister kan per provincie het totaal aantal hectares dat als probleemgebied kan worden begrensd vaststellen.

Hoofdstuk 3. Aanvragen van subsidie [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening uit hoofde van deze regeling worden ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.

  • 2 In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:

    • a. welk beheerspakket, onderscheidenlijk welke beheerspakketten, de aanvraag betreft;

    • b. welk landschapspakket, onderscheidenlijk welke landschapspakketten, de aanvraag betreft;

    • c. of de aanvraag mede betrekking heeft op de maatregel, bedoeld in artikel 33;

    • d. of er sprake is van inrichtingssubsidie;

    • e. of de aanvraag wordt ingediend door een ondernemer en

    • f. of de subsidieaanvrager beheerder is.

  • 3 Indien de subsidieaanvrager niet krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over een recht tot gebruik en beheer van het terrein waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, wordt in de aanvraag tevens vermeld of het gebruiksrecht van het desbetreffende terrein berust bij een ondernemer, behoudens in het geval de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 5.

  • 4 Aanvragen worden onderscheiden naar provincies waarin het desbetreffende terrein of het grootste deel daarvan is gelegen.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening gaat in ieder geval vergezeld van één of meer topografische kaarten met een schaal van 1 : 10.000 waarop de grenzen van het desbetreffende terrein zijn aangegeven.

  • 2 Indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere beheers- of landschapspakketten op een terrein worden op de topografische kaart, bedoeld in het eerste lid, tevens de grenzen aangegeven waar de verschillende beheers- of landschapspakketten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zullen worden in stand gehouden of ontwikkeld.

  • 3 Indien de aanvraag betrekking heeft op een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, wordt op de topografische kaart, bedoeld in het eerste lid, tevens aangegeven waar het beheer omschreven in de onderdelen 3 en 4 van de desbetreffende beheerspakketten plaatsvindt.

  • 4 Indien de subsidie wordt aangevraagd door een aanvrager als bedoeld in artikel 18, derde lid, gaat de aanvraag tot subsidieverlening tevens vergezeld van de met betrekking tot het desbetreffende terrein tot stand gekomen overeenkomst, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, alsmede van de met betrekking tot het desbetreffende terrein opgestelde verklaring, bedoeld in artikel 4, onderdeel b.

  • 5 Indien de subsidie wordt aangevraagd door een aanvrager als bedoeld in artikel 5, gaat de aanvraag vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 5, derde lid.

Artikel 19a [Vervallen per 01-01-2007]

In afwijking van de artikelen 18, tweede tot en met vierde lid, en 19, gaat een aanvraag tot subsidieverlening uit hoofde van artikel 2a van deze regeling vergezeld van een projectplan dat is opgesteld aan de hand van de volgende criteria:

  • a. doelstelling van het samenwerkingsverband;

  • b. doelstelling van het desbetreffende project;

  • c. aard en omvang van de activiteiten ter realisatie van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2a;

  • d. aantal leden van het samenwerkingsverband;

waarbij de criteria specifiek en meetbaar zijn beschreven.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien er met betrekking tot een terrein meer beheerders zijn, kan door hen gezamenlijk een aanvraag worden ingediend, welke aanvraag, onverminderd de artikelen 18 en 19, vergezeld gaat van een tussen hen gesloten overeenkomst waaruit blijkt dat zij genoegzaam en duurzaam samenwerken inzake het beheer van dat terrein.

Hoofdstuk 4. Beheerssubsidie [Vervallen per 01-01-2007]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 20a [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 20b [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt ten aanzien van terreinen, gelegen in een natuurgebiedsplan als bedoeld in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, die Staatsbosbeheer, een particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie als bedoeld in artikel 3 van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, een ontvanger van subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 40 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 danwel een rechtsopvolger daarvan of een ontvanger van beheerssubsidie als bedoeld in artikel 9 van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer danwel een rechtsopvolger daarvan in de hoedanigheid van eigenaar, dan wel zakelijk gerechtigde, na 1 december 1977 in gebruik heeft afgestaan aan een ondernemer, tenzij dit afstaan in gebruik heeft geleid tot de ononderbroken voortzetting van het op 1 december 1977 bestaand gebruik door:

  • de ondernemer;

  • zijn echtgenoot;

  • een pleegkind of

  • één of meer bloed- en aanverwanten in de rechte lijn.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Per terrein kan voor één of meerdere beheerspakketten beheerssubsidie worden verstrekt, met dien verstande dat in het terrein niet meerdere beheerspakketten op dezelfde oppervlakte kunnen worden ontwikkeld of in stand gehouden.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan het beheerspakket, opgenomen in bijlage 28c, op dezelfde oppervlakte worden ontwikkeld of in stand gehouden als de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 15, 16, 17 en 19 tot en met 22, tenzij de beheerseenheden overeenkomstig onderdeel 3 van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12, 13, 14 en 18.

  • 4 Onverminderd het eerste lid, kunnen de landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 36, 38, 40 en 46 op dezelfde oppervlakte in stand worden gehouden als de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 30.

Artikel 22 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een beheersgebied wordt verstrekt:

  • a. met het oog op de ontwikkeling van een of meerdere beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6, 10, 12 tot en met 15 en 24 tot en met 28, voorzover die ontwikkeling in overeenstemming is met het desbetreffende beheersgebiedsplan;

  • b. met het oog op de instandhouding van een of meerdere beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 7 tot en met 9, en 11 tot en met 30 die op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor beheerssubsidie op het terrein zijn ontwikkeld, voorzover die instandhouding in overeenstemming is met het desbetreffende beheersgebiedsplan.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van een terrein met het oog op de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 28b tot en met 30.

Artikel 25 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie wordt verstrekt:

  • a. voor één tijdvak, indien de subsidie betrekking heeft op de ontwikkeling of instandhouding van een of meerdere beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 28b;

  • b. voor drie aaneengesloten tijdvakken, indien de subsidie betrekking heeft op de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket, opgenomen in een van de bijlagen 29 en 30.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie ten behoeve van de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 29 en 30 wordt uitsluitend verstrekt indien:

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Beheerssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een beheersgebied voor de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket op een beheerseenheid:

    • a. waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende beheerspakket is opgenomen;

    • b. waarvan de breedte kleiner, onderscheidenlijk groter, is dan de minimumbreedte, onderscheidenlijk maximumbreedte, en de lengte kleiner is dan de minimumlengte die is opgenomen in de bijlage waarin het desbetreffende beheerspakket is opgenomen.

  • 2 Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de ontwikkeling of instandhouding van meerdere beheerspakketten op een terrein, zijn de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde voorwaarden van overeenkomstige toepassing voor elk afzonderlijk beheerspakket waarvoor beheerssubsidie wordt verleend op het desbetreffende terrein.

  • 3 De minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot het aantal van een planten- of diersoort bedoeld in de onderscheiden beheers- en landschapspakketten per oppervlaktemaat en de spreiding van de betreffende soort binnen de beheerseenheid, onderscheidenlijk de oppervlaktemaat.

  • 4 Beleidsregels als bedoeld in het derde lid worden als bijlage bij deze regeling opgenomen.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt:

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidie wordt niet verstrekt aan een beheerder indien in de twee jaar voorafgaande aan de aanvraag voor subsidieverlening een verzoek tot intrekking van een subsidieverlening voor de desbetreffende beheerseenheid door de beheerder is ingediend en dit verzoek is gehonoreerd.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan in 2005 of 2006 een subsidie worden verstrekt indien in 2004 een subsidieverlening voor de desbetreffende beheerseenheid op verzoek van de beheerder is ingetrokken in verband met het feit dat hem in 2004 is gebleken dat hij ten onrechte een beheersbijdrage voor een probleemgebied als bedoeld in artikel 17b heeft ontvangen.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerssubsidie wordt niet verstrekt indien voor de desbetreffende beheerseenheid voor de instandhouding of ontwikkeling van een beheerspakket bijdragen worden genoten van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 5 of door tussenkomst van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 2 Indien op het terrein een beheerspakket wordt ontwikkeld of in stand gehouden, bedraagt de beheerssubsidie per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de desbetreffende beheersbijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende beheerspakket en het aantal hectares waarvoor beheerssubsidie wordt verleend.

  • 3 Indien op het terrein meerdere beheerspakketten worden ontwikkeld of in stand gehouden, bedraagt de beheerssubsidie per tijdvak de som van de bedragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de desbetreffende beheersbijdragen opgenomen in de bijlage van elk van de onderscheiden beheerspakketten en het aantal hectares per beheerspakket waarvoor beheerssubsidie wordt verleend.

  • 4 Indien subsidie wordt verstrekt voor drie aaneengesloten tijdvakken wordt het bedrag van de subsidie voor elk van die tijdvakken bepaald met overeenkomstige toepassing van het tweede, onderscheidenlijk het derde lid.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien ruige stalmest wordt uitgereden op een terrein waarvoor beheerssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket, opgenomen in bijlage 16, of een beheerseenheid als bedoeld in de bijlagen 19 tot en met 22, waarbij het terrein wordt beheerd op een wijze als bedoeld in bijlage 16, dan kan op verzoek van de beheerder de overeenkomstig artikel 32 bepaalde beheerssubsidie worden verhoogd voor zover:

    • a. de ruige stalmest wordt uitgereden op de oppervlakte van de desbetreffende beheerspakketten;

    • b. de ruige stalmest wordt uitgereden gedurende het desbetreffende tijdvak jaarlijks in de periode tussen 1 februari en 1 april;

    • c. per hectare ten minste 10 ton en ten hoogste 20 ton ruige stalmest wordt uitgereden, en

    • d. de beheerder binnen twee weken na het uitrijden van de ruige stalmest hiervan melding doet aan de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe door de directeur van de Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.

  • 2 De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:

    • a. € 149,75 voor zover de ruige mest wordt uitgereden op land dat vanaf bedrijfsgebouwen alleen bereikbaar is via water;

    • b. € 77,14 voor zover de ruige mest wordt uitgereden op andere grond dan bedoeld in onderdeel a.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan een beheerder die in 2004 een aanvraag heeft ingediend voor beheerssubsidie als bedoeld in het eerste lid en daarbij niet in aanmerking is gekomen voor de verhoging, bedoeld in het eerste lid, in 2005 om die verhoging verzoeken.

Artikel 33a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De beheerssubsidie voor de in de bijlagen 6 tot en met 28b genoemde beheerspakketten wordt, gedeeltelijk, voor de duur van één jaar, ingetrokken indien op het bedrijf van de subsidieontvanger op grond van het Besluit verboden stoffen diergeneesmiddelen verboden hormonen of residuen daarvan, worden aangetroffen.

  • 2 De beheerssubsidie voor de in de bijlagen 6 tot en met 28b genoemde beheerspakketten wordt, gedeeltelijk, voor de duur van twee jaren, ingetrokken indien op het bedrijf van de subsidieontvanger nogmaals op grond van het Besluit verboden stoffen diergeneesmiddelen verboden hormonen of residuen daarvan, worden aangetroffen.

