KruimelpadGeldend op 09-02-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 5 maart 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99 210113, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;
Gelet op de artikelen 1.2, tweede lid, 2.2, derde lid, 2.3, tweede, vijfde en zesde lid, 2.4, tweede, derde en vierde lid, 2.7, vierde lid, 2.9, eerste lid, 3.30, 5.11, en 5.16, tweede lid, van de Wet luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 21 mei 1999, nr. W09.99.0097/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 15 juli 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99.210417, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
AFIS: onderdeel van luchtverkeersdienstverlening dat voorziet in het geven van inlichtingen die tot doel hebben een veilig en geregeld verloop van het luchthavenverkeer op daartoe door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen luchthavens (Aerodrome Flight Information Service);
AML: bewijs van bevoegdheid voor onderhoudstechnicus (Aircraft Maintenance Licence);
ATPL: bewijs van bevoegdheid voor verkeersvlieger (Airline Transport Pilot Licence);
CFEL: bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige (Cockpit Flight Engineer Licence);
CRI: klassebevoegdverklaring instructeur (Class Rating Instructor);
CPL: bewijs van bevoegdheid voor beroepsvlieger (Commercial Pilot Licence);
CSR: bevoegdverklaring voor landbouwvliegen (Crop Spraying Rating);
FB: categorie vrije ballonnen (free balloons);
FI: bevoegdverklaring vlieginstructeur (Flight Instructor);
grondverkeer: alle verkeer op een landingsterrein met uitzondering van startend en landend verkeer;
helikopter: gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen;
ICAO-locatie-indicator: de uit vier letters bestaande code die is samengesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie overeenkomstig in haar handboek DOC 7910 gegeven regels en is toegewezen aan de locatie van een vast luchtverkeersstation;
IFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement;
IR: bevoegdverklaring instrumentvliegen (Instrument Rating);
IRI: instructeur instrumentvliegen (Instrument Rating Instructor);
JAA: Joint Aviation Authorities;
JAA-land: land waarvan de burgerluchtvaartautoriteit de JAA-overeenkomst van 11 september 1990 heeft getekend;
JAR: Joint Aviation Requirements;
JAR-FCL 1: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 2: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor bestuurders van helikopters, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 3: regeling inzake medische eisen voor bemanningen van luchtvaartuigen, opgesteld door de JAA;
JAR-FCL 4: regeling inzake bewijzen van bevoegdheid voor boordwerktuigkundigen van vliegtuigen, opgesteld door de JAA;
leerling-luchtverkeersleider: persoon, bevoegd tot het geven van luchtverkeersdienstverlening onder toezicht van een bevoegde praktijkinstructeur;
LPE: taalvaardigheidsaantekening (language proficiency endorsement);
luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;
luchtvaartgrondstation: een radiozend- en ontvangstation op een vaste plaats op de grond dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
luchthaveninformatie:
1. informatie overeenkomend met de betekenis van de in de Regeling seinen opgenomen grondtekens die op de luchthaven zijn uitgelegd,
2. informatie van windrichting of sterkte, verkregen uit ter beschikking staande middelen, zoals windmeter en windzak,
3. informatie omtrent omstandigheden die het gebruik van de luchthaven kunnen beperken,
4. informatie over luchtverkeersactiviteiten op en in de nabijheid van de luchthaven,
5. informatie over de te volgen taxiprocedures, of
6. informatie over de te gebruiken parkeerplaatsen;
luchthaveninformatieverstrekker: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is luchthaveninformatie te verstrekken;
luchtverkeersleider: persoon, bevoegd tot het geven van luchtverkeersdienstverlening als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
ME: meermotorig (Multi Engine);
MCC: vluchtuitvoering door een meerhoofdige bemanning die samenwerkt als team en geleid wordt door de eerste bestuurder (Multi-Crew Co-operation);
MCCI: Multi-Crew Co-operation Instructor;
MLA: land-, amfibie- of watervliegtuig met niet meer dan twee zitplaatsen, een overtreksnelheid die niet hoger is dan 35.1 knopen gekalibreerde luchtsnelheid, en een maximum startmassa van niet meer dan:
300 kg voor een landvliegtuig, eenzitter;
450 kg voor een landvliegtuig, tweezitter;
330 kg voor een amfibie- of watervliegtuig, eenzitter, of
495 kg voor een amfibie- of watervliegtuig, tweezitter, mits een micro light die als watervliegtuig en als landvliegtuig gebruikt kan worden binnen beide daarvoor geldende massalimieten valt (Micro Light Aeroplane)
MOA: erkenning als bedoeld in verordening (EG) nr. 2042/2003, Part 145 (Maintenance Organisation Approval);
MOA-F: erkenning als bedoeld in verordening (EG) nr. 2042/2003, Part M (Maintenance Organisation Approval-F);
mobiel luchtvaartstation: een radiozend- en ontvangstation op de grond, niet op een vaste plaats, dat werkt in de luchtvaartmobiele of luchtvaartnavigatiefrequentiebanden;
MPL: meervliegervliegbewijs voor vliegtuigen (Multi-crew Pilot Licence);
multi-pilot: gecertificeerd voor ten minste twee bestuurders;
night qualification: bevoegdverklaring VFR-nachtvliegen;
Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Part-M: deel betreffende de blijvende luchtwaardigheid van EASA-luchtvaartuigen (bijlage 1 bij de verordening (EG) nr. 2042/2003);
Part-66: deel betreffende trainings- en exameneisen voor onderhoudspersoneel (bijlage 3 bij de verordening (EG) nr. 2042/2003);
Part-66-AML: bewijs van bevoegdheid krachtens Part-66;
Part-145: Part betreffende erkende onderhoudsbedrijven (bijlage 2 bij de verordening (EG) nr. 2042/2003);
PPL: bewijs van bevoegdheid voor privévlieger (Private Pilot Licence);
RFI: bevoegdverklaring recreatief vlieginstructeur (Recreational Flight Instructor);
RPL: bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger (Recreational Pilot Licence);
RT: bevoegdverklaring radiotelefonie;
R.T.L.: Regeling Toezicht Luchtvaart;
schermvliegtuig: zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
SE: eenmotorig (Single-Engine);
sector: een deel van een luchtverkeersleidingsgebied of van een vluchtinformatiegebied;
SFI: instructeur STD (Synthetic Flight Instructor);
single-pilot: gecertificeerd voor één bestuurder;
STI: instructeur vluchtnabootser (Synthetic Training Instructor);
TMG: motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);
TRI: typebevoegdverklaring instructeur (Type Rating Instructor);
verdrag: Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973. 109);
verordening (EG) nr. 2042/2003: verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315);
VFR-vlucht: vlucht als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement;
vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;
vluchtinformatieverstrekker: persoon, bevoegd tot het geven van advies, inlichtingen en alarmering aan luchtverkeer of grondverkeer;
vrije ballon: luchtvaartuig, lichter dan lucht, niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht en bestemd om ten minste één persoon te vervoeren;
wet: Wet luchtvaart;
zeilvliegtuig: zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor;
zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel.
