Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling Wob Financiën

Geldend van 12-03-2013 t/m heden

Uitvoeringsregeling Wob Financiën

De Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 14 van de Wet openbaarheid van bestuur;

Gezien de Aanwijzingen inzake openbaarheid van bestuur en de daarbij behorende modelregeling (Stcrt. 1992, 84), zoals gewijzigd bij het besluit van de Minister-President van 23 januari 1998 (Stcrt. 1998, 28);

Hoofdstuk I. Algemeen

Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet openbaarheid van bestuur;

b. de Minister:

de Minister van Financiën;

c. de Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Financiën;

d. de secretaris-generaal:

de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

e. informatiepunt:

een persoon of een plaats binnen het Ministerie en binnen de daaronder ressorterende instellingen, diensten of bedrijven, bij wie onderscheidenlijk waar informatie kan worden verkregen;

f. gemachtigd ambtenaar:

een ambtenaar die door de Minister of de Staatssecretaris tot het beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd;

g. directie Communicatie:

de directie Communicatie van het Ministerie van Financiën;

h. eenheid Documentatie en Informatie:

de eenheid Documentatie en Informatie van de directie Bedrijfsvoering van het Ministerie van Financiën;

i. directie Bestuurlijke en Juridische Zaken:

de directie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën;

j. directoraat-generaal Belastingdienst:

het directoraat-generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën;

k. managementteam Belastingdienst van het DG Belastingdienst:

het managementteam van het directoraat-generaal Belastingdienst;

l. cluster Bedrijf:

het cluster Bedrijf van het directoraat-generaal Belastingdienst;

m. de Belastingdienst:

de dienst, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;

n. de organisatieonderdelen van de Belastingdienst:

de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;

o. de directeuren en algemeen directeuren:

de landelijk directeuren, directeuren en algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.

Register

Artikel 2

  • 1 Er is een register waarin worden opgenomen:

    • a. de onder verantwoordelijkheid van de Minister of de Staatssecretaris werkzame instellingen, diensten en bedrijven;

    • b. de niet-ambtelijke adviescommissies op het terrein van het Ministerie van Financiën;

    • c. de zelfstandige bestuursorganen op het terrein van het Ministerie van Financiën.

  • 2 Het register vermeldt de namen, adressen en informatiepunten van de daarin opgenomen instellingen, diensten, en bedrijven, commissies en bestuursorganen.

  • 3 Het register ligt voor een ieder ter inzage bij de eenheid Documentatie en Informatie. Het register is tevens te raadplegen via de internetsite van het Ministerie van Financiën.

  • 4 De directie Communicatie houdt het register bij.

Hoofdstuk II. Bevoegdheden met betrekking tot verzoeken om informatie, andere dan die berust bij de Belastingdienst

Informatiepunt

Artikel 3

Het informatiepunt met betrekking tot verzoeken om informatie, andere dan die berust bij de Belastingdienst, is de directie Communicatie.

Gemachtigd ambtenaar

Artikel 4

  • 1 Als gemachtigd ambtenaar met betrekking tot verzoeken om informatie, andere dan die berust bij de Belastingdienst, wordt aangewezen de Secretaris-Generaal. Deze wordt daarbij ondersteund door de directie Bestuurlijke en Juridische Zaken.

  • 2 Als vervanger van de gemachtigd ambtenaar wordt aangewezen de directeur Bestuurlijke en Juridische Zaken.

  • 3 Het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de directie Bestuurlijke en Juridische Zaken is gemachtigd tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken ter zake van verzoeken om informatie, andere dan die welke berust bij de Belastingdienst, en van hoger beroep in procedures ter zake van deze verzoeken om informatie.

  • 4 Hij kan aan onder hem ressorterende ambtenaren ter zake ondermachtiging verlenen.

Vaststelling van nadere regels

Artikel 5

  • 1 De Secretaris-Generaal kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van deze regeling door het Ministerie en de onder verantwoordelijkheid van het Ministerie werkzame instellingen, diensten en bedrijven, met uitzondering van de Belastingdienst.

  • 2 Deze regels liggen voor een ieder ter inzage bij de eenheid Documentatie en Informatie. De regels zijn ook te raadplegen via de internetsite van het Ministerie van Financiën.

Hoofdstuk III. Bevoegdheden met betrekking tot verzoeken om informatie die berust bij de Belastingdienst

Informatiepunten

Artikel 6

  • 1 Met betrekking tot verzoeken om informatie die berust bij de Belastingdienst, zijn de organisatieonderdelen van de Belastingdienst de informatiepunten.

  • 2 In afwijking van het eerste lid is voor verzoeken van vertegenwoordigers van de media, van politieke en maatschappelijke organisaties, en van belangengroeperingen, om informatie die berust bij de Belastingdienst, de directie Communicatie het informatiepunt.

  • 3 Met betrekking tot verzoeken om informatie die berust bij het directoraat-generaal Belastingdienst, is de directie Communicatie het informatiepunt.

