Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van de voorverkoop van toegangsbewijzen voor muziek- en toneeluitvoeringen[Regeling vervallen per 11-10-2007 met terugwerkende kracht tot en met 27-09-2007.]

Geldend van 27-03-1998 t/m 26-09-2007

Toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van de voorverkoop van toegangsbewijzen voor muziek- en toneeluitvoeringen

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. Verlaging omzetbelastingtarief muziek- en toneeluitvoeringen [Vervallen per 11-10-2007]

Bij de Wet van 18 december 1995 tot wijziging van onder andere de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 1995, 660) is aan onderdeel b, post 14, van de bij die wet behorende tabel I onder andere toegevoegd het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets (hierna te noemen: podiumkunsten). Blijkens artikel IX, derde lid, van de Wet van 18 december 1995 treedt deze wijziging van onderdeel b, post 14, van tabel I in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

In de brief van 10 maart 1998, nr. WV98/118M, aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aangegeven dat zal worden bevorderd op korte termijn een koninklijk besluit tot stand te laten komen, waarin wordt bepaald dat de verlaging van het omzetbelastingtarief voor het verlenen van toegang tot podiumkunsten op 1 september 1998 in werking treedt.

2. Voorverkoop toegangsbewijzen uitvoeringen na 31 augustus 1998 [Vervallen per 11-10-2007]

Vóór de inwerkingtreding van de tariefsverlaging voor podiumkunsten zullen toegangsbewijzen, waaronder abonnementen, worden verkocht voor uitvoeringen die pas op of na 1 september 1998 zullen plaatsvinden. Indien en voorzover de vergoeding voor die toegangsbewijzen vóór 1 september 1998 door een ondernemer wordt ontvangen is daarover, onder meer gelet op artikel 13, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, in beginsel omzetbelasting verschuldigd naar het algemene tarief. Hetzelfde geldt indien terzake vóór 1 september 1998 facturen worden uitgereikt. In verband evenwel met de doelstellingen welke ten grondslag liggen aan de verlaging van het omzetbelastingtarief voor podiumkunsten keur ik goed dat direct heffing van omzetbelasting plaatsvindt naar het verlaagde tarief. Deze goedkeuring ziet op de vóór 1 september 1998 verkregen ontvangsten casu quo de vóór die datum uitgereikte facturen ter zake van uitvoeringen die op of na 1 september 1998 zullen plaatsvinden. Ik verbind hieraan de voorwaarde dat over de terzake berekende vergoedingen omzetbelasting in rekening wordt gebracht naar het tarief van 6%. Dit dient te geschieden door middel van vermelding daarvan op de desbetreffende toegangsbewijzen en/of de terzake aan de afnemers uitgereikte (af)rekeningen.