2. Een wijziging van JAR-FCL 1 tot en met 4 gaat voor de toepassing van dit besluit en de krachtens dit besluit vastgestelde regelingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Van overeenkomstige toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zijn:
a. Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79), en
b. Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315), met dien verstande dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld.
1. Onze Minister kan de volgende bewijzen van bevoegdheid afgeven:
a. RPL, dat de bevoegdheid geeft, niet tegen vergoeding, op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig, dat gecertificeerd is of luchtwaardig is bevonden voor maximaal 4 inzittenden, tijdens vluchten zonder baat, onder de volgende beperkingen:
1°. alleen tijdens VFR-vluchten;
2°. alleen tijdens de daglichtperiode als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement, en
3°. niet met passagiers, tenzij de houder ten minste tien uur ervaring heeft als gezagvoerder van een luchtvaartuig van dezelfde categorie of met dezelfde bijzondere bevoegdverklaring en de houder in de voorafgaande negentig dagen ten minste drie starts en drie landingen heeft uitgevoerd als gezagvoerder van een luchtvaartuig van dezelfde categorie en met dezelfde bijzondere bevoegdverklaring;
b. PPL als bedoeld in JAR-FCL 1 en 2, subdeel C, met de bevoegdheden en onder de voorwaarden genoemd in JAR-FCL 1.110 en JAR-FCL 2.110;
c. CPL als bedoeld in JAR-FCL 1 en 2, subdeel D, met de bevoegdheden en onder de voorwaarden, bedoeld in JAR-FCL 1.150 en JAR-FCL 2.150;
d. ATPL als bedoeld in JAR-FCL 1 en 2, subdeel G, met de bevoegdheden en onder de voorwaarden, bedoeld in JAR-FCL 1.275 en JAR-FCL 2.275;
e. CFEL, dat de bevoegdheid geeft op te treden als boordwerktuigkundige van een luchtvaartuig;
f. AML, dat, voorzien van één of meer bijzondere bevoegdverklaringen de bevoegdheid geeft tot het onderhouden van luchtvaartuigen en het toezicht daarop, alsmede het vrijgeven voor gebruik van die luchtvaartuigen na dat onderhoud;
g. Part-66-AML, dat voorzien van een of meer bijzondere bevoegdverklaringen:
1°. de bevoegdheid geeft tot het onderhouden van luchtvaartuigen en het toezicht daarop, alsmede het vrijgeven voor gebruik van die luchtvaartuigen na dat onderhoud, binnen de grenzen gesteld in Part-M; en
2°. in combinatie met een daartoe strekkende bevoegdverklaring van de houder van een MOA of een MOA-F de bevoegdheid geeft tot het afgeven van certificaten van vrijgave voor gebruik van luchtvaartuigen namens de houder van die erkenning na onderhoud aan die luchtvaartuigen;
h. MPL als bedoeld in JAR-FCL 1, subdeel K, met de bevoegdheden en onder de voorwaarden, bedoeld in JAR-FCL 1.510, 1.520, 1.525 en de bijlage behorende bij JAR-FCL 1.520 en 1.525.
2. Een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgegeven voor de volgende categorieën luchtvaartuigen:
vliegtuigen | helikopters | zweeftoestellen | vrije ballonnen | luchtschepen | andere categorieën luchtvaartuigen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
(A) | (H) | (G) | (FB) | (AS) | (OA) | |
RPL | x | x | x | x | ||
PPL | x | x | x | |||
CPL | x | x | x | x | x | |
ATPL | x | x | x | |||
CFEL | x | x | x | x | ||
AML | x | x | x | x | ||
Part-66- AML | x | x | ||||
MPL | x |
3. Een voor de categorie vrije ballonnen afgegeven CPL geeft de bevoegdheid tegen vergoeding op te treden als bestuurder van een vrije ballon die luchtwaardig is bevonden, onder de volgende beperkingen:
a. alleen tijdens VFR-vluchten, en
b. vaart bij nacht is slechts toegestaan, indien de houder ten minste twee opstijgingen bij nacht met een gemiddelde duur van twee uur elk onder toezicht van een bevoegde houder die reeds de nodige ervaring in nachtvaren bezit, heeft uitgevoerd.
4. De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en g, worden afgegeven wanneer ten minste één bijzondere bevoegdverklaring daarop wordt weergegeven.
5. De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid zijn steeds beperkt tot die typen of klassen luchtvaartuigen of tot die werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring is afgegeven.