Gemachtigde ambtenaren

Artikel 7

  • 1 Voor wat betreft de beslissing over verzoeken om informatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze regeling, worden de directeuren en algemeen directeuren als gemachtigde ambtenaren aangewezen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde directeuren en algemeen directeuren zijn bevoegd ondermandaat te verlenen voor het nemen van de in het eerste lid bedoelde beslissingen.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde directeuren en algemeen directeuren zijn gemachtigd tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken inzake verzoeken om informatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze regeling.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde directeuren en algemeen directeuren zijn bevoegd aan onder hen ressorterende ambtenaren ondermachtiging te verlenen tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken.

  • 5 Indien na de in het derde lid bedoelde procedures hoger beroep wordt ingesteld, wordt het desbetreffende dossier ter verdere afdoening overgedragen aan het cluster Bedrijf.

Artikel 7a

  • 1 Voor wat betreft de beslissing over verzoeken om informatie als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van deze regeling, worden de leden van het managementteam Belastingdienst van het DG Belastingdienst als gemachtigde ambtenaren aangewezen.

  • 2 De leden van het managementteam Belastingdienst van het DG Belastingdienst zijn gemachtigd tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken inzake verzoeken om informatie als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van deze regeling en tot de behandeling van procedures bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State inzake verzoeken om informatie als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.

  • 3 De in het derde lid bedoelde leden van het managementteam Belastingdienst van het DG Belastingdienst zijn bevoegd aan onder hen ressorterende ambtenaren ondermachtiging te verlenen tot de behandeling van procedures bij de rechtbanken en de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State.

Vaststelling van nadere regels

Artikel 8

  • 1 De directeur-generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de in de artikelen 7 en 7a bedoelde bevoegdheden.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde regels liggen ter inzage bij de eenheid Documentatie en Informatie en de organisatie-onderdelen van de Belastingdienst.

Hoofdstuk IV. Wijze van behandeling van informatieverzoeken

Behandelende instantie

Artikel 9

  • 1 Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door het ter zake bevoegde informatiepunt.

  • 2 Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitoefening voorvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij uit hoofde van zijn functie in contact komt, in beginsel informatie op verzoek te verschaffen over de binnen het kader van de uitoefening van zijn functie aan de orde komende aangelegenheden.

Doorgeleiding van informatieverzoeken naar de gemachtigde ambtenaar

Artikel 10

De informatiepunten en de andere behandelende ambtenaren bedoeld in artikel 9, tweede lid, leiden een verzoek om informatie door naar de desbetreffende gemachtigde ambtenaar indien zij:

  • a. van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet of niet geheel kan worden ingewilligd, en op grond van artikel 5 van de Wet openbaarheid van bestuur een schriftelijke beslissing moet worden genomen;

  • b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;

  • c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of afwijzing van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.

Voorlegging van informatieverzoeken aan de Minister of de Staatssecretaris

Artikel 11

De gemachtigde ambtenaar legt een verzoek om informatie aan de Minister dan wel de Staatssecretaris voor, indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. Over de afdoening van een verzoek van dien aard wordt overleg gepleegd met de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken.

Overleg met andere Ministeries

Artikel 12

  • 1 Als het document waarin de gevraagde gegevens zijn neergelegd berust onder de Minister tot wie de verzoeker zich heeft gewend, maar het betrokken document tot stand is gekomen (mede) onder (eerste) verantwoordelijkheid van een andere Minister, wordt de beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met de andere Minister is overlegd.

  • 2 Leidt het overleg tot de slotsom dat de beslissing op het verzoek om informatie beter kan worden genomen door de andere Minister, dan wordt de verzoeker naar hem verwezen. In het geval van een schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.

Aanvullende bepalingen voor de Belastingdienst

Samenwerking binnen de Belastingdienst

Artikel 13 [Vervallen per 07-04-2004]

Doorzending van stukken door de Belastingdienst aan het Ministerie

Artikel 14

Rechterlijke uitspraken in procedures van de organisatieonderdelen van de Belastingdienst worden zo spoedig mogelijk na ontvangst door hen in afschrift doorgezonden aan het cluster Bedrijf en aan de directie Bestuurlijke en Juridische Zaken.

Hoofdstuk V. Informatie uit eigen beweging over adviezen

Artikel 15

Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde adviescommissies werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister of de Staatssecretaris beslist de Secretaris-Generaal, onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder g, van het Reglement van orde voor de ministerraad (Stb. 1994, 203)1.

Artikel 16

De openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van mededeling daarvan in de Staatscourant geschieden door de zorg van de Secretaris-Generaal. Deze wordt daarbij ondersteund door de directie Communicatie.

Artikel 17

Adviezen, nota’s en rapporten die gezien hun omvang daarvoor in aanmerking komen, worden eventueel voorzien van een tevens voor openbaarmaking bestemde samenvatting.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 18

De regeling van 20 mei 1992, Stcrt. 99, en de Regeling Wob-mandaat Belasting-dienst van 21 december 1993, Stcrt. 247, worden ingetrokken.

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wob Financiën.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en afschrift daarvan zal worden gezonden aan de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken.

’s-Gravenhage, 21 december 1998

De

Minister

van Financiën

G. Zalm

De

Staatssecretaris

van Financiën,

W. Vermeend

  • ^ [1]

    Besluit van 2 maart 1994; Stb. 203; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 november 2006, Stb. 557