Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling opsporingsinformatie regionale politiekorpsen[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 30-01-2009 t/m 31-12-2012

Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie van 30 september 1998, kenmerk DGOOV/IBOOV nr. EIB98/U 355, en DGRH, nr. 720477/598/GBJ houdende bepalingen betreffende de registratie en verstrekking van opsporingsgegevens door de regionale politiekorpsen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie,

Gelet op artikel 48, eerste lid, van de Politiewet 1993 en artikel 2 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;

Gezien het advies van de Registratiekamer van 25 oktober 1996, kenmerk 96.A.358;

Besluiten:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. centrale verwijzingsindex (CVI):

de systeem- en toepassingsprogrammatuur van de centrale verwijzingsindex, met behulp waarvan een overzicht kan worden verkregen van de herkenningsdienstregisters van andere korpsen of diensten waarin een geregistreerde voorkomt en met behulp waarvan rechtstreekse toegang tot die registers kan worden verkregen;

2. signalering:

een in verband met de uitvoering van de politietaak noodzakelijke kennisgeving over een persoon of een goed.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met de opsporing en vervolging van verdachten van misdrijven; de verificatie van namen van verdachten van misdrijven; het vaststellen van de mate van recidive van verdachten en misdrijven; het vaststellen van de mate van recidive van verdachten en misdrijven of overtredingen die voor een Halt-afdoening in aanmerking komen; het opsporen van vermiste- of ontvreemde goederen; het opsporen van vermiste personen; de identificatie van onbekende personen en de bejegening van personen ter voorkoming van ernstig gevaar voor leven en gezondheid voor henzelf of bij de uitoefening van de politietaak betrokken personen, verwerkt het regionaal politiekorps gegevens op grond van artikel 13 van de Wet politiegegevens.

  • 2 De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat de krachtens het eerste lid geregistreerde gegevens langs geautomatiseerde weg aan andere regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten en de Koninklijke Marechaussee beschikbaar kunnen worden gesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de centrale verwijzingsindex.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2013]

Met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met de identificatie, verificatie en bejegening van gesignaleerde personen en de identificatie een verificatie van goederen alsmede de juiste uitvoering van de met de signalering verbonden taakopdracht, worden gegevens omtrent signaleringen door het regionaal politiekorps terstond verwerkt op grond van artikel 13 van de Wet politiegegevens.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2013]

Met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de bewijsvoering in strafzaken en de identificatie van overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen worden door het regionaal politiekorps dactyloscopische signalementen, dactyloscopische sporen en gedeelten daarvan terstond verwerkt op grond van artikel 13 van de Wet politiegegevens.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling opsporingsinformatie regionale politiekorpsen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 30 september 1998

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper

De

Minister

van Justitie,

A.H. Korthals