Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsregeling tijdelijke commissie Nieuwe leerweg voor opgeleiden hoger Onderwijs tot leraar basisonderwijs[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 26-03-1998 t/m 30-12-2004

Instellingsregeling tijdelijke commissie Nieuwe leerweg voor opgeleiden hoger Onderwijs tot leraar basisonderwijs

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Overwegende

  • dat de behoefte aan leraren in het basisonderwijs in de nabije toekomst zal toenemen;

  • dat een heterogeen lerarenteam in het basisonderwijs wordt nagestreefd;

  • dat hierin gedeeltelijk kan worden voorzien door de instroom van afgestudeerden van de lerarenopleiding basisonderwijs die tevens een ander getuigschrift van het hoger onderwijs hebben.

Besluit:

Tot de instelling van een tijdelijke commissie Nieuwe leerweg voor opgeleiden hoger onderwijs tot leraar basisonderwijs.

Paragraaf 1. Begripsomschrijving [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

In deze beschikking wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

  • b. de hogeschool: de bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek die een lerarenopleiding basisonderwijs verzorgt,

  • c. de lerarenopleidingen: de lerarenopleidingen basisonderwijs,

  • d. de commissie: de tijdelijke commissie Nieuwe leerweg voor opgeleiden hoger onderwijs tot leraar basisonderwijs.

Paragraaf 2. Instelling, taak en kader [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

Er is een tijdelijke commissie Nieuwe leerweg voor opgeleiden hoger Onderwijs tot leraar basisonderwijs.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

De taak van de commissie omvat de volgende onderdelen:

  • 1. Onderwijskundige vormgeving leerweg De commissie zal een verzameling van criteria ontwikkelen voor de onderwijskundige vormgeving van een experiment met een nieuwe verkorte leerweg voor afgestudeerden van het hoger onderwijs tot leraar basisonderwijs waarin optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om te leren in en uitgaande van de praktijk van het beroep leraar basisonderwijs, en waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de ontwikkeling van het landelijk curriculum voor de initiële lerarenopleiding basisonderwijs onder auspiciën van het Procesmanagement Lerarenopleidingen. De nieuwe verkorte leerweg dient op te leiden tot het getuigschrift van de lerarenopleiding basisonderwijs.

  • 2. Beoordelingsprocedure studenten De commissie zal richtlijnen formuleren voor de wijze van toelating van studenten tot de onder 1 genoemde leerweg en voor de wijze waarop gedurende en aan het eind van de opleiding de beoordeling plaatsvindt.

  • 3. Selectieprocedure hogescholen De commissie zal criteria formuleren voor de wijze van selectie van de hogescho(o)l(en) die de onder 1 genoemde leerweg zal (zullen) aanbieden.

  • 4. Evaluatie De commissie zal in hoofdlijnen aangeven hoe het experiment tijdens de uitvoering zal worden begeleid en geëvalueerd.

  • 5. Voorbereiding van de uitvoering van het experiment Indien het experiment daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zal de commissie de voorbereiding van de uitvoering van het experiment begeleiden.

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De commissie dient uiterlijk op 15 februari 1998 haar rapport in.

  • 2 Indien het experiment daadwerkelijk wordt uitgevoerd, rondt de commissie de begeleiding van de voorbereiding van het experiment af op 31 juli 1998.

Paragraaf 3. Samenstelling en werkwijze [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Tot voorzitter van de commissie, tevens lid, wordt benoemd ...;

  • 2 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • ...

    • ...

    • ...

  • 3 De minister kan zo nodig de commissie met nieuwe leden uitbreiden.

  • 4 De commissie wordt ondersteund door een inhoudelijk en een administratief secretariaat.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

Vergaderingen van de commissie worden bijgewoond door een contactpersoon van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De commissie bepaalt zelf haar werkwijze;

  • 2 De commissie kan ten behoeve van haar werk deskundigen raadplegen, waaronder - op persoonlijke titel - ambtelijke deskundigen.

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het rapport van de commissie wordt opgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de leden;

  • 2 Afwijkende opvattingen die door een minderheid van de leden van de commissie ter sprake zijn gebracht, worden desgewenst in het rapport weergegeven.

  • 3 De commissie biedt haar rapport aan de minister aan.

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

De commissie rapporteert uitsluitend aan de minister.

Artikel 10 [Vervallen per 31-12-2004]

Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep, of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 11 [Vervallen per 31-12-2004]

Het beheer van de stukken van de commissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit Algemene secretariële aangelegenheden rijksadministratie (Staatsblad 1980, nummer 182) overeenkomstig de bij het ministerie geldende regels. Na opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van het ministerie.

Paragraaf 4. Financiën [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De voorzitter en de leden ontvangen per vergadering een beloning op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Kb 18 april 1988, Stb. 205) en de daarop gebaseerde Regeling Aanscherping toepassing vacatiegeldenbesluit (7 juni 1995, P&O, POZ-95015118) waarbij de commissie als zware commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit wordt aangemerkt.

  • 2 Indien de commissie besluit ten behoeve van haar werk deskundigen te raadplegen (zie artikel 7, tweede lid) en hieraan kosten zijn verbonden dan dient voor de vergoeding van deze kosten vooraf door de minister goedkeuring te zijn verleend.

  • 3 Zowel de kosten van de onder lid 2 bedoelde werkzaamheden als de kosten voor inhoudelijke en administratieve ondersteuning (zie artikel 5, vierde lid) zullen rechtstreeks door de minister worden vergoed.

  • 4 Reiskosten worden vergoed op basis van openbaar vervoer.

Paragraaf 5. Slotbepaling [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van Uitleg, waarin dit besluit is bekendgemaakt en werkt terug tot 15 november 1997.

Afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

dr. ir. J.M.M. Ritzen