6. De bewijzen van bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid worden afgegeven voor onbepaalde duur.
1. Aan houders van een RPL kan, onder de krachtens artikel 2.2 van de wet genoemde bijzondere bevoegdverklaringen, al dan niet onder beperkingen naar soort vlucht of ervaring, één of meer van de volgende algemene bevoegdverklaringen worden afgegeven:
a. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst, als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement, of met bestuurders van andere luchtvaartuigen te onderhouden;
b. RFI, dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een:
1. RPL, of
2. bijzondere bevoegdverklaring in een RPL;
2. Aan houders van een PPL, CPL, MPL of ATPL kan, onder de krachtens artikel 2.2 van de wet genoemde bijzondere bevoegdverklaringen, al dan niet onder beperkingen naar soort vlucht of ervaring, een of meer van de volgende algemene bevoegdverklaringen worden afgegeven:
a. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst, als bedoeld in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement, of met bestuurders van andere luchtvaartuigen, te onderhouden;
b. IR als bedoeld in JAR-FCL 1 en 2, subdelen E, met de bevoegdheden en onder de voorwaarden, bedoeld in JAR-FCL 1.180 en JAR-FCL 2.180;
c. CSR, dat de bevoegdheid geeft om een luchtvaartuig te bedienen waarmee stoffen ter bescherming of bevordering van het milieu of de land-, tuin-, of bosbouw vanuit de lucht worden verspreid;
d. FI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 2.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.330 en JAR-FCL 2.320(C);
e. TRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 2.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.360 en JAR-FCL 2.330(A);
f. CRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.375;
g. IRI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 2.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.390 en JAR-FCL 2.340(A);
h. MCCI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.416;
i. SFI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 2.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven als bedoeld in JAR-FCL 1.405 en JAR-FCL 2.350(A);
j. STI, dat de bevoegdheid geeft om, onder de beperkingen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, onderdeel a, en JAR-FCL 2.310, onderdeel a, vliegonderricht te geven, als bedoeld in JAR-FCL 1.419, onderdeel a, en JAR-FCL 2.360(A);
k. night qualification, dat de bevoegdheid geeft om de bevoegdheden van het bewijs van bevoegdheid waarvoor de bevoegdverklaring wordt afgegeven 's nachts uit te voeren, en dat uitsluitend wordt afgegeven aan de houder van een PPL of CPL;
l. LPE als bedoeld in JAR-FCL 1 en 2 met de bevoegdheden en voorwaarden, bedoeld in JAR-FCL 1.010 en JAR-FCL 2.010 en Bijlage 1 bij het verdrag.
3. De bevoegdheden die voortvloeien uit een RT zijn steeds beperkt tot het overeenkomende bewijs van bevoegdheid van de houder.
4. De bevoegdheden die voortvloeien uit een algemene bevoegdverklaring, met uitzondering van de RT, zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor de bevoegdverklaring is afgegeven.
5. Onverminderd het tweede lid, onderdelen a en j, kan aan houders van een CPL(FB) de algemene bevoegdverklaring FI(FB) worden afgegeven dat de bevoegdheid geeft onderricht te geven in het besturen van vrije ballonnen voor:
a. de afgifte van een CPL(FB);
b. VFR-nachtvliegen;
c. de afgifte van een FI(FB).
1.De in artikel 3, eerste en tweede lid, onderdeel a, genoemde bevoegdverklaring wordt voor onbepaalde duur afgegeven.
2.De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel c, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste twee jaar afgegeven.
3.De in artikel 3, tweede lid, onderdelen d tot en met j, en vijfde lid, genoemde bevoegdverklaringen worden voor de duur van ten hoogste drie jaar afgegeven.
4.De geldigheidsduur, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt, indien de bevoegdverklaring niet is afgegeven per de eerste dag van de maand van afgifte, berekend vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de maand van afgifte.
1.De leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een bewijs van bevoegdheid in aanmerking te komen, bedraagt voor:
a. RPL: 16 jaar;
b. CPL(FB): 18 jaar;
c. CFEL: 18 jaar;
d. AML: 18 jaar;
e. Part-66-AML: 18 jaar.
2.De leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een instructeursbevoegdverklaring in aanmerking te komen, bedraagt 18 jaar.
1.Met uitzondering van het tweede lid is de houder van een bewijs van bevoegdheid, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c en d, die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, niet bevoegd op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig tijdens verkeersvluchten.
2.De houder van een bewijs van bevoegdheid, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c en d, die zich bevindt in de leeftijdscategorie tussen 60 en 65 jaar, is uitsluitend bevoegd op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig tijdens verkeersvluchten, indien de bemanning van het luchtvaartuig bestaat uit meerdere houders van deze bewijzen van bevoegdheid en de eerstgenoemde houder de enige is in de hiervoor-genoemde leeftijdscategorie.
1.Met inachtneming van de artikelen 2, 3 en 6 wordt het bewijs van bevoegdheid of de bevoegdverklaring op aanvraag afgegeven aan een ieder die:
a. voldoet aan de bij ministeriële regeling vast te stellen vereisten inzake kennis, bedrevenheid, ervaring en opleiding, en,
b. met uitzondering van de bewijzen van bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g„ en de daarbij behorende bevoegdverklaringen, in het bezit is van een geldige medische verklaring, en,
c. voldoet aan de in JAR-FCL 1.010 , JAR-FCL 2.010 of de in Bijlage 1 bij het verdrag gestelde vereisten inzake het vermogen tot beheersing van de Engelse taal op de niveaus 4, 5 of 6, indien het de aanvraag betreft van een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, waaraan de algemene bevoegdverklaring, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt verbonden.
2.De aanvraag tot afgifte van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring wordt gedaan op een daartoe door Onze Minister verstrekt aanvraagformulier.
3.Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h, van de wet, worden vergoed.
1.Het document waarop het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaring zijn weergegeven wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
2.Onze Minister vernieuwt een document als bedoeld in het eerste lid na afgifte of wederafgifte van een bevoegdverklaring en wanneer de ruimte, bestemd om verlengingen van bevoegdverklaringen aan te tekenen, geheel is ingevuld, en stelt nadere regels met betrekking tot de eisen voor wederafgifte van een bevoegdverklaring.
3.Onze Minister kan een document als bedoeld in het eerste lid vernieuwen, indien het is verloren, indien het onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden, om enige administratieve reden of, naar zijn goeddunken, wanneer een bevoegdverklaring wordt verlengd.
4.Indien een document wegens verlies is vernieuwd en het verloren document wordt teruggevonden, zendt de houder het teruggevonden document zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
5.Indien een document anders dan wegens verlies is vernieuwd, kan Onze Minister de houder opdragen het oorspronkelijke document binnen een week na de datum van verzending van het nieuwe document aan Onze Minister te zenden.
1. Artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de wet is niet van toepassing op:
a. het bedienen van een modelvliegtuig, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kg bedraagt;
b. het bedienen van een ballon, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4.00 kubieke m heeft, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan;
c. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht, en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van een ankerkabel of lijn is verbonden met het aardoppervlak (kabelvlieger);
d. bedienen van een luchtschip, dat op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting heeft van 5.00 m of een inhoud van ten hoogste 4.00 kubieke m;
e. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden gehouden (valschermzweeftoestel);
f. het bedienen van een zeilvliegtuig, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling te stellen voorschriften en beperkingen;
g. het bedienen van een schermvliegtuig onder door Onze Minister bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
h. het bedienen van een ballon, die tijdens het in de lucht houden permanent is bevestigd aan het aardoppervlak (kabelballon);
i. het bedienen van een scherm dat dient om de daalsnelheid van een persoon zodanig te beperken dat deze veilig het aardoppervlak kan bereiken (valscherm);
j. het bedienen van een luchtvaartuig onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen op een zodanige wijze dat de instructeur onmiddellijk kan ingrijpen;
k. het uitvoeren van een solovlucht onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen, door een bestuurder, die geen houder is van een bewijs van bevoegdheid, indien de bestuurder:
1. beschikt over voldoende kennis voor de uit te voeren solovlucht;
2. beschikt over een geldige medische verklaring klasse 1 of 2; en
3. beschikt over een schriftelijke soloverklaring van de instructeur;
l. het bedienen van een zweefvliegtuig;
m. het bedienen van een vrije ballon, niet tegen vergoeding, die luchtwaardig is bevonden voor maximaal vier inzittenden, tijdens vluchten zonder baat onder de in artikel 2, eerste lid, onder a, ten 1° en 2° bedoelde beperkingen;
n. het uitoefenen van de bevoegdheden die behoren bij de bevoegdverklaringen SFI, MCCI, STI of een specifieke autorisatie, genoemd in JAR-FCL 1.300, indien:
1°. betrokkene heeft voldaan aan de door Onze Minister vast te stellen afgifte-eisen voor de respectieve bevoegdverklaringen, en
2°. aan betrokkene door Onze Minister een autorisatiedocument is afgegeven, waarop de bepalingen die bij of krachtens de wet gelden met betrekking tot de bevoegdverklaringen SFI, MCCI, STI of een specifieke autorisatie, genoemd in JAR-FCL 1.300, van kracht zijn.
2. Het eerste lid, onderdelen b tot en met m, is van toepassing indien de bestuurder:
a. de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, met dien verstande, dat de bestuurder van een zweeftoestel die een solovlucht uitvoert binnen zichtafstand van de luchthaven tot een maximum van 5 kilometer rondom de luchthaven, de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt,
b. kan aantonen te beschikken over voldoende bekwaamheid om op een veilige manier deel te nemen aan het luchtverkeer, en
c. kan aantonen dat een verzekering is gesloten tegen de burgerrechtelijke aansprakelijkheid jegens derden als gevolg van het gebruik van het luchtvaartuig.
3. De artikelen 2.1, eerste lid, voor zover dit betrekking heeft op het bedienen van een grondstation of mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet, en artikel 2.2, tweede lid, van de wet zijn niet van toepassing op degene die een luchtvaartuig als bedoeld in het eerste lid bedient of een solovlucht als bedoeld in onderdeel k van dat lid uitvoert, en houder is van een door Onze Minister afgegeven certificaat waaruit blijkt, dat die houder bevoegd is tot het bedienen van een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.
1.Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de erkenning, registratie of kwalificatie van een opleidingsinstelling. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. voor de registratie:
1. de bij de aanvraag in te dienen gegevens,
2. eisen inzake de opleiding,
3. de afgifte, geldigheidsduur, intrekking en wijziging;
b. voor de erkenning en de kwalificatie:
1. de bij de aanvraag in te dienen gegevens,
2. eisen inzake de organisatie en eisen inzake de opleiding,
3. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, intrekking en wijziging.
2.Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wet worden vergoed.
3.Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de kwalificatie van STD's. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
b. het onderscheid in eisen naar niveau;
c. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, schorsing, intrekking en wijziging.
1.Als bewijs, dat wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot de nodige kennis en bedrevenheid voor een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 2 of een bevoegdverklaring als bedoeld in artikel 3 of 5, wordt met goed gevolg een examen afgelegd.
2.Het examen kan bestaan uit een theorie- en een praktijkgedeelte.
3.Voor de bewijzen van bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, en voor de daarbij behorende bevoegdverklaringen kan aan de eisen als bedoeld in het eerste lid tevens worden voldaan door het met goed gevolg afronden van een opleiding aan een door Onze Minister daartoe erkende opleidingsinstelling dan wel aan een door de bevoegde autoriteit van een JAA-land daartoe erkende opleidingsinstelling.
4.Onze Minister kan nadere regels geven met betrekking tot het examen.
5.Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op het verkrijgen van de algemene bevoegdverklaring, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel l.
1.Onze Minister stelt het resultaat van het theorie-en praktijkexamen vast.
2.Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de autorisatie van examinatoren. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de bij de aanvraag tot autorisatie in te dienen gegevens;
b. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging en intrekking van de autorisatie;
c. de eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring;
d. het onderscheid in bevoegdheden naar soort autorisatie.
3.De examens ter verkrijging van de bewijzen van bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, en van de daarbij behorende bevoegdverklaringen worden afgelegd voor een door Onze Minister daartoe in te stellen examencommissie of aan te wijzen erkende opleidingsinstelling. Bij ministeriële regeling geeft Onze Minister nadere regels, die in ieder geval regels bevatten met betrekking tot:
a. de samenstelling en werkwijze van de commissie;
b. de bekwaamheidseisen waaraan de commissieleden moeten voldoen;
c. de richtlijnen met betrekking tot het afnemen van examens.
1.Onze Minister stelt een examenreglement vast.
2.In dit reglement kunnen bepalingen opgenomen worden omtrent:
a. de wijze van examinering;
b. de duur van examens en de wijze waarop examens worden uitgevoerd;
c. de vaststelling van de examenopgaven voor het schriftelijke gedeelte;
d. de groepen van vakken waarin examens kunnen worden afgelegd;
e. het gebruik van STD's ten behoeve van examens;
f. de aanmelding voor examens;
g. de toelating tot examens;
h. geheimhouding;
i. het toezicht op theorie- en praktijkexamens;
j. de uitsluiting van een examinandus van examens;
k. de ordemaatregelen tijdens examens;
l. de beoordeling van examens;
m. de vaststelling van het resultaat van examens;
n. de kennisgeving van de uitslag;
o. de mogelijkheid van herexamens;
p. het afnemen van praktijkexamens;
q. de termijn waarbinnen examens moeten zijn afgelegd;
r. de uitsluiting van examens;
s. frequentie van het examen.
1. Onze Minister kan op de bewijzen van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, leerling-luchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker en luchthaveninformatieverstrekker een of meer van de onderstaande bevoegdverklaringen weergeven op de wijze zoals aangegeven in de bijlage II bij dit besluit:
a. ADV: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van het luchthavenverkeer op of in de nabijheid van een luchthaven die niet over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt (Aerodrome Control Visual);
b. ADI: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van het luchthavenverkeer op of in de nabijheid van een luchthaven die over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt (Aerodrome Control Instrument);
c. APP: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen zonder hulp van surveillanceapparatuur (Approach Control Procedural);
d. APS: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen met behulp van surveillanceapparatuur (Approach Control Surveillance);
e. ACP: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten zonder surveillanceapparatuur (Area Control Procedural);
f. ACS: bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten met behulp van surveillanceapparatuur (Area Control Surveillance);
g. ADR: bevoegdheid van:
1°. vluchtinformatieverstrekkers tot het verstrekken van advies en inlichtingen aan luchthavenverkeer en luchtverkeer op en nabij een luchthaven dan wel het verstrekken van alarmering;
2°. luchtvaartterreininformatieverstrekkers tot het verstrekken van luchthaveninformatie aan luchthavenverkeer op een luchthaven (Aerodrome);
h. AER: bevoegdheid tot het verstrekken van advies en inlichtingen aan luchtverkeer dan wel tot verstrekken van alarmering (Area).
2. Onze Minister kan op de bewijzen van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, leerling-luchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker en luchthaveninformatieverstrekker een of meer van onderstaande aantekeningen weergeven op de wijze zoals aangegeven in de bijlage II bij dit besluit:
a. aantekening bij de bevoegdverklaring: op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en hiervan deel uitmakende machtiging waarin de specifieke aan de bevoegdverklaring verbonden voorwaarden, rechten of beperkingen zijn weergegeven (rating endorsement);
b. aantekening bij het bewijs van bevoegdheid: op het bewijs van bevoegdheid aangebracht en hiervan deel uitmakende machtiging waarin de specifieke aan het bewijs van bevoegdheid verbonden voorwaarden, rechten of beperkingen zijn weergegeven (licence endorsement);
c. aantekening betreffende de eenheid: op het bewijs van bevoegdheid aangebracht en hiervan deel uitmakende machtiging waarin de ICAO-locatie-indicator wordt weergegeven alsook de sectoren of werkplekken waarvoor de houder van het bewijs van bevoegdheid bevoegd is (unit endorsement);
d. aantekening betreffende de taalvaardigheid: op het bewijs van bevoegdheid aangebracht en hiervan deel uitmakende machtiging waarin de taalvaardigheid van de houder wordt aangegeven (language endorsement);
3. Een bevoegdverklaring als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig indien aan deze bevoegdverklaring de relevante aantekening betreffende de luchtverkeersleidingseenheid en de overige noodzakelijke aantekeningen zoals weergegeven in de bijlage II bij dit besluit zijn verbonden.
4. Een aantekening als bedoeld in het tweede lid is slechts geldig in samenhang met het bewijs van bevoegdheid of de bevoegdverklaring waarvan zij deel uitmaakt.
1. De minimumleeftijd voor de afgifte van een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 17 bedraagt voor:
a. luchtverkeersleider: 21 jaar;
b. leerling-luchtverkeersleider: 18 jaar;
c. vluchtinformatieverstrekker: 18 jaar;
d. luchthaveninformatieverstrekker: 18 jaar.
2. Onze Minister kan in gerechtvaardigde gevallen ambtshalve de leeftijd voor de afgifte van een bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider verlagen tot minimaal 19 jaar.
1. Met inachtneming van artikel 19 wordt een bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, leerling-luchtverkeersleider en vluchtinformatieverstrekker op aanvraag verleend aan een ieder die:
a. in het bezit is van een geldige medische verklaring,
b. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring, en
c. overeenkomstig Bijlage 1 bij het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) voldoet aan de vereisten inzake het vermogen tot beheersing van de Engelse taal op de niveaus 4, 5 of 6.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van bewijzen van bevoegdheid voor luchthaveninformatieverstrekker en op het verlenen van bevoegdverklaringen en aantekeningen als bedoeld in artikel 18.
3. Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h, van de wet, worden vergoed.
1. Een bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker of luchthaveninformatieverstrekker, een bevoegdverklaring of een aantekening bij de bevoegdverklaring als bedoeld in artikel 18 wordt voor onbepaalde tijd afgegeven.
2. Het bewijs van bevoegdheid voor leerling-luchtverkeersleider wordt afgegeven voor een termijn van 24 maanden. In uitzonderlijk gevallen kan Onze Minister het bewijs van bevoegdheid nogmaals voor maximaal 24 maanden verlengen mits de houder aantoont over voldoende kennis, bedrevenheid en ervaring te beschikken. Het bewijs van bevoegdheid voor leerling-luchtverkeersleider vervalt zodra aan de houder daarvan een bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider met ten minste één bevoegdverklaring en de relevante aantekening is afgegeven.
3. De aantekening betreffende de eenheid wordt voor een termijn van 12 maanden weergegeven.
4. De aantekening bij het bewijs van bevoegdheid wordt voor een termijn van 36 maanden weergegeven.
5. De termijnen, bedoeld in het derde en vierde lid, worden met eenzelfde termijn verlengd indien de houder voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels inzake kennis, bedrevenheid en ervaring.
1. De vereisten inzake ervaring voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid voor vluchtinformatieverstrekker zijn niet van toepassing op personen die maximaal 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van een geldig bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider.
2. De vereisten inzake ervaring voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid voor luchthaveninformatieverstrekker zijn niet van toepassing op personen die maximaal 24 maanden voor de datum van de aanvraag in het bezit waren van een geldig bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider of vluchtinformatieverstrekker .
1.Onze Minister kan een bewijs van bevoegdheid vernieuwen, indien het is verloren of indien het onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden.
2.Indien een bewijs van bevoegdheid wegens verlies is vernieuwd en het verloren bewijs wordt teruggevonden, zendt de houder het teruggevonden bewijs zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
3.Indien een bewijs van bevoegdheid anders dan wegens verlies is vernieuwd, kan Onze Minister de houder opdragen het oorspronkelijke bewijs binnen een week na de datum van verzending van het nieuwe bewijs aan Onze Minister te zenden.
1. Voor het verzorgen van opleidingen tot luchtverkeersleider vluchtinformatieverstrekker of luchthaveninformatieverstrekker is een door Onze Minister goed te keuren opleidingenplan noodzakelijk.
2. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld voor de goedkeuring van het in het eerste lid bedoelde opleidingenplan, die in ieder geval betrekking hebben op:
a. eisen inzake de inhoud van de opleiding;
b. de in het opleidingplan op te nemen gegevens;
c. de geldigheidsduur en wijze van de goedkeuring;
d. de onderdelen waaruit een opleidingenplan kan bestaan.
Onze Minister geeft regels met betrekking tot de kwalificatie van STD’s voor luchtverkeersleider. Artikel 13, derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
1.Onze Minister geeft regels met betrekking tot de certificering van opleidingsinstellingen voor het verlenen van luchtverkeersdiensten. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
a. de aanvraag, afgifte, intrekking en wijziging van de certificering;
b. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
c. de geldigheidsduur van de certificering;
d. de technische en operationele bekwaamheden van de opleidingsinstelling;
e. het vermogen van de opleidingsinstelling opleidingen te organiseren.
2.Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wet worden vergoed.
1. Als bewijs dat is voldaan aan de eisen met betrekking tot de nodige kennis, bedrevenheid en ervaring, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, geldt een met goed gevolg afgelegd examen.
2. Het examen bestaat uit:
a. een theoretisch onderzoek naar kennis;
b. een praktisch onderzoek naar kennis, bedrevenheid en ervaring.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vermogen tot beheersing van de Engelse taal, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel c.
1.Het examen, bedoeld in artikel 25, wordt afgenomen door een door Onze Minister in te stellen examencommissie.
2.Onze Minister benoemt, telkens voor een periode van ten hoogste twee jaar, de volgende leden van de examencommissie:
a. de voorzitter,
b. de plaatsvervangend voorzitter,
c. de secretaris,
d. minimaal twee beheerders van de examenvragendatabank.
3.De benoeming van de in het tweede lid, onderdelen b, c en d, bedoelde leden vindt plaats op voordracht van de voorzitter van de examencommissie, in overleg met de in de artikelen 5.13, eerste lid, onderdeel a, en 5.14, onderdeel a, van de wet bedoelde instanties voor luchtverkeersdienstverlening.
4.Bij ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden hun werkzaamheden verricht door de secretaris.
1. Bij regeling van Onze Minister worden regels vastgesteld voor het examen, bedoeld in artikel 25.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, betreffen in ieder geval:
a. de taken en verantwoordelijkheden van de examencommissie;
b. de taken en verantwoordelijkheden van verleners van luchtvaartnavigatiediensten en exploitanten van luchthavens en hun personeel met betrekking tot examens;
c. de wijze van het afnemen van examens;
d. vrijstelling en ontheffing van examens;
e. exameneisen;
f. toelatingseisen.
3. Onze Minister hoort de voorzitter van de examencommissie omtrent de vaststelling van regels, bedoeld in het eerste lid.
1.Ten behoeve van een door Onze Minister, al dan niet onder beperkingen, af te geven medische verklaring wordt degene, die zulk een verklaring heeft aangevraagd, gekeurd door een geneeskundige of door een geneeskundige instantie.
2.Onze Minister kan in ieder geval regels geven met betrekking tot:
a. de aanvraag van de keuring;
b. de oproep voor en de aanmelding bij de keuring;
c. de ten behoeve van de afgifte van een medische verklaring te verrichten keuring;
d. de anamnese;
e. de kennisgeving van de uitslag;
f. de eisen van medische geschiktheid en de beperkingen waaronder de medische verklaring kan worden afgegeven;
g. de eisen waaraan een geneeskundige of een geneeskundige instantie ten behoeve van hun autorisatie moeten voldoen;
h. de verplichtingen van de houder van de medische verklaring of van een geneeskundige of een geneeskundige instantie;
i. de erkenning van in het buitenland verrichte keuringen.
3.Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h en artikel 2.4, derde lid, onderdeel g, van de wet worden vergoed.
1. De geldigheidsduur van de medische verklaringen, die niet zijn genoemd in het tweede lid, zijn opgenomen in JAR-FCL 3.105.
2. De geldigheidsduur van de medische verklaring voor luchtverkeersleiders, luchtverkeersleiders in opleiding, vluchtinformatieverstrekkers en luchthaveninformatieverstrekkers bedraagt in maanden ten hoogste:
a. | |||
|---|---|---|---|
klasse 2 | jonger dan 30 jaar | 30 tot 50 jaar | 50 jaar of ouder |
luchthaveninformatieverstrekker | 60* | 24 | 12 |
* met dien verstande dat een medische verklaring afgegeven voor het dertigste levensjaar van de houder slechts geldt tot zijn twee en dertigste jaar.
b. | ||
|---|---|---|
klasse 3 | jonger dan 40 jaar | 40 jaar of ouder |
a. luchtverkeersleider | 24 | 12 |
b. luchtverkeersleider in opleiding | 24 | 12 |
c. vluchtinformatieverstrekker | 24 | 12 |
3. Houders van een bewijs van bevoegdheid voor informatieverstrekker kunnen eveneens gebruik maken van een geldige medische verklaring klasse 3.
