Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Opgravingsbevoegdheid Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek[Regeling vervallen per 01-09-2007.]

Geldend van 01-05-1998 t/m 31-08-2007

Opgravingsbevoegdheid Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Gelet op artikel 39 van de Monumentenwet 1988;

Gehoord de Raad voor Cultuur;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-09-2007]

  • 1 De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (hierna: ROB) is bevoegd tot het doen van opgravingen op het gehele grondgebied van Nederland.

  • 2 Opdrachten tot het verrichten van feitelijke werkzaamheden in het kader van een opgraving kunnen worden verleend aan de Joan Willems Stichting (hierna: JWS).

Artikel 2 [Vervallen per 01-09-2007]

Een opdrachtverlening als bedoeld in artikel 1, tweede lid, laat de verantwoordelijkheid van de ROB voor de uit een oogpunt van archeologische monumentenzorg vereiste kwaliteit van de te verrichten werkzaamheden, onverlet.

Artikel 3 [Vervallen per 01-09-2007]

Een opdracht als bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat de ROB de JWS aanwijzingen kan geven die de ROB uit oogpunt van archeologische monumentenzorg noodzakelijk acht.

Artikel 4 [Vervallen per 01-09-2007]

Indien een opdracht als bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt verleend, gelden de volgende voorschriften:

  • 1. De ROB stelt kwaliteitseisen vast die passen bij de aard en omvang van de werkzaamheden waarvoor opdracht is verleend;

  • 2. De ROB maakt met in achtneming van de Monumentenwet 1988 afspraken met JWS omtrent de te volgen procedure in geval van bodemvondsten en het maken van een basisrapportage;

  • 3. De ROB houdt toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden door JWS.

Artikel 5 [Vervallen per 01-09-2007]

Onderdeel C, onder 13, van de beschikking van de Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, van 21 november 1980, kenmerk MMA/MO 209.080, wordt ingetrokken.

Artikel 6 [Vervallen per 01-09-2007]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 1998.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

A. Nuis