Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling eenmalige subsidies beleggers[Regeling vervallen per 23-12-2004.]

Geldend van 27-11-1998 t/m 22-12-2004

Regeling eenmalige subsidies beleggers

De staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 33, eerste lid, van het Besluit woninggebonden subsidies 1995;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 23-12-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 23-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b. DKP-regelingen:

Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 en Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988;

c. basisconvenant:

door de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland, de Raad voor Onroerende Zaken en de Staat der Nederlanden op 12 december 1997 gesloten convenant, met de daarbij behorende annex en de daarbij behorende bijlagen, welke stukken de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij brief van 11 maart 1998 heeft toegezonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstukken II 1997/98, 25 600 XI, nr. 49);

d. afkoopconvenant:

door een subsidie-aanvrager ondertekend aanvraagformulier, dat is gebaseerd op het model afkoopconvenant dat als Bijlage F* is gevoegd bij het basisconvenant en dat door de minister beschikbaar is gesteld voor indiening van een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De minister kan op aanvraag van natuurlijke personen of rechtspersonen een eenmalige subsidie vaststellen ter beëindiging van de verbintenissen jegens die natuurlijke personen of rechtspersonen, welke verbintenissen voortvloeien uit een DKP-regeling.

  • 2 Voor subsidie komen natuurlijke personen en rechtspersonen in aanmerking, die op 1 januari 1998 rechthebbende waren ten aanzien van woningen of woongebouwen waarvoor met toepassing van een DKP-regeling geldelijke steun is verleend, mits:

    • a. zij voor die woningen of woongebouwen tot en met 31 december 1997 aanspraak op geldelijke steun konden maken;

    • b. die geldelijke steun niet voortvloeit uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijk steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som, en

    • c. aan hen niet van overheidswege een op 1 januari 1998 nog geldende garantie is verstrekt voor een door hen aangetrokken kapitaalmarktlening ten behoeve van de bouw of de verbetering van woningen of woongebouwen dan wel voor de herfinanciering van een dergelijke kapitaalmarktlening.

  • 3 Het tweede lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing op toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, mits het Waarborgfonds Sociale Woningbouw ten aanzien van de verstrekte garantie vrijwaring heeft verleend of toegezegd.

Artikel 3 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt met gebruikmaking van een afkoopconvenant voor 1 maart 1999 bij de minister ingediend.

  • 2 De behandeling van subsidie-aanvragen en de bepaling van subsidiebedragen geschieden overeenkomstig het bepaalde in het afkoopconvenant en de daarbij behorende bijlagen, met inachtneming van de artikelen 5, 6, 7, 11, 12 en 17 van deze regeling.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt vermeerderd met het bedrag voor vergoeding van rente als bedoeld in en bepaald overeenkomstig artikel 11 van het afkoopconvenant, en in voorkomende gevallen verminderd met het bedrag dat is betaald aan jaarlijkse bedragen aan geldelijke steun als bedoeld in en bepaald overeenkomstig artikel 12 van het afkoopconvenant.

Artikel 4 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De minister kan op aanvraag van natuurlijke personen of rechtspersonen, ten gunste van wie een subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt vastgesteld, tevens een vergoeding vaststellen ter compensatie van het nadeel dat zij of anderen zullen lijden, doordat zij of die anderen over die subsidie en de daarmee te behalen rendementen meer belasting zullen moeten betalen dan het geval zou zijn geweest indien die subsidie was verstrekt door middel van vaststelling van jaarlijkse bedragen aan geldelijke steun, berekend overeenkomstig de in Bijlage G* bij het basisconvenant beschreven methode.

  • 2 Een aanvraag voor een vergoeding wordt voor 1 maart 1999 bij de minister ingediend. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Bijlage N bij het afkoopconvenant, welke bijlage is ondertekend door de aanvrager van de vergoeding en de anderen die de vergoeding wensen te ontvangen.

Paragraaf 2. Subsidie-aanvragen die zijn ingediend voor 1 oktober 1998 [Vervallen per 23-12-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de subsidie-aanvrager voor 1 oktober 1998 overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt en in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, beslist de minister voor 1 december 1998 op de subsidie-aanvraag.

  • 2 Indien de subsidie-aanvrager niet voor 1 oktober 1998 overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt en in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, beslist de minister binnen vier maanden nadat de subsidie-aanvrager aan beide verplichtingen heeft voldaan.

Artikel 6 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de minister voor 1 december 1998 op de subsidie-aanvraag heeft beslist, wordt het subsidiebedrag in drie gelijke termijnen, overeenkomstig artikel 10 van het afkoopconvenant, betaald.

  • 2 Indien de subsidie-aanvrager voor 1 oktober 1998 niet overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt, maar wel overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, kan de minister vooruitlopend op de vaststelling van de subsidie voorschotten betalen ter grootte van de eerste en de tweede termijn van het afkoopbedrag, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het afkoopconvenant.