4. Onze Minister stelt nadere regels voor de verlenging van een medische verklaring.
1.De Adviescommissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een voorzitter, die door Onze Minister worden benoemd voor een periode van 3 jaar en ontslagen.
2.Van de leden van de Adviescommissie wordt ten minste één lid benoemd uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische verklaringen klasse 1, ten minste één lid uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische verklaringen klasse 2 en ten minste één lid uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische verklaringen klasse 3.
1.Indien een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring is geschorst op één van de in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel a of b van de wet genoemde gronden, kan Onze Minister bepalen dat de houder zich opnieuw aan een door Onze Minister te bepalen examen onderwerpt. Het examen kan beperkt blijven tot één of enkele onderdelen.
2.Indien een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring is geschorst op grond van artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, wordt de schorsing opgeheven bij opnieuw gebleken medische geschiktheid.
huidige klasse/typebevoegdverklaring | nieuwe bijzondere bevoegdverklaring |
|---|---|
AIR TRACTOR AT-301 | SE piston(land) |
AIRBUS 319/320/321 | A319/320/321 |
AIRBUS A300 | A300 |
AIRBUS A310 | A310/300-600 |
ALOUETTE II | Alouette II |
ALOUETTE III | Alouette III |
ANTONOV AN2 | SE piston(land) |
AS-355 | AS 355/355N |
AS 350 | AS 350 |
ATR-42 | ATR42/72 |
ATR-72 | ATR42/72 |
AYRES S2R | Snow/Ayres SET |
BAE-146 | AVRORJ/BAe146 |
BEECH 1900D | Beech300/1900 |
BEECH 200 | Beech100/200 |
BEECH 300 | Beech300/1900 |
BEECH 65-80 | ME piston(land) |
BEECH 65-A90 | ME piston(land) |
BEECH 90/99 | Beech90/99 |
BEECH 95-A55 | Beech90/99 |
BEECH BE-300 | Beech300/1900 |
BEECH BE-58 | ME piston(land) |
BEECH C90 | Beech90/99 |
BEECH D18S | ME piston(land) |
BELL 2 0 6 | Bell 206/ 206 L |
BELL 206 | Bell 206/ 206 L |
BELL 222U | Bell 222/ 230/ 430 |
BN2A | ME piston(land) |
BN2B | ME piston(land) |
BN2T | BN2T |
BO 105 | BO 105/105 LS |
BOEING 707 | B707/720 |
BOEING 727 | B727 |
BOEING 737 | B737 100-200 |
BOEING 737-300 | B737 300-800 |
BOEING 737-400 | B737 300-800 |
BOEING 737-500 | B737 300-800 |
BOEING 737-800 | B737 300-800 |
BOEING 747 | B747 100-300 |
BOEING 747–400 | B747 400 |
BOEING 757 | B757/767 |
BOEING 767 | B757/767 |
C-300 SER.PIST.ENG | ME piston(land) |
CATALINA PBY-5A | Catalina |
CESSNA 208 | Cessna SET |
CESSNA 310 | ME piston(land) |
CESSNA 337 | ME piston(land) |
CESSNA 340 | ME piston(land) |
CESSNA 400 SERIES | ME piston(land) |
CESSNA 402 | ME piston(land) |
CESSNA 404 | ME piston(land) |
CESSNA 406 | C406/425 |
CESSNA 414 | ME piston(land) |
CESSNA 421 | ME piston(land) |
CESSNA 425 | C406/425 |
CESSNA 441 | C441 |
CESSNA 500 SERIES | C500/550/560 |
CESSNA 550 | C500/550/560 |
CESSNA 650 | C650 |
CESSNA T303 | ME piston(land) |
DAUPHIN SA 365 | SA 365/ 365 N |
DHC-2 | SE piston(land) |
DHC-6 | DHC6 |
DHC-8 | DHC8 |
DORNIER 228 | D228 |
DORNIER 328 | DO328 |
DOUGLAS DC- 9 | DC9 10–50 |
DOUGLAS DC-10 | DC10 |
DOUGLAS DC-2 | DC2 |
DOUGLAS DC-3 | DC3 |
DOUGLAS DC-4 | DC4 |
DOUGLAS DC-8 | DC8 |
DOUGLAS DC-9–80 | DC9 80/MD88/MD90 |
DOUGLAS MD-11 | MD11 |
EMB-110 | EMB110 |
EMBRAER 120 | EMB120 |
ENSTROM 280 FX | E N F 280 |
FALCON 900 | Falcon50/900 |
FALCON 900EX | Falcon50/900 |
FOKKER 0100 | F70/100 |
FOKKER 050 | F50 |
FOKKER 70 | F70/100 |
FOKKER 70/100 | F70/100 |
FOKKER F-27 | F27 |
FOKKER F-28 | F28 |
GRUMMAN G-164 | SE piston(land) |
HARVARD | SE piston(land) |
HFB-320 | HFB320 |
HILLER-12 | UH 12/ UH 12 T |
HS-125 | HS125 |
HUGHES 269/300 | HU 269 |
HUGHES 369/500 | HU 369 |
JETSTREAM 31 | Jetstream31/32 |
KEN BROCK KB-2 | B8/KB-2 series |
LEARJET | Learjet20/30 |
LOCKHEED L-382 | Hercules |
MD-900 | MD 900 |
METRO II | SA226AT/TC/227 |
MITSUBISHI MU2B | MU2B |
MYSTERE 20 | Falcon20/200 |
MYSTERE 50 | Falcon50/900 |
NOMAD N24A | Asta MET |
PA-31T TURBO PROP | PA31/42 |
PILATUS PC-6 | SE piston(land) |
PILATUS PC6 TURBO | PC6 |
PIPER AEROSTAR 601P | ME piston(land) |
PIPER PA-23 | ME piston(land) |
PIPER PA-31 | ME piston(land) |
PIPER PA-31T2 | PA31/42 |
PIPER PA-34 | ME piston(land) |
PIPER PA-42 | PA31/42 |
PIPER PA-44 | ME piston(land) |
ROBINSON R22 | R 22 |
ROBINSON R44 | R 44 |
ROCKWELL 700 | ME piston(land) |
ROGWELL AC 690B | Rockwell MET |
SA 330 J | SA 330 |
SA 365 | SA 365/ 365 N |
SA 315 | SA 316/319/315 |
SAAB SF340 | SAAB340 |
SCHWEIZER 330/269D | HU 369 |
SIKORSKY S-58T | SK 55/ 58/ 58 T |
SIKORSKY S-61N | SK 61 |
SIKORSKY S-76 | SK 76/ 76 B/ 76C |
SIKORSKY S-76A | SK 76/ 76 B/ 76C |
SN 601 | SN601 |
SOCATA. TBM-700 | Aerospatiale SET |
VK1A | SE piston(land) |
VK2A | ME piston(land) |
VK5 | TMG |
ACS: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten met behulp van surveillanceapparatuur (Area Control Surveillance); |
ACP: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten zonder surveillanceapparatuur (Area Control Procedural); |
ADI: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van het luchtvaartterreinverkeer op of in de nabijheid van een luchtvaartterrein dat over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt (Aerodrome Control Instrument); |
ADR: | bevoegdheid van: |
1° vluchtinformatieverstrekkers tot het verstrekken van advies en inlichtingen aan luchtvaartterreinverkeer en luchtverkeer op en nabij een luchtvaartterrein dan wel het verstrekken van alarmering; | |
2° luchthaveninformatieverstrekkers tot het verstrekken van luchtvaartterreininformatie aan luchtvaartterreinverkeer op een luchtvaartterrein (Aerodrome); | |
ADS: | bevoegdheid tot het verlenen van naderingsluchtverkeersleidingsdiensten en verstrekken van luchtverkeersleiding met behulp van een ADS-systeem waarmee luchtvaartuigen onder andere informatie uitzenden over hun actuele positie, snelheid, vluchtplan en type luchtvaartuig (Automatic Dependent Surveillance); |
ADV: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van het luchthavenverkeer op of in de nabijheid van een luchthaven die niet over gepubliceerde procedures voor nadering of vertrek op instrumenten beschikt (Aerodrome Control Visual); |
AER: | bevoegdheid tot het verstrekken van advies en inlichtingen aan luchtverkeer dan wel tot verstrekken van alarmering (Area); |
AIR: | bevoegdheid tot het verstrekken van luchtverkeersleiding aan luchtverkeer en luchthavenverkeer met uitzondering van grondverkeer zonder gebruik te maken van surveillance apparatuur; |
APN: | bevoegdheid tot het verstrekken van dienstberichten aan voertuigen niet zijnde luchtvaartuigen op en in het nabijheid van een luchthaven (Apron); |
APP: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen zonder hulp van surveillanceapparatuur (Approach Control Procedural); |
APS: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten ten behoeve van aankomende, vertrekkende of doorvliegende vliegtuigen met behulp van surveillanceapparatuur (Approach Control Surveillance); |
ASE: | bevoegdheid tot het instellen van een onderzoek naar de kennis, bedrevenheid en ervaring van luchtverkeersleider, leerling luchtverkeersleider en vluchtinformatieverstrekker door middel van een continue beoordeling (Assessor); |
CLD: | bevoegdheid tot het verstrekken van een klaring in opdracht en onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider (Clearance Delivery); |
DIS: | met bevoegdheid tot het door: |
1° een luchtverkeersleider verstrekken van luchtverkeersleiding aan luchtverkeer dat deelneemt aan een luchtvaartvertoning; | |
2° een luchthaveninformatieverstrekker verstrekken van luchthavenformatie aan luchtverkeer dat deelneemt aan een luchtvaartvertoning. | |
EXM: | bevoegdheid tot het instellen van een onderzoek naar de kennis, bedrevenheid en ervaring van luchtverkeersleider, leerling luchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker en luchthaveninformatieverstrekker door het afnemen van een examen (Examiner); |
GMC: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten aan grondverkeer zonder gebruik te maken van surveillance apparatuur (Ground Movement Control); |
GMS: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten met behulp van grondsurveillance apparatuur (Ground Movement Surveillance); |
OFS: | bevoegdheid tot het verstrekken van luchthaveninformatie aan luchthavenverkeer op en nabij een offshore productieplatform (Offshore); |
OJT: | bevoegdheid tot het geven van praktijkinstructie op één of meer operationele posities (On the Job Training instructor); |
PAR: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten aan luchtverkeer in de eindnadering met behulp van precisie-radarnaderingsapparatuur (Precision Approach Radar); |
PRO: | bevoegdheid tot het verlenen van naderingsluchtverkeersleiding met behulp van radiocommunicatie en vastgestelde procedures (Procedural Control); |
SRA: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten aan luchtverkeer in de eindnadering met behulp van surveillance apparatuur (Surveillance Rader Approach); |
TCL: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten in een naderingsluchtverkeersleidinggebied of in aangrenzende gebieden met behulp van surveillanceapparatuur (Terminal Control); |
TWR: | bevoegdheid tot het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten vanuit één operationele positie aan luchthavenverkeer zonder gebruik te maken van surveillance apparatuur op luchthavens waar de algemene bevoegdverklaringen GMC en AIR niet van toepassing zijn (Tower Control); |
RAD: | bevoegdheid tot: |
1° het verstrekken van luchtverkeersleiding met behulp van primaire of secundaire surveillanceapparatuur indien AIR, TWR, APS, of ACS van toepassing zijn; | |
2° het verstrekken van advies en inlichtingen met behulp van primaire of secundaire surveillanceapparatuur indien AER van toepassing is (Radar). |