Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs[Regeling vervallen per 01-08-2011.]

Geldend van 29-05-1999 t/m 31-07-2011

Regeling van 17 mei 1999 ter stimulering van de reïntegratie van werkloos onderwijspersoneel in het basis onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs

De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies:

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-08-2011]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school of instelling die wordt bekostigd op grond van de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra;

  • b. de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • c. BWOO: Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;

  • d. wachtgelder: een betrokkene als bedoeld in het BWOO die volgens de op de peildatum geldige gegevens een aaneensluitende periode van tenminste zes maanden geheel of gedeeltelijk werkloos is en recht heeft op een uitkering op grond van het BWOO terwijl die uitkering niet blijvend geheel is geweigerd;

  • e. peildatum: de datum van indienstneming of uitbreiding van de betrekkingsomvang;

  • f. in dienst nemen: het benoemen of aanstellen van een wachtgelder dan wel het uitbreiden van een bestaand dienstverband van een wachtgelder, bij het bevoegd gezag van een school of instelling genoemd in onderdeel a;

  • g. werktijdfactor: het gedeelte van de normbetrekking waarvoor een wachtgelder in dienst wordt genomen, bedoeld in artikel I-A1, onderdeel g, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO);

  • h. werkloosheidsfactor: het aantal arbeidsuren per week dat een wachtgelder, zo nodig na toepassing van artikel 6 van het BWOO, volgens de op de peildatum geldige gegevens heeft verloren en waarop de berekening van de hoogte van de uitkering op grond van het BWOO is gebaseerd, gedeeld door 36,86;

  • i. subsidie: een financiële bijdrage aan de personeelskosten die met inachtneming van de in deze regeling opgenomen voorwaarden wordt verstrekt met als doel de reïntegratie van betrokkenen als bedoeld in het BWOO, in het primair onderwijs;

  • j. uitkerende instantie: Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO).

Artikel 2. Loonkostensubsidie [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 De minister verstrekt subsidie aan het bevoegd gezag dat op of na 1 augustus 1998 een wachtgelder in dienst neemt.

  • 2 Onverminderd artikel 3 verstrekt de minister subsidie gedurende de periode waarover het dienstverband van de wachtgelder of de uitbreiding van diens betrekkingsomvang zich uitstrekt.

Artikel 3. Weigeringsgronden en beëindiging subsidie [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 De minister verstrekt geen subsidie indien:

    • a. het dienstverband met de wachtgelder of de uitbreiding van de betrekkingsomvang van de wachtgelder korter duurt dan een aaneengesloten periode van zes maanden; of

    • b. de omvang van het dienstverband met de wachtgelder of de uitbreiding van de betrekkingsomvang van de wachtgelder kleiner is dan 0,1 normbetrekking.

  • 2 De minister verstrekt geen subsidie over:

    • a. de periode na de dag waarop volgens de op de peildatum geldige gegevens voor de wachtgelder het recht op een uitkering op grond van het BWOO zou eindigen indien hij niet door het bevoegd gezag in dienst zou zijn genomen; of

    • b. de periode na de dag waarop het dienstverband of de uitbreiding van de betrekkingsomvang op grond waarvan subsidie wordt ontvangen, eindigt.

Artikel 4. Hoogte subsidie [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 De hoogte van de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt bedraagt met inachtneming van het overige in dit artikel bepaalde, bij indienstneming van:

    • a. onderwijsondersteunend of onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een basisschool als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, van het RPBO, f 18.700;

    • b. onderwijzend personeelslid bij het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d1, of bij het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onderdeel d2, van het RPBO, f 20.600;

    • c. onderwijsondersteunend personeelslid bij het bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in onderdeel b van dit lid, f 14.500. De onder a, b en c genoemde bedragen zijn van toepassing indien de uitkering van de wachtgelder gebaseerd was op het verlies van alle arbeidsuren van een normbetrekking, het dienstverband of de uitbreiding van de betrekkingsomvang op grond waarvan subsidie wordt aangevraagd zich over een geheel schooljaar uitstrekt en de omvang van dat dienstverband of die uitbreiding overeenkomt met een normbetrekking.

  • 2 De subsidie bedraagt per schooljaar ten hoogste:

    • a. Indien de werktijdfactor groter is dan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werkloosheidsfactor; of

    • b. Indien de werktijdfactor kleiner of gelijk is aan de werkloosheidsfactor, het in het eerste lid genoemde bedrag vermenigvuldigd met de werktijdfactor.

  • 3 Indien het dienstverband met de wachtgelder dan wel de uitbreiding van diens betrekkingsomvang korter duurt dan een schooljaar wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand wordt het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedrag gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is.

  • 4 Indien sprake is van een of meer aansluitende dienstverbanden met de wachtgelder met verschillende betrekkingsomvangen wordt voor de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde subsidie de werktijdfactor per betrekkingsomvang vastgesteld. Voor elke betrekkingsomvang wordt het volgens het tweede lid berekende bedrag gedeeld door twaalf en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover het dienstverband met de desbetreffende betrekkingsomvang zich uitstrekt. Indien er geen sprake is van een volledige maand of maanden worden het volgens de vorige volzin vastgestelde maandbedragen waarbij dat het geval is gedeeld door het aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de wachtgelder in die maand in dienst is. De uitkomsten worden bij elkaar opgeteld.

  • 5 Indien door meerdere bevoegde gezagsorganen subsidie wordt aangevraagd op basis van de indienstneming van dezelfde wachtgelder op dezelfde datum bij die bevoegde gezagsorganen, worden voor de toepassing van het tweede lid de verschillende betrekkingsomvangen bij elkaar opgeteld. Vervolgens wordt het na toepassing van het tweede lid berekende bedrag naar evenredigheid van de betrekkingsomvang over de verschillende bevoegde gezagsorganen verdeeld.

Artikel 5. Besteding subsidie [Vervallen per 01-08-2011]

Subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt, dient besteed te worden aan personele uitgaven.

Artikel 6. Subsidieverlening en betaalbaarstelling [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 Om ten behoeve van een indienstneming voor subsidie in aanmerking te komen meldt het bevoegd gezag uiterlijk binnen acht weken na de peildatum, de indienstneming bij de uitkerende instantie van de wachtgelder en dient het bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in binnen vier weken na ontvangst van de in het vierde lid genoemde verklaring van de uitkerende instantie.

  • 2 Om voor subsidie in aanmerking te komen op grond van een indienstneming tussen 1 augustus 1998 en de publicatie van deze regeling in Uitleg OCenW-Regelingen meldt het bevoegd gezag uiterlijk binnen vier weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling, de indienstneming bij de uitkerende instantie van de wachtgelder en dient het bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in binnen vier weken na de ontvangst van de in het vierde lid genoemde verklaring van de uitkerende instantie.

  • 3 Om in aanmerking te komen voor voortzetting van de subsidie in een volgend schooljaar, dient het bevoegd gezag voor de aanvang van dat schooljaar bij de minister een aanvraag tot subsidieverlening in.

  • 4 Tenzij het een voortzetting van eerder verleende subsidie betreft gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van een kopie van de akte van aanstelling of van de arbeidsovereenkomst en van een verklaring van de uitkerende instantie waarin is vermeld:

    • a. het aantal uren waarop de uitkering van de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens was gebaseerd;

    • b. over welke periode het recht op een uitkering voor de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens nog zou bestaan indien hij niet in dienst zou zijn genomen bij het bevoegd gezag; en

    • c. of de wachtgelder volgens de op de peildatum geldige gegevens tenminste 6 maanden aaneengesloten werkloos is geweest.

  • 5 Indien de in het eerste of tweede lid genoemde melding niet heeft plaatsgevonden binnen acht weken na de aanvang van het dienstverband respectievelijk binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling, kan de aanvraag worden afgewezen.

  • 6 Voor de in het eerste en tweede lid genoemde melding en de in het eerste, tweede en derde lid genoemde aanvragen moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde formulieren.

  • 7 De minister besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag over de subsidieverlening.

  • 8 De minister verleent telkens voor maximaal een schooljaar subsidie.

Artikel 7. Begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat door de begrotingswetgever voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2 Indien bij de vaststelling van de begroting onvoldoende gelden ter beschikking worden gesteld ten behoeve van reeds verleende subsidie, wordt de subsidieverlening naar evenredigheid verlaagd.

Artikel 8. Verantwoording en Subsidievaststelling [Vervallen per 01-08-2011]

  • 1 Bij het verstrekken van de gegevens als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit WPO, artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van het Bekostigingsbesluit WEC of artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van deel II van het Bekostigingsbesluit WVO, maakt het bevoegd gezag inzichtelijk gedurende welke periode de wachtgelder in dienst is geweest en legt het verantwoording af over de besteding van de subsidie. De verantwoording dient door de accountant te zijn goedgekeurd.

  • 2 Bij zijn beslissing als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO, artikel 42, vierde lid, van het Bekostigingsbesluit WEC of artikel 42, vierde lid, van deel II van het Bekostigingsbesluit WVO, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast.

Artikel 9. Bekendmaking [Vervallen per 01-08-2011]

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 10. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-08-2011]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1998.

Artikel 11. Citeertitel [Vervallen per 01-08-2011]

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs.

De

staatssecretaris

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

drs. K. Y. I. J. Adelmund