Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling Wob EZ

Geldend van 04-04-2001 t/m heden

Uitvoeringsregeling Wob EZ

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

de wet:

de Wet openbaarheid van bestuur;

gemachtigd ambtenaar:

een ambtenaar die door de minister tot het beslissen over verzoeken om informatie is gemachtigd;

informatiepunt:

een persoon of een plaats binnen het ministerie en binnen de daaronder ressorterende instellingen, diensten of bedrijven waar informatie kan worden verkregen.

Register

Artikel 2

  • 1 Er is een register waarin worden opgenomen:

    • a. de onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame instellingen, diensten en bedrijven;

    • b. de niet-ambtelijke adviescommissies.

  • 2 Het register vermeldt de namen, adressen en informatiepunten van de instellingen, diensten en bedrijven.

  • 3 Het register ligt voor een ieder ter inzage bij de directie Voorlichting.

  • 4 Met het bijhouden van het register is belast het hoofd van de directie Voorlichting.

Gemachtigd ambtenaar

Artikel 3

Als gemachtigd ambtenaar wordt aangewezen de plaatsvervangend secretaris-generaal en bij diens afwezigheid of ontstentenis de secretaris-generaal.

Informatiepunten

Artikel 4

  • 1 Het informatiepunt binnen het ministerie is de medewerker van de directie Voorlichting die belast is met de uitvoering van de wet.

  • 2 De informatiepunten voor de in het register vermelde instellingen, diensten en bedrijven worden aangewezen door de leiding daarvan.

Hoofdstuk II. Informatie op verzoek

Artikel 5

  • 1 Het behandelen van verzoeken om informatie en vragen daaromtrent geschiedt door de directie Voorlichting, voor zover het niet door de minister zelf geschiedt, of door hem in bepaalde gevallen aan anderen is opgedragen.

  • 2 Het in het eerste lid gestelde doet geen afbreuk aan de uit de normale taakuitvoering voortvloeiende plicht van de ambtenaar om aan particuliere personen en instanties met wie hij door zijn functie in contact komt, informatie op verzoek te verschaffen over de daar-bij aan de orde zijnde aangelegenheden.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde ambtenaren leiden een verzoek om informatie ter beslissing door naar de directie Voorlichting indien zij:

    • a. van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld;

    • b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;

    • c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.

Artikel 6

De directie Voorlichting leidt een verzoek om informatie ter beslissing door naar de gemachtigd ambtenaar indien zij:

  • a. van oordeel is dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de beslissing schriftelijk dient te worden meegedeeld;

  • b. weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;

  • c. weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.

Artikel 7

De gemachtigd ambtenaar legt een verzoek om informatie aan de minister voor indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben. Over de afdoening van een verzoek van dien aard wordt overlegd met de minister-president, de Minister van Algemene Zaken.

Artikel 8

  • 1 Als het document waarin de gevraagde gegevens zijn neergelegd berust onder de minister, maar het betrokken document tot stand is gekomen onder (eerste) verantwoordelijkheid van een andere minister, wordt de beslissing op het verzoek om informatie niet genomen dan nadat met de andere minister is overlegd.

  • 2 Leidt het overleg tot de slotsom dat de beslissing op het verzoek om informatie beter kan worden genomen door de andere minister, dan wordt de verzoeker naar hem verwezen. In het geval van een schriftelijk verzoek wordt dit doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.

Hoofdstuk III. Informatie uit eigen beweging

Adviezen

Artikel 9

Over openbaarmaking van adviezen van ambtelijke dan wel gemengd samengestelde adviescommissies werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister beslist de gemachtigd ambtenaar onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder g, van het reglement van orde voor de ministerraad.

Artikel 10

Openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies en het doen van mededeling daarvan in de Staatscourant geschieden door de zorg van de directie Voorlichting.

Artikel 11

Adviezen, nota’s en rapporten die gezien hun omvang daarvoor in aanmerking komen worden eventueel voorzien van een tevens voor openbaarmaking bestemde samenvatting.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 12

De regeling van de Minister van Economische Zaken van 25 juni 1992, kenmerk WJA/JZ 92034936, ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur

(Stcrt. 121) wordt ingetrokken.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wob EZ.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en afschrift daarvan zal worden gezonden aan de minister-president.

’s-Gravenhage, 3 juli 1998

De

Minister

van Economische Zaken,

G.J. Wijers