Paragraaf 2. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding of ontwikkeling van meerdere beheerspakketten op een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

  • a. de ligging en de grootte van het terrein;

  • b. de doelen van de beheerssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein ontwikkelen of in stand houden van de desbetreffende beheerspakketten;

  • c. het aantal hectares per beheerspakket waarvoor beheerssubsidie wordt verleend;

  • d. de beheersbijdrage op basis waarvan de beheerssubsidie zal worden vastgesteld, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar ligging;

  • e. het aantal hectares waar ruige mest op wordt uitgereden en het bedrag, bedoeld in artikel 33, en

  • f. de datum waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend, aanvangt.

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien beheerssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding of ontwikkeling van een beheerspakket, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

  • a. de ligging en de grootte van het terrein;

  • b. het doel van beheerssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein ontwikkelen, onderscheidenlijk in stand houden, van het desbetreffende beheerspakket;

  • c. de beheersbijdrage op basis waarvan de beheerssubsidie zal worden vastgesteld, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar ligging;

  • d. het aantal hectares waar ruige mest op wordt uitgereden en de daarmee samenhangende verhoging, bedoeld in artikel 33, eerste lid, en

  • e. de datum waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend, aanvangt.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2007]

De datum, bedoeld in de artikelen 34, onderdeel f, onderscheidenlijk artikel 35, onderdeel e, waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend aanvangt, kan uitsluitend de eerste dag van de onderscheiden maanden van een jaar zijn.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien beheerssubsidie is verleend ten behoeve van de ontwikkeling of instandhouding van een beheerspakket opgenomen in de bijlagen 29 en 30 in drie tijdvakken, worden in de beschikking, in afwijking van de artikelen 34 en 35, tevens de te realiseren doelen in het eerste en tweede tijdvak in de beschikking opgenomen.

Paragraaf 3. Verplichtingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 35, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;

    • b. indien op het terrein voor meerdere beheerspakketten beheerssubsidie wordt verleend, de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 34, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;

    • c. de in het beheerspakket, onderscheidenlijk de beheerspakketten, opgenomen beheersvoorschriften te treffen die zijn vermeld in de bijlage waarin het beheerspakket is, onderscheidenlijk de beheerspakketten zijn, opgenomen;

    • d. het reliëf van het terrein te handhaven;

    • e. de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven;

    • f. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen;

    • g. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen.

    • h. aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne te voldoen, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip zijn bedrijf uitoefent met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Wet bodembescherming, de Meststoffenwet, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet geldende normen.

  • 2 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e, gelden voor de periode waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van beheerssubsidie, dan wel in de beheerspakketten, anders is bepaald.

  • 3 Indien subsidie is verleend voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e al dan niet in combinatie met een beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 28b tot en met 28f, uitsluitend voor die oppervlakten waarop onderdeel 4, van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22 van toepassing zijn.

Paragraaf 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister verstrekt binnen acht weken na afloop van het eerste jaar van het tijdvak een voorschot en vervolgens telkens ten minste een jaar later. De hoogte van het voorschot komt overeen met de beheersbijdrage van elk van de beheerspakketten waarvoor ten behoeve van het desbetreffende terrein voor dat tijdvak subsidie wordt verleend, alsmede, voor zover van toepassing, het bedrag, bedoeld in artikel 33.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt in een jaar het voorschot verminderd met 100% als de beheerder in de twee jaar voorafgaande aan de verstrekking van het voorschot op enig moment niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdelen c tot en met g, of enig ander voorschrift in de beschikking tot subsidieverlening niet heeft nageleefd, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage.

  • 3 Per terrein kunnen per tijdvak ten hoogste vijf voorschotten worden verstrekt.

Artikel 40 [Vervallen per 01-10-2004]

Paragraaf 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Telkens binnen 8 weken na afloop van een tijdvak of zoveel eerder indien noodzakelijk dient de ontvanger van beheerssubsidie voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.

  • 2 Een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 5, doet bij de aanvraag bedoeld in het eerste lid een opgave van:

    • a. de ondernemers aan wie door hem bijdragen zijn toegekend;

    • b. de activiteiten van die ondernemers waarvoor de bijdragen zijn toegekend en

    • c. de bedragen, per ondernemer, die zijn toegekend.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De minister stelt na ontvangst van de in artikel 41 bedoelde aanvraag de beheerssubsidie telkens vast binnen 8 weken, tenzij voor de beoordeling van de aanvraag een langere termijn dan 8 weken noodzakelijk is.

  • 2 De beheerssubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald, zoals dat op grond van artikel 7, eerste lid, door de minister is gecorrigeerd in verband met de werkelijke loon- en prijsontwikkeling.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 2 In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie per beheerspakket opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, zoals die luidden tot 25 oktober 2003 vastgesteld op het bedrag dat uit de subsidieverlening voor het desbetreffende terrein voortvloeit, verminderd met:

    • a. 15%, indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, maar wel:

      • i. van de beheersverplichtingen, vermeld in de onderdelen 3 en 4 van het desbetreffende beheerspakket, ten minste 50% van de percentages vermeld bij de onderscheiden beheerspakketten op de totale oppervlakte van het terrein is gerealiseerd;

      • ii. het deel van de beheersbijdrage voor de onderdelen 3 en 4 van de onderscheiden beheerspakketten dat niet is besteed aan de laatstgenoemde onderdelen, is besteed aan onderdeel 5 van de onderscheiden beheerspakketten en

      • iii aan de rapportageverplichting, bedoeld in onderdeel 6 van de onderscheiden beheerspakketten, is voldaan.

    • b. 100%, indien niet is voldaan aan de eisen geformuleerd in onderdeel a, sub 1 tot en met 3, tenzij de aard en de ernst van het niet nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage.

  • 3 De subsidie voor het beheerspakket opgenomen in bijlage 31, zoals die luidde tot 1 oktober 2004, wordt overeenkomstig het eerste lid, aanhef, en onderdelen b en c, vastgesteld.

  • 4 De verminderingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, worden niet toegepast voor zover niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b of c, ten gevolge van overmacht.

  • 5 De verminderingen, bedoeld in het eerste lid, worden niet toegepast op de beheerssubsidie, voor zover het bedrag daarvan bestaat uit een verhoging op grond van artikel 33.

  • 6 De verminderingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden niet toegepast ten aanzien van dat deel van die verminderingen dat het bedrag van de beheerssubsidie te boven gaat.

  • 6 De verminderingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden voorts niet toegepast ten aanzien van dat deel van die verminderingen dat het bedrag van de beheerssubsidie te boven gaat.

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2007]

[Red: Vervallen.]

Hoofdstuk 5. Inrichtingssubsidie [Vervallen per 01-01-2007]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Inrichtingssubsidie wordt verstrekt met betrekking tot terreinen ten aanzien waarvan beheerssubsidie is verleend ten behoeve van de ontwikkeling van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 14, 18, 29 en 30, voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende gebiedsplan.

  • 2 Inrichtingssubsidie wordt ten behoeve van de aanleg of het herstel van een landschapspakket verstrekt met betrekking tot terreinen ten aanzien waarvan landschapssubsidie is verleend, voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende gebiedsplan.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Inrichtingssubsidie wordt uitsluitend verstrekt, voorzover deze betrekking heeft op het, door middel van eenmalige maatregelen, rechtstreeks en direct wijzigen van de fysieke condities of kenmerken van terreinen, zonder welke wijziging ontwikkeling, onderscheidenlijk instandhouding, van het beheerspakket, onderscheidenlijk landschapspakket, ten behoeve waarvan beheerssubsidie, onderscheidenlijk landschapssubsidie, is verleend niet mogelijk is.

  • 2 Onverminderd het eerste lid wordt inrichtingssubsidie verstrekt overeenkomstig een inrichtingsplan waarin in ieder geval zijn opgenomen:

    • a. de te treffen inrichtingsmaatregelen;

    • b. de oppervlakte waarop of de lengte waarin die maatregelen zullen worden uitgevoerd;

    • c. de met de maatregelen beoogde situatie van het terrein;

    • d. een gespecificeerde begroting;

    • e. een topografische kaart met ten hoogste een schaal van 1 : 10.000 waarop is aangegeven waar de onderscheiden maatregelen zullen worden getroffen;

    • f. een beschrijving van de uitgangssituatie;

    • g. de motivering voor het treffen van de maatregelen en

    • h. een tijdsplanning voor de uit te voeren werkzaamheden.

Artikel 47 [Vervallen per 25-10-2003]

Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2007]

Tot de subsidiabele kosten behoren de kosten, inclusief BTW, voorzover verrekening niet mogelijk is, verband houdende met:

  • a. het opstellen door derden van een inrichtingsplan;

  • b. bebossing van een terrein, voorzover ten behoeve van dat terrein beheerssubsidie is verleend, gericht op de ontwikkeling en daaropvolgende instandhouding van een beheerspakket dat is vermeld in een van de bijlagen 29 en 30;

  • c. maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen;

  • d. maatregelen, gericht op wijziging van de waterhuishouding;

  • e. grondverzet;

  • f. het plaatsen van een raster;

  • g. afvoer van grond, of

  • h. overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende inrichting.

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2007]

Niet tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval de kosten, verband houdende met:

  • a. de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;

  • b. de bouw van opstallen;

  • c. achterstallig onderhoud aan landschappelijke elementen;

  • d. de aanschaf van machines, of

  • e. de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 48.

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2007]

Geen inrichtingssubsidie wordt verstrekt:

  • a. voor kosten die zijn gemaakt, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen, behoudens de kosten, bedoeld in artikel 48, onderdeel a;

  • b. ten behoeve van maatregelen waarmee een aanvang is gemaakt, onderscheidenlijk die reeds zijn uitgevoerd, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen, of

  • c. indien de aanvraag tot inrichtingssubsidie niet wordt ingediend tegelijk met de aanvraag tot beheerssubsidie, onderscheidenlijk landschapssubsidie, voor het desbetreffende terrein.

Artikel 50a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Inrichtingssubsidie voor de in de bijlagen 29 en 30 genoemde beheerspakketten worden, in afwijking van artikel 2 juncto artikel 1, eerste lid, onderdelen d en e, slechts verstrekt aan beheerders die berekend over de laatste drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag tot subsidieverlening tenminste 25% van hun onzuiver inkomen, als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de inkomstenbelasting, verkrijgen uit het landbouwbedrijf waarvoor de subsidie is aangevraagd.

  • 2 Indien de beheerder minder dan drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening werkt op het landbouwbedrijf waarvoor de subsidieaanvraag wordt ingediend, wordt in afwijking van het eerste lid, het onzuiver inkomen berekend op basis van de voorhanden zijnde gegevens. Indien er nog geen gegevens voorhanden zijn, wordt het onzuiver inkomen berekend op basis van de gegevens van het volledige kalenderjaar van de aanvraag.

  • 3 Indien de beheerder een rechtspersoon is, wordt de inrichtingssubsidie voor de in de bijlagen 29 en 30 genoemde beheerspakketten, in afwijking van artikel 2 juncto artikel 1, eerste lid, onderdelen d en e, slechts verstrekt indien de in artikel 7, derde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 bedoelde winst, vermeerderd met het bedrag dat voor de bedrijfsleiding van de rechtspersoon ten titel van beloning voor verrichte arbeid in mindering is gebracht, gemiddeld over de drie kalenderjaren voorafgaand aan het tijdstip van de subsidieverlening voor ten minste de helft afkomstig is uit het landbouwbedrijf waarvoor de subsidie is aangevraagd.

