Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Erkenningsregeling penitentiair programma[Regeling vervallen per 05-12-2004.]

Geldend van 01-03-2004 t/m 04-12-2004

Regeling Erkenning Penitentiaire Programma’s

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 4, derde en vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet en artikel 5, vierde lid van de Penitentiaire maatregel;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 6 november 1998, kenmerk 724348/98;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 05-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. DJI: Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie;

  • b. deelnemer: degene die deelneemt aan het penitentiair programma;

  • c. SRN: de stichting, bedoeld in artikel 2 van de Reclasseringsregeling 1995;

  • d. derde-organisatie: een instelling op het terrein van maatschappelijke hulp- en dienstverlening of opleiding en scholing of een vrijwilligersorganisatie op het terrein van hulpverlening aan justitiabelen, niet zijnde een inrichting of de SRN;

  • e. werkgever: het bedrijf waar de deelnemer arbeid verricht.

Artikel 2 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 Een werkgever of derde-organisatie die in de gelegenheid wil worden gesteld een penitentiair programma of onderdelen daarvan te verzorgen kan hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI verzoeken te worden aangewezen als verzorger van een penitentiair programma of onderdelen daarvan. Op de aanvraag wordt binnen drie maanden beslist. Het hoofd van de directie Gevangeniswezen van de DJI kan bij de aanwijzing voorwaarden stellen.

  • 2 Een aanvraag tot aanwijzing wordt, voor zover van toepassing, gedaan onder overlegging van:

    • a. de statuten en een recent uittreksel uit de registers van de Kamer van Koophandel;

    • b. het meest recente jaarverslag of een ander actueel overzicht van het functioneren van de organisatie;

    • c. een goedkeurende accountantsverklaring.

  • 3 De derde-organisatie die op grond van de Wet bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen als zorginstelling is aangemerkt, krachtens de Algemene wet bijzondere ziektekosten is toegelaten als instelling die zorg, als bedoeld in artikel 6 van laatstgenoemde wet, verleent, dan wel door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erkend als onderwijsinstelling, kan, in plaats van de stukken, genoemd in het tweede lid, volstaan met toezending van deze erkenning of aanwijzing.

  • 4 De werkgever of derde-organisatie legt bij de aanvraag een verklaring over waarin is vermeld dat hij zal voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a. accepteren van toezicht op gemaakte afspraken en evaluatie ervan door de inrichting of SRN;

    • b. zorg dragen voor toezicht op de deelnemer;

    • c. periodiek rapporteren over de voortgang van de deelnemer;

    • d. melden van bijzondere voorvallen;

    • e. medewerken aan of zorg dragen voor controle op het gebruik van niet toegelaten gedragsbeïnvloedende middelen;

    • f. in acht nemen en waar nodig naleven van de voorwaarden die aan de deelnemer worden gesteld;

    • g. zich onderwerpen aan een jaarlijks accountantsonderzoek.

  • 5 De aanwijzing van een werkgever of derde-organisatie geschiedt voor een periode van twee jaren. Uiterlijk drie maanden voor de afloop van deze termijn dient desgewenst een verzoek om verlenging te worden ingediend. Bij dit verzoek wordt een recent jaarverslag of een actueel overzicht van het functioneren van de werkgever of derde-organisatie overgelegd.

  • 6 In die gevallen dat de duur van een individueel penitentiair programma, gerekend vanaf de aanvangsdatum, de vervaldag van de erkenning overschrijdt, is de werkgever of derde-organisatie gehouden het programma geheel ten uitvoer te leggen.

  • 7 De directie Gevangeniswezen van de DJI houdt een lijst bij van aangewezen werkgevers en derde-organisaties.

  • 8 Indien een werkgever of derde-organisatie, nadat hij is aangewezen of een aanvraag daartoe heeft ingediend, zijn statuten wijzigt, stelt hij hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI daarvan onverwijld op de hoogte.

Artikel 3 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 De aanwijzing tot werkgever of derde-organisatie kan door hoofd Directie Gevangeniswezen van de DJI tussentijds onder meer worden ingetrokken indien:

    • a. de voorwaarden, die bij de aanwijzing zijn gesteld, niet worden nageleefd;

    • b. de gegevens, die in het kader van de aanvraag tot aanwijzing zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn gevolgd indien ten tijde van de beoordeling van de aanvraag de juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest.

  • 2 De aanwijzing tot werkgever of derde-organisatie wordt niet verlengd indien voor het geboden penitentiair programma of onderdeel ervan geen doelgroep meer bestaat.

  • 3 Over het intrekken en het niet verlengen van de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid hoort hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI vooraf de betrokken inrichtingen en de SRN.

  • 4 Hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI zendt een afschrift van zijn besluit tot intrekking dan wel niet verlengen van een aanwijzing aan de betrokken werkgever of derde-organisatie en aan de directeuren van de betrokken inrichtingen en van de SRN.

  • 5 Directeuren van de inrichtingen en van de SRN melden hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI eventuele incidenten met betrekking tot een werkgever of derde-organisatie die van invloed kunnen zijn op het intrekken of niet verlengen van de aanwijzing.

Artikel 4 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 Naast inrichtingen en SRN kunnen werkgevers en derde-organisaties die overeenkomstig artikel 2 zijn aangewezen aan hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI verzoeken richten tot erkenning van een penitentiair programma of onderdeel ervan. Op de aanvraag tot erkenning wordt binnen drie maanden beslist.

  • 2 Hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI zendt een afschrift van zijn besluit aan de betrokken werkgever of derde-organisatie en aan de directeuren van de betrokken inrichtingen en de SRN.

Artikel 5 [Vervallen per 05-12-2004]

Een beschrijving van een penitentiair programma of onderdeel daarvan moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • a. Leerdoelen en programma-activiteiten:

    • 1°. De leerdoelen van het programma;

      2°. Een gedetailleerde beschrijving van de concrete activiteiten;

      3°. De duur en de opbouw van het programma;

      4°. De te gebruiken methodiek, inclusief de achtergronden en eventuele theoretisch-wetenschappelijke verantwoording ter zake;

      5°. De wijze waarop sturing wordt gegeven aan het gedrag van de deelnemer en de aan de inhoud van het programma gekoppelde vrijheidsgraden onder meer uitgedrukt in toezicht en sancties;

      6°. De gewenste tijdsinvestering van de deelnemer.

  • b. Doelgroep:

    • 1°. Kenmerken van personen die in aanmerking komen voor het programma, in de zin van gepleegde delicten, en psychosociale of sociaal-economische problematiek;

      2°. Contra-indicaties voor deelname.

  • c. Intakeprocedure:

    Een beschrijving van de intakeprocedure, inclusief wie dat doet en op basis van welke criteria, de wijze waarop de beoogde deelnemer bij deze intake wordt betrokken en de documenten die bij de plaatsing van belang zijn.

  • d. Uitvoering:

    • 1°. Een beschrijving van de wijze waarop inhoudelijk en procedureel uitvoering wordt gegeven aan de activiteiten en de wijze waarop het programma kan worden ingepast in een breder traject van penitentiaire programma’s of onderdelen daarvan;

      2°. De wijze waarop de controle en rapportage is geregeld.

  • e. Kwaliteitszorg:

    • 1°. De wijze waarop de procesevaluatie is geregeld, zowel met betrekking tot het verloop van de introductie en implementatie van het penitentiair programma als de uitvoering van dat programma. Tevens wordt aangegeven hoe de effectevaluatie wordt uitgevoerd met betrekking tot zowel het al dan niet behalen van de leerdoelen, de recidive als de relatie tussen deze twee. Als uitgangspunt voor de borging van kwaliteit geldt het model van het Instituut Nederlandse Kwaliteit.

      2°. De wijze waarop in de licentieverlening van de medewerkers van het programma is voorzien.

  • f. Kosten:

    Een gedetailleerde begroting van de vaste en de variabele personele en materiële kosten.

Artikel 6 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 Het penitentiair programma moet in programmatische zin zodanig zijn opgebouwd dat er zowel aandacht is voor de wijze waarop gewerkt wordt aan een geslaagde terugkeer in de samenleving als voor het strafkarakter. Het strafkarakter dient zowel in het samenstel van programma-onderdelen zichtbaar te zijn als in de totale programma-opzet. Naarmate het penitentiair programma langer duurt, neemt het belang toe om binnen de in het tweede lid, onder b, genoemde hoofdrubriek te variëren.

  • 2 Een penitentiair programma bevat een samenstel van activiteiten dat zo evenwichtig mogelijk is gespreid over de hierna genoemde onderdelen, per week ten minste 26 uur omvat en ten minste uit een van de volgende hoofdrubrieken is opgebouwd:

    • a. arbeidstoeleiding zoals werk, het verkrijgen van een vakdiploma en gewenning aan het arbeidsproces;

    • b. stimuleren van de zelfredzaamheid zoals sociale vaardigheid, budgettering, woonbegeleiding, alfabetisering en vergroting van zelfdiscipline;

    • c. behandeling van psychische stoornis of verslavingsproblematiek.

  • 3 Een penitentiair programma bevat naast de te verrichten activiteiten ook een beschrijving van de wijze waarop het programma een bijdrage levert aan de geslaagde terugkeer van de gedetineerde in de samenleving, de aan de inhoud van het programma gekoppelde vrijheidsgraden, de sturing op het gedrag in de zin van toezicht en sancties, de controle op het gebruik van niet toegelaten stoffen, de te stellen voorwaarden en de kosten die met het uitvoeren van het programma gemoeid zijn.

  • 4 Elk penitentiair programma kent de eis dat de deelnemer aan het programma verplicht minimaal elke week één uur persoonlijk contact heeft met de uitvoeringsverantwoordelijke instantie. Dit contact richt zich op de vraag of de in het penitentiair programma gemaakte afspraken daadwerkelijk worden gerealiseerd en of en zo ja welke aanpassingen noodzakelijk zijn.

Artikel 7 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 Opdat er sprake is van eenduidige aanpak en besluitvorming in het kader van het verloop van het penitentiair programma worden door hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI per arrondissement een of meer inrichtingen aangewezen waarbij de deelnemers aan een penitentiair programma administratief worden ingeschreven.

  • 2 Alleen inrichtingen en uitvoeringseenheden van de SRN kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie. De behoefte aan specifieke expertise kan ertoe leiden dat derde-organisaties en werkgevers de begeleiding van de deelnemer aan bepaalde specifiek ten behoeve van hen te benoemen onderdelen van het penitentiair programma ter hand nemen.

  • 3 De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot plaatsing in een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan.

  • 4 De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan:

    • a. het toezien op de daadwerkelijke deelname aan de programmaonderdelen;

    • b. het toezien op het nakomen van de procedures die ter zake van het penitentiair programma zijn overeengekomen;

    • c. het toezien op de begeleiding door de werkgever of de derde-organisatie van de deelnemer aan het penitentiair programma;

    • d. het beoordelen en aanbrengen van kleine aanpassingen in het penitentiair programma van de deelnemer;

    • e. het beoordelen van de ernst van een overtreding en het melden van die overtreding aan de directeur van de inrichting;

    • f. het signaleren van vorderingen en ontwikkelingen van de deelnemer aan een penitentiair programma;

    • g. het tijdig opstellen van tussen- en eindrapportages.

  • 5 De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. Over de onderdelen van de overeenkomst plegen partijen vooraf overleg. In elk geval worden afspraken ge-maakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.

Artikel 8 [Vervallen per 01-03-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 05-12-2004]

  • 1 Door hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI wordt, in overleg met de aanbieder van het penitentiair programma of onderdeel daarvan, de hoogte vastgesteld van de programmakosten per deelnemer per dag. Voor landelijk aangeboden programma’s of onderdelen daarvan wordt een landelijke prijs overeengekomen.

  • 2 De kosten voor het programma en de begeleiding worden door DJI en SRN vergoed naar rato van het aantal deelnemers dat een penitentiair programma doorloopt.

  • 3 De inrichting die is aangewezen als inrichting waar deelnemers aan een penitentiair programma administratief worden ingeschreven, ontvangt van hoofd directie Gevangeniswezen een bijdrage ter grootte van de duur van het programma vermenigvuldigd met de prijs per plaats per dag van het desbetreffende penitentiair programma. Deze inrichting betaalt de uitvoeringsverantwoordelijke instantie een bedrag gelijk aan de verstrekte bijdrage.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde prijs wordt ieder jaar opnieuw door hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI vastgesteld. Bij deze vaststelling wordt rekening gehouden met de loon- en prijsontwikkelingen.

  • 5 In het geval dat het penitentiair programma voortijdig wordt beëindigd, verlaagt hoofd directie Gevange-niswezen van de DJI de bijdrage, als bedoeld in het derde lid, indien minder dan driekwart van de duur van het penitentiair programma is verstreken.

  • 6 Bij het bepalen van de in het vijfde lid bedoelde verlaging wordt rekening gehouden met de voltooide termijn en de verhouding tussen het vaste en het variabele deel van de kosten zoals blijkt uit de bij het penitentiair programma of onderdeel daarvan ingediende begroting zoals bedoeld in artikel 5, onder f.

Artikel 10 [Vervallen per 05-12-2004]

Deze regeling wordt twee jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel 11 [Vervallen per 05-12-2004]

Deze regeling treedt op 1 januari 1999 in werking.

Artikel 12 [Vervallen per 05-12-2004]

Artikel 5, derde, tot en met zesde lid, is niet van toepassing in regio’s waar elektronisch toezicht niet beschikbaar is. In die gevallen wordt het elektronisch toezicht vervangen door direct toezicht door of vanwege ambtenaren of medewerkers van DJI of SRN.

Artikel 13 [Vervallen per 05-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling penitentiair programma.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie,

A.H. Korthals