Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999[Regeling vervallen per 18-07-2010.]

Geldend van 03-03-2001 t/m 17-07-2010

Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999

Het Bestuur van het Produktschap van Pluimvee en Eieren heeft,

gelet op de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999,

op 13 januari 1999 vastgesteld het navolgende

BESLUIT

Artikel 1 [Vervallen per 18-07-2010]

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999, over.

Artikel 2 [Vervallen per 18-07-2010]

  • 1 Het programma volgens welke de ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, hygiëne-onderzoeken moet laten uitvoeren is opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

  • 2 Ieder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken op kalkoenkuikenbroederijen verricht en is aangewezen door de Voorzitter, dient te werken volgens de voorschriften van het in bijlage I opgenomen Protocol.

  • 3 De voorwaarden waaronder een ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, zelf een deel van het programma mag uitvoeren zijn opgenomen in bijlage II.

  • 4 Een hygiëne-onderzoek dient te voldoen aan de normen die zijn opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

Artikel 3 [Vervallen per 18-07-2010]

Eendagskuikens dienen door de kalkoenkuikenbroederij bemonsterd te worden volgens de werkvoorschriften als opgenomen in het in bijlage III opgenomen Protocol.

Artikel 4 [Vervallen per 18-07-2010]

De ondernemer, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent, die zelf de in artikel 3 bedoelde monsters neemt dient te beschikken over een borgingssystematiek als omschreven in Bijlage IV.

Artikel 5 [Vervallen per 18-07-2010]

  • 1 De informatie betreffende de status, zoals omschreven in bijlage V, van een partij eendagskuikens dient direct bij aflevering schriftelijk te worden doorgegeven aan de afnemer.

  • 2 De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de donsmonsters, bedoeld in artikel 3, dient schriftelijk te worden vastgelegd.

  • 3 De informatie die is verkregen uit het onderzoek van de monsters die genomen zijn door de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf of een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent dient door de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent te worden doorgegeven aan het Productschap.

    Deze informatie moet worden doorgegeven binnen 1 week na aflevering van de vermeerderingsdieren van het betreffende (opfok)vermeerderingsbedrijf.

Artikel 6 [Vervallen per 18-07-2010]

  • 1 Ondernemers, die een kalkoenkuikenbroederij uitoefenen, dienen over een door de Voorzitter goedgekeurd plan te beschikken, waarin wordt beschreven op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij wordt ingericht en op welke wijze in de kalkoenkuikenbroederij wordt gewerkt zodat in de kalkoenkuikenbroederij en tijdens het transport geen kruisbesmetting van Salmonella kan ontstaan. Het in de vorige zin bedoelde plan dient te voldoen aan de in Bijlage VII opgenomen voorschriften. Ondernemers zijn verplicht te werken volgens het vorenbedoelde plan. Aan de in de eerste zin bedoelde goedkeuring kunnen voorwaarden en/of voorschriften worden gesteld.

  • 2 Broedeieren dienen te worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in bijlage bijlage VI, teneinde kruisbesmetting te voorkomen.

Artikel 7 [Vervallen per 18-07-2010]

  • 1 Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999".

Voor het Bestuur,

R.J. Tazelaar

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Bijlage I. : Hygiëne-onderzoeken in de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 18-07-2010]

Procedure [Vervallen per 18-07-2010]

De kalkoenkuikenbroederijen dienen gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen gecontroleerd. Dit kortere onderzoek vindt viermaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A : “Controle routine”.

De gehele kalkoenkuikenbroederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende kalkoenkuikenbroederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B : “Controle speciaal”.

De beide type onderzoeken worden door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD) uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een broederij het onderzoek van onderdeel A: “Onderzoek routine” zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.

Alle aangegeven onderdelen moeten voor het kalkoenkuikenbroederij-gemiddelde worden meegerekend. Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).

De monstername, afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de kalkoenkuikenbroederij, wordt uitgevoerd met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.

De verwerking van de monsters voor het hygiëne-onderzoek bij kalkoenkuikenbroederijen dient plaats te vinden volgens het onderzoek zoals beschreven in bijlage III van het Besluit Protocollen Hygiënevoorschriften Kalkoenhouderij 1997.

Aantal kolonie vormende eenheden (kve) op het Rodacplaatje

Score

0

0

1 t/m 40

1

41 t/m 120

2

121 t/m 400

3

> 400

4

ontelbaar

5

   

Controle "routine" (A)

Controle "speciaal (B)"

Lokaal

locatie- monstername

aantal afdrukken

aantal afdrukken

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

2

2

 

inventaris

1

 
 

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

 

1

 

wand

 

1

afraaplokaal

vloer

 

2

 

inventaris

 

2

kantine

vloer

1

2

 

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

 

2

 

inventaris

2

2

 

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

 

2

schouwlokaal

vloer

1

1

 

inventaris

1

2

gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

 

tafel

 

1

afvoergarage

vloer

 

2

1 voorbroedlokaal

vloer

2

2

 

wand

 

1

1 uitkomstlokaal

vloer

2

2

 

wand

 

1

2 voorbroedkasten

vloer

2 x 2

2 x 2

 

wand

2 x 1

2 x 1

 

eieren

1 x 2

2 x 1

1 uitkomstkast

vloer

 

1 x 2

 

wand

 

1 x 1

 

plafond

 

1 x 1

negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

24

49

Salmonella onderzoek [Vervallen per 18-07-2010]

In de kalkoenkuikenbroederij moet tijdens alle bezoeken voor de hygiënebemonstering tevens een Salmonella onderzoek worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de eieren, ingesleepte Salmonella in de kalkoenkuikenbroederij achterblijven en zich in de kalkoenkuikenbroederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.

Het Salmonella onderzoek bestaat uit een monstername van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monstername bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.

De volgende locaties dienen te worden bemonsterd:

Locatie

locatie monstername

aantal swabs

pot-nummer

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

5

1

 

inventaris

2

 
 

containers

2

 

kleedlokaal

vloer

3

1

 

inventaris

2

 
 

wc

1

 

kantine

vloer

3

1

 

inventaris

2

 
 

voorbroedlokalen

vloer

6

2

voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten

vloer

14

2

 

spoelruimte

vloer

3

3

 

krattenwasser

1

 
 

inventaris

2

 

schouwlokaal

vloer

3

3

 

inventaris

3

 

afraaplokaal

vloer

5

3

 

inventaris

3

 

Beoordeling en actie [Vervallen per 18-07-2010]

Beoordeling [Vervallen per 18-07-2010]

De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de kalkoenkuikenbroederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.

1. Lokaal/kast gemiddelde [Vervallen per 18-07-2010]

Het gemiddelde per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer aangegeven heeft dat tijdens de monstername dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloeden. In dit geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt dient de uitslag bij het volgende onderzoek minimaal voldoende te zijn. Indien, het betreffende lokaal of kast, wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort dient binnen een tijdsperiode van 2 maanden een extra "speciale controle" te worden uitgevoerd.

Lokaal- of kast gemiddelde (individuele beoordeling)

Lokaal of kasten gemiddelde

Beoordeling

Actie

kleiner of gelijk aan 1

zeer goed

geen

groter dan 1 en kleiner of gelijk aan 2

goed

geen

groter dan 2 en kleiner of gelijk aan 3

voldoende

geen

groter dan 3

onvoldoende

lokaal- of kastgemiddelde van de volgende bemonstering minimaal voldoende, anders een extra speciale controle binnen 2 maanden.

Kalkoenkuikenbroederij gemiddelde (totaal beoordeling)

Kalkoenkuikenbroederij gemiddelde

Beoordeling

Actie

0

uitstekend

geen

groter dan 0.0 en kleiner of gelijk aan 0,5

zeer goed

geen

groter dan 0.5 en kleiner of gelijk aan 1.0

goed

geen

groter dan 1.0 en kleiner of gelijk aan 1.5

voldoende

geen

groter dan 1.5 en kleiner of gelijk aan 2.0

onvoldoende

kalkoenkuiken- broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra speciale controle binnen 2 maanden

groter dan 2.0 en kleiner of gelijk aan 3.0

slecht

extra speciale controle binnen 2 maanden

groter dan 3.0

zeer slecht

extra speciale controle binnen 1 maand

3. Actie bij Salmonella besmetting [Vervallen per 18-07-2010]

Een isolatie van een Salmonella leidt tot een extra "speciale" controle binnen één maand na het bekend worden van de positieve isolatie.

Bijlage II. : Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het programma hygiëne- onderzoeken [Vervallen per 18-07-2010]

Het programma voor hygiëne-onderzoeken zoals beschreven in bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat tweemaal per jaar zal plaatsvinden en uit vier kortere onderzoeken. Het routine hygiene-onderzoek (onderdeel A uit bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, dat wil zeggen, mits:

  • 1. het hygiene-onderzoek wordt uitgevoerd op de wijze zoals in het protocol van bijlage I beschreven; en

  • 2. de resultaten van de uitgebreide hygiëne-onderzoeken tenminste voldoende zijn; en

  • 3. het hygiene-onderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de broederij niet in bedrijf is, dat wil zeggen nadat het verplicht reinigen en ontsmetten heeft plaatsgevonden en voordat de werkzaamheden weer worden hervat;

  • 4. de analyse van de monsters uitgevoerd wordt bij een door de voorzitter erkend laboratorium.

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de systeemtoets van de kalkoenkuikenbroederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëne- onderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëne-onderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door de GD.

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende zijn of slechter dan voert de GD opnieuw de korte onderzoeken uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de kalkoenkuikenbroederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van donsmonsters op de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 18-07-2010]

Doel [Vervallen per 18-07-2010]

Dit werkvoorschrift beschrijft de donsmonstername in kalkoenkuikenbroederijen, voor de verplichte monitoring, zoals voorgeschreven in het Hygiënebesluit Kalkoenkuikenbroederijen. De monsters worden genomen door een medewerker van de kalkoenkuikenbroederij.

Benodigdheden [Vervallen per 18-07-2010]

  • -

    steriele plastic zakken of potten

  • -

    etiketten

  • -

    inzendformulier

Werkwijze [Vervallen per 18-07-2010]

Aantal en locatie te nemen monsters

  • -

    Per uitkomstkast worden tenminste vijf donsmonsters genomen.

Uitvoering monstername [Vervallen per 18-07-2010]

  • -

    Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen maximaal de dag voor de uitkomstdag.

  • -

    De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.

  • -

    De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.

  • -

    Donsmonsters moeten te traceren zijn naar het bedrijf resp. de stal(len) van herkomst.

  • -

    De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op bedrijfsniveau ligt bij de kalkoenkuikenbroederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • -

    Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • -

    Iedere monsterpot of -zak dient direct te worden voorzien van een etiket met de volgende gegevens:

    • -

      datum van monsterneming

    • -

      gegevens kalkoenkuikenbroederij (naam en/of KIP nummer)

    • -

      kastnummer

  • -

    De kalkoenkuikenbroederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:

    • -

      wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • -

      hoe de monstername wordt uitgevoerd

    • -

      hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Inzendformulier [Vervallen per 18-07-2010]

  • -

    Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:

    • -

      naam en/of KIP nummer herkomstbedrijf

    • -

      koppelnummer(s)/stalnummer(s).

  • -

    Een afschrift van het formulier moet op de kalkoenkuikenbroederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.

Verzenden monsters [Vervallen per 18-07-2010]

  • -

    De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.

  • -

    De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek [Vervallen per 18-07-2010]

  • -

    De kalkoenkuikenbroederij dient een registratie bij te houden per kalkoenkuikenbroederij, per vermeerderaar en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

Bijlage IV. : Eisen aan de borgingssystematiek voor eigen monstername kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 18-07-2010]

De kalkoenkuikenbroederij, die zelf monsters neemt ten behoeve van onderzoek naar Salmonella moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • 1. De monsters moeten worden genomen volgens de voorschriften in bijlage III.

  • 2. De kalkoenkuikenbroederij beschikt over de resultaten van de ingangscontroles die de vleeskalkoenhouder heeft (laten) nemen.

  • 3. Wanneer vijfmaal achter elkaar de uitslag bij de kalkoenkuikenbroederij negatief is en de uitslag bij de vleeskalkoenhouder positief, wordt de aangewezen instantie belast met de controle op de naleving van de verordening geïnformeerd. De aangewezen instantie belast met de controle op de naleving van de verordeningmoet bij de volgende monsternames aanwezig zijn.

  • 4. Wanneer de aangewezen instantie belast met de controle op de naleving van de verordening tweemaal bij de monstername aanwezig is geweest en constateert dat deze naar behoren wordt uitgevoerd, mag de kalkoenkuikenbroederij de monstername weer zelfstandig uitvoeren.

Bijlage V. : Indeling status voor informatie-overdracht [Vervallen per 18-07-2010]

De kalkoenkuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan vleeskalkoenhouders de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

status

betekenis

informatie naar vleeskalkoenhouder

vrij

- geen aanwijzing dat de vermeerderingskoppels positief zijn

- broedeieren die geproduceerd zijn vanaf de derde dag van de antibioticabehandeling van een vermeerderingskoppel

- vleeskalkoenhouder direct schriftelijk melden dat koppel vrij-status heeft én

- uitslag donsonderzoek nasturen wanneer koppel toch besmet blijkt

mogelijk besmet

- vermeerderingskoppels Salmonella- verdacht óf

- broedeieren die geproduceerd zijn tot de derde dag van de antibioticabehandeling van een vermeerderingskoppel

- vermeerderingskoppel is besmet

- vleeskalkoenhouder schriftelijk melden dat koppel de status heeft van mogelijk besmet én

- uitslag donsonderzoek nasturen wanneer koppel besmet blijkt

Wanneer een uitkomstkast een positief donsmonster bevat, dient dit direct gemeld te worden aan de vleeskalkoenhouders die uit deze uitkomstkast kuikens geleverd hebben gekregen. Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere vermeerderaars werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van deze vermeerderaars uit andere kasten (met een negatieve uitslag) niet als mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is. Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle vermeerderaars die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kalkoenkuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Wanneer een koppel na een positieve donsuitslag in de kalkoenkuikenbroederij vijf opeenvolgende keren alleen negatieve donsuitslagen geeft, is het koppel niet meer besmet.

Bijlage VI. : Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kalkoenkuikenbroederij [Vervallen per 18-07-2010]

De kalkoenkuikenbroederij dient broedeieren in de kalkoenkuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:

1.

broedeieren van onverdachte koppels moederdieren en broedeieren van koppels moederdieren die behandeld zijn geweest (vanaf de derde dag van de behandeling);

2A.

broedeieren van verdachte koppels moederdieren:

- broedeieren van koppels moederdieren die hetzij verdacht worden van een Salmonella- besmetting, zonder dat deze besmetting is bevestigd of

- broedeieren van koppels, waarvan de behandeling net is ingezet (tot de derde dag);

2B.

broedeieren van Salmonella-besmette koppels moederdieren.

Bijlage VII. : Leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kuikenbroederijen. [Vervallen per 18-07-2010]

Om te komen tot een kuikenbroederij waarin kruisbesmetting met Salmonella wordt voorkomen, zal aan een aantal eisen voldaan dienen te worden.

Volgens artikel 5 van dit besluit dient iedere kuikenbroederij over een door de Voorzitter van het Productschap goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan.

Onderdelen bedrijfsplan. [Vervallen per 18-07-2010]

Het bedrijfsplan dient betrekking te hebben op zowel de inrichting als de werkwijze in de broederij. De volgende indeling wordt aanbevolen:

  • 1. Hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne;

  • 2. Hygiëne management in de kuikenbroederij, waaronder reinigings- en desinfectieplan;

  • 3. Logistiek van het broeden;

  • 4. Afvalverwerking.

1. Hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne [Vervallen per 18-07-2010]

Het onderdeel hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne dient te bevatten:

  • 1.1. procedures over de wijze waarop het personeel (intern of extern) wordt opgeleid, zodat het personeel op de hoogte is van Salmonella, de wijze van verspreiding en de interne procedures om Salmonella te beheersen;

  • 1.2. procedures over o.a. het wassen van handen, douchen, dragen van bedrijfskleding (aparte kleding/schoeisel voor vuile en schone gedeelte van de broederij), eten, drinken en roken op de werkplek, etc.

2. Hygiëne management in de kuikenbroederij [Vervallen per 18-07-2010]

Het onderdeel hygiëne management in de kuikenbroederij dient te bevatten:

  • 2.1. procedures over het aanleveren van broedeieren waaronder het gescheiden aanleveren van gewassen eieren etc.;

  • 2.2. procedures voor de wijze van ontvangst en verwerking van de broedeieren, waaronder wijze van sorteren, behandeling en wijze van inleggen van vuile en gewassen eieren, hygiëne bij overleggen, etc.;

  • 2.3. procedures over de hygiëne in de kuikenbroederij, waaronder de wijze waarop schone en vuile gedeelten in de kuikenbroederij worden aangegeven, procedures voor het personeel waarin de looproutes in de kuikenbroederij staan beschreven etc.;

  • 2.4. procedures voor reiniging en desinfectie, waarin o.a. frequentie, reinigings- en ontsmettingsmiddelen en werkwijze worden weergegeven van zowel de kuikenbroederij als de vervoers- en transportmiddelen (kratten dan wel containers), een plattegrond van de te reinigen lokalen en de opslag van middelen, aanwijzing van de verantwoordelijke personen, persoonlijke bescherming etc.;

  • 2.5. procedures voor de controle van de hygiëne in de kuikenbroederij,waarin o.a. staat aangegeven wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd en wat de acties bij afwijkingen zijn;

  • 2.6. ongediertebestrijdingsplan;

  • 2.7. andere procedures met betrekking op het algemene hygiëne management.

3. Logistiek van het broeden. [Vervallen per 18-07-2010]

In onderstaande maatregelen wordt een voorzet gegeven hoe in het kader van het bedrijfsplan met broedeieren op kuikenbroederij-niveau moet worden omgegaan. Het gaat hierbij om zowel bouwkundige en technische voorzieningen als om een aantal protocollen voor werkwijze, voor wat betreft mogelijk besmette broedeieren. Uitgangspunt voor de richtlijn is dat eieren, kuikens of afvalmateriaal en dons van kuikens van mogelijk besmette koppels niet in contact mogen komen met eieren of kuikens van vrije koppels. Wanneer dit wel gebeurt moet de hele partij als mogelijk besmet worden beschouwd.

  • 3.1. ei-transport en -bewaring

    Maatregel: niet-ontsmette eieren van mogelijk besmette koppels worden zo min mogelijk tegelijk met vrije eieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette eieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette koppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf zijn ontsmet, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.

    Motivatie: eieren van mogelijk besmette koppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie, apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen, fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.

  • 3.2. logistiek was- en grondeieren

    Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette koppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van vrije koppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette koppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.

    Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventuele besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.

  • 3.3. ontsmetting 18 dagen

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels en van vrije koppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden. Karakter: verplicht.

    Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van eieren door de kuikenbroederij. Door na overleggen te ontsmetten kan een eventuele verspreiding tegengegaan worden.

  • 3.4. logistiek van overleg

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.

  • 3.5. klimaatscheiding uitkomstkasten

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels dienen in een apart uitkomstlokaal uitgebroed te worden. De aanvoer van lucht mag van een gezamenlijke ruimte afkomstig zijn. Voor de afvoer van de lucht geldt:

    • a. De aanvoer vindt bij voorkeur volledig gescheiden plaats van de luchtkanalen van de overige uitkomstlokalen.

    • b. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal dient de luchtafvoer van het uitkomstlokaal dat gebruikt wordt voor de mogelijk besmette koppels als laatste op het afvoerkanaal worden aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer.

    • c. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal, maar het uitkomstlokaal met mogelijk besmette kuikens niet als laatste op het afvoerkanaal is aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer dan dient voldoende onderdruk aanwezig te zijn in het afvoerkanaal. Hiervoor is een automatische alarmmelding dan noodzakelijk.

    Na uitkomst van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: dons is een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Bij uitkomstmachnines in hetzelfde lokaal is bij het openen van de deur de verspreiding van de dons niet te voorkomen.

  • 3.6. logistiek van uitkomst

    Maatregel: de kuikens van mogelijk besmette koppels dienen als laatste van de dag te worden afgeraapt en verwerkt. Bij het afrapen moeten de vrije kuikens uit het lokaal verwijderd zijn. Vrije kuikens mogen niet worden opgeslagen tezamen met mogelijk besmette kuikens. Dit betekent een aparte opslag voor vrije kuikens. Na het afrapen van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: dons vormt een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Door de kuikens niet ruimtelijk te scheiden kan kruisbesmetting ontstaan.

  • 3.7. kuikentransport

    Maatregel: transport van mogelijk besmette kuikens dient apart van het transport van vrije kuikens plaats te vinden, in een aparte wagen. Na transport dient de wagen gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: verspreiding van dons tijdens transport kan kruisbesmetting tot gevolg hebben.

  • 3.8. administratie

    De administratie van de kuikenbroederij dient dusdanig te worden opgezet dat voor de medewerkers duidelijk is welke eieren mogelijk besmet zijn en welke procedure daarmee gevolgd moet worden. Tevens moet uit de administratie afgeleid kunnen worden welke route in plaats en tijd de mogelijk besmette eieren hebben gevolgd, zodat duidelijk wordt of de verschillende protocollen voor handling juist zijn uitgevoerd.

4. Afvalverwerking [Vervallen per 18-07-2010]

Afvalverwerking dient zo plaats te vinden dat geen besmetting van schone ruimtes of producten met het vuile afval kan plaatsvinden. Hiervoor dient duidelijk te zijn op welke wijze de kuikenbroederij het afval opslaat, verwerkt en verwijderd.