  • 4 Indien op het landbouwbedrijf waarvoor de aanvraag wordt ingediend minder dan drie jaren voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening landbouwactiviteiten zijn verricht, wordt in afwijking van het derde lid, de winst van de rechtspersoon berekend op basis van de voorhanden zijnde gegevens. Indien er geen gegevens voorhanden zijn, wordt de winst berekend op basis van de gegevens van het volledige kalenderjaar van de aanvraag.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Inrichtingssubsidie bedraagt 95% van de werkelijk gemaakte noodzakelijke subsidiabele kosten, met dien verstande dat geen vergoeding wordt verstrekt voor zover deze kosten meer bedragen dan een door de minister bij de subsidieverlening te bepalen maximumbedrag.

  • 2 Het bedrag aan inrichtingssubsidie dat ten hoogste kan worden verstrekt is opgenomen in bijlage 50 bij deze regeling.

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister kan beleidsregels vaststellen met het oog op de toepassing van de artikelen 46, 48 en 51.

Paragraaf 2. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

  • a. in hoeverre het plan, bedoeld in artikel 46, tweede lid, in uitvoering kan worden genomen;

  • b. de aard van de benodigde wijzigingen van de fysieke condities of kenmerken van het betrokken terrein;

  • c. het aantal hectares ten behoeve waarvan inrichtingssubsidie wordt verleend;

  • d. de datum waarop de periode waarover inrichtingssubsidie wordt verleend, aanvangt, en

  • e. het bedrag waarop de inrichtingssubsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

Paragraaf 3. Verplichtingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen overeenkomstig het door de minister goedgekeurde inrichtingsplan uit te voeren binnen een jaar na de datum van subsidieverlening.

Paragraaf 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Op de inrichtingssubsidie kan de minister ten hoogste tweemaal per jaar op aanvraag tot ten hoogste 95% voorschotten verstrekken, met een minimum van € 2.500,–.

  • 2 De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2007]

De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister neemt binnen 8 weken na ontvangst van de in artikel 56 bedoelde aanvraag een besluit.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen 8 weken na afloop van de maatregelen bij de directeur van de Dienst Regelingen.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van:

    • a. een verklaring dat de maatregelen overeenkomstig de subsidieverlening zijn uitgevoerd, en

    • b. een financiële verantwoording met betrekking tot de getroffen maatregelen, bestaande uit een rekening alsmede, indien de subsidieverlening een bedrag van € 25.000,– te boven gaat, een verklaring, overeenkomstig een door de minister vast te stellen model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening van inrichtingssubsidie.

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2007]

De minister stelt na ontvangst van de in artikel 58 bedoelde bescheiden de inrichtingssubsidie binnen 8 weken vast op grond van de werkelijk gemaakte kosten zoals bepaald bij de subsidieverlening.

Hoofdstuk 6. Landschapssubsidie [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Landschapssubsidie wordt verstrekt in beheersgebieden ten behoeve van de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 32 tot en met 46, voorzover dit in overeenstemming is met het desbetreffende beheersgebiedsplan.

  • 2 Landschapssubsidie ten behoeve van de instandhouding van het landschapspakket, bedoeld in bijlage 46, wordt alleen verstrekt tezamen met een landschapssubsidie voor instandhouding van een landschapspakket, bedoeld in één of meer van de bijlagen 32 tot en met 45.

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2007]

Landschapssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien op het terrein een landschapspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de landschapssubsidie het bedrag per tijdvak dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdrage opgenomen in de bijlagen van het desbetreffende landschapspakket en het aantal hectares waarvoor landschapssubsidie wordt verleend.

  • 2 Indien op het terrein meerdere landschapspakketten in stand worden gehouden, bedraagt de landschapssubsidie het bedrag per tijdvak de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van de desbetreffende landschapspakketten en het aantal hectares per landschapspakket waarvoor landschapssubsidie wordt verleend.

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien landschapssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten binnen een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

  • a. de ligging en grootte van het terrein;

  • b. het doel van de landschapssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein in stand houden van een of meerdere landschapspakketten;

  • c. het bedrag, onderscheidenlijk de bedragen, op basis waarvan de landschapssubsidie zal worden vastgesteld, en

  • d. de datum waarop het tijdvak waarover landschapssubsidie wordt verleend, aanvangt.

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a. het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 63, onderdeel b, vermelde doel te realiseren;

  • b. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen, en

  • c. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen.

Hoofdstuk 7. Subsidie natuurlijke handicaps [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 66 [Vervallen per 13-11-2002]

Artikel 67 [Vervallen per 13-11-2002]

Artikel 68 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 69 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 70 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 71 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 72 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 73 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 74 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 75 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 76 [Vervallen per 01-10-2004]

Hoofdstuk 8. Subsidie organisatiekosten samenwerkingsverbanden [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 77 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidie als bedoeld in artikel 2a wordt eenmalig verstrekt voor een tijdvak.

  • 2 De subsidie kan enkel worden verstrekt indien deze vóór 1 mei 2009 is aangevraagd.

Artikel 78 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2a wordt ingediend uiterlijk op 30 april van het eerste kalenderjaar van het tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag die betrekking heeft op het tijdvak 2004–2009 ingediend in een nader door de minister vast te stellen periode.

Artikel 79 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De subsidie bedraagt 100% van de noodzakelijke kosten die samenhangen met de activiteiten, genoemd in het projectplan, bedoeld in artikel 19a, met een maximum per hectare per jaar van:

  • 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, betreffen de activiteiten die betrekking hebben op de doelstellingen, bedoeld in artikel 2a, waarbij de kosten in een jaar ten minste 5% en ten hoogste 50% van de totale kosten in het desbetreffende tijdvak bedragen, de kosten voor activiteiten met betrekking tot de doelstelling, bedoeld in artikel 2a, onderdeel c, ten hoogste 50% van de totale kosten in dat tijdvak bedragen en de kosten voor activiteiten met betrekking tot de doelstelling, bedoeld in artikel 2a, onderdeel a, ten minste 20% van de totale kosten in dat tijdvak bedragen.

  • 3 Indien gedurende het tijdvak het aantal hectares waarvoor op grond van artikel 2 subsidie wordt verstrekt met meer dan 100% wordt uitgebreid, kunnen de kosten, bedoeld in het eerste lid, van activiteiten die betrekking hebben op de doelstellingen, bedoeld in artikel 2a, voorafgaand aan bedoelde uitbreiding per jaar minder dan 5% van de totale kosten van het gehele tijdvak bedragen, mits de totale kosten gedurende het resterende tijdvak in elk jaar ten minste 5% en ten hoogste 50% van de totale kosten bedragen in het tijdvak van het aantal hectares na uitbreiding.

  • 4 Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 80, 81 en 81a worden gelijk gesteld met één hectare:

    • a. 400 strekkende meter lijnvormige landschapselementen;

    • b. 5 poelen;

    • c. 150 hoogstambomen of knotbomen.

Artikel 80 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het aantal hectares waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 2a wordt verleend is niet groter dan het aantal hectares waarvoor subsidie is verleend op grond van artikel 2 in samenhang met artikel 4.

  • 2 Ingeval het aantal hectares waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 2a is verleend in enig jaar afwijkt van het aantal hectares waarvoor subsidie is verleend op grond van artikel 2 in samenhang met artikel 4, dient de subsidieontvanger uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgende kalenderjaar een projectplan in dat is gebaseerd op het gewijzigde aantal hectares, tenzij de afwijking minder dan 25% is.

  • 3 De subsidieverlening op grond van artikel 2a wordt in voorkomend geval één keer per jaar in overeenstemming gebracht met het gewijzigde aantal hectares, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 81 [Vervallen per 01-01-2007]

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

  • a. het aantal hectares waarop de subsidieverlening betrekking heeft;

  • b. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

  • c. het jaar met ingang waarvan de subsidie wordt verleend; en

  • d. de periode waarop de subsidiabele kosten betrekking kunnen hebben.

Artikel 81a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk op 31 maart van het tweede en volgende jaar van het tijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft een overzicht in van de subsidiabele kosten van de met betrekking tot dat jaar geplande activiteiten.

  • 2 Ingeval de met betrekking tot een jaar geplande activiteiten niet of anders zijn opgenomen in het projectplan komen de met die activiteiten samenhangende kosten enkel voor subsidie in aanmerking als de afwijking van het projectplan naar het oordeel van de minister voldoende is gemotiveerd. In dat geval wijzigt de minister op aanvraag de beschikking tot subsidieverlening.

  • 3 Voor het eerste jaar van het tijdvak waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft dient de aanvrager tegelijk met de subsidieaanvraag een overzicht in van de subsidiabele kosten van de met betrekking tot dat jaar geplande activiteiten.

Artikel 81b [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Voor het eerste jaar van het tijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft wordt binnen 8 weken na de beschikking tot subsidieverlening een voorschot verleend, gebaseerd op 70% van de subsidiabele kosten die zijn opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 81a, derde lid.

  • 2 Voor elk van de volgende jaren van het tijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft wordt binnen 17 weken na aanvang van het kalenderjaar een voorschot verleend, gebaseerd op 80% van de subsidiabele kosten die zijn opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 81a, eerste lid.

  • 3 Het voorschot, bedoeld in het tweede lid, kan in voorkomend geval worden verhoogd of verlaagd met het verschil tussen de daadwerkelijke subsidiabele kosten in het voorafgaande jaar en het verleende voorschot voor dat jaar.

Artikel 81c [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Met betrekking tot het tijdvak, bedoeld in artikel 77, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger steeds na afloop van een kalenderjaar, met uitzondering van het laatste jaar van dat tijdvak, vóór 1 april van het daarop volgende jaar, de volgende gegevens over de in het desbetreffende afgelopen jaar gemaakte kosten, bedoeld in artikel 79:

    • a. gegevens waaruit blijkt ten behoeve van welke activiteiten de kosten zijn gemaakt;

    • b. gegevens waaruit blijkt ten behoeve van wie de kosten zijn gemaakt;

    • c. gegevens waaruit blijkt door wie de kosten zijn gemaakt;

    • d. gegevens waaruit blijkt wanneer de kosten zijn gemaakt; en

    • e. gegevens waaruit blijkt tot welk resultaat de uitgevoerde activiteiten hebben geleid.

  • 2 De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier dat verkrijgbaar is bij die directeur.

  • 3 Ingeval de kosten ten minste € 25.000,– bedragen overlegt de subsidieontvanger bij de verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de minister vast te stellen model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat de kosten in overeenstemming zijn met artikel 79.

Artikel 81d [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Vóór 1 april van het jaar, volgend op het laatste jaar van het tijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij die directeur.