  • 3 In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt het subsidiebedrag betaald binnen vijf weken na de subsidievaststelling, onder verrekening van betaalde voorschotten.

Artikel 7 [Vervallen per 23-12-2004]

Indien het door de minister vastgestelde subsidiebedrag minder bedraagt dan de som van de betaalde voorschotten, is de subsidie-aanvrager over het onverschuldigd betaalde bedrag 4 % rente verschuldigd, vanaf 1 januari 1998 tot de datum van terugbetaling.

Artikel 8 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de aanvrager van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor 1 oktober 1998 overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt, in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, en voor 1 oktober 1998 alle overeenkomstig bijlage N bij het afkoopconvenant vereiste gegevens en bescheiden heeft verstrekt, beslist de minister voor 1 februari 1999 op de aanvraag.

  • 2 Indien de aanvrager van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet voor 1 oktober 1998 overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt, in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, en alle overeenkomstig bijlage N bij het afkoopconvenant vereiste gegevens en bescheiden heeft verstrekt, beslist de minister binnen vier maanden nadat de aanvrager aan al die verplichtingen heeft voldaan.

Artikel 9 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, vindt plaats binnen vier weken nadat zij is vastgesteld, doch niet eerder dan op het tijdstip waarop de betaling van de eerste termijn van het subsidiebedrag aan de subsidie-aanvrager plaatsvindt.

  • 2 De minister kan een voorschot op de vergoeding verstrekken.

Artikel 10 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Paragraaf 3. Subsidie-aanvragen die zijn ingediend op of na 1 oktober 1998 [Vervallen per 23-12-2004]

Artikel 11 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de subsidie-aanvrager binnen acht weken na indiening van de subsidie-aanvraag overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt en in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, beslist de minister op de subsidie-aanvraag binnen vier maanden na de indiening ervan.

  • 2 Indien de subsidie-aanvrager niet binnen acht weken na indiening van de subsidie-aanvraag overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt en in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, beslist de minister op de subsidie-aanvraag binnen vier maanden nadat de subsidie-aanvrager aan beide verplichtingen heeft voldaan.

  • 3 De bepaling van het subsidiebedrag geschiedt met toepassing van de in Bijlage D* bij het basisconvenant aangegeven verdelingssystematiek en het daarbij gebruikte verhoudingsgetal 0,4589251053662.

Artikel 12 [Vervallen per 23-12-2004]

Het subsidiebedrag wordt in drie gelijke termijnen betaald. De eerste en de tweede termijn worden binnen vijf weken na de subsidievaststelling betaald. De derde termijn wordt betaald tussen 1 januari 2000 en 1 februari 2000.

Artikel 13 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 Indien de aanvrager van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, binnen acht weken na indiening van de desbetreffende aanvraag overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt, in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, en alle overeenkomstig bijlage N bij het afkoopconvenant vereiste gegevens en bescheiden heeft verstrekt, beslist de minister op de aanvraag binnen vier maanden na indiening ervan.

  • 2 Indien de aanvrager van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet binnen acht weken na indiening van de desbetreffende aanvraag overeenkomstig artikel 9 van het afkoopconvenant een accountantsmededeling heeft verstrekt, in voorkomende gevallen overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van het afkoopconvenant zijn beroepen en bezwaren heeft ingetrokken, en alle overeenkomstig bijlage N bij het afkoopconvenant vereiste gegevens en bescheiden heeft verstrekt, beslist de minister binnen vier maanden nadat de aanvrager aan al die verplichtingen heeft voldaan.

Artikel 14 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, vindt plaats binnen vier weken nadat zij is vastgesteld, doch niet eerder dan op het tijdstip waarop de betaling van de eerste termijn van het subsidiebedrag plaatsvindt.

  • 2 De minister kan een voorschot op de vergoeding verstrekken.

Artikel 15 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister kan de beschikking tot toekenning van een vergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, intrekken of ten nadele van een of meer van de ontvangers van die vergoeding wijzigen, indien blijkt dat de aanvrager van de vergoeding of een of meer van de anderen die de vergoeding hebben ontvangen, onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt of anderszins hebben gehandeld in strijd met de in Bijlage N bij het afkoopconvenant opgenomen verplichtingen.

Paragraaf 4. Slotbepalingen [Vervallen per 23-12-2004]

Artikel 16 [Vervallen per 23-12-2004]

Een afkoopconvenant dat voor de inwerkingtreding van deze regeling is gesloten ter uitvoering van het basisconvenant, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.

Artikel 17 [Vervallen per 23-12-2004]

De minister kan een of meer artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van de met deze regeling beoogde beëindiging van verbintenissen die voortvloeien uit een DKP-regeling, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 18 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1998.

Artikel 19 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eenmalige subsidies beleggers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 november 1998

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimelijke Ordening en Milieubeheer,

J.W. Remkes