Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels incident management Rijkswaterstaat

Geldend van 10-06-2010 t/m heden

Beleidsregels incident management Rijkswaterstaat

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;

Overwegende:

dat in 1998 op de belangrijkste autosnelwegen in Nederland incident management is ingevoerd en dat in 1999 op de overige autosnelwegen incident management wordt ingevoerd;

dat incident management plaatsvindt met gebruikmaking van bestaande bevoegdheden;

dat het aanbeveling verdient beleidsregels op te stellen met betrekking tot het gebruik van die bevoegdheden bij incident management.

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. incident management:

het geheel van maatregelen die beogen de weg zo snel mogelijk nadat een incident heeft plaatsgevonden, voor het verkeer vrij te maken, een en ander met inachtneming van de verkeersveiligheid, de behartiging van belangen van mogelijke slachtoffers alsmede de beheersing van de ontstane schade;

b. incidenten:

alle gebeurtenissen (zoals ongevallen, pechgevallen, afgevallen lading, gestrande voertuigen) die de capaciteit van de weg nadelig beïnvloeden of kunnen beïnvloeden en als zodanig de doorstroming van het verkeer belemmeren of kunnen belemmeren, uitgezonderd pechgevallen op de vluchtstrook voorzover sprake is van een aanvaardbaar risico ten aanzien van de doorstroming en de veiligheid van het overige verkeer;

c. wegen:

wegen als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, aangeduid als (autosnel)weg en in beheer bij de Rijkswaterstaat alsmede de bijbehorende verbindingswegen naar wegen, niet in beheer bij de Rijkswaterstaat;

d. eerste berging:

het verwijderen van vrachtauto’s, personenauto’s en/of lading van de weg en het vervoeren naar een veilige plaats (parkeerplaats, benzinestation, Rijkswaterstaatslokatie of het eigen terrein van een bergingsbedrijf) langs de autosnelweg dan wel in bijzondere gevallen de eindbestemming;

e. deskundige:

een onafhankelijk persoon die fungeert als rapporteur over het incident en als adviseur inzake de meest adequate wijze (snel én met inachtneming van schades) van bergen aan het Coördinatieteam Plaats Incident (CTPI) waarin zitting hebben de bevelvoerders van brandweer, ambulancedienst, politie, de Rijkswaterstaat en de Inspectie Verkeer en Waterstaat welk team beslist over de uiteindelijk te volgen werkwijze;

f. vrachtauto:

een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilogram en/of de bijbehorende aanhangwagen, een en ander met inbegrip van de lading;

g. personenauto:

een motorvoertuig met een toegestane maximummassa van ten hoogste 3.500 kilogram en/of de bijbehorende aanhangwagen en de lading;

h. aanhangwagen:

voertuig dat door een motorvoertuig wordt voortbewogen of kennelijk bestemd is om aldus te worden voortbewogen, alsmede een oplegger;

i. afhandelingskosten:

het totaal van de voorbereidingskosten, meldingskosten, bergingskosten, met inbegrip van de kosten voor aanvullend materieel zoals telekranen, koelwagens, pompinstallaties e.d., en de kosten van inzet van een deskundige.

Artikel 2. Toepassing incident management

  • 1 De regionale directies van de Rijkswaterstaat en hun dienstkringen kunnen in het kader van hun taakuitoefening op de wegen die in beheer zijn bij de Rijkswaterstaat incident management toepassen, zulks in samenwerking met onder andere politie, brandweer, ambulancediensten, bergingsbedrijven, deskundigen, hulpverleningsdiensten en verzekeraars. De hiervoor bedoelde samenwerking is onderwerp van overleg in het Landelijk Platform Incident Management.

  • 2 Incident management vindt 24 uur per dag, gedurende het gehele jaar plaats op de weg, met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de weg als bedoeld in de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Stb. 1996, 645).