Hoofdstuk 9. Koopplicht [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 82 [Vervallen per 01-01-2007]

Telkens wanneer met betrekking tot één of meer gronden, die in een gebied dat als beheersgebied overeenkomstig de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling is begrensd, onderscheidenlijk beheersgebied, zijn gelegen en ten aanzien waarvan beheerssubsidie is verleend voor de pakketten opgenomen in bijlage 1a van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, met uitzondering van de pakketten G1, B1 en G9, onderscheidenlijk de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 6 tot en met 11, 15, en 24 tot en met 27 van de onderhavige regeling, aan het bureau beheer landbouwgronden een recht van eigendom of een daarvan afgeleid beperkt recht wordt aangeboden, is het bureau beheer landbouwgronden gehouden het hem aangeboden recht te verwerven, indien de minister aannemelijk acht dat met betrekking tot zodanige grond:

  • a. vervreemding of in gebruik afstaan, of

  • b. vestiging van een ander beperkt recht ten gunste van één of meer personen niet kan plaatsvinden.

Artikel 83 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In gevallen als bedoeld in artikel 82 wordt de door het bureau beheer landbouwgronden te betalen grondprijs bepaald op basis van de daartoe in opdracht van het bureau beheer landbouwgronden getaxeerde waarde van de betrokken grond in het economische verkeer bij agrarische bestemming.

  • 2 Bij de taxatie wordt in voorkomende gevallen geen rekening gehouden met de omstandigheid dat:

    • a. op de betrokken grond een aangepaste agrarische bedrijfsvoering uit hoofde van de subsidieverlening plaatsvindt;

    • b. dat de betrokken grond is gelegen in een beheersgebied.

Artikel 84 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien de uitkomst van de in opdracht van het bureau beheer landbouwgronden verrichte taxatie voor de andere bij de subsidieverlening betrokken zijnde partij niet aanvaardbaar is, vindt in opdracht van die partij nadere taxatie van de betrokken grond plaats door een driemanschap waarvan:

    • a. een lid wordt aangewezen door die partij;

    • b. een lid wordt aangewezen door het bureau beheer landbouwgronden;

    • c. een lid wordt aangewezen door de onder a en b bedoelde personen gezamenlijk.

  • 3 Het driemanschap beslist met meerderheid van stemmen. De beslissing van het driemanschap heeft kracht van bindend advies ten aanzien van de te betalen grondprijs.

  • 4 De kosten van de nadere taxatie, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkelijk verdeeld tussen betrokken partijen.

Artikel 84a [Vervallen per 01-01-2007]

De minister kan bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit bepalen dat vanaf een door hem vast te stellen tijdstip de gehoudenheid van het bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in artikel 82, wordt opgeschort.

Hoofdstuk 10. Wijziging en intrekking [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 85 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Een aanvraag tot wijziging van een beschikking tot subsidieverlening die leidt tot vergroting van het areaal van de aanvrager ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt wordt slechts gehonoreerd indien de extra oppervlakte aanmerkelijk kleiner is dan de oorspronkelijke oppervlakte of niet meer dan 2 hectare bedraagt.

  • 2 Een aanvraag tot wijziging van een beschikking tot subsidieverlening die leidt tot verkleining van het areaal van de aanvrager ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt wordt slechts gehonoreerd indien de verkleining het gevolg is van de uitvoering van een werk van algemene nutte.

  • 3 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan.

  • 4 In geval van een wijziging uit hoofde van het eerste of tweede lid wordt de subsidie naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van het tijdvak of aaneengesloten tijdvakken, bedoeld in artikel 26, waarvoor subsidie is verleend.

  • 6 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indin de subsidie door toewijzing van dat verzoek met minder dan € 50,– per jaar zou toenemen.

Artikel 85a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Een aanvraag als bedoeld in artikel 85, eerste lid, die wordt ingediend door een aanvrager als bedoeld in artikel 4 of 5, tezamen met een verzoek van een beheerder tot intrekking van een aan hem verleende subsidie voor het terrein waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien die aanvraag ertoe zou leiden dat minder dan vijf jaren subsidie voor het desbetreffende terrein kan worden verleend.

  • 2 Ingeval van intrekking uit hoofde van het eerste lid wordt de subsidie naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het verstreken gedeelte van het tijdvak of aaneengesloten tijdvakken, bedoeld in artikel 26, waarvoor subsidie is verleend.

Artikel 85b [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Ingeval subsidie is verleend ten behoeve van een terrein waarop het beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, onderdeel 4, in stand wordt gehouden kan de subsidieverlening op verzoek van de subsidieontvanger voor een gedeelte van het terrein:

    • a. worden gewijzigd in een subsidieverlening voor het instandhouden van het beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, waarbij het terrein wordt beheerd op een wijze als bedoeld in bijlage 16, of

    • b. worden aangevuld met een subsidieverlening voor het instandhouden van het beheerspakket, opgenomen in bijlage 17.

  • 2 De oppervlakte waarop de aanvulling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betrekking heeft is ten hoogste:

    • a. één vijfde van het totaal van

      • 1°. de oppervlakte waarop de wijziging, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, betrekking heeft, en

      • 2°. de oppervlakte waarvoor subsidie is verleend voor het instandhouden van het beheerspakket, opgenomen in bijlage 16 of het beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, waarbij het terrein wordt beheerd op een wijze als bedoeld in bijlage 16, verminderd met

    • b. de oppervlakte waarvoor subsidie is verleend voor het instandhouden van het beheerspakket, opgenomen in bijlage 17.

Artikel 86 [Vervallen per 01-01-2007]

In geval subsidie is verleend ten behoeve van een terrein waarvan het recht tot gebruik en beheer berust bij de subsidieontvanger, en dat recht gaat over op een derde gedurende de periode waarover de desbetreffende subsidie is verleend, kan de desbetreffende subsidieverlening worden gewijzigd in een subsidieverlening aan die derde indien deze, uiterlijk drie maanden na de datum waarop het recht tot gebruik en beheer is overgegaan, bij wege van een aan de directeur de Dienst Regelingen gericht schriftelijk stuk:

  • a. verklaart te treden in de aan de subsidieverlening verbonden rechten en plichten, vanaf de datum met ingang waarvan de wijziging uit hoofde van dit lid van kracht zal zijn, en

  • b. aangeeft of hij als ondernemer moet worden aangemerkt.

Artikel 87 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Wanneer een terrein waarvoor beheerssubsidie inclusief bijdrage voor probleemgebieden wordt verleend op enig moment geen deel meer uitmaakt van een probleemgebied wordt de subsidieverlening verlaagd met de toeslag voor probleemgebieden met ingang van de dag volgend op de laatste dag dat het terrein deel uitmaakte van het probleemgebied.

  • 2 Ingeval van verlaging uit hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin het terrein geen deel meer uitmaakt van het probleemgebied vastgesteld op het bedrag naar evenredigheid ten opzichte van de subsidie zoals die op grond van de subsidieverlening zou kunnen worden vastgesteld.

Artikel 88 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein waarvan het gebruiksrecht berust bij een natuurlijk persoon die overlijdt tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening voor dat terrein ingetrokken met ingang van de dag, volgend op de dag van overlijden, op voorwaarde dat de erfgenamen uiterlijk 30 dagen na het overlijden om deze intrekking verzoeken bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht schriftelijk verzoek.

  • 2 Ingeval van intrekking uit hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin het overlijden plaatsvond ambtshalve vastgesteld op het bedrag naar evenredigheid ten opzichte van de subsidie zoals die op grond van de subsidieverlening ten hoogste zou kunnen worden vastgesteld.

Artikel 89 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein dat deel uitmaakt van een gebied waar landinrichting uit kracht van de Landinrichtingswet geschiedt en het voldoen aan de desbetreffende subsidieverlening verbonden verplichtingen na vaststelling van het landinrichtingsplan niet meer mogelijk is, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop in zodanig gebied de kavelovergang plaatsvindt ingevolge de in het plan van toedeling opgenomen bepalingen omtrent de inbezitneming, bedoeld in artikel 196, tweede lid, onderdeel e, van de Landinrichtingswet.

Artikel 89a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien subsidie is verleend met betrekking tot een terrein dat is verworven door Staatsbosbeheer, het bureau beheer landbouwgronden of een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties en het de subsidieontvanger als gevolg van de overdracht aan een van de bedoelde organisaties niet meer mogelijk is te voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening, wordt de subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop de overdracht van het terrein heeft plaatsgevonden.

  • 2 In geval van intrekking op grond van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin de verwerving plaatsvond ambtshalve vastgesteld op een bedrag evenredig met het deel van het tijdvak dat voor de overdracht is verstreken.

Artikel 90 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein dat wordt onteigend tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag waarop het besluit tot onteigening van de betrokken grond onherroepelijk vaststaat.

  • 2 In geval van intrekking uit hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin het besluit tot onteigening onherroepelijk werd ambtshalve vastgesteld op het bedrag naar evenredigheid ten opzichte van de beheerssubsidie, landschapssubsidie of subsidie natuurlijke handicaps zoals die op grond van de subsidieverlening ten hoogste zou kunnen worden vastgesteld.

Artikel 90a [Vervallen per 01-01-2007]

Een verleende subsidie wordt voor de duur van één jaar, ingetrokken indien de subsidieaanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op hoofdstuk IX van titel II van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

Artikel 90b [Vervallen per 01-01-2007]

De vastgestelde subsidie wordt geheel of gedeeltelijk ingetrokken indien de subsidieontvanger door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins foute gegevens heeft verstrekt ter verkrijging van een subsidie op grond van een andere regeling die gebaseerd is op hoofdstuk IX van titel II van de verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

Artikel 91 [Vervallen per 01-01-2007]

Onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten worden teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente tot de datum van ontvangst van de teruggevorderde bedragen.

Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 92 [Vervallen per 01-01-2007]

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze regeling bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Artikel 92a [Vervallen per 01-01-2007]

De subsidieaanvrager is verplicht alle op de subsidie betrekking hebbende documenten, als bedoeld in artikel 1, van verordening (EG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw en houdende intrekking van de richtlijn 77/435/EEG (Pb L388/18), voorzover deze documenten voor de subsidievaststelling van belang zijn, te bewaren gedurende ten minste 3 jaren na de subsidievaststelling.

Artikel 93 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling wordt ingetrokken.

  • 2 Op beheersovereenkomsten als bedoeld in artikel 18 van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, blijft eerstbedoelde regeling van toepassing.

  • 3 Op beheersovereenkomsten die zijn gesloten op basis van de beheersplannen die zijn vastgesteld op grond van:

    • a. de Beschikking beheersovereenkomsten 1983;

    • b. de Regeling beheersovereenkomsten 1988, en

    • c. de Regeling beheersovereenkomsten 1993,

    blijven de desbetreffende regelingen van toepassing tot het tijdstip waarop deze van rechtswege eindigen dan wel subsidie wordt verleend op grond van de onderhavige regeling of de Subsidieregeling natuurbeheer 2000.

Artikel 94 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 95 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 96 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 97 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 98 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 99 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 100 [Vervallen per 01-10-2004]

Artikel 100a [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 101a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Beheerders die vóór 25 oktober 2003 een beschikking tot subsidieverlening hebben ontvangen met betrekking tot een landschapspakket als bedoeld in de bijlagen 32 tot en met 36 of 39, zoals die luidden tot 25 oktober 2003, waarin een bedekking van minder dan 90% was opgenomen, zijn in zoverre in afwijking van artikel 64, onderdeel a, slechts verplicht tot het in stand houden van het landschapspakket, genoemd in bijlage 32, met het in de subsidieverlening vastgestelde lagere bedekkingspercentage tegen de daarbij behorende lagere vergoeding.

  • 2 Bij de berekening op grond van het eerste lid wordt voor beheerders die een beheersbijdrage ontvangen voor een landschapspakket opgenomen in bijlage 39, zoals die luidde tot 25 oktober 2003 een omrekenfactor van 2528 gehanteerd.

Artikel 101b [Vervallen per 01-01-2007]

Het beheerspakket: Faunarand opgenomen in bijlage 23, zoals die luidde tot 25 oktober 2003, blijft voor subsidies die zijn aangevraagd vóór 25 oktober 2003 onverminderd van kracht tot het eind van het tijdvak waarvoor de desbetreffende subsidie is verleend.

Artikel 101c [Vervallen per 01-01-2007]

Op een aanvraag voor subsidie op grond van hoofdstuk 7, zoals dat luidde tot 1 oktober 2004, die is ingediend vóór die datum, blijven dat hoofdstuk en bijlage 31, zoals die luidde tot 1 oktober 2004, van toepassing, indien en voor zover het terrein ten behoeve waarvan de subsidie is aangevraagd is gelegen in een probleemgebied.

Artikel 101d [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Op een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 33 zoals dat luidt tot 1 januari 2005 die is ingediend vóór 1 oktober 2004 blijft dat artikel van toepassing.

  • 2 Op een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 33 die is ingediend vóór 1 november 2005 blijft dat artikel zoals dat luidt tot 1 november 2005 van toepassing.

Artikel 101e [Vervallen per 01-01-2007]

Op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 november 2005 blijft bijlage 17 zoals die luidt tot 1 november 2005 van toepassing.

Artikel 101f [Vervallen per 01-01-2007]

Op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 november 2005 blijft bijlage 12, onderscheidenlijk 13 zoals die luidt tot 1 november 2005 van toepassing voor zover de subsidieontvanger wel voldoet aan alle voorwaarden van die bijlage en niet aan alle voorwaarden van bijlage 12, onderscheidenlijk 13 zoals die luidt met ingang van 1 november 2005.

Artikel 101 [Vervallen per 01-01-2007]

Op een aanvraag voor subsidie op grond van hoofdstuk 8, zoals dat luidde tot 25 oktober 2003, die is ingediend vóór die datum, blijft dat hoofdstuk van toepassing.

Artikel 102 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Subsidies of voorschotten daarop worden verleend onder voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

  • 2 De beslissing tot verlening van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling, of wegens het uitblijven daarvan.

Artikel 103 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000

Artikel 104 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 20 december 1999

De

Staatssecretaris

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber

Bijlage 1. Overgangstabel RBON [Vervallen per 01-01-2007]

Beheersdoelstellingen van de RBON, die aansluiten bij beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch natuurbeheer.

Beheersdoelstellingen zoals opgenomen in de RBON Bijbehorende beheerspakketten Subsidieregeling Agrarisch natuurbeheer
   

1. Handhaven van natuurlijke handicaps

Bijlage 31, zoals die luidde tot 1 oktober 2004

2. Handhaven en ontwikkelen van waarde volle vegetaties (botanische doelstelling)

Bijlagen 6 tot en met 15, 24, 25, 27 en 28

3. Handhaven en ontwikkelen van de weidevogelpopulaties (weidevogeldoelstelling)-

Bijlagen 16 tot en met 22

4. Onderhoud van landschapselementen

Bijlagen 32 tot en met 46

5. Het tegengaan van nadelige beïnvloeding van natuurwaarden in natuurterreinen en landschapselementen (buffersdoelstelling)

Bijlagen 6 tot en met 15, 24, 25, 27 en 28

6. Handhaven en ontwikkelen van een

Bijlagen 23 tot en met 26

Bijlage 2. Overgangstabel TRAN [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakketten van de Tijdelijke Regeling Agrarisch Natuurbeheer, die aansluiten bij beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer.

Beheerspakketten zoals opgenomen in de bijlagen TRAN Bijbehorende beheerspakketten Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
  • Bijlage 1. Weidevogelgebied met

    algemene soorten

  • Bijlage 19: Algemeen weidevogelgebied

  • Bijlage 2. Weidevogelgebied met grutto

  • Bijlage 20: Belangrijk algemeen weide-

    vogelgebied

  • Bijlage 3. Soortenrijk weidevogelgebied

  • Bijlage 21: Soortenrijk weidevogel-

    gebied met kritische soorten

  • Bijlage 4. Soortenrijk weidevogelgebied

    met kritische soorten

  • Bijlage 22: Zeer soortenrijk weidevogel-

    gebied met kritische soorten

  • Bijlage 5. Plas-dras tot 1 april

  • Bijlage 18: Plasdras voor broedende en

    trekkende weidevogels

  • Bijlage 6. Plasdras tot 26 april

  • Bijlage 18: Plasdras voor broedende en

    trekkende weidevogels

  • Bijlage 7. Kruidenrijke veenweiderand

  • Bijlage 12: Bonte weiderand

    Bijlage 13: Bonte hooirand

    Bijlage 14: Kruidenrijke zoom

  • Bijlage 8. Bloemrijke veenweiderand

    Bijlage 13: Bonte hooirand

    Bijlage 14: Kruidenrijke zoom

  • Bijlage 12: Bonte weiderand

Bijlage 3. Vergelijkingstabel agrarisch natuurbeheer [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakketten van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer, die aansluiten bij basis- en pluspakketten van de Subsidieregeling Natuurbeheer.

Beheerspakketten in de Regeling Agrarisch Natuurbeheer Bijbehorende basis- en pluspakketten Regeling Natuurbeheer
  • Bijlage 7: instandhouding kruidenrijk

    grasland

    Bijlage 8: bont hooiland

    Bijlage 9: bonte hooiweide

    Bijlage 11: bont weiland

  • Bijlage 15: basispakket (Half)natuur-

    lijk grasland

  • Bijlage 8: bont hooiland

    Bijlage 9: bonte hooiweide

    Bijlage 11: bont weiland

  • Bijlage 28: pluspakket nat soortenrijk

    grasland

  • Bijlage 8: bont hooiland

    Bijlage 9: bonte hooiweide

    Bijlage 11: bont weiland

  • Bijlage 29: pluspakket droog soorten-

    rijk grasland

  • Bijlage 16: Weidevogelgrasland met

    rustperiode; c.: (1 april t/m 15 juni) en

    d. (1 april t/m 22 juni).

    Bijlage 21: soortenrijk weidevogelgebied

    met kritische soorten.

  • Bijlage 34: pluspakket soortenrijk

    weidevogelgrasland

  • Bijlage 16: Weidevogelgrasland met

    rustperiode; c. (1 april t/m 15 juni) en

    d. (1 april t/m 22 juni).

    Bijlage 22: zeer soortenrijk weidevogel-

    gebied met kritische soorten.

  • Bijlage 35: pluspakket zeer soortenrijk

    weidevogelgrasland

  • Bijlage 25: chemie- en kunstmestvrij

    Bijlage 26: akkerfauna

    Bijlage 27: Akkerflora vollevelds

  • Bijlage 19: basispakket akker

Bijlage 4. Begrenzing van het Groene Hart [Vervallen per 01-10-2004]

Bijlage 5. Begrenzing Waterland [Vervallen per 01-10-2004]

Bijlage 6. Beheerspakket : Ontwikkeling kruidenrijk grasland [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. De beheerseenheid is niet bemest.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 1630;

  • klei: fl. 1890;

  • zand: fl. 1900

Bijlage 7. Beheerspakket : Instandhouding kruidenrijk grasland [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest. Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan.

6. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

7. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 1850;

  • klei: fl.2120;

  • zand: fl.2130

Bijlage 8. Beheerspakket : Bont hooiland [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest en niet beweid. Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 2100;

  • klei: fl.2380;

  • zand: fl. 2390

Bijlage 9. Beheerspakket : Bonte hooiweide [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

5. De beheerseenheid is niet bemest. Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan.

6. Beweiding is uitsluitend toegestaan in de periode van 1 augustus tot 31 december.

7. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 2100;

  • klei: fl.2380;

  • zand: fl. 2390

Bijlage 10. Beheerspakket : Kruidenrijk weiland [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. De beheerseenheid bevindt zich op een helling of in uiterwaarden.

4. De beheerseenheid is niet bemest en met ten hoogste 2 gve per hectare beweid.

5. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 1630;

  • klei: fl. 1890;

  • zand: fl. 1900

Bijlage 11. Beheerspakket : Bont weiland [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op het tijdstip van de subsidieaanvraag zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid bevindt zich op een helling of in uiterwaarden.

5. De beheerseenheid is niet bemest en met ten hoogste 2 gve per hectare beweid. Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan.

6. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 2100;

  • klei: fl. 2380;

  • zand: fl. 2390

Bijlage 12. Beheerspakket : Bonte weiderand [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik (viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die zijn genoemd in de categorieën Verdwenen uit Nederland, Ernstig bedreigd of Bedreigd van de Rode Lijst Vaatplanten, die is opgenomen in de bijlage bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna.

3. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

4. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 2170;

  • klei: fl.2450;

  • zand: fl. 2460

Bijlage 13. Beheerspakket : Bonte hooirand [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig of zijn van de navolgende lijst van plantensoorten tenminste 3 soorten aanwezig in een strook van 100 m lengte:

Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Brunel, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Boterbloem (alle soorten behalve de kruipende boterbloem), Ereprijs (veldereprijs, gewone ereprijs, mannetjesereprijs, blauwe waterereprijs, beekpunge, rode waterereprijs, schildereprijs, draadereprijs, liggend ereprijs, brede ereprijs, lange ereprijs), Ganzerik(viltganzerik, voorjaarsganzerik, tormentil, wateraardbei), Gele lis, Gele morgenster, Havikskruid (alle soorten), Hazepootje, Heelblaadjes, Kale jonker, Kamgras, Kattenstaart, Klokje (alle soorten), Knoopkruid, Lathyrus (alle soorten), Margriet, Moerasspirea, Munt (alle soorten), Ratelaar (kleine ratelaar, grote ratelaar, harige ratelaar), Reukgras, Rolklaver (gewone rolklaver, smalle rolklaver, moerasrolklaver), Sint-Janskruid, Streepzaad (alle soorten), Tijm (wilde tijm, grote wilde tijm), Vergeet-mij-nietje (moerasvergeet-mij-nietje, zompvergeet-mij-nietje, ruw vergeet-mij-nietje, stijf vergeet-mij-nietje), Vogelpootje, Walstro (ruw walstro, moeraswalstro, echt walstro, glad walstro, blauw walstro, kalkwalstro), Waternavel, Wederik (moeraswederik, gewone wederik), Wikke (alle soorten), Wilde bertram, Wilde peen, Wolfspoot, Wondklaver, Zandblauwtje en alle soorten die zijn genoemd in de categorieën Verdwenen uit Nederland, Ernstig bedreigd of Bedreigd van de Rode Lijst Vaatplanten, die is opgenomen in de bijlage bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna.

3. De beheerseenheid wordt minimaal één keer per jaar gemaaid waarbij het gemaaide wordt afgevoerd.

4. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

5. De beheerseenheid is niet beweid.

6. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl.2170;

  • klei: fl. 2450;

  • zand: fl. 2460

Bijlage 14. Beheerspakket : Kruidenrijke zomen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. De beheerseenheid grenst direct aan opgaande begroeiing, een rietkraag of waterloop.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 15 inheemse plantensoorten (incl. mossen) in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid is niet bemest en er is geen bagger op gebracht.

5. De beheerseenheid is niet beweid en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.

6. Gedurende het eerste tijdvak wordt de beheerseenheid in de eerste drie jaar jaarlijks gemaaid, en wordt het gemaaide afgevoerd; hierbij geldt een maximum van drie maaibeurten per jaar.

7. Na uitvoering van voorwaarde 6, vindt nog slechts om het jaar een maaibeurt plaats, waarbij niet meer dan de helft van de oppervlakte van de beheerseenheid gemaaid wordt, en het gemaaide wordt afgevoerd.

8. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 1 en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage in fl. per hectare per jaar:

  • veen: fl. 3790;

  • klei: fl. 4090;

  • zand: fl. 4090

Bijlage 15. Beheerspakket : Landschappelijk waardevol grasland. [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Variant A: Niet maaien en niet weiden tussen 1 januari en 1 juni.

Variant B: Niet maaien tussen 1 januari en 1 juni en gedurende het gehele jaar niet bemesten.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig.

4. De beheerseenheid is tenminste 0.5 ha groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • veen: fl. 740;

  • klei: fl. 760;

  • zand: fl. 840

Bijlage 16. Beheerspakket : Weidevogelgrasland met een rustperiode [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Er wordt een rustperiode in acht genomen van 1 april tot 1 juni, of van 1 april tot 8 juni, of van 1 april tot 15 juni of van 1 april tot 22 juni.

3. De lengte van de rustperiode wordt bij de aanvraag van de subsidiebeschikking gemeld aan de Dienst Regelingen.

4. In de rustperiode is de beheerseenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. In deze periode is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.

5. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • a) rustperiode van 1 april tot 1 juni:

    • veen: fl. 790;

    • klei: fl. 620;

    • zand: fl. 700

  • b) rustperiode van 1 april tot 8 juni:

    • veen: fl. 910;

    • klei: fl. 920

    • zand: fl. 1040

  • c) rustperiode van 1 april tot 15 juni:

    • veen: fl. 1160;

    • klei: fl. 1220;

    • zand: fl. 1290

  • d) rustperiode van 1 april tot 22 juni:

    • veen: fl. 1280;

    • klei: fl1330 ;

    • zand: fl. 1390

Bijlage 17. Beheerspakket : Vluchtheuvels voor weidevogels [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is gelegen binnen de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21 en 22.

2. De beheerseenheid wordt niet eerder gemaaid of geweid dan na een periode van twee weken nadat de rest van het perceel is gemaaid of beweid en niet vroeger dan 1 juni. Tijdstip van maaien wordt bij de Dienst Regelingen gemeld.

3. De beheerseenheid bestaat uit één of meer stroken of blokken met een breedte van ten minste 6 meter en ten hoogste 12 meter en een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 1000 vierkante meter.

4. Ieder jaar kan de beheerder de periode genoemd in onderdeel 2 voor dezelfde oppervlakte op een ander deel van de beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van de bijlagen 19, 20, 21, en 22 in acht nemen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de stroken of blokken.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • Veen: fl. 1160;

  • klei: fl. 1220;

  • zand: fl. 1290

Bijlage 18. Beheerspakket : Plas-dras voor broedende en trekkende weidevogels [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is jaarlijks in de periode van 15 februari tot 15 april of in de periode van 15 februari tot 15 mei geïnundeerd.

2. In de inundatieperiode staat op tenminste 60% van de beheerseenheid het waterpeil ten minste 5 en ten hoogste 20 cm boven het maaiveld.

3. De beheerseenheid is ten minste 0,1 en ten hoogste 1 hectare groot.

Beheersbijdrage per hectare per jaar:

  • a) inundatieperiode 15 februari tot 15 april:

    • veen: fl. 1470

    • klei: fl. 1570;

    • zand: fl. 1630

  • b) inundatieperiode 15 februari tot 15 mei:

    • veen: fl. 2140;

    • klei: fl. 2280;

    • zand: fl. 2320

Bijlage 19 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakket: Algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de verzameling beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 25 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, graspieper, krakeend, kuifeend, wintertaling, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

  • de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

  • de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

  • werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

  • bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

  • i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

  • ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

  • iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij de Dienst Regelingen melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 5 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 52,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Bijlage 20 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakket: Belangrijk algemeen weidevogelgebied

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 50 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik,wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 20 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

  • de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

  • de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

  • werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

  • bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

  • i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

  • ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

  • iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij de Dienst Regelingen melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 5 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 72,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Bijlage 21 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakket: Soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 75 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 35 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

  • de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

  • de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

  • werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

  • bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

  • a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

    • i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

    • ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

    • iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

  • b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij de Dienst Regelingen melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 5 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 92,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Bijlage 22 [Vervallen per 01-01-2007]

Bijlage 22 Beheerspakket: Zeer soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken.

2. In de beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 100 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier, waarvan ten minste 50 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdief, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier.

3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen.

4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat:

  • de aanwezige nesten worden gemarkeerd,

  • de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,

  • werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en

  • bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.

5. Bij de aanvraag kan:

  • a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat:

    • i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,

    • ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of

    • iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.

  • b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17.

6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij de Dienst Regelingen melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 5 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid.

7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha.

8. De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijze van beheer als bedoeld in onderdeel 3 is gelijk aan de in onderdeel 3 genoemde bijlagen opgenomen bedragen.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de maatregelen genoemd in onderdeel 4 bedraagt € 112,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder i, bedraagt € 262,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder ii, bedraagt € 273,–.

De beheersbijdrage per hectare per jaar voor de wijzen van beheer als bedoeld in onderdeel 5, subonderdeel a, onder iii, bedraagt € 273,–.

Bijlage 23 [Vervallen per 01-01-2007]

Beheerspakket: Faunarand

1. De beheerseenheid grenst aan bouwland.

2. In de beheerseenheid komt in elk jaar van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend in ieder geval gedurende de periode van 1 mei tot 1 maart daarop volgend de volgende begroeiing voor: grasachtige vegetaties, kruiden, granen (geen maïs), of mengsels van deze drie. De begroeiing mag ontstaan door inzaai dan wel spontane ontwikkeling. Graanstoppels worden niet als begroeiing aangemerkt.

3. De beheerseenheid is ten minste 6 meter en ten hoogste 12 meter breed en ten minste 50 meter lang.

4. Er is één maaibeurt toegestaan. Deze moet vallen in de periode van 15 juli tot 15 september. Ten hoogste de helft van de beheerseenheid mag gemaaid worden.

5. Mechanische en chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid. De faunarand mag niet bemest worden en er mag geen bagger worden opgebracht. Gebruik van de faunarand als wendakker is niet toegestaan.

Beheersbijdrage: € 1292,– per hectare per jaar

Bijlage 24. Beheerspakket : Roulerend graandeel [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. In het zesde jaar zijn op het gedeelte waar dat jaar graan staat tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

3. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot en op tenminste 50% hiervan wordt jaarlijks graan, met uitzondering van maïs, verbouwd.

4. In het gedeelte waarin graan wordt verbouwd, vindt geen bemesting plaats en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan.

5. Pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid is toegestaan.

6. In het gedeelte waarin graan wordt verbouwd is mechanische onkruidbestrijding in de periode van 1 april tot de oogst niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 920,-

Bijlage 25. Beheerspakket : Chemie- en kunstmestvrij [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt tenminste 3 van de 6 jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

4. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

5. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot.

6. Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1280,-

Bijlage 26. Beheerspakket: Akkerfauna [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 20 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 10 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 1 van de soorten slofhak en kleine leeuwenklauw.

4. De beheerseenheid is ten minste 0.5 ha. groot.

5. Op de beheerseenheid wordt tenminste vijf van de zes jaren graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

6. In de jaren waarin graan wordt verbouwd, is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan.

7. Pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid is toegestaan.

8. Mechanische onkruidbestrijding en grondbewerking zijn gedurende de periode van 1 april tot de oogst niet toegestaan.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1270,-.

Bijlage 27. Beheerspakket : Akkerflora vollevelds [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot en in gebruik als bouwland.

2. Op de beheerseenheid wordt in het zesde jaar graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

3. In het zesde jaar zijn op de beheerseenheid tenminste 25 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 15 inheemse plantensoorten per 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 2 van de 3 volgende soorten: korensla, slofhak en kleine leeuwenklauw.

4. Op de beheerseenheid wordt tenminste vijf van de zes jaren graan, niet zijnde maïs, verbouwd.

5. In de jaren waarin graan wordt verbouwd, vindt er in de beheerseenheid geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.

6. Bemesting is niet toegestaan afgezien de toepassing van ruige mest ten hoogste 2 van de 6 jaar.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1260,-.

Bijlage 28. Beheerspakket : Akkerflora randen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid grenst aan een terrein dat in gebruik is als bouwland.

2. In het zesde jaar zijn tenminste 25 inheemse plantensoorten in een vlak van 25m2 aanwezig. Voor zandgronden met een grondwatertrap VI of VII, geldt dat tenminste 15 inheemse plantensoorten in een vlak van 25 m2 aanwezig dienen te zijn, waarvan ten minste 2 van de 3 volgende soorten: korensla, slofhak en kleine leeuwenklauw.

3. Op de beheerseenheid wordt alle jaren graan, met uitzondering van mais, verbouwd.

4. In de beheerseenheid vindt geen mechanische onkruidbestrijding plaats vanaf het zaaien tot de oogst en is het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden met akkerdistel, ridderzuring of kleefkruid.

5. Bemesting van de beheerseenheid is niet toegestaan.

6. De beheerseenheid heeft een breedte van ten minste 3 meter en ten hoogste 12 meter en een lengte van ten minste 50 meter.

Beheersbijdrage per ha per jaar: fl. 1220,-

Bijlage 28a. Beheerspakket: Hamsterpakket [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot.

2. Op de beheerseenheid vindt geen grondbewerking plaats dieper dan 10 centimeter.

3. Hamstermengsel bestaat uit: 15 kilogram rogge, 15 kilogram boekweit of haver, 5 kilogram rode klaver, 4,5 kilogram luzerne, 4 kilogram bloeiende soorten (korenbloem, klaproos, voederwikke, gele ganzebloem), 0,5 kilogram zonnebloem.

4. Op 50% van de oppervlakte wordt wintergraan met luzerne verbouwd en op de overige 50% van de oppervlakte wordt hamstermengsel gezaaid (om en om stroken van maximaal 20 meter breed).

5. De inzaai van wintergraan en luzerne vindt plaats tussen 15 oktober en 1 januari.

6. Voor 1 april wordt 45 kilogram/hectare hamstermengsel gezaaid. Er wordt maximaal 100 kilogram/hectare graan gezaaid in combinatie met 10 kilogram/hectare luzerne. Het inzaaien en het onderwerken van het graan en luzerne vindt op dezelfde dag plaats. De luzerne dient geënt te zijn, indien de laatste twee jaar geen luzerne is verbouwd.

7. 50% van het graan wordt geoogst in de gangbare periode. Hierbij wordt geen stoppelbewerking toegepast tot 15 oktober. De resterende 50% blijft staan tot het voorjaar, waarna hamstermengsel wordt ingezaaid. Het hamstermengsel wordt na 15 oktober afgevoerd. Daarna worden wintergraan en luzerne ingezaaid.

8. De beheerseenheid wordt tenminste drie keer per jaar nagelopen op de aanwezigheid van hamsterburchten (waarvan 1 keer na de graanoogst en 1 keer na afvoer van het hamstermengsel). Het daartoe verstrekte inventarisatieformulier wordt aan de minister toegezonden.

9. In een straal van vijf meter rond de aangetroffen hamsterburchten worden geen werkzaamheden verricht.

10. De zaai- en oogstschema's en de indeling van de beheerseenheid worden gemaakt voor de gehele periode, waarvoor de subsidie is verleend. Ieder jaar vindt wisseling van de teelt plaats op de wijze als bedoeld in het zevende lid.

11. Op de beheerseenheid worden geen bemesting en geen bestrijdingsmiddelen toegepast.

12. De minister kan ontheffing verlenen voor een pleksgewijze mechanische bestrijding van ruigtekruiden.

13. De beheersbijdrage bedraagt € 1967,- per hectare per jaar.

Bijlage 28b. Beheerspakket: Natuurbraak [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

  • 2. In de beheerseenheid komt in elk jaar van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend de volgende begroeiing voor:

    • a. een natuurbraakmengsel dat bestaat uit ten minste twee grassoorten, een graansoort en twee kruidensoorten;

    • b. grasachtige vegetaties; of

    • c. kruiden.

    Het natuurbraakmengsel wordt in ieder geval ingezaaid in het eerste en in het vierde jaar van het tijdvak, uiterlijk op 15 mei van het desbetreffende jaar. De grasachtige vegetaties en kruiden mogen ontstaan door inzaai of spontane ontwikkeling.

  • 3. Het is niet toegestaan bewerkingen uit te voeren met als doel de beheerseenheid onbegroeid te laten.

  • 4. De beheerseenheid wordt ten minste twee keer per jaar gemaaid, waarbij het maaisel niet wordt afgevoerd. De stoppellengte is ten minste 10 cm. 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt gemaaid in de periode van 15 juli tot en met 14 augustus en 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt gemaaid in de periode van 1 november tot en met 31 december. Buiten deze perioden is maaien niet toegestaan.

  • 5. Het is niet toegestaan de beheerseenheid te beweiden, te bemesten of van bagger te voorzien.

  • 6. Mechanische en chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, met uitzondering van pleksgewijze mechanische bestrijding van Akkerdistel, Jacobskruiskruid, Kweek of Ridderzuring.

  • 7. De beheerseenheid is ten minste 0,5 hectare groot en ten minste 5 meter breed.

Bijlage 28c. Beheerspakket: Grasland ten behoeve van overwinterende ganzen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland.

2. Op 1 november is een grassnede aanwezig met een voederwaarde van minimaal 500 kvEM.

3. Maaien om te lang gras te voorkomen is toegestaan na 27 oktober. Na 1 november is maaien en bloten niet toegestaan.

4. Beweiding met melkvee is toegestaan tot 15 november, tenzij de voederwaarde van de grassnede hierdoor niet gerealiseerd wordt. In de periode van 15 november tot en met 1 april is beweiding met melkvee niet toegestaan. Beweiding (uitgezonderd melkvee) is per beheerder vanaf 1 november tot 1 februari toegestaan met maximaal 0,45 GVE/ha (voornamelijk jongvee, paarden en schapen). Voor de bepaling van het aantal GVE/ha wordt uitsluitend de verzameling beheerseenheden waarop dit beheerspakket van toepassing is, meegenomen.

5. Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot en met 1 april binnen de verzameling beheerseenheden handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen of smienten negatief beïnvloeden. Er worden geen handelingen verricht die ganzen of smienten weren of verontrusten.

6. Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan tot 1 februari.

7. De beheerseenheid heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare en maakt deel uit van een verzameling beheerseenheden binnen één foerageergebied met een minimum-oppervlakte van 200 hectare.

Bijlage 28d. Beheerspakket: Bouwland ten behoeve overwinterende ganzen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Gedurende de periode van 1 oktober tot 1 april bestaat de begroeiing uit één van de volgende gewassen: winterkoolzaad, wintertarwe, wintergerst, winterrogge of graszaad.

3. Het is niet toegestaan de beheerseenheid te beweiden. Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot en met 1 april binnen de verzameling beheerseenheden handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen of smienten negatief beïnvloeden. Er worden geen handelingen verricht die ganzen of smienten weren of verontrusten.

4. Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan tot 1 februari.

5. De beheerseenheid heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare en maakt deel uit van een verzameling van beheerseenheden binnen één foerageergebied met een minimum-oppervlakte van 200 hectare.

Bijlage 28e. Beheerspakket: Grasgroenbemester ten behoeve van ganzen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als bouwland.

2. Gedurende de periode van 1 oktober tot 1 februari bestaat de begroeiing uit één van de volgende gewassen: Italiaans raaigras, Engels raaigras, snijrogge of een mengsel van deze gewassen.

3. Op 1 november is een gewas aanwezig met een voedingswaarde van minimaal 500 kVEM.

4. Het is niet toegestaan de beheerseenheid te beweiden. Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot en met 1 april binnen de verzameling beheerseenheden handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen of smienten negatief beïnvloeden. Er worden geen handelingen verricht die ganzen of smienten weren of verontrusten.

5. Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan tot 1 februari.

6. De beheerseenheid heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare en maakt deel uit van een verzameling beheerseenheden binnen één foerageergebied met een minimum-oppervlakte van 200 hectare.

Bijlage 28f. Beheerspakket: Grasgroenbemester maïsland ten behoeve van ganzen [Vervallen per 01-01-2007]

1. De beheerseenheid is in gebruik als maïsland.

2. De grasgroenbemester wordt voor 1 november ingezaaid, bestaande uit één van de volgende gewassen: Italiaans raaigras, Engels raaigras, snijrogge of een mengsel van deze gewassen.

3. Onderploegen van de grasgroenbemester is niet toegestaan voor 1 april.

4. Het is niet toegestaan de beheerseenheid te beweiden. Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot en met 1 april binnen de verzameling beheerseenheden handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen of smienten negatief beïnvloeden. Er worden geen handelingen verricht die ganzen of smienten weren of verontrusten.

5. Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan tot 1 februari.

6. De beheerseenheid heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare en maakt deel uit van een verzameling beheerseenheden binnen één foerageergebied met een minimum-oppervlakte van 200 hectare.

Bijlage 29. Beheerspakket Snelgroeiend loofbos [Vervallen per 01-01-2007]

1. Natuurresultaat: Ten minste 90% van de beheerseenheid bestaat uit bos; En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met een of meer van de volgende boomsoorten: Euramerikaanse populier, schietwilg, Westamerikaanse balsempopulier, zwarte balsempopulier en zwarte populier; En het aantal bomen bedraagt ten minste 400 stuks per hectare.

Minimum oppervlakte, behorende bij pakket snelgroeiend loofbos: 5 hectare.

Beheersbijdrage, behorende bij pakket snelgroeiend loofbos: f. 1200,- per hectare per jaar.

Bijlage 30. Beheerspakket snelgroeiend naaldbos [Vervallen per 01-01-2007]

1. Natuurresultaat: Ten minste 90% van de beheerseenheid bestaat uit bos; En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bezet met een of meer van de volgende boomsoorten: Corsicaanse den, douglas, fijnspar, sitkaspar; En het aantal bomen bedraagt ten minste 2500 stuks per hectare.

Minimum oppervlakte, behorende bij pakket snelgroeiend naaldbos: 5 hectare.

Beheersbijdrage, behorende bij pakket snelgroeiend naaldbos: f. 1200,- per hectare per jaar.

2. de beplanting bestaat niet uit fijnsparren en sitkasparren bestemd om te dienen als kerstbomen.

Bijlage 31. Beheerspakket Landbouw met natuurlijke handicaps [Vervallen per 01-10-2004]

Bijlage 32 [Vervallen per 01-01-2007]

Landschapspakket: Houtkade, houtwal, haag en singel

1. Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90% (zie bijlage 48);

2. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 20 meter breed;

3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60% en mag overstaanders bevatten;

4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 605,74 per hectare per jaar voor de begroeide oppervlakte

Bijlage 33 [Vervallen per 01-01-2007]

Landschapspakket: Bomenrij

1. Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, met uitzondering van wilgsoorten en populieren, met een bedekking van minimaal 90% (zie bijlage 48).

2. Het element bestaat uit maximaal 2 rijen van opgaande bomen.

3. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 10 meter breed.

4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element; het element vrijwaren van beschadiging door vee.

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.

Bijlage 34. Landschapspakket : Landweer [Vervallen per 25-10-2003]

Bijlage 35. Landschapspakket : Singel [Vervallen per 25-10-2003]

Bijlage 36. Landschapspakket : Elzensingel [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een vrijliggend landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen of struiken met een bedekking van ten minste 90% voor ten minste 50% opgaande begroeiing van Zwarte els (Alnus glutinosa);

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60% en mag overstaanders bevatten;

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element.

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage:

ƒ 48,- per 100 meter per jaar voor een singel bij een bedekking van 90% of meer

Bijlage 37. Landschapspakket : Geriefhoutbosje [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een vrijliggend landschapselement met opgaande begroeiing;

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;

3. Het element bestaat uit hakhout met een bedekking van ten minste 60%en mag overstaanders bevatten;

4. Het element is begroeid met inheemse bomen en struiken (zie bijlage 57);

5. instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

6. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

7. [Red: Vervallen.] ;

8. Het afzetten gebeurt direct ten hoogste 0,50 meter boven maaiveld, of indien de stobbe hoger is: direct boven de stobbe.

Beheersbijdrage: ƒ 950,- per hectare per jaar

Bijlage 38. Landschapspakket : Knip- en scheerheg [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met aaneengesloten opgaande begroeiing van struikvormende soorten;

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. Instandhouden van het element: periodiek dubbelzijdig onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

4. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juli en 1 april;

5. Het element wordt ten minste eenmaal per 2 jaar geknipt.

Beheersbijdrage: ƒ 1,75 per strekkende meter per jaar

Bijlage 39. Landschapspakket : Struweelhaag [Vervallen per 25-10-2003]

Bijlage 40 [Vervallen per 01-01-2007]

Landschapspakket: Knotbomen

1. Het is een vrijliggend landschapselement, bestaande uit een rij van ten minste 10 bomen of een groep van ten minste 10 bomen en ten hoogste 20 bomen, waarvan de stam is afgezet op een hoogte van ten minste 1 meter;

2. De onderlinge afstand van de bomen is ten minste 3 meter en ten hoogste 20 meter;

3. De onderlinge afstand tussen de parallelle rijen op een perceel is ten minste 20 meter;

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april.

Beheersbijdrage: € 3,70 per boom per jaar

Bijlage 41. Landschapspakket : Grubbe en holle weg [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een smal, diep ingesneden dal met steile, begroeide wanden;

2. Het element is ten minste 50 meter lang;

3. In geval van opgaande begroeiing dient sprake te zijn van inheemse bomen of struiken (zie bijlage 48);

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

6. De begroeiing van de taluds wordt jaarlijks gemaaid (maaisel afvoeren) indien de begroeiing bestaat uit grasachtige of kruidige vegetaties.

Beheersbijdrage: ƒ 2.335,- per hectare talud per jaar

Bijlage 42. Landschapspakket : Hoogstamboomgaard [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een boomgaard met fruit- of notenbomen (appel, peer, pruim, kers, walnoot). Het aantal walnotenbomen is ten hoogste 10% van het totaal aantal bomen in de boomgaard;

2. De boomgaard heeft een oppervlakte van ten minste 25 are, met een dichtheid van ten minste 50 en ten hoogste 200 bomen per hectare;

3. Volgroeide bomen zijn ten minste 4 meter hoog;

4. Instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element. Voor instandhoudingsbemesting is uitsluitend het gebruik van ruige mest, uitgezonderd pluimveemest, of kalk toegestaan;

5. Boomgaard jaarlijks maaien of begrazen;

6. Indien het appel of peer betreft worden de fruitbomen ten minste eenmaal per twee jaar gesnoeid.

Beheersbijdrage: ƒ 20,- per boom per jaar

Bijlage 43. Landschapspakket : Eendenkooi [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een installatie, die als eendenkooi is geregistreerd in de Openbare Registers, bestaande uit een kooiplas en omringend struweel of bos;

2. Instandhouden van het element als vanginstallatie voor eendachtigen.

3. De beheerseenheid is maximaal 4 hectare groot.

4. Pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia is toegestaan.

Beheersbijdrage: ƒ 3.291,- per hectare per jaar

Bijlage 44. Landschapspakket : Poel [Vervallen per 01-01-2007]

1. Ten minste 80% van de oppervlakte van het element bestaat uit open water;

2. Het element heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 en ten hoogste 50 are, tenzij het een voortplantingspoel voor amfibieën in het heuvelland betreft;

3. De waterdiepte in de diepste delen is in de periode van 1 oktober tot 1 april ten minste 0,5 meter

4. Instandhouden van het element: het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee dat de aan het element grenzende percelen beweidt;

6. Schoningswerkzaamheden, voor zover nodig, alleen verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.

Beheersbijdrage:

ƒ 90,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte tot 75 m2

ƒ 140,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte van 75 tot 175 m2

ƒ 170,- per poel per jaar bij een poel-oppervlakte van 175 m2 of meer

Bijlage 45. Landschapspakket : Rietzoom en klein rietperceel [Vervallen per 01-01-2007]

1. De begroeiing van het element bestaat voor ten minste 90% uit riet;

2. Het element is ten minste 5 en ten hoogste 50 are groot;

3. Ten minste 10 en ten hoogste 20% riet is tussen een en twee jaar oud;

4. instandhouden van het element: het element vrijwaren van beschadiging door vee; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van het element;

5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 september en 1 april;

6. Ten minste 80 en ten hoogste 90% van het riet wordt jaarlijks gemaaid.

Beheersbijdrage:

ƒ 1.100,- per hectare per jaar voor rijland

ƒ 1.530,- per hectare per jaar voor vaarland.

Bijlage 46. Landschapspakket : Raster [Vervallen per 01-01-2007]

1. Het is een veekerend raster t.b.v. een landschapselement;

2. Er is sprake van een beschikking landschapssubsidie voor het landschapselement voor één of meer van de landschapspakketten in de bijlagen 32 tot en met 41 en 43 tot en met 45.

3. Het raster bevindt zich op zodanige afstand van het landschapselement, dat schade door vraat en betreding wordt voorkomen;

4. Instandhouden van een veekerend raster;

5. Jaarlijks worden zo nodig overhangende takken, die de instandhouding van het raster bedreigen, verwijderd.

Beheersbijdrage: ƒ 0,93 per meter per jaar

Bijlage 47. Mestafzetgebied [Vervallen per 01-01-2007]

Het landsdeel, dat wordt gevormd en omsloten door het grondgebied van de gemeenten Hardenberg, Ommen, Nieuwleusen, Zwolle, Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo, Putten, Nijkerk, Amersfoort, Soest, Zeist, Driebergen-Rijssenburg, Wijk bij Duurstede, Amerongen, Rhenen, Kesteren, Dodewaard, Druten, West Maas en Waal, Wamel, Lith, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Geertruidenberg, Drimmelen, Oosterhout, Breda, Etten-Leur, Rucphen en Roosendaal, de rijksgrens met België en de Rijksgrens met Duitsland.

Beheersbijdragen mestafzetgebied (Bedragen in gulden per ha. per jaar, onderscheiden naar grondsoort)    

Bijlage

Beheerspakket

veen

klei

zand

6

Ontwikkeling kruidenrijk grasland

1930

2220

2280

7

Instandhouding kruidenrijk grasland

2150

2450

2500

8

Bont hooiland

2400

2700

2760

9

Bonte hooiweide

2160

2700

2760

10

Kruidenrijk weiland

1930

2220

2280

11

Bont weiland

2400

2700

2760

12

Bonte weiderand

2470

2780

2840

13

Bonte hooirand

2470

2780

2840

14

Kruidenrijke zomen

4090

4420

4470

15

Landschappelijk waardevol grasland

860

910

1040

16a

Weidevogelgrasland met rustperiode

1 april tot 1 juni

1000

660

790

16b

Weidevogelgrasland met rustperiode

1 april tot 8 juni

1120

1050

1230

16c

Weidevogelgrasland met rustperiode

1 april tot 15 juni

1370

1460

1580

16d

Weidevogelgrasland met rustperiode

1 april tot 22 juni

1490

1570

1670

17

Vluchtheuvels voor weidevogels

1370

1460

1580

18a

Plas-dras voor broedende en trekkende weidevogels,

inundatieperiode 15 febr. – 15 april

1680

1800

1920

18b

Plas-dras voor broedende en trekkende weidevogels,

inundatieperiode 15 febr. – 15 mei

2350

2510

2610

19

Algemeen weidevogelgebied

260

240

260

20

Belangrijk algemeen weidevogelgebied

340

310

340

21

Soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

440

450

490

22

Zeer Soortenrijk weidevogelgebied met kritische soorten

540

550

600

Bijlage 48. Inheemse bomen en struiken [Vervallen per 01-01-2007]

Aalbes, Amandelwilg, Appel, Bastaardbosbes, Beredruif, Beuk, Bezemdophei, Bittere wilg, Bitterzoet, Blauwe bosbes, Bosrank, Bosroos, Boswilg, Braamsoorten, Brem, Duindoorn, Duinroos, Kruising van Eenstijlige en Tweestijlige meidoorn, Eenstijlige meidoorn, Egelantier, Fladderiep, Framboos, Gagel, Gladde iep, Gaspeldoorn, Gelderse roos, Gele kornoelje, Geoorde wilg, Gewone dophei, Gewone es, Gewone esdoorn, Gewone vlier, Grauwe abeel, Kruising van Grauwe en Geoorde wilg, Grauwe wilg, Grove den, Haagbeuk, Hazelaar, Heggeroos, Hollandse linde, Hondsroos, Hulst, Jeneverbes, Katwilg, Kruising van Katwilg en Grauwe wilg, Kleinbloemige roos, Klimop, Kruising van Koraalmeidoorn en Tweestijlige meidoorn, Koraalmeidoorn, Kraagroos, Kraaihei, Kraakwilg, Krent, Kruipbrem, Kruipwilg, Kruisbes, Laurierwilg, Lavendelhei, Maretak, Mispel, Peer, Ratelpopulier, Rijsbes, Rode bosbes, Rode dophei, Rode kamperfoelie, Rode kornoelje, Rode paardekastanje, Rood peperboompje, Rossige wilg, Ruwe berk, Ruwe iep, Kruising van Schietwilg en Kraakwilg, Schietwilg, Sleedoorn, Spaanse aak, Sporkehout, Stekelbrem, Struikhei, Tamme kastanje, Taxus, Trosbes, Trosvlier, Tweestijlige meidoorn, Verfbrem, Viltroos, Vogelkers, Wegedoorn, Wilde kamperfoelie, Wilde kardinaalmuts, Wilde liguster, Wilde lijsterbes, Wilde peer, Kruising van Wintereik en zomereik, Wintereik, Winterlinde, Witte els, Witte paardekastanje, Wollige sneeuwbal, Zachte berk, Zoete kers, Zomereik, Zomerlinde, Zuurbes, Zwarte bes, Zwarte els, Zwarte populier.

Bijlage 49. Overeenkomst tussen de beheerder, de subsidieaanvrager en de Staat der Nederlanden ter uitvoering van artikel 4 van Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. [Vervallen per 01-01-2007]

Hierbij komen:

ondergetekende sub 1, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd] [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen de beheerder,

ondergetekende sub 2, [naam, voorletters], [woonachtig] / [gevestigd] [straatnaam, huisnummer] te [postcode, woonplaats], hierna te noemen de subsidieaanvrager,

de Staat der Nederlanden, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

ter uitvoering van het bepaalde in artikel 4 van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer in verband met de beschikking tot subsidieverlening van [datum] onder [nummer] aan de subsidieaanvrager overeen dat:

de subsidieaanvrager hierbij het recht op uitbetaling van subsidies en voorschotten, die in verband met voornoemde beschikking zijn of worden verleend, bevoorschot, of vastgesteld aan de beheerder overdraagt;

de beheerder zich verbindt tot de nakoming van de verplichtingen waartoe de subsidieaanvrager is gehouden;

de beheerder zich verbindt bij overdracht van het gebruiksrecht van de verkrijger te bedingen dat deze, vanaf het moment van verkrijging, de verplichtingen nakomt waartoe de subsidieaanvrager is gehouden en zulks ook van zijn rechtsopvolger zal bedingen;

de beheerder zich borgstelt jegens de Staat der Nederlanden voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten in verband met voornoemde beschikking tot subsidieverlening.

Deze overeenkomst wordt na ondertekening door de ondergetekenden sub 1 en sub 2 toegezonden aan de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden. De Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit draagt er zorg voor dat de beheerder en de subsidieaanvrager een afschrift ontvangen.

Gedaan te [woonplaats] op [datum]

De beheerder

[naam

[handtekening]

De subsidieaanvrager

[naam

[handtekening]

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

voor deze,

de Teammanager Dienst Regelingen

[naam

[handtekening]

Bijlage 50 [Vervallen per 01-01-2007]

Maximumbedrag aan inrichtingssubsidie per hectare per jaar:

Voor het begrotingsjaar 2005:

€ 7.119,– voor beheerspakketten;

€ 10.170,– voor landschapspakketten.

Voor het begrotingsjaar 2006:

€ 7.219,– voor beheerspakketten;

€ 10.312,– voor landschapspakketten.

Voor het begrotingsjaar 2007:

€ 7.315,– voor beheerspakketten;

€ 10.449,– voor landschapspakketten.

Bijlage 51 [Vervallen per 01-01-2007]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Dienst Regelingen en wordt geplaatst op www.hetlnvloket.nl.]