Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Telecommunicatiewet

Geldend op 08-07-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 9.3

    • 1. Degene die op grond van een opdracht als bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, openbare elektronische communicatiediensten of voorzieningen verzorgt kan binnen een half jaar na afloop van een kalenderjaar waarin hij die diensten of voorzieningen heeft verzorgd bij het college een aanvraag indienen om vergoeding van de in het afgelopen kalenderjaar bij de verzorging gemaakte nettokosten.

    • 2. De nettokosten zijn de kosten die een aanbieder als gevolg van een opdracht voor een bepaalde dienst of voorziening maakt en waartegenover als gevolg van de bij of krachtens artikel 9.1 gestelde regels omtrent de betaalbaarheid geen vergoeding door eindgebruikers staat, verminderd met andere op geld waardeerbare voordelen die verband houden met de opdracht, waaronder begrepen immateriële voordelen. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bijlage IV, deel A, van richtlijn nr. 2002/22/EG nadere regels worden gesteld omtrent de berekening van de nettokosten.

    • 3. Een vergoeding wordt slechts toegekend voorzover naar het oordeel van het college het bestaan en de hoogte van de nettokosten op grond van de verstrekte gegevens voldoende is aangetoond. De vergoeding is niet hoger dan de door de aanvrager op grond van artikel 9.2, vijfde of zevende lid, voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft verwachte nettokosten.

    • 4. Indien een vergoeding wordt toegekend wordt dit onder vermelding van het te vergoeden bedrag bekend gemaakt in de Staatscourant.

    • 5. Een vergoeding wordt uitbetaald binnen een week nadat de in artikel 9.4, vijfde lid, bedoelde termijn is verstreken.