  • 3 Incident management wordt toegepast indien sprake is van:

  • 4 Bij de uitvoering van Incident management wordt de Richtlijn eerste veiligheidsmaatregelen bij incidenten met eenzijdig aanrijdgevaar, ISBN 90-369-1733-6, gewijzigde herdruk januari 2010, alsmede de Richtlijn eerste veiligheidsmaatregelen bij incidenten met tweezijdig aanrijdgevaar ISBN 978-90-369-1764-3, 1e druk januari 2010, beiden uitgegeven door het Verkeerscentrum Nederland te Utrecht, in acht genomen.

Artikel 3. Centraal meldpunt

  • 1 De Rijkswaterstaat draagt in samenspraak met het betrokken bedrijfsleven zorg voor een centraal meldpunt vrachtautoberging (CMV) en een centraal meldpunt incident management (CMI) ten behoeve van personenautobergingen.

  • 2 Het CMV fungeert ten aanzien van de eerste berging van vrachtauto’s als alarmcentrale ten behoeve van de inschakeling van bergingsbedrijven, deskundigen en bedrijven die de beschikking hebben over aanvullend materieel (telekranen, koelwagens, pompinstallaties e.d.).

  • 3 Het CMI maakt bij de opdrachtverlening tot eerste berging zoveel mogelijk gebruik van bestaande afspraken tussen verzekeraarshulpdiensten en bergingsbedrijven.

Artikel 4. Eerste berging

  • 1 Een opdracht tot eerste berging van een vrachtauto of een personenauto die zich op de weg bevindt in geval van een incident wordt namens de Rijkswaterstaat gegeven door een functionaris die behoort tot een regionaal politiekorps dan wel een functionaris die behoort tot het Korps landelijke politiediensten.

  • 2 Het CMV dan wel het CMI ontvangt de opdracht tot eerste berging en geleidt deze door naar een daarvoor in aanmerking komend bergingsbedrijf.

  • 3 Vervoer van een vrachtauto of een personenauto naar de eindbestemming (’tweede berging’) valt buiten het bestek van incident management en is derhalve een verantwoordelijkheid van de eigenaar/houder van het betrokken motorvoertuig.

  • 4 Bestuurders, houders en eigenaren van motorvoertuigen, dienen zich in geval van een incident waarbij berging van het voertuig noodzakelijk is, te onthouden van het zelf rechtstreeks geven van opdracht aan een bergingsbedrijf tot eerste berging van hun motorvoertuig. Zij dienen in plaats daarvan zo mogelijk de politie in te schakelen dan wel een hulpverleningsdienst die in staat is adequate bergingshulp te verlenen.

Artikel 5. Incident management bij vrachtauto’s

  • 1 De regionale directies van de Rijkswaterstaat of hun dienstkringen maken afspraken met bergingsbedrijven en deskundigen die kunnen worden ingezet in het kader van incident management voor vrachtauto’s.

  • 2 Bergingsbedrijven en deskundigen die worden ingezet bij het bergen van vrachtauto’s dienen te voldoen aan kwaliteitseisen hetgeen dient te blijken uit een aan hen verleende erkenning.

  • 3 De Rijkswaterstaat en de andere betrokkenen stellen zo spoedig mogelijk de voorlopige erkenningsregeling voor bergingsbedrijven en de voorlopige erkenningsregeling voor deskundigen vast.

Artikel 5a. Uitgestelde en versnelde berging

  • 1 In dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. uitgestelde berging: eerste berging waarbij de vrachtauto eerst van de rijbaan wordt verwijderd;

    • b. versnelde berging: eerste berging waarbij geen maatregelen ter voorkoming van schade aan de vrachtauto genomen worden.

  • 2 Uitgestelde of versnelde berging vindt plaats wanneer naar het oordeel van Rijkswaterstaat eerste berging de verkeersdoorstroming aanzienlijk zal kunnen belemmeren.

  • 3 Schade aan lading, vrachtauto, of wegmeubilair veroorzaakt door uitgestelde of versnelde berging komt voor rekening van Rijkswaterstaat mits deze schade naar het oordeel van de deskundige onvermijdelijk is.

Artikel 6. Inzet van bergingsbedrijven en deskundigen bij vrachtautobergingen

Het CMV beslist per incident over de inzet van (voorlopig) erkende bergingsbedrijven en (voorlopig) erkende deskundigen bij de berging van vrachtauto’s.

Artikel 7. Stichting incident management vrachtautoberging en Commissie van toezicht vrachtautoberging

  • 1 De Rijkswaterstaat en het betrokken bedrijfsleven hebben het voornemen een stichting op te richten die als doel zal hebben het bevorderen van de publiek-private samenwerking tussen de bij incident management voor vrachtauto’s betrokken partijen in de ruimste zin des woords. Binnen de stichting zal een Commissie van toezicht worden ingesteld. De stichting draagt voorts zorg voor totstandkoming en uitvoering van een erkenningsregeling voor bergingsbedrijven en een erkenningsregeling voor deskundigen.

  • 2 De Rijkswaterstaat en het betrokken bedrijfsleven stellen vooruitlopend op de totstandkoming van de stichting gezamenlijk een voorlopige Commissie van toezicht vrachtautoberging in die tot taak heeft te overleggen over de werking van de regeling, controle van de kwaliteit van het vrijmaken van de weg, uitbrengen van adviezen over klachten en doen van voorstellen voor verbetering van de regeling alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen tegen ingeschakelde bergingsbedrijven, deskundigen of het CMV.

Artikel 8. Indienen van klachten ten aanzien van vrachtautobergingen

  • 1 Betrokkenen bij een vrachtauto-incident zijn gerechtigd een klacht in te dienen over de afhandeling van een incident door CMV, de deskundige of het bergingsbedrijf, overeenkomstig het bepaalde in het reglement van de voorlopige Commissie van Toezicht vrachtautoberging.

  • 2 De betrokkenen bedoeld in het eerste lid zijn: de eigenaar/houder van de vrachtauto en/of de bestuurder, verzekeraars, het bergingsbedrijf, de deskundige, het CMV, de Rijkswaterstaat, de politie, de brandweer en de ambulancedienst.

Artikel 9. Incident management bij personenauto’s

Ten aanzien van de eerste berging van personenauto’s zijn afspraken gemaakt met het Verbond van Verzekeraars welke ertoe strekken dat de eerste berging zoveel mogelijk plaatsvindt met gebruikmaking van de zogenaamde hulprechten (hulpverleningsdekking) in de WA-verzekeringspolis van de desbetreffende personenauto. De kosten van de eerste berging op basis van hulprechten komen voor rekening van de WA-verzekeraars.

Artikel 10. Terugvordering bergingskosten en kosten van deskundigen

De afhandelingskosten als gevolg van een incident worden in daarvoor in aanmerking komende gevallen door de Rijkswaterstaat verhaald op de eigenaar/houder van een vrachtauto of een personenauto. Verhaal van afhandelingskosten vindt niet plaats indien een personenauto is verwijderd op basis van de zogenaamde hulprechten in de WA-polis van de betrokken personenauto.

Artikel 11. Retentierecht en bankgarantie

  • 1 De Rijkswaterstaat behoudt zich voor beslag te leggen bij een eigenaar/houder die de afhandelingskosten niet voldoet.

  • 2 De Rijkswaterstaat behoudt zich voor retentierecht toe te (laten) passen ten aanzien van motorvoertuigen in gevallen waarbij, ter beoordeling van de Rijkswaterstaat, voldoende zekerheid tot verhaal van de afhandelingskosten ontbreekt.

  • 3 De Rijkswaterstaat behoudt zich voor - indien geen retentierecht wordt toegepast als bedoeld in het tweede lid - afgifte van een bankgarantie door de eigenaar/houder te verlangen alvorens tot afgifte van het motorvoertuig over te gaan.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels incident management Rijkswaterstaat.

Dit besluit zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos