Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten

Geldend van 19-02-2016 t/m heden

Besluit van 8 juni 1998, houdende het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 oktober 1997, nr. GZB/VVB/975553, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op beschikking nr. 97/534/EG van de Commissie van 30 juli 1997 houdende verbod, in verband met overdraagbare spongiforme encefalopathieën, op het gebruik van risicomateriaal (PbEG L 216), op artikel 11, eerste lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet, alsmede op artikel 4, eerste lid, onder a, artikel 8, onder b en c, artikel 12 en artikel 14 van de Warenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 december 1997, no. W13.97.0642);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 juni 1998 met nummer GZB/VVB/982331, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1:. algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. slachtdier: runderen (de soorten Bubalus bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen en niet-gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde lagomorfen, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;

    • b. vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van als landbouwhuisdier gehouden slachtdieren;

    • c. separatorvlees: vlees dat machinaal is afgescheiden van beenderen met daaraan vastzittend vlees;

    • d. gehakt vlees: vlees dat in kleine stukken is gehakt of door een gehaktmolen is gehaald;

    • e. kruiderijen: zout voor menselijke consumptie, mosterd, specerijen en aromatische extracten daarvan, aromatische kruiden en aromatische extracten daarvan;

    • f. vleesbereiding: vlees waaraan eet- of drinkwaren, kruiderijen of levensmiddelenadditieven zijn toegevoegd, of dat een behandeling heeft ondergaan in een mate die niet volstaat om de inwendige celstructuur van het vlees te veranderen zodat de kenmerken van vers vlees niet zijn verdwenen;

    • g. gehakt: al dan niet toebereide vleesbereiding, niet zijnde separatorvlees, afkomstig van één of meer slachtdieren, die:

      • door hakken, malen of op andere wijze min of meer sterk verkleind is; zodanig kneedbaar is dat het tot verschillende vormen te bewerken is; en

      • geen vleesvreemd eiwit bevat;

    • h. vleesproduct: product bereid van of met zodanig behandeld vlees dat, aan de hand van het snijvlak van de hartdoorsnijding, de verdwijning van de kenmerken van vers vlees kan worden geconstateerd, met uitzondering van vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan, gehakt vlees en vleesbereidingen;

    • i. zetmeelgehalte: gehalte aan watervrij zetmeel;

    • j. procentueel gehalte aan organisch niet-vet: het percentage dat wordt verkregen door het percentage 100 te verminderen met het procentuele water-, vet-, zetmeel- en asgehalte van de waar;

    • k. Federgetal: het quotiënt van het procentuele watergehalte en het procentuele gehalte aan organisch niet-vet van de waar;

    • l. startercultuur: reincultuur van één type micro-organisme of een mengsel van meer dan één type micro-organismen, beide bedoeld om een fermentatieproces te sturen en te versnellen;

    • m. %: massaprocent;

    • n. wildezwijnenvlees: spiervlees afkomstig van varkens die niet in gevangenschap zijn gekweekt, niet in gevangenschap zijn gehouden en niet in gevangenschap zijn geslacht;

    • o. verordening (EG) 1760/2000: verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juli 2000 (PbEG L 204) tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad van de Europese Unie;

    • p. verordening (EG) 1825/2000: verordening (EG) nr. 1825/2000 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 25 augustus 2000 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie met betrekking tot de etikettering van rundvlees en van rundvleesproducten (PbEG L 216);

    • q. verordening (EG) 1333/2008: verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PbEU L 354);

    • r. verordening (EU) 1169/2011: Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304).

  • 2 De darm of het darmvervangend omhulsel van in dit besluit bedoelde waren is geen verpakkingsmateriaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, van verordening (EU) 1169/2011.

  • 3 Voor vlees, gehakt en vleesproducten wordt een startercultuur aangemerkt als technisch hulpmiddel, bedoeld in artikel 20, onderdeel b, onder ii, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304).

Artikel 2

  • 1 Het is verboden vlees, wildezwijnenvlees, separatorvlees, gehakt vlees, vleesbereidingen, gehakt, en vleesproducten, te bereiden of te verhandelen die niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot hun samenstelling gestelde eisen.

  • 2 Het is verboden vleesbereidingen en gehakt vlees te bereiden, te behandelen, te bewerken, of te verwerken anders dan met inachtneming van de krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

  • 3 Het is verboden vleesbereidingen en gehakt vlees te bereiden, te behandelen, te bewerken, of te verwerken anders dan in werkplaatsen die krachtens dit besluit zijn erkend.

  • 4 Het is verboden vleesbereidingen en gehakt vlees te verhandelen, niet zijnde verhandeling aan de eindverbruiker, anders dan in een verpakking die voldoet aan de krachtens dit besluit gestelde eisen.

  • 5 Het is verboden met gebruikmaking van de bij dit besluit aangegeven aanduidingen andere waren te verhandelen dan die waaraan die aanduidingen bij dit besluit zijn voorbehouden.

  • 6 Het is verboden vlees, gehakt of vleesproducten te verhandelen anders dan met inachtneming van artikel 12.

  • 7 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 11, eerste streepje, artikel 13, eerste, tweede en vijfde lid, artikel 14, of artikel 15, van verordening (EG) 1760/2000, of met artikel 1, artikel 2, tweede lid, artikel 7, eerste en vierde lid, van verordening (EG) 1825/2000.

