Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Estse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Estland

Geldend van 29-11-1998 t/m heden

Estse voorschriften tot uitvoering van het op 14 maart 1997 tussen Nederland en Estland gesloten Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting

De Staatssecretaris van Financiën,

Besluit:

Door plaatsing in de Staatscourant het navolgende ter kennis van belanghebbende inwoners van Nederland te brengen:

Regeling inzake vermindering en vrijstelling van Estse belasting op dividenden, interest en royalty's, genoten door inwoners van Nederland

Artikel 1. Aanspraken van inwoners van Nederland

Aan het op 14 maart 1997 tussen Nederland en Estland gesloten Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en het Protocol bij dat Verdrag (Trb. 1997, 98 en 262), kunnen inwoners van Nederland onder meer de volgende aanspraken ontlenen, geregeld in de hieronder tussen haakjes vermelde artikelen van het Verdrag en onderdelen van het Protocol:

  • a. vermindering tot 15 percent van de Estse belasting op dividenden, betaald door een lichaam dat inwoner van Estland is aan een inwoner van Nederland die de uiteindelijk gerechtigde daarvan is (artikel 10, tweede lid, onderdeel b);

  • b. vermindering tot 5 percent van de Estse belasting op dividenden, betaald door een lichaam dat inwoner van Estland is aan een lichaam (niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma) dat inwoner van Nederland is, indien dat lichaam de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is en het onmiddellijk ten minste 25 percent beheerst van het kapitaal van het Estse lichaam dat de dividenden betaalt (artikel 10, tweede lid, onderdeel a);

  • c. algehele vrijstelling van de Estse belasting op uit Estland afkomstige interest, indien deze wordt betaald aan de Staat der Nederlanden, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, de Nederlandsche Bank (centrale bank), een financiële instelling die eigendom is van of wordt beheerst door de Regering van Nederland, daaronder begrepen de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan (artikel 11, derde lid, onderdeel b);

  • d. algehele vrijstelling van de Estse belasting op uit Estland afkomstige interest, indien deze wordt betaald ter zake van een lening, gegarandeerd of verzekerd door de Staat der Nederlanden, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, de Nederlandsche Bank (centrale bank), een financiële instelling die eigendom is van of wordt beheerst door de Regering van Nederland, daaronder begrepen de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan (artikel 11, derde lid, onderdeel c);

  • e. algehele vrijstelling van de Estse belasting op uit Estland afkomstige interest, genoten door een onderneming die inwoner van Nederland is en de uiteindelijk gerechtigde daarvan is, en de interest wordt betaald ter zake van een schuld ontstaan uit de verkoop op krediet van koopwaar of nijver-heids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting door die onderneming, aan een onderneming in Estland, behoudens waar het een verkoop of schuld betreft tussen gelieerde personen (artikel 11, derde lid, onderdeel d);

  • f. vermindering tot 10 percent van de Estse belasting op de niet onder de onderdelen c, d en e vallende interest, afkomstig uit Estland en betaald aan een inwoner van Nederland die de uiteindelijk gerechtigde daarvan is (artikel 11, tweede lid).

    De Verdragsluitende Staten zijn overeengekomen dat, wanneer als gevolg van de totstandkoming van een verdrag tussen Estland en een derde Staat die op het tijdstip van ondertekening van het Nederlands-Estse Verdrag lid is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een inwoner van die derde Staat ter zake van interest betaald vanwege een lening van enigerlei aard die aan een onderneming is verstrekt door een bank recht heeft op een belastingtarief dat lager is dan het tarief neergelegd in het tweede lid van artikel 11, en dat Verdrag in werking treedt voor dan wel na de datum van inwerkingtreding van het Nederlands-Estse belastingverdrag, de bevoegde autoriteit van Estland onmiddellijk na de inwerkingtreding van dat Verdrag met een derde Staat de bevoegde autoriteiten van Nederland in kennis stelt van dat Verdrag en dat dat lagere belastingtarief in de plaats wordt gesteld in artikel 11 voor het tarief in artikel 11, tweede lid, wat betreft een lening van enigerlei aard die door een bank aan een onderneming is verstrekt, welk tarief van kracht wordt op de datum van inwerkingtreding van dat Verdrag of van het Nederlands-Estse belastingverdrag, afhankelijk van welke datum de laatste is (onderdeel IX van het Protocol);

  • g. vermindering tot 5 percent van de Estse belasting op royalty’s voor het gebruik van nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting, afkomstig uit Estland en betaald aan een inwoner van Nederland die de uiteindelijk gerechtigde daarvan is (artikel 12, tweede lid, onderdeel a);

  • h. vermindering tot 10 percent van de Estse belasting op de niet onder onderdeel g vallende royalty’s, afkomstig uit Estland en betaald aan een inwoner van Nederland die de uiteindelijk gerechtigde daarvan is (artikel 12, tweede lid, onderdeel b).

    Vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio- of televisieuitzendingen, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, dan wel voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap worden als royalty’s in de zin van artikel 12 aangemerkt (artikel 12, vierde lid).

    Vergoedingen voor technische diensten, daaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor contracten inzake bouw- of constructiewerkzaamheden met inbegrip van de daartoe behorende blauwdrukken, dan wel voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard worden niet beschouwd als betalingen ontvangen als een vergoeding voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap, behalve voor zover de bedragen van die vergoedingen zijn gebaseerd op produktie, verkoop, verrichtingen, voordelen of een andere soortgelijke grondslag die verband houdt met het gebruik van deze inlichtingen (onderdeel X, eerste lid, van het Protocol).

    Betalingen voor het gebruik van boortorens of uitrusting voor soortgelijke doeleinden, gebruikt voor de exploratie of de winning van koolwaterstoffen, worden niet als royalty’s in de zin van artikel 12 aangemerkt (onderdeel X, tweede lid, van het Protocol).

    Indien Estland in enig verdrag ter voorkoming van dubbele belasting gesloten tussen Estland en een derde Staat, die op de datum van ondertekening van het Nederlands-Estse belastingverdrag lid is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), na die datum erin toestemt enig soort recht of eigendom van de definitie neergelegd in artikel 12, vierde lid, uit te sluiten of royalty’s afkomstig uit Estland van Estse belasting op royalty’s vrij te stellen of de tarieven van de belasting zoals bepaald in artikel 12, tweede lid, te beperken, is deze definitie of vrijstelling of dit lagere tarief automatisch van toepassing alsof het in genoemd vierde lid, onderscheidenlijk tweede lid was vermeld (onderdeel X, derde lid, van het Protocol).

    De in de onderdelen a, b, f, g en h van dit artikel vermelde verminderingen worden berekend over het bruto bedrag van de dividenden, interest en royalty’s.

    De in onderdelen a, b, f, g en h van dit artikel vermelde verminderingen zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, interest of royalty’s in Estland een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in Estland zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald of het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort (artikel 10, zesde lid, respectievelijk artikel 11, zesde lid, en artikel 12, vijfde lid).

Artikel 2. Estse regeling

Ter uitvoering van artikel 1 is van Estse zijde de volgende regeling getroffen:

  • Estse belasting

    Volgens de huidige Estse wetgeving is interest betaald aan niet inwoners van Estland onderworpen aan een bronbelasting van 26 percent. Deze bronbelasting bedraagt 10 percent indien die interest is betaald door in Estland gevestigde kredietinstellingen. Interest ontvangen door niet in Estland gevestigde krediet- en financiële instellingen is in Estland niet aan een bronbelasting onderworpen. Voorts zijn ingevolge de huidige Estse wetgeving royalty’s betaald aan niet inwoners van Estland onderworpen aan een bronbelasting van 15 percent. Indien die royalty’s zijn betaald voor het gebruik van nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting dan bedraagt die bronbelasting echter 5 percent.

    Dividenden betaald aan niet inwoners van Estland zijn sedert 1 januari 1998 onderworpen aan een bronbelasting van 26 percent.

  • Vrijstellingsprocedure

    Als algemene regel geldt dat de in artikel 1 vermelde verminderingen en vrijstellingen in Estland bij de bron worden verleend. Tot het verkrijgen van de vermindering of vrijstelling aan de bron dient de belanghebbende inwoner van Nederland gebruik te maken van het formulier ’Application concerning relief from Estonian tax withheld at source (Vorm TM2)’. Van dit in de Engelse en Estse taal gestelde formulier, dat in drievoud moet worden opgemaakt, moet onderdeel I door de belanghebbende inwoner van Nederland worden ingevuld en ondertekend. Vervolgens moet hij de drie ingevulde en ondertekende exemplaren van het formulier zenden aan de inspecteur van de eenheid van de belastingdienst binnen wiens ambtsgebied hij woont of gevestigd is.

    De inspecteur voorziet de drie exemplaren van het formulier van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging, maakt een fotocopie van het formulier ten behoeve van de legger van de aanvrager en zendt de drie exemplaren aan hem terug. Nadat de belanghebbende inwoner van Nederland de drie gecertificeerde exemplaren van het formulier heeft terugontvangen, zendt hij die drie exemplaren aan de Estse schuldenaar van de inkomsten, die op die drie exemplaren onderdeel II volledig invult en ondertekent en daarna een exemplaar terugzendt aan de belanghebbende inwoner van Nederland, een exemplaar zelf houdt en op de 20e van de maand volgend op het kwartaal waarin de inkomsten zijn uitbetaald een exemplaar zendt naar het Estse belastingkantoor binnen wiens ambtsgebied hij woont of gevestigd is. Vervolgens mag hij die inkomsten uitbetalen zonder inhouding van Estse belasting of onder inhouding van Estse belasting naar ten hoogste het in het Nederlands-Estse belastingverdrag neergelegde percentage. Indien echter het bedrag van de Estse inkomsten dat aan een belanghebbende inwoner van Nederland in een kalenderjaar is/wordt betaald in totaal meer bedraagt dan vijfmaal het bedrag van de basis vrijstelling van een natuurlijke persoon gedurende die belastingperiode, mag de Estse schuldenaar die inkomsten pas uitbetalen zonder inhouding van Estse belasting of onder inhouding van Estse belasting naar ten hoogste het in het Nederlands-Estse belastingverdrag neergelegde percentage nadat hij hiervoor toestemming heeft verkregen van het Estse belastingkantoor binnen wiens ambtsgebied hij woont of gevestigd is. Daartoe dient de belanghebbende inwoner van Nederland de drie door hem ingevulde en ondertekende exemplaren (onderdeel I), nadat deze zijn gecertificeerd door de inspecteur van de eenheid van de belastingdienst binnen wiens ambtsgebied hij woont of gevestigd is, te zenden aan het Estse belastingkantoor binnen wiens ambtsgebied de Estse schuldenaar van de inkomsten woont of gevestigd is. Het Estse belastingkantoor verleent zijn toestemming door middel van invulling en ondertekening van de op het formulier in onderdeel II voorkomende rubriek ’Decision of the Tax Office’.

    Indien het formulier door een gemachtigde wordt ingevuld en ondertekend, moet een machtiging worden bijgevoegd.

  • Teruggaafprocedure

    Indien bij de uitbetaling van de Estse inkomsten de Estse belasting ten volle is ingehouden, dan kan teruggaaf van de op grond van het Verdrag te veel ingehouden belasting worden verzocht door middel van het formulier ’Application concerning relief from Estonian tax withheld at source (Vorm TM2)’. Van dit in de Engelse en Estse taal gestelde formulier, dat in tweevoud moet worden opgemaakt, moet onderdeel I door de belanghebbende inwoner van Nederland worden ingevuld en ondertekend. Vervolgens moet hij de twee ingevulde en ondertekende exemplaren van het formulier zenden aan de inspecteur van de eenheid van de belastingdienst binnen wiens ambtsgebied hij woont of gevestigd is. De inspecteur voorziet de twee exemplaren van het formulier van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging, maakt een fotokopie van het formulier ten behoeve van de legger van de aanvrager en zendt de twee exemplaren aan hem terug. Nadat de belanghebbende inwoner van Nederland de twee gecertificeerde exemplaren van het formulier heeft terugontvangen, zendt hij die twee exemplaren, het bewijsstuk waaruit het bruto bedrag van de inkomsten en het bedrag van de ingehouden Estse belasting blijken (Vorm TM of TM1), en zijn verzoek om teruggaaf, waarin hij het totale bedrag van de teruggaaf moet vermelden, naar het Estse belastingkantoor binnen wiens ambtsgebied de schuldenaar van de inkomsten woont of gevestigd is. Het vorenbedoelde Estse belastingkantoor onderzoekt of het in tweevoud ingediende formulier in overeenstemming is met de bepalingen van het Nederlands-Estse belastingverdrag. Vervolgens zendt dit belastingkantoor een exemplaar van het formulier TM2 en het bewijsstuk (Vorm TM of TM1) terug aan de belanghebbende inwoner van Nederland of diens gemachtigde nadat het de gevraagde teruggaaf heeft verleend. Het bedrag van de teruggaaf wordt ingevolge de Estse belastingwetgeving binnen 30 dagen aan de belanghebbende inwoner van Nederland of diens gemachtigde uitbetaald door overmaking naar een bankrekening bij een bank gevestigd in Estland.

    Indien het verzoek om teruggaaf en het formulier TM 2 door een gemachtigde worden ingevuld en ondertekend, moet een machtiging worden bijgevoegd.

  • Termijn van indiening van verzoeken om teruggaaf van belasting

    In de gevallen waarin teruggaaf wordt verzocht van de op de Estse inkomsten te veel ingehouden Estse belasting, moet het formulier ’Application concerning relief from Estonian tax withheld at source (Vorm TM2)’ worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven (onderdeel VIII van het Protocol).

  • Verkrijgbaarheid van het Estse formulier

    Exemplaren van het Estse formulier ’Application concerning relief from Estonian tax withheld at source (Vorm TM2)’ zijn op aanvraag verkrijgbaar, in Nederland bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, Afdeling Logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn, en in Estland bij alle belastingkantoren en bij het Ministry of Finance of the Republic of Estonia, Suur-Ameerika 1, EE-0100 Tallinn, Estonia.

Artikel 3. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling kan worden aangehaald als: Estse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Estland.

  • 2 Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

  • 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 4 Deze regeling vindt toepassing met betrekking tot Estse inkomsten die zijn verkregen op of na 1 januari 1995.

De

Staatssecretaris

van Financiën,

W.A. Vermeend