Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling demonstratie- en technologie-ontwikkelingsprojecten JSF[Regeling vervallen per 07-06-2003.]

Geldend van 16-11-2002 t/m 06-06-2003

Subsidieregeling demonstratie- en technologie-ontwikkelingsprojecten JSF

De Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 1 [Vervallen per 07-06-2003]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. JSF-voorbereidingsfase:

het geheel van activiteiten gericht op het vergroten van de mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur om te participeren in de ontwikkelingsfase en de bouw van de Joint Strike Fighter (JSF);

b. project:

een demonstratie- of technologie-ontwikkelingsproject;

c. demonstratieproject:

een activiteit, gericht op het presenteren van de capaciteiten van de betrokkenen aan de potentiële Amerikaanse hoofd- of onderaannemers of de potentiële systeem-toeleveranciers van de JSF met het oog op het vergroten van de mogelijkheid om geselecteerd te worden voor participatie in de ontwikkelingsfase en de bouw van de JSF;

d. technologie-ontwikkelingsproject:

een voor Nederland nieuwe, planmatige activiteit, met het doel nieuwe producten, processen of diensten of ontwerpen daarvoor voort te brengen ten behoeve van de ontwikkelingsfase, de bouw en het gebruik van de JSF;

e. ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

f. kennisinstituut:

een universiteit of een geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling;

g. samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen;

h. groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1º. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

    • -

      meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • -

      volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • -

      overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel 2 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan:

    • a. een ondernemer die voor eigen rekening en risico een project uitvoert dat past in de JSF-voorbereidingsfase,

    • b. een kennisinstituut dat voor eigen rekening en risico een project uitvoert dat past in de JSF-voorbereidingsfase of

    • c. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in de JSF-voorbereidingsfase.

  • 2 In ieder geval passen projecten die betrekking hebben op de hierna genoemde onderwerpen binnen de JSF-voorbereidingsfase:

    • a. structurele vliegtuigcomponenten;

    • b. mechanische, elektrische of elektronische systemen;

    • c. software;

    • d. motorcomponenten;

    • e. training en simulatie;

    • f. verbetering van ontwikkelings-, ontwerp- of productietechnologieën.

  • 3 Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt indien:

    • a. voor het project reeds door de minister of door de Minister van Defensie subsidie is verstrekt;

    • b. de aanvrager ter zake van het project waarop de aanvraag betrekking heeft voor 16 januari 1998 verplichtingen heeft aangegaan.

Artikel 3 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie bedraagt 66 2/3 procent van de projectkosten, doch niet meer dan € 11 345 000.

  • 2 Voor zover de subsidie-ontvanger een kennisinstituut is of een ondernemer die geen opbrengsten zal kunnen verkrijgen uit de toepassing van de resultaten van het project, kan, in afwijking van het eerste lid, de subsidie een hoger percentage bedragen, voor zover de subsidie-ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen mogelijkheid heeft om het deel van de projectkosten dat ingevolge het eerste lid voor zijn rekening komt, geheel of gedeeltelijk te financieren.

  • 3 Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan dan de minister of de Minister van Defensie of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid geldende percentage.

  • 4 Bij de toepassing van het eerste lid worden de bijdragen van derden, anders dan bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de projectkosten op de projectkosten in mindering gebracht.

Artikel 4 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na 15 januari 1998 door een subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1º. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten;

      • 2º. kosten van machines en apparatuur en van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 3º. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 4º. reis- en verblijfskosten, tot een maximum van 15 procent van de projectkosten;

    • b. een opslag voor algemene kosten overeenkomstig de in de gehele organisatie van een subsidie-ontvanger gebruikelijke, controleerbare methodiek.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 5 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Er is een Interdepartementale Stuurgroep Luchtvaartcluster die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De stuurgroep bestaat uit een voorzitter en ten minste drie en ten hoogste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de stuurgroep een taak heeft.

  • 3 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De stuurgroep stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 5 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de stuurgroep bij te wonen.

  • 6 In het secretariaat van de stuurgroep wordt door de minister voorzien.

  • 7 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de stuurgroep geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie.

  • 8 De stuurgroep verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 9 De stuurgroep stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 07-06-2003]

Het subsidieplafond voor het in 1999 en 2000 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling bedraagt f 200.000.000,00.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 7 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting voor het project alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

  • 3 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient een der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag vergezeld van de overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 8 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de Interdepartementale Stuurgroep Luchtvaartcluster.

  • 2 De stuurgroep geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:

    • a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

    • b. indien de stuurgroep de projectkosten raamt op minder dan € 22 600;

    • c. indien onvoldoende aannemelijk is, dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;

    • d. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;

    • e. indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren;

    • f. indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren;

    • g. indien ter zake van het project onvoldoende blijkt van commitment van een belanghebbende Amerikaanse onderneming of van een potentiële systeem-toeleverancier;

    • h. indien van het project onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

Artikel 9 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 10 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de Interdepartementale Stuurgroep Luchtvaartcluster een negatief advies heeft uitgebracht.

  • 2 De minister kan afwijken van het eerste lid indien een advies van de stuurgroep in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

Artikel 11 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§ 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 12 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 13 tot en met 16 opgenomen verplichtingen.

  • 2 De in de artikelen 13, 14 en 15 opgenomen verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. De in artikel 16 opgenomen verplichtingen gelden totdat vijf jaren na die dag zijn verstreken.

Artikel 13 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.

  • 2 De subsidie-ontvanger voert het project in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Artikel 14 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4, eerste lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

  • 2 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 15 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van drie maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. Indien de uitvoering van het project reeds voor de subsidieverlening is aangevangen, kan het eerste verslag ook binnen drie maanden na subsidieverlening worden uitgebracht.

  • 2 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 13, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.

  • 3 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 4 De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 16 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 De subsidie-ontvanger brengt desgevraagd aan de minister verslag uit omtrent de toepassing van de resultaten van het project.

  • 2 De subsidie-ontvanger zal, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, niet:

    • a. indien hij een rechtspersoon is, de rechtspersoon ontbinden of geheel of gedeeltelijk vervreemden noch zijn statutaire zetel verplaatsen buiten Nederland;

    • b. indien hij deelneemt in een vennootschap onder firma of maatschap meewerken aan de ontbinding ervan of aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan.

Artikel 17 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 13 en 16 voorschriften verbinden.

Artikel 18 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot de tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom en de instandhouding van andere voor de uitvoering van het project van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 19 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend zijn gemaakt en betaald.

  • 4 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 4 500 bedraagt.

Artikel 20 [Vervallen per 07-06-2003]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

  • 2 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 3 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden, de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag, indien het een eerste voorschot betreft, vergezeld van een verklaring van de indiener van de aanvraag waarin hij zich aansprakelijk stelt voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidie-ontvangers daartoe verplicht zijn, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 21 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister kan in ieder geval afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 22 [Vervallen per 07-06-2003]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 07-06-2003]

Artikel 23 [Vervallen per 07-06-2003]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24 [Vervallen per 07-06-2003]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling demonstratie- en technologie-ontwikkelingsprojecten JSF.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 5 februari 1999

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink