Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling personenvervoer van deur tot deur en op maat[Regeling vervallen per 15-07-2009.]

Geldend van 21-10-2007 t/m 14-07-2009

Regeling houdende regels met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling van dienstverlening in personenvervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

§ 1. Algemene Bepalingen [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 15-07-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. programmabeheerder:

de minister, dan wel voorzover een orgaan of een rechtspersoon met de uitvoering van deze regeling is belast, dat orgaan of die rechtspersoon;

c. aanvrager:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een subsidie op grond van deze regeling aanvraagt of heeft aangevraagd;

d. groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1º. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

    • -

      meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • -

      volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • -

      overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

e. project:

een haalbaarheidsproject, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment of een demonstratieproject;

f. haalbaarheidsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en een beoordeling van de mogelijkheden om dienstverlening in personenvervoer te ontwikkelen;

g. onderzoeks- of ontwikkelingsproject:

een samenhangend geheel van activiteiten gericht op:

  • 1. het vermeerderen van het technisch of wetenschappelijk inzicht ten aanzien van de systeemontwikkeling of verbetering van een dienst, een systeem van diensten, deelsystemen of technieken benodigd ter ontwikkeling van dienstverlening in personenvervoer, of

  • 2. het geschikt maken of ontwikkelen van een dienst, een systeem van diensten, deelsystemen of techniek benodigd ter ontwikkeling van dienstverlening betrekking hebbende op personenvervoer voor toepassing in de praktijk, niet zijnde een praktijkexperiment, of;

  • 3. het verbeteren van een ontwerp van een dienst, een systeem van diensten, deelsystemen of techniek benodigd ter ontwikkeling van dienstverlening in personenvervoer;

h. praktijkexperiment:

een samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit het treffen van technische, organisatorische of beheersmatige voorzieningen voor zover geheel of nagenoeg geheel bestemd voor het vergroten van inzicht in de geschiktheid voor toepassing van dienstverlening in personenvervoer, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten, geheel of nagenoeg geheel gericht op het verbeteren van die geschiktheid;

i. demonstratieproject:

een samenhangend geheel van activiteiten die een technisch en economisch risico inhouden, bestaande uit het door de aanvrager toepassen van vormen van dienstverlening in personenvervoer, die voor Nederland nieuw zijn dan wel een nieuwe toepassing inhouden;

j. personenvervoer:

het vervoer van personen in Nederland over weg, rail of water waarbij gebruik wordt gemaakt van één of meer verschillende vervoersmodaliteiten.

Artikel 2 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De minister stelt ieder kalenderjaar een of meer programma’s vast. Een programma bevat een beschrijving van met elkaar samenhangende doelstellingen en soorten projecten, gericht op de ontwikkeling van dienstverlening in personenvervoer waardoor de bereikbaarheid wordt vergroot, het milieu minder wordt belast en het gebruiksgemak wordt verbeterd. Tevens bevat ieder programma criteria ter beoordeling van de aanvragen in het kader van dat programma.

  • 2 De minister maakt ieder kalenderjaar in de Staatscourant bekend:

    • a. de programma’s, of de zakelijke inhoud ervan, ten behoeve waarvan met toepassing van deze regeling een subsidie kan worden verstrekt;

    • b. de termijn waarbinnen in het kader van de onderscheiden programma’s aanvragen moeten zijn ontvangen;

    • c. het subsidieplafond en de wijze van verdeling per programma of onderdeel daarvan;

    • d. de programmabeheerder van ieder programma.

Artikel 3 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 Op een overeenkomstig deze regeling ingediende aanvraag kan door de minister subsidie worden verstrekt indien de aanvrager in hoofdzaak in Nederland een project uitvoert dat past binnen een programma als bedoeld in artikel 2 en dat mede gelet op de in het tweede lid genoemde aspecten, voor zover deze van toepassing zijn, bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van dat programma en dat past binnen de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 45/5).

  • 2 De aspecten bedoeld in het eerste lid, zijn tenminste:

    • a. de kosten van het project in relatie tot de bijdrage aan de doelstellingen van het programma;

    • b. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;

    • c. de milieuverdienste van het project;

    • d. de slaagkans van het project;

    • e. de nieuwheid van het project;

    • f. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;

    • g. de mate van betrokkenheid van de aanbieders of organisaties vanuit de vraagkant;

    • h. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;

    • i. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen van het project.

Artikel 4 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van:

    • a. de mate waarin de aanvrager een eigen belang heeft bij de resultaten van het project, en

    • b. de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het programma, bedoeld in artikel 2;

    • c. de mate waarin ter zake van het project andere subsidies kunnen worden verkregen.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste;

    • a. 75% van de projectkosten: in geval van een haalbaarheidsproject;

    • b. 50% van de projectkosten: in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject;

    • c. 25% van de projectkosten: in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject;

  • 3 In geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of een haalbaarheidsproject kan indien de aanvrager een instelling van hoger onderwijs of een geheel of hoofdzakelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling is, subsidie worden verstrekt tot ten hoogste 100 % van de projectkosten.

  • 4 In een programma, als bedoeld in artikel 2 kunnen lagere maximumpercentages per projectsoort worden vastgesteld.

Artikel 5 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment, een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:

    • a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213);

    • b. ten hoogste 15 procentpunten indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen en de onderwerpen van de kernactiviteiten ’Systemen en diensten voor de burger’, ’Duurzame mobiliteit en intermodaliteit’, ’Landvervoer en mariene technologieën’, ’De stad van morgen en het culturele erfgoed’ en andere relevante kernactiviteiten binnen de thema’s van het geldende kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling van de Europese Commissie met dien verstande dat het project is gericht op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak;

    • c. ten hoogste 10 procentpunten indien het project wordt uitgevoerd door op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en openbare onderzoeksinstellingen, in het bijzonder in het kader van de coördinatie van het nationale beleid inzake een Communautair meerjarig kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling;

    • d. ten hoogste 10 procentpunten indien de kennis, de ervaringen en informatie over het resultaat van een gesubsidieerd project wordt overgedragen aan derden.

  • 2 Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.

  • 3 De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 % van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50% van de projectkosten.

Artikel 6 [Vervallen per 15-07-2009]

Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds uit andere hoofde vanwege het rijk of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan de ingevolge artikel 4, tweede en vierde lid, en artikel 5, eerste lid, geldende percentage voor de betreffende projectsoort.

Artikel 7 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag en door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1º. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat, bedoeld in artikel 67 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;

      • 2º. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 3º. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 4º. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 5º. reis- en verblijfkosten alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot een maximum van 10 procent van de projectkosten;

    • b. een opslag voor algemene kosten, groot 40 procent van de onder a, aanhef en onder 1°, bedoelde loonkosten.

  • 2 Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, aanhef en onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.

  • 3 Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een leaseovereenkomst worden als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de door aanvrager betaalde leasetermijnen voor vergoeding van gebruik.

  • 4 Indien de kosten van aanschaf van machines en apparatuur slechts gedeeltelijk aan het project zijn toe te rekenen, wordt als projectkosten in aanmerking genomen een evenredig deel van de kosten van de afschrijving van de machines en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur behorende bij de aard van de apparatuur.

  • 5 In geval van een haalbaarheidsproject en een onderzoeks- of ontwikkelingsproject kan worden toegestaan dat in afwijking van het eerste lid het uurloon en opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van de aanvrager gebruikelijke, controleerbare methodiek.

  • 6 De projectkosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de programmabeheerder met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, overeenkomstig het in de bijlage opgenomen model.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting voor het project alsmede andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 9 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst.

  • 3 Indien de beslissing niet binnen de termijn van 13 weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt een redelijke termijn genoemd waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 10 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 Een programma kan voorzien in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot gelijksoortige projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het programma.

  • 2 Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid wordt in afwijking van artikel 9 de beslissing op de aanvraag niet in volgorde van ontvangst genomen, maar na afloop van de in artikel 2, tweede lid, onder b, bedoelde termijn en wordt het subsidieplafond verdeeld in de volgorde van geschiktheid van projecten.

Artikel 11 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De beschikking tot verlening van een subsidie vermeldt:

    • a. raming van de projectkosten, en

    • b. de periode waarin het project moet worden uitgevoerd.

  • 2 Bij de subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd, die:

    • a. strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, of

    • b. betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

§ 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 15-07-2009]

De subsidie-ontvanger is verplicht:

  • a. het project uit te voeren overeenkomstig de bij de aanvraag verstrekte gegevens, tenzij de minister voorafgaand schriftelijke toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken;

  • b. bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor nodige vergunningen en ontheffingen;

  • c. een administratie te voeren die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de projectkosten kunnen worden afgelezen;

  • d. onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend, daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de minister;

  • e. op verzoek van de minister medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van het project, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, en;

  • f. medewerking te verlenen aan een door of vanwege de minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatie-onderzoek.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De programmabeheerder kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger ten hoogste eenmaal per kwartaal een voorschot verlenen.

  • 2 Voorschotten worden berekend over de gemaakte en betaalde projectkosten en bedragen te zamen ten hoogste 80 procent van de verleende subsidie.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 14 [Vervallen per 15-07-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de in artikel 11, eerste lid, onder b, bedoelde periode een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister, dat vergezeld gaat van:

  • 2 Het financieel eindverslag en de accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig het bij de programmabeheerder verkrijgbare controleprotocol.

  • 3 Indien het subsidiebedrag minder dan €45.378,00 bedraagt, wordt in afwijking van het eerste lid, onder b, volstaan met een financieel eindverslag.

  • 4 Op aanvraag kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden verlengd met ten hoogste dertien weken.

  • 5 Indien de subsidie-ontvanger niet binnen de termijnen, bedoeld in het eerste en derde lid, een verzoek tot vaststelling van de subsidie indient, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.

Artikel 15 [Vervallen per 15-07-2009]

Uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling stelt de programmabeheerder een rapport op betreffende de evaluatie van de effecten van de regeling.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 15-07-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 15-07-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 [Vervallen per 15-07-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personenvervoer van deur tot deur en op maat.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Bijlage 1 [Vervallen per 15-07-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.]

Bijlage 2 [Vervallen per 15-07-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.]