Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Dagindeling

Geldend van 16-10-1999 t/m heden

Subsidieregeling Dagindeling

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mr. A.E. Verstand-Bogaert,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet SZW-subsidies,

Besluit:

Artikel 1

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen de minister, kan aan rechtspersonen subsidies verstrekken voor activiteiten in het kader van experimentele projecten, die ten doel hebben het combineren van arbeid en zorg te vergemakkelijken, door middel van:

  • -

    het verbeteren van de afstemming van arbeidstijden met de openingstijden van onderwijs-, kinderopvang- en vrijetijdsvoorzieningen, winkels en andere vormen van publieke dienstverlening;

  • -

    het verbeteren van de bereikbaarheid van deze voorzieningen;

  • -

    het ontwikkelen van nieuwe vormen van persoonlijke dienstverlening en zorgondernemerschap;

  • -

    het ontwikkelen van een andere werk-privé balans in arbeidsorganisaties.

Artikel 2

  • 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten, bestaande uit planvorming, afstemming of sturing van het proces, voor activiteiten in het kader van een pilot die nodig is als onderdeel van dat experimenteerproces, of voor activiteiten, bestaande uit instrument- of methodiekontwikkeling of kennisverspreiding.

  • 2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten, die een vernieuwend karakter hebben en waarvan de beoogde resultaten breder toepasbaar zijn.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten, waarvoor reeds uit anderen hoofde subsidie wordt verstrekt.

Artikel 3

In de subsidie-aanvraag dient met name aandacht te worden besteed aan en dienen, zo mogelijk kwantitatief onderbouwd, gegevens te worden verstrekt over de beoogde resultaten van het project en het aantal personen dat ermee wordt bereikt. Tevens wordt aangegeven wie bij de ontwikkeling en uitvoering van het project is betrokken, zo mogelijk onder overlegging van een samenwerkingsovereenkomst.

Artikel 4

  • 1 Op aanvragen om subsidie, die zijn ingediend vóór 1 juli 1999, 1 november 1999 onderscheidenlijk 1 november 2000, wordt vóór 1 oktober 1999, 1 februari 2000 onderscheidenlijk 1 februari 2001 gelijktijdig beslist op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen, genoemd in artikel 1.

  • 2 Met betrekking tot aanvragen, waarop gelijktijdig wordt beslist vóór 1 oktober 1999, 1 februari 2000 onderscheidenlijk 1 februari 2001 wordt een subsidieplafond vastgesteld van fl. 14.370.000,-, fl. 23.950.000,- onderscheidenlijk fl. 9.580.000,-.

  • 3 Bij de vergelijking wordt gelet op

    • -

      de mate waarin het project bijdraagt aan voorwaarden voor het realiseren van een dagindeling die aansluit bij de behoeften van de taakcombineerder en aan het vergemakkelijken van het combineren van arbeid en zorg;

    • -

      de mate waarin en de wijze waarop met anderen wordt samengewerkt en de mate van nieuwheid van de samenwerkingsvorm;

    • -

      de mate waarin waarborgen zijn opgenomen voor overdraagbaarheid en verspreiding van het projectresultaat;

    • -

      de mate waarin het projectresultaat kan worden ingebed in het reguliere beleid van bedrijven, instellingen en overheden;

    • -

      de mate waarin het project een vernieuwend karakter heeft (originaliteit);

    • -

      de mate waarin een project zich richt op meer terreinen, genoemd in artikel 1;

    • -

      de spreiding van de projecten over het land, over grote steden, kleine steden en plattelandsgebieden, over grote en kleine bedrijven, en, wat de beoogde doelgroepen betreft, over taakcombineerders uit hogere en lagere inkomensgroepen en over taakcombineerders met zorgtaken voor hun kinderen en zorgtaken voor anderen.

Artikel 5

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 75% van de werkelijk gemaakte subsidiabel gestelde kosten, voortvloeiend uit de subsidiabele activiteiten, welke kosten op jaarbasis minimaal fl. 30.000,- en maximaal fl. 500.000,- kunnen bedragen.

  • 2 Geen subsidie wordt verleend met betrekking tot activiteiten, die plaatsvinden na drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

  • 3 Bij de subsidieverlening kan de verplichting worden opgelegd om binnen een daarbij aangegeven termijn met de subsidiabele activiteiten aan te vangen.

Artikel 6

  • 1 De subsidie-ontvanger is verplicht gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en na afloop daarvan kosteloos alle medewerking te verlenen aan evaluatie en monitoring van de activiteiten en het daarmee beoogde doel.

  • 2 De resultaten van de evaluatie kunnen ter beschikking van derden worden gesteld.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Dagindeling; zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 maart 1999

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.E. Verstand-Bogaert