Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen

Geldend van 15-07-1999 t/m heden

Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen

De Minister van Justitie;

Gelet op artikel 24, zevende lid, en artikel 55, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 12 oktober 1998, nr. 715330/98,

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Voorwaarden

Artikel 2

Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of de tenuitvoerlegging van afzondering in een afzonderingscel geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf respectievelijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voorzover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel 3

Indien de afzondering, bedoeld in artikel 24 van de wet,

  • a. in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming,

  • b. in verband met de ernst van de gedragingen van de gedetineerde, of

  • c. in verband met de lichamelijke- of geestelijke toestand van de gedetineerde, niet ten uitvoer kan worden gelegd in de verblijfsruimte, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, vindt deze plaats in een afzonderingscel.

Artikel 4

De directeur geeft van een plaatsing in een straf- of afzonderingscel onverwijld kennis aan de arts die aan de inrichting is verbonden. De arts of diens vervanger, dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, bezoekt de gedetineerde zo spoedig mogelijk in de straf- of afzonderingscel en na de melding, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van de wet, regelmatig.

Artikel 5

De directeur draagt zorg dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste gedetineerde.

Artikel 6

Indien de gedetineerde herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de gedetineerde met ambtenaren of medewerkers.

Artikel 7

  • 1 De deur van een strafcel en de deur van een afzonderingscel, bij plaatsing in afzondering op de grond van artikel 23, onder a of b, van de wet, wordt slechts geopend indien ten minste twee ambtenaren of medewerkers daarbij aanwezig zijn.

  • 2 In de dienstinstructies worden regels gesteld over het openen van de deur van een straf- of afzonderingscel tijdens de nachtdienst.

Artikel 8

De directeur draagt zorg dat gedurende de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of de tenuitvoerlegging van afzondering in een afzonderingscel het nodige contact tussen ambtenaren en medewerkers van de inrichting en de gedetineerde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt afgestemd.

Artikel 9

Indien de gedetineerde zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt de met het toezicht belaste functionaris zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de gedetineerde.

Artikel 10

De directeur draagt zorg dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een gedetineerde in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de gedetineerde wordt afgestemd.

Paragraaf 3. De inrichting van de straf- of afzonderingscel

Artikel 11

De artikelen 2, 3, 5, 6, tweede lid, artikel 7 onder a, en 13 van de Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of afzonderingscel.

Artikel 12

  • 1 In een wand of het plafond van de straf- of afzonderingscel bevindt zich een beveiligd raam.

  • 2 Het raam heeft een oppervlak van ten minste 0,7 vierkante meter.

Artikel 13

De straf- of afzonderingscel is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze voldoende verse lucht wordt aangevoerd.

Artikel 14

De afgesloten straf- of afzonderingscel is vanaf de gangzijde in zijn geheel te overzien. De inwendige celhoeken zijn zodanig afgeschuind dat de gedetineerde zich niet aan het zicht kan onttrekken.

Artikel 15

In de straf- of afzonderingscel is een verwarming aangebracht die alleen van buiten die cel kan worden bediend.

Artikel 16

  • 1 De straf- of afzonderingscel is voorzien van een toilet.

  • 2 De gedetineerde kan het toilet zelfstandig dan wel op verzoek onverwijld laten doorspoelen.

Artikel 17

  • 1 De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten die cel bedienbare dag- en nachtverlichting met voldoende lichtsterkte.

  • 2 De directeur kan bepalen dat `s nachts de nachtverlichting blijft branden.

Artikel 18

  • 1 In een strafcel bevinden zich gedurende de dag zitelementen en gedurende de nacht een matras, een kussen en voldoende dekens.

  • 2 In bijzondere gevallen kan de directeur bepalen dat de gedetineerde gedurende de dag de beschikking krijgt over een matras, een kussen en een of meer dekens.

Artikel 19

In een afzonderingscel bevinden zich zitelementen of bevindt zich een matras met voldoende dekens.

Artikel 20

  • 1 Een straf- of afzonderingscel kan zijn uitgerust met een observatie-camera.

  • 2 De camera is zodanig aangebracht dat observatie van de gehele cel mogelijk is.

Paragraaf 4. Het verblijf in de straf- of afzonderingscel

Artikel 21

  • 1 De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in staat wordt gesteld contact met de buitenwereld te onderhouden, volgens het daarover bepaalde in de huisregels.

  • 2 De directeur kan het recht van de gedetineerde om te telefoneren met of het ontvangen van bezoek van persoonlijke relaties slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen, lichamelijke of gemoedstoestand van de gedetineerde zulks noodzakelijk maken.

  • 3 Het bezoek vindt gescheiden van de overige gedetineerden en onder toezicht plaats.

  • 4 Het is de in artikel 37 van de wet genoemde personen en instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de gedetineerden.

Artikel 22

De directeur kan de gedetineerde toestaan deel te nemen aan activiteiten.

Artikel 23

Het is de gedetineerde niet toegestaan voorwerpen onder zijn berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt.

Artikel 24

De gedetineerde die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de inrichting.

Artikel 25

De gedetineerde wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de verblijfsruimte, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat.

Artikel 26

  • 1 De gedetineerde is verplicht de straf- of afzonderingscel met de zich daarin bevindende voorwerpen schoon en ongeschonden te houden.

  • 2 De gedetineerde is verplicht dagelijks onder toezicht de straf- of afzonderingscel waarin hij verblijft te reinigen, tenzij hij daar op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet toe in staat is.

Artikel 27

In de straf- of afzonderingscel mag niet gerookt worden. Het is de gedetineerde toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.

Paragraaf 5. Verzorging

Artikel 28

Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de gedetineerde van rijkswege voorzien van kleding. In bijzondere omstandigheden kan de directeur anders bepalen.

Artikel 29

De gedetineerde wordt ’s ochtends en ’s avonds in de gelegenheid gesteld zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne te verzorgen.

Artikel 30

Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de gedetineerde verstrekt en direct na de maaltijd weer ingenomen.

Paragraaf 6. Controle en geweldgebruik

Artikel 31

De gedetineerde wordt voor de plaatsing in een straf- of afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht.

Artikel 32

  • 1 De directeur draagt zorg dat ingenomen kleding en andere bezittingen van de gedetineerde door twee ambtenaren of medewerkers worden ingenomen, geregistreerd en opgeborgen.

  • 2 Aan de gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk een ontvangstbevestiging uitgereikt.

Artikel 33

  • 1 De directeur kan, indien de lichamelijke of geestelijke toestand van de gedetineerde dit noodzakelijk maakt, bepalen dat de gedetineerde dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.

  • 2 Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies van de inrichtingsarts in, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.

  • 3 De directeur geeft de gedetineerde onverwijld schriftelijk, en zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling van zijn beslissing om tot camera-observatie over te gaan.

Artikel 34

De directeur is op grond van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen bevoegd jegens een gedetineerde geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op de plaatsing in de straf- of afzonderingscel of de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.

Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen voor gedetineerden in een extra beveiligde inrichting

Artikel 35

In afwijking van artikel 2 geldt voor gedetineerden die in een straf- of afzonderingscel verblijven in afwachting van plaatsing in een extra beveiligde inrichting, het daarover bepaalde in de huisregels van de extra beveiligde inrichting.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 36

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Reglement voor afzondering in een cel niet zijnde een strafcel (18 mei 1978, nr. 369/378);

Reglement voor opsluiting in een strafcel (18 mei 1978, nr. 370/378);

Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (29 januari 1979, nr. 1426/378);

Reglement plaatsing in de isoleercel en plaatsing op het veiligheidsbed (19 februari 1981, nr. 927/380);

Uitvoeringsregeling van art. 105 Gevangenismaatregel (21 september 1981, nr. 969/381);

Toezending brochure over de plaatsing in afzondering (9 januari 1984, nr. 1390/383);

Aanvulling van art. 13, eerste lid, reglement strafcel (13 oktober 1992, nr. 256564/92)

Regiem t.a.v. gedetineerden in landelijke afzonderingsafdelingen en Penitentiair Ziekenhuis in afwachting van plaatsing in ebi (11 oktober 1994, nr. 456588/94/DJ).

Artikel 37

Deze regeling treedt in werking op 15 juli 1999.

Artikel 38

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 15 juni 1999

De

Minister

vanJustitie

A.H. Korthals