Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 01-07-2000 t/m 31-12-2005

Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 24, vijfde lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. minister:

    Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

    b. wet:

    Wet herstructurering varkenshouderij;

    c. referentieperiode:

    periode van 10 juli 1997 tot en met 31 augustus 1998;

    d. individuele voerligbox:

    voor de individuele huisvesting van fokzeugen bestemd hok waarin een fokzeug kan verblijven vanaf het moment dat zij dekrijp is, onderscheidenlijk van de biggen gespeend is, tot het moment dat zij in de kraamstal wordt gehuisvest, niet zijnde een hok met een vrije uitloop van ten minste twee meter gemeten over de kortste afstand tussen de uitgang van het hok en het daar tegenover gelegen hok of de daar tegenover aanwezige, opstaande afscheiding.

    e. SKAL:

    Stichting keur alternatief voortgebrachte landbouwprodukten te Zwolle;

    f. milieuvergunning:

    vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

    g. groen-labelstal:

    voor de huisvesting van varkens bestemde stal of stalruimte met een stalsysteem waarvoor een Groen Label als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Convenant Groen Label (Stcrt. 1993, 21) is afgegeven.

  • 2 Voor de toepassing van de artikelen 2 en 3, wordt een individuele voerligbox gelijkgesteld met 2,5 varkenseenheden per jaar en wordt het fokzeugenrecht in aanmerking genomen zoals dit zonder toepassing van artikel 24 van de wet zou gelden.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van de wet had gedurende de gehele referentieperiode minder individuele voerligboxen dan 57% van het fokzeugenrecht en hield in die periode fokzeugen niet aangebonden.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje, van de wet is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen gelijk aan 100% van het fokzeugenrecht indien het aantal individuele voerligboxen gedurende de gehele referentieperiode kleiner was dan of gelijk was aan 32% van het fokzeugenrecht en is het aantal in groepshuisvesting gehouden fokzeugen telkens vier procentpunten minder dan 100% van het fokzeugenrecht voor elk procentpunt dat het aantal individuele voerligboxen groter was dan 32% van het fokzeugenrecht.

  • 2 Voorzover artikel 24, tweede lid, eerste gedachtestreepje wordt toegepast ter bepaling van de hoogte van het fokzeugenrecht, wordt in plaats van ’te delen door het varkensrecht’ gelezen: te delen door het fokzeugenrecht.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, wordt het fokzeugenrecht niet in aanmerking genomen voorzover het is vergroot ingevolge toepassing van de artikelen 9, tweede lid, en 10, tweede lid, van de wet en de voor dit vergrote recht benodigde stalruimte op 10 juli 1997 nog niet was gerealiseerd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder b, van de wet was gedurende de gehele referentieperiode bij het Productschap voor Vee en Vlees geregistreerd als houder van scharrelvarkens overeenkomstig de bepalingen van de PVV-regeling scharrelvarkens en voldeed gedurende die gehele periode aan de in die regeling neergelegde en ook overigens in dit verband door het productschap gestelde voorwaarden.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

Een bedrijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder c, van de wet voldeed gedurende de gehele referentieperiode aan elk van de volgende voorwaarden:

  • a. het bedrijf was geregistreerd bij de SKAL of aangesloten bij een vergelijkbare organisatie die zich het toezicht op, en de keuring, controle, beoordeling en certificering van biologische productiemethoden ten doel stelt;

  • b. de productiemethoden van het bedrijf stemden ten minste overeen met de door de SKAL opgestelde normen;

  • c. het bedrijf stond onder controle van medewerkers van de SKAL of van een vergelijkbare organisatie als bedoeld in onderdeel a.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 3

Voor de toepassing van het tweede lid:

  • a. wordt een overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer met het oog op een uitbreiding van het aantal te houden varkens gedane melding slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking heeft op een verandering van de inrichting die overeenkomstig de op het tijdstip van de melding voor de inrichting geldende milieuvergunning kon leiden tot een uitbreiding van het aantal varkens;

  • b. worden in de milieuvergunning of in de meldingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde:

    fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder b, bij de wet,

    vleesvarkens aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in bijlage A, onderdeel 7, bij de wet, en

    biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij een groen-labelstal blijkens de daarvoor afgegeven milieuvergunning, onderscheidenlijk de daarop betrekking hebbende meldingen, uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van biggen, in welk geval de genoemde biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 Overeenkomstig artikel 24, derde lid, van de wet aangemelde bedrijven verschaffen op verzoek van het Bureau Heffingen aanvullende gegevens binnen een door het Bureau Heffingen te stellen termijn.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1998.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 29 juli 1998

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J.J. van Aartsen