§ 2a:. implementatie richtlijn 94/65/EG – voorschriften inzake de productie en het in de handel brengen van vleesbereidingen en gehakt vlees

Artikel 2a [Vervallen per 05-04-2006]

§ 2b:. aanvullende voorschriften inzake bereiding en samenstelling

Artikel 3

Bij de bereiding van eetwaren wordt geen gebruik gemaakt van:

  • a. fijnverdeelde beenderen;

  • b. fijnverdeeld kraakbeen;

  • c. uit beenderen of uit kraakbeen bereide producten, met uitzondering van gelatine of bouillon;

  • d. darmen die ten gevolge van een bewerking kleurstoffen en andere stoffen dan die, eigen aan vlees of vleesproducten, aan de waar kunnen afgeven;

  • e. bloed en daarvan afgeleide producten waaraan andere levensmiddelenadditieven zijn toegevoegd dan die welke ter zake zijn toegelaten bij of krachtens verordening (EG) 1333/2008 onder de daarbij vermelde voorwaarden;

  • f. schildklierweefsel.

Artikel 3a

Separatorvlees van:

  • a. kopbeenderen en poten onder het kniegewricht of onder het spronggewricht van andere slachtdieren dan runderen, schapen en geiten;

  • b. runderen, schapen en geiten; of

  • c. varkensstaarten;

wordt niet bereid, verhandeld of verwerkt in eet- of drinkwaren.

Artikel 3b

Trichinella is niet aantoonbaar in 10,0 gram wildezwijnenvlees.. [Red: “..” moet zijn “.” .]

Artikel 4

  • 1 Het zetmeelgehalte van een op de voet van artikel 6, 7, 8, 9 of 10 aangeduide, gepaneerde waar bedraagt ten hoogste 6%.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a. een voorverpakt levensmiddel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, van verordening (EU) 1169/2011; of

    • b. een onverpakte waar ten aanzien waarvan de hoeveelheid vlees voor het publiek duidelijk zichtbaar is aangebracht op het voorwerp waarin of waarop de waar zich bevindt, of op een onmiddellijk boven bedoeld voorwerp geplaatst(e) bord of kaart.

Artikel 5

  • 1 Het Federgetal van gehakt, en van een andere eetwaar met ten minste 80% vlees, is ten hoogste 4,0.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de daar bedoelde waar:

    • a. zich bevindt in azijn, in een waterige keukenzoutoplossing, of in een andere waterige oplossing;

    • b. bereid is met gelei;

    • c. een voorverpakt levensmiddel is als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, van verordening (EU) 1169/2011; of

    • d. onverpakt is, en de hoeveelheid vlees van de waar voor het publiek duidelijk zichtbaar is aangebracht op het voorwerp waarin of waarop de waar zich bevindt of op een onmiddellijk boven bedoeld voorwerp geplaatst(e) bord of kaart.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een als bloedworst, balkenbrij, bakleverworst, hoofdkaas, beuling, preskop of zure zult aangeduide eetwaar.

  • 4 In afwijking van het eerste lid mag gehakt, of een andere eetwaar met ten minste 80% vlees, een hoger Federgetal dan 4,0 hebben, voor zover de aanduiding van die waar vergezeld gaat van beschrijvende vermeldingen waardoor de consument in staat is die waar te onderscheiden van een in het eerste lid bedoelde waar met een Federgetal van ten hoogste 4,0.

§ 3:. gereserveerde aanduidingen

Artikel 6

De aanduiding vlees mag uitsluitend worden gebezigd voor vlees, niet zijnde bloed, voor zover die aanduiding vergezeld gaat van de naam van het soort slachtdier waarvan het vlees afkomstig is.

Artikel 7

De aanduiding gehakt mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt met een vetgehalte van ten hoogste 25%, voor zover die aanduiding vergezeld gaat van:

  • de naam van het soort slachtdier; of

  • in volgorde van afnemend gewicht, de namen van de soorten slachtdieren; waarvan het vlees afkomstig is.

Artikel 8

De aanduiding half om half mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat voor de ene helft van runderen en voor de andere helft van varkens afkomstig is, waarbij in de onderlinge verhouding een afwijking van 10% absoluut is toegestaan.

Artikel 9

De aanduiding tartaar mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 10%.

Artikel 10

De aanduiding gehakte biefstuk mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 6%.

Artikel 11 [Vervallen per 14-02-2000]

§ 4:. vermeldingen

Artikel 12

De vermelding mager of magere mag worden gebezigd bij:

  • a. vlees en vleesproducten, uitsluitend voor zover het vetgehalte van de waar ten hoogste 20% bedraagt;

  • b. gehakt, uitsluitend voor zover het vetgehalte van de waar ten hoogste 15% bedraagt.

§ 5:. slotbepalingen

Artikel 13

  • 1 Als methoden van onderzoek welke bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of al dan niet is voldaan aan de bij dit besluit gestelde regels, worden aangewezen chromatografische, fysische, chemische en andere scheidingsmethoden, organoleptische bepalingsmethoden en detectiemethoden, alsmede de daartoe door een andere lid-staat van de Europese Unie aangewezen methoden.

  • 2 Onze Minister kan nadere regels vaststellen inzake het eerste lid.

Artikel 14

De autoriteit, bedoeld in artikel 20 van verordening (EG) 1760/2000, en in artikel 11, onder a, van verordening (EG) 1825/2000, is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1998, met dien verstande dat voorverpakte eetwaren die zijn aangeduid op de voet van artikel 6, tweede lid, van het Vlees- en vleeswarenbesluit (Warenwet) 1987 zoals dat luidde onmiddellijk vóór 1 juli 1998, nog verhandeld mogen worden tot 14 februari 2000.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 8 juni 1998

Beatrix

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. G. Terpstra

Uitgegeven drieëntwintigste juni 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager