Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling openbaarheid van bestuur Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Geldend van 25-01-2008 t/m heden

Regeling openbaarheid van bestuur Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Overwegende dat de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur aanleiding geeft tot het vaststellen van een regeling ter uitvoering van die wet;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet openbaarheid van bestuur;

b. Onze Minister:

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c. het ministerie:

het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

d. gemachtigd ambtenaar:

een ambtenaar die door Onze Minister tot het beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd;

e. informatiepunt:

een persoon of een plaats binnen het ministerie en binnen de daaronder ressorterende instellingen, diensten of bedrijven waar informatie kan worden verkregen.

Artikel 2

  • 1 Er is een register, waarin zijn opgenomen:

    • a. de onder het ministerie ressorterende externe diensten met vermelding van de namen en adressen;

    • b. de niet-ambtelijke adviescommissies, werkzaam onder verantwoordelijkheid van Onze Minister.

  • 2 Het register wordt bijgehouden door en ligt voor een ieder ter inzage bij de directie Communicatie van het ministerie.

Artikel 3

Informatiepunt bij het ministerie is de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden.

Artikel 4

  • 1

Als gemachtigd ambtenaar worden aangewezen de Secretaris-Generaal en de plaats-vervangend Secretaris-Generaal.

  • 2 Als gemachtigd ambtenaar wordt tevens aangewezen de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden. Deze is alleen bevoegd om bij afwezigheid van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal primaire beslissingen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur af te doen in de gevallen waarin de plaatsvervangend Secretaris-Generaal bevoegd is.

Artikel 5

  • 1 Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden na raadpleging van de directie op wiens werkterrein de informatie betrekking heeft en na raadpleging van de directie Communicatie indien er sprake is van een verzoek met mogelijk publicitaire gevolgen. De directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden neemt bij de behandeling van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent het bepaalde in deze regeling in acht.

  • 2 Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitoefening voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt informatie op verzoek te verschaffen over de daarbij aan de orde komende aangelegenheden.

Artikel 6

  • 1 Een ambtenaar leidt een verzoek om informatie onverwijld ter behandeling door naar de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, indien zich een situatie, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, onder a, b, of c, voordoet, of indien uitdrukkelijk een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur gedaan is.

  • 2 De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden leidt een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur onverwijld ter beslissing door naar de gemachtigd ambtenaar, indien hij:

    • a. van oordeel is, dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd;

    • b. weet of redelijkerwijs kan vermoeden, dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende benaderingen van de vraag of het verzoek al dan niet behoort te worden ingewilligd;

    • c. weet of redelijkerwijs kan vermoeden, dat inwilliging of afwijzing van het verzoek belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.

      De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden zendt gelijktijdig met het verzoek een advies ten aanzien van de behandeling daarvan en zo mogelijk een concept beslissing aan de gemachtigd ambtenaar.

  • 3 Indien een verzoek om informatie op grond van het eerste lid aan de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is doorgeleid en de in het tweede lid genoemde criteria niet van toepassing zijn, beslist de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden op het verzoek om informatie.

  • 4 In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onder a, is de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden bevoegd om op een verzoek om informatie te beslissen indien het verzoek gedeeltelijk niet kan worden ingewilligd wegens het voorkomen van persoonsnamen.

Artikel 7

De gemachtigd ambtenaar legt een verzoek om informatie ter beoordeling aan Onze Minister voor, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. Over de afdoening van een verzoek van dien aard wordt overlegd met de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken.

Artikel 8

  • 1 Als het document, waarin de gevraagde informatie is opgenomen, zich bevindt bij het ministerie, maar tot stand is gekomen onder eerste verantwoordelijkheid van een andere minister, wordt de beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met die andere minister is overlegd. Leidt dit overleg tot de slotsom, dat de beslissing op het verzoek beter genomen kan worden door die andere minister, dan wordt verzoeker naar hem doorverwezen. In geval van een schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling hiervan aan verzoeker.

  • 2 Indien een ander bestuursorgaan het ministerie verzoekt om een zienswijze omtrent openbaarmaking van stukken die betrekking hebben op het ministerie is de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden bevoegd om de zienswijze namens het ministerie te geven.

Artikel 9

Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde adviescommissies, werkzaam onder verantwoordelijkheid van Onze Minister, beslist Onze Minister, onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder g, van het Reglement van Orde voor de ministerraad.

Artikel 10

De openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van de mededeling daarvan in de Staatscourant geschieden door de zorg van de directie Communicatie.

Artikel 11

Adviezen, rapporten en nota’s die, gezien hun omvang, daarvoor in aanmerking komen, worden zo nodig voorzien van een eveneens voor openbaarmaking bestemde samenvatting.

Artikel 12

De regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 1995, nr. WBJA/JA/95/0463 (Stcrt. 1995, 161), wordt ingetrokken.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, afschrift daarvan zal worden gezonden aan de Minister-President.

Artikel 14

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling openbaarheid van bestuur Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

’s-Gravenhage, 25 januari 1999

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,

R. Gerritse,

Secretaris-Generaal