Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

PODACS-regeling

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, nrs. EIB99/N85874 en 791049/599/JvD, houdende aanwijzing en regels over het gebruik van het politie-datacommunicatiesysteem

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie,

Gelet op artikel 3 eerste en derde lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;

Besluiten:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) de politie:

het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;

b) de minister:

de Minister van Veiligheid en Justitie;

c) het politiedatacommunicatiesysteem (PODACS):

het geheel van verbindingen, knooppunten en netwerkaansluitingen tot en met de koppelvlakken dat bestemd is voor de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen tussen uitsluitend:

  • i) organisatieonderdelen van de politie;

  • ii) de politie en organisaties en instanties, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage;

d) de PODACS-beheerder:

de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

e) het koppelvlak:

de interface op een PODACS netwerkaansluiting waarop:

  • i) de politie;

  • ii) een organisatie of instantie, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage; haar netwerkapparatuur aansluit.

f) PODACS componenten:

apparatuur, programmatuur of verbindingen van het PODACS.

g) een politielocatie:

een ruimte permanent of tijdelijk ingericht ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden van de politie waarbinnen technische en organisatorische voorzieningen zijn getroffen teneinde het uitsluitende gebruik van de ruimte door ambtenaren van de politie zeker te stellen;

h) een gemeenschappelijke locatie:

een ruimte ingericht ten behoeve van permanente, periodieke of tijdelijke samenwerking tussen de politie en andere organisaties betrokken bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid waarbinnen technische en organisatorische voorzieningen zijn getroffen teneinde het uitsluitende gebruik van de ruimte door dit samenwerkingsverband zeker te stellen.

i) een overige locatie:

een ruimte, niet zijnde een politielocatie of gemeenschappelijke locatie.

j) een kiesverbinding:

een op initiatief van een partij per communicatiesessie gedefinieerde, tijdelijke verbinding tussen twee partijen.

Paragraaf 2. Gebruik van het PODACS

Artikel 2

  • 1 De politie maakt bij de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen binnen de eigen organisatie en met de organisaties en instanties die worden genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, uitsluitend gebruik van het PODACS.

  • 2 Indien de politie door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen geautomatiseerd gegevens wil uitwisselen met niet op het PODACS toegelaten derden kan zij:

    • a) de minister verzoeken de uitwisseling van gegevens door de politie met deze derden via het PODACS toe te staan of;

    • b) zelf een verbinding met deze derden realiseren onder de voorwaarde dat de verbinding en de hierbij toegepaste apparatuur te allen tijde fysiek gescheiden blijft van het datacommunicatienetwerk van de politie.

  • 3 Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onder a, door de minister wordt ingewilligd, wordt de toe te laten organisatie of instantie aan de in de bijlage van deze regeling opgenomen lijst van organisaties en instanties toegevoegd.

Artikel 3

In afwijking van artikel 2, eerste lid, voor zover het betreft de Koninklijke Marechaussee, en in afwijking van artikel 2, tweede lid, onder b, voor zover het betreft de regionale en gemeentelijke brandweerkorpsen en de ambulancediensten waaraan krachtens de Tijdelijke wet ambulancezorg vergunning is verleend, mogen verbindingen van het regionale datacommunicatienetwerk van de politie met datacommunicatienetwerken van de Koninklijke Marechaussee en de regionale en gemeentelijke brandweerkorpsen en de ambulancediensten buiten het PODACS worden gerealiseerd onder de voorwaarden dat:

  • a) deze verbindingen uitsluitend ten behoeve van noodzakelijke integratie en coördinatie van werkzaamheden van de politie met werkzaamheden van de in de aanhef van dit artikel genoemde organisaties worden gerealiseerd;

  • b) het datacommunicatienetwerk van de politie te allen tijde logisch gescheiden blijft van de ten behoeve van het samenwerkingsverband gerealiseerde verbindingen met netwerken van de in de aanhef van dit artikel genoemde organisaties, en

  • c) door de korpschef voorzieningen worden getroffen teneinde logische scheiding als bedoeld in onderdeel b, zeker te stellen.

Artikel 4

Ten behoeve van de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, beschikt elke regionale en landelijke eenheid over minimaal twee koppelvlakken op het PODACS.

Artikel 5

De PODACS-beheerder draagt ervoor zorg dat het PODACS voldoet aan:

  • a) het door de minister vastgestelde beleid ten aanzien van de informatiebeveiliging en;

  • b) de betrouwbaarheidseisen die aan het PODACS gesteld worden voortkomend uit de door de minister in samenwerking met de politie periodiek uit te voeren afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse van het PODACS.

Paragraaf 3. Eisen aan het datacommunicatienetwerk van de politie

Artikel 6

De korpschef draagt ervoor zorg dat het datacommunicatienetwerk van de politie alleen voorziet in verbindingen tussen de onderscheidenlijke politielocaties.

Artikel 7

  • 1 In afwijking van artikel 6 van deze regeling kan de korpschef bepalen dat het datacommunicatienetwerk van de politie voorziet in verbindingen met:

    • a) gemeenschappelijke locaties of;

    • b) overige locaties.

  • 2 De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf gemeenschappelijke locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:

    • a) de toegang wordt beperkt tot tijden dat op deze locaties personeel aanwezig is;

    • b) de toegang wordt voorbehouden aan personen die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;

    • c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie op basis van een persoonlijke toegangscode en;

    • d) de verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.

  • 3 De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf overige locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:

    • a) de toegang wordt beperkt tot tijden waarop en de periode waarin de toegang noodzakelijk is;

    • b) de toegang wordt voorbehouden aan personen werkzaam bij of voor de politie die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;

    • c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie die plaatsvindt op basis van een combinatie van een persoonlijke toegangscode en een persoonlijk fysiek verificatiemiddel en

    • d) de overeenkomstig dit artikel verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.

Artikel 8

  • 1 Indien bij verbindingen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7, gebruik wordt gemaakt van kiesverbindingen worden er voorzieningen getroffen ter beveiliging van deze netwerktoegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie.

  • 2 Deze voorzieningen houden ten minste in:

    • a) adequate verificatie van de kiesverbinding;

    • b) sterke wederzijdse authenticatie tussen de op de kiesverbinding aangesloten netwerkapparatuur van de communicerende partijen;

    • c) uitgebreide vastlegging van netwerkhandelingen en

    • d) jaarlijkse analyse van de vastgelegde netwerkhandelingen als bedoeld onder c.

Artikel 9

  • 2 Over de in het eerste lid bedoelde controle wordt aan de korpschef verslag uitgebracht.

Paragraaf 4. PODACS componenten

Artikel 10

De korpschef draagt ervoor zorg dat PODACS componenten die zich binnen een politielocatie bevinden adequaat worden beveiligd tegen ongeautoriseerde fysieke toegang, het wegvallen van ondersteunende voorzieningen, brand, wateroverlast en natuurgeweld.

Paragraaf 5. Maatregelen

Artikel 11

Indien de korpschef niet of niet volledig toepassing geeft aan deze regeling, waardoor het beveiligingsniveau van het PODACS wordt of kan worden aangetast, kan de minister beveiligingsmaatregelen nemen.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: PODACS-regeling.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijbehorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 oktober 1999

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper

De

Minister

van Justitie,

A.H. Korthals

Bijlage behorend bij artikel 2

De politie maakt, bij de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatie-voorzieningen, met de in deze bijlage opgenomen organisaties en instanties uitsluitend gebruik van het PODACS.

  • 1. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • 2. de Douane;

  • 3. Europol (via CRI);

  • 4. het Gemeentelijke Bevolkingsadministratie-netwerk (GBA-netwerk);

  • 5. Interpol;

  • 6. het Ministerie van Veiligheid en Justitie: het bestuursdepartement, de daaronder ressorterende diensten en instanties zoals:

    • a) Centraal Justitie Incasso Bureau (CJIB);

    • b) Gerechtelijke laboratoria;

    • c) Immigratie en Naturalisatiedienst (IND);

    • d) Openbaar ministerie;

    • e) Raad voor de Kinderbescherming (RVK).

  • 7. het Kustwachtcentrum;

  • 8. Nationaal Coördinatiecentrum (NCC);

  • 9. [Red: vervallen;]

  • 10. Politie Adviescentrum In Pact;

  • 11. Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW);

  • 12. Koninklijke Marechaussee;

  • 13. de ECD/FIOD (Economische Controle Dienst/ Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën;

  • 14. de AID (Algemene inspectie Dienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • 15. de DRZ (Dienst Recherche Zaken) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • 16. het Directoraat-generaal Politie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;

  • 17. de AI (Arbeidsinspectie) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • 18. de DPC/VV (Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken, afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken;

  • 19. de SIOD (de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • 20. het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie (LSOP);

  • 21. de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • 22. het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht (EOCKL), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie;

  • 23. Het Bureau ABD Politietop, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • 24. de rijksrecherche, werkzaam